
“Waarom heb je dat nou wéér niet gedaan?”
“Doe het dan voortaan lekker zelf.”
Een vergeten afspraak, een kleine irritatie, en plotseling beland je samen in een ruzie die je al tientallen keren hebt gevoerd. Hoe kan zo'n vertrouwd patroon je telkens opnieuw meeslepen?
Transactionele Analyse, ontwikkeld door psychiater Eric Berne, onderzoekt hoe zulke patronen ontstaan en hoe je ze kunt doorbreken. Want soms hoeft de ander helemaal niet te veranderen. Soms begint een ander gesprek simpelweg bij jouw volgende reactie.
1. Wat is Transactionele Analyse?
Transactionele Analyse, meestal afgekort tot TA, werd vanaf de jaren vijftig ontwikkeld door de Canadees-Amerikaanse psychiater Eric Berne. In 1958 publiceerde hij over TA als nieuwe methode voor groepstherapie. In 1961 verscheen Transactional Analysis in Psychotherapy, waarin hij zijn benadering systematischer uiteenzette. Drie jaar later maakte Games People Play zijn ideeën bekend bij een veel groter publiek.
Berne wilde psychologie begrijpelijk maken. In plaats van uitsluitend specialistische begrippen te gebruiken, ontwikkelde hij een taal waarmee mensen zelf konden leren kijken naar wat er in henzelf en tussen mensen gebeurt.
Vier onderdelen werden bijzonder invloedrijk:
✥ Egotoestanden: Ouder, Volwassene en Kind.
✥ Transacties: uitwisselingen tussen mensen.
✥ Games: terugkerende interacties met een onderliggende psychologische dynamiek.
✥ Scripts: vroeg gevormde patronen en verwachtingen die invloed kunnen krijgen op hoe iemand zijn leven vormgeeft.
Daarachter ligt een belangrijk ideaal: autonomie. Minder automatisch reageren vanuit oude patronen en meer vrijheid ontwikkelen om te reageren op wat er werkelijk gebeurt.
Dat maakt TA interessant voor persoonlijke groei en persoonlijke ontwikkeling.
Een ruzie is dan niet alleen een ruzie. Een gevoel van minderwaardigheid is niet uitsluitend een emotie. Een terugkerende botsing met autoriteit is niet automatisch bewijs dat je steeds de verkeerde leidinggevende treft.
Je kunt ook vragen: Wat gebeurt hier steeds opnieuw?
Die vraag verplaatst de aandacht van schuld naar onderzoek:
✦ Wat doe ik?
✦ Wat doet de ander?
✦ Wat gebeurt er tussen ons?
✦ Welke verwachting neem ik mee?
✦ Welke reactie lijkt bijna vanzelf te volgen?
Om zulke patronen zichtbaar te maken, begint Berne met drie merkwaardig eenvoudige woorden.
2. Wie spreekt er: Ouder, Volwassene of Kind?
Volgens Berne kunnen mensen vanuit verschillende egotoestanden denken, voelen en handelen. Hij noemde deze Ouder, Volwassene en Kind.
De hoofdletters zijn belangrijk.
- Ouder gaat in TA niet simpelweg over dat je een ouder bent.
- Kind betekent niet dat je kinderachtig bent.
- Volwassene betekent niet automatisch dat je verstandig bent.
Het zijn modellen voor verschillende manieren waarop ervaringen, gedachten en reacties zich in het heden kunnen organiseren.
A. De Ouder
In de Ouder herken je manieren van denken, voelen en handelen die samenhangen met wat je van ouders, opvoeders, leraren, cultuur en andere gezagsfiguren hebt meegekregen.
Daar kunnen boodschappen tussen zitten als:
- Zo hoort dat nu eenmaal.
- Je moet eerst aan anderen denken.
- Stel je niet zo aan.
- Je moet altijd je best doen.
Sommige boodschappen kunnen door conditionering zo vertrouwd worden dat je nauwelijks nog merkt dat je ze ooit hebt geleerd.
Maar Ouder is niet alleen kritisch. Er kan ook zorg, bescherming, structuur en opgebouwde wijsheid in zitten.
Een collega die ziet dat je ziek bent en zegt “Ga naar huis, ik neem dit vandaag van je over” kan vanuit een verzorgende kwaliteit reageren.
B. De Volwassene
De Volwassene probeert informatie uit het hier en nu te verwerken:
✶ Wat gebeurt er werkelijk?
✶ Welke informatie heb ik?
✶ Wat weet ik niet?
✶ Welke mogelijkheden zijn er?
De Volwassene kan bijvoorbeeld zeggen:
“We hebben allebei een andere herinnering aan dat gesprek. Zullen we eerst reconstrueren wat er precies is afgesproken?”
Daar spelen analytisch denken en rationeel denken een rol, maar de Volwassene is niet gevoelloos. Juist emotionele intelligentie kan helpen om zowel informatie als emoties serieus te nemen zonder dat één onmiddellijke reactie alles bepaalt.
C. Het Kind
In het Kind leven gevoelens, impulsen, creativiteit en manieren van reageren die verbonden kunnen zijn met eerdere ervaringen. Daar kunnen verschillende emoties in zitten:
- Spontaniteit: “Dit lijkt me geweldig. Laten we het proberen.”
- Angst: “Straks vinden ze me dom.”
- Aanpassing: “Zeg jij maar wat ik moet doen.”
- Verzet: “Niemand vertelt mij wat ik moet doen.”
Daarom zou het een vergissing zijn persoonlijke ontwikkeling te zien als een verhuizing van Ouder en Kind naar Volwassene.
Zonder kwaliteiten die TA met het Kind verbindt zouden spontaniteit, inspiratie en creativiteit verdwijnen. Zonder Ouder zouden zorg, bescherming, normen en opgebouwde kennis ontbreken.
De interessante vraag is niet welke toestand goed is.
De vraag is: welke toestand is nu actief, en past die bij wat er werkelijk gebeurt?
Dat vraagt om zelfkennis en soms om zelfobservatie: kunnen merken wat er in je gebeurt voordat je reactie volledig is uitgevoerd.
Want zodra twee mensen elkaar ontmoeten, ontmoeten ook hun reacties elkaar.
En dan ontstaat een transactie.

3. Waarom kan een onschuldige vraag plotseling een ruzie worden?
Een transactie is binnen TA de basiseenheid van sociaal contact: iemand zegt of doet iets en een ander reageert.
Neem:
“Hoe laat begint de vergadering?”
“Om negen uur.”
Dat kan eenvoudig Volwassene naar Volwassene verlopen. Er wordt informatie gevraagd en informatie gegeven.
Maar stel dat het antwoord luidt:
“Dat heb ik je gisteren ook al verteld.”
De feitelijke vraag ging over een tijdstip. In het antwoord kan een tweede boodschap meeklinken:
Je had beter moeten opletten.
De reactie daarop kan zijn:
“Sorry hoor, ik zal je nooit meer iets vragen.”
Binnen enkele seconden gaat het niet meer over negen uur.
TA onderscheidt onder meer:
- complementaire transacties, waarbij de reactie aansluit op de aangesproken egotoestand;
- gekruiste transacties, waarbij een andere reactie terugkomt dan waarop de eerste boodschap gericht leek;
- verborgen transacties, waarbij naast de openlijke sociale boodschap ook een psychologische boodschap meespeelt.
Belangrijk is dat complementair niet hetzelfde betekent als gezond.
Een Kritische Ouder en een sterk aangepast Kind kunnen elkaar bijvoorbeeld lange tijd aanvullen:
“Heb je nu eindelijk gedaan wat ik vroeg?”
“Ja, sorry. Ik had het eerder moeten doen.”
De communicatie loopt door, maar de relatie kan steeds verder vast komen te zitten in dezelfde verdeling.
Hier wordt perceptie belangrijk. Dezelfde zin kan door twee mensen totaal anders worden gehoord.
- Waar de één een praktische vraag stelt, hoort de ander kritiek.
- Waar de één bezorgdheid ervaart, hoort de ander controle.
Dat betekent niet dat alles slechts perceptie is.
Toon, machtsverhoudingen en werkelijk gedrag doen ertoe maar onze eerdere ervaringen beïnvloeden wel welke betekenis we aan een transactie geven.
TA nodigt je daarom uit niet alleen naar de woorden te luisteren.
Je kunt ook vragen:
Welke reactie nodigt deze boodschap uit — en waarom is juist die reactie voor mij zo vertrouwd?
Daar kan iets onverwachts zichtbaar worden. Misschien is het niet toevallig dat precies dezelfde reactie steeds terugkomt.
4. Waarom voeren we steeds opnieuw dezelfde ruzie?
Stel dat twee partners regelmatig botsen over het huishouden.
- “Moet ik hier werkelijk overal achteraan?”
- “Je vindt toch nooit iets goed.”
- “Als jij gewoon eens verantwoordelijkheid nam, hoefde dat niet.”
- “Prima. Dan zeg ik voortaan helemaal niets meer.”
Op het eerste gezicht gaat dit over huishoudelijke taken.
Maar kijk naar de beweging.
De eerste persoon begint verwijtend. De tweede verdedigt zich. Dat roept een sterker verwijt op. De verdediging verandert in terugtrekken. Dat terugtrekken lijkt voor de eerste persoon vervolgens te bewijzen:
Zie je wel, ik moet alles alleen doen.
En voor de tweede:
Zie je wel, wat ik doe is toch nooit goed genoeg.
Eén interactie kan zo twee verschillende overtuigingen tegelijkertijd bevestigen.
Een terugkerende lus kan ongeveer zo ontstaan:
- er gebeurt iets;
- iemand reageert vanuit een vertrouwde positie;
- die reactie roept bij de ander iets bekends op;
- de ander reageert eveneens automatisch;
- beide reacties versterken elkaar;
- de afloop bevestigt wat beide personen vooraf al verwachtten.
Hier raakt Transactionele Analyse aan iets dat veel breder is dan communicatie.
We leven allemaal met een wereldmodel: verwachtingen en interpretaties over onszelf, andere mensen en wat waarschijnlijk zal gebeuren. Sommige daarvan blijven flexibel. Andere kunnen uitgroeien tot een beperkende overtuiging.
- Ik moet alles zelf doen.
- Niemand luistert naar mij.
- Als ik mij kwetsbaar opstel, word ik afgewezen.
- Ik kan mensen niet vertrouwen.
Zo'n overtuiging beïnvloedt niet alleen gedachten. Zij kan doorwerken in emoties, aandacht, gedrag en coping: de manieren waarop iemand met spanning of moeilijke situaties omgaat.
✷ De één trekt zich terug.
✷ De ander wordt boos.
✷ Een derde gaat pleasen.
Weer iemand anders probeert alles te controleren.
Hier spelen ook emotieregulatie en zelfregulatie een belangrijke rol. Wanneer de spanning oploopt, reageren we vaak automatisch vanuit oude gewoonten. Door je emoties beter te herkennen en bewust stil te staan bij je reactie, ontstaat ruimte om een vertrouwd patroon te doorbreken.
Een relatie kan vervolgens een plek worden waar twee zulke reacties elkaar voortdurend activeren.
Dat betekent niet dat mensen bewust ruzie zoeken.
Juist het tegenovergestelde maakt dit interessant.
We kunnen oprecht iets anders willen en toch steeds dezelfde zetten doen.
Berne gaf sommige van die terugkerende interacties een provocerende naam: games.

5. Welke psychologische games kunnen we blijven herhalen?
Wanneer Berne over games sprak, bedoelde hij geen gezellig spel en ook niet simpelweg bewuste manipulatie.
Een game is binnen TA een terugkerende reeks transacties waarin meer gebeurt dan aan de oppervlakte zichtbaar is en die naar een herkenbare psychologische uitkomst beweegt.
Een beroemd voorbeeld uit Games People Play is Why Don't You — Yes But.
Iemand zegt: “Ik weet echt niet wat ik met mijn werk moet.”
Een ander probeert te helpen:
- “Waarom zoek je geen andere baan?”
- “Ja, maar ik verdien hier te goed.”
- “Misschien kun je eerst eens rondkijken.”
- “Ja, maar er zijn nauwelijks interessante vacatures.”
- “Je zou een opleiding kunnen volgen.”
- “Ja, maar daar heb ik geen tijd voor.”
- “Misschien kun je met je werkgever over een andere functie praten.”
- “Ja, maar dat heeft toch geen zin.”
Uiteindelijk zijn de oplossingen op.
Het interessante volgens Berne is dat het gesprek mogelijk nooit werkelijk om een oplossing draaide. De uitkomst kan juist een bekende conclusie bevestigen:
Zie je wel, aan mijn situatie valt niets te veranderen.
De verborgen opbrengst
Het woord opbrengst klinkt alsof iemand bewust een vervelende situatie creëert omdat hij daar voordeel van heeft. Dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Een psychologische opbrengst kan juist onaangenaam zijn en tóch vertrouwd voelen:
- Zie je wel dat niemand mij kan helpen.
- Zie je wel dat mensen mij uiteindelijk teleurstellen.
- Zie je wel dat ik altijd alles zelf moet oplossen.
Het patroon bevestigt dan iets wat iemand al verwachtte.
Soms kan zo'n herhaling zelfs iets hebben van zelfsabotage.
Iemand verlangt oprecht naar verandering, maar reageert telkens op een manier die de vertrouwde situatie in stand helpt houden. Dat betekent niet dat hij bewust tegen zichzelf werkt. Juist het automatische karakter maakt zulke patronen moeilijk zichtbaar.
Hier komt zelfreflectie om de hoek kijken. Als een gesprek telkens op dezelfde vervelende manier eindigt, kun je je afvragen waarom de ander steeds zo reageert. Maar misschien is een andere vraag nog interessanter:
welke rol speel ik zelf in het in stand houden van dit patroon?
Dat vraagt om iets wat in de psychologie metacognitie wordt genoemd: niet alleen denken, maar ook kunnen kijken naar je eigen denken en reageren zoals het stellen van vragen:
✸ Wat vertel ik mezelf tijdens dit gesprek?
✸ Welke interne dialoog ontstaat?
✸ Welke conclusie staat eigenlijk al klaar voordat de ander is uitgesproken?
Dat is geen zelfbeschuldiging.
Je bent niet verantwoordelijk voor iedere reactie van de ander. Soms is de ander werkelijk agressief, controlerend of onbetrouwbaar. Dan kunnen assertiviteit en grenzen stellen belangrijker zijn dan nóg beter proberen mee te bewegen.
Maar je eigen reactie is wel het deel dat je rechtstreeks kunt onderzoeken en soms blijkt de herhaling nog verder te gaan.
Niet alleen het gesprek lijkt bekend.
Een heel stuk van je leven lijkt steeds hetzelfde verhaal te vertellen.
6. Leef jij volgens een oud script?
Een van de ambitieuzere ideeën binnen Transactionele Analyse is het levensscript.
Berne veronderstelde dat mensen vroeg in hun leven conclusies en verwachtingen kunnen ontwikkelen die later invloed krijgen op relaties, gedrag en belangrijke levenskeuzes. Latere TA-auteurs hebben die scriptgedachte verder ontwikkeld.
Een kind groeit bijvoorbeeld op in een gezin waarin emoties nauwelijks worden besproken.
Niemand hoeft letterlijk te zeggen: Je mag geen hulp nodig hebben.
Toch kan uit honderden ervaringen langzaam een vergelijkbare levenshouding ontstaan.
Jaren later is er een volwassene die zelfstandig en succesvol functioneert maar bij problemen automatisch zegt: Ik los dit zelf wel op.
Op het werk lijkt dat innerlijke kracht.
In een relatie kan dezelfde beweging afstand creëren.
Tijdens stress of een periode van burnout kan zij een beperking worden, omdat hulp vragen bijna als persoonlijk falen voelt.
Een oud patroon kan dus ooit een begrijpelijke aanpassing zijn geweest en later mogelijkheden beperken.
Van verklaring naar nieuwe keuze
Binnen verschillende TA-tradities ontstonden begrippen rond vroege besluiten, verboden boodschappen en zogenaamde drivers.
Bekende thema's zijn bijvoorbeeld:
✼ Sterk moeten zijn.
✼ Perfect moeten zijn.
✼ Anderen tevreden moeten houden.
✼ Haast moeten maken.
✼ Voortdurend je best moeten doen.
Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Het zijn psychologische modellen, geen verborgen programma's die letterlijk in een kinderbrein kunnen worden aangetoond. Het gevaar ontstaat bovendien wanneer een verklaring een nieuwe identiteit wordt:
Ik ben nu eenmaal iemand die altijd sterk moet zijn.
Dan is een model dat meer vrijheid moest geven zelf een nieuw hokje geworden.
Interessanter is: Wanneer verschijnt dit patroon, wat probeert het voor mij te doen en heb ik deze reactie in deze situatie nog nodig?
Daar ontstaat mentale flexibiliteit. Niet doordat je het verleden ontkent, maar doordat je ontdekt dat een oude reactie niet de enige beschikbare reactie hoeft te zijn.
Je verleden kan helpen verklaren waarom een route vertrouwd voelt maar vertrouwd is niet hetzelfde als onvermijdelijk.
Een script kan daardoor ook verbonden worden met zelfeffectiviteit: het vertrouwen dat je door eigen handelen invloed kunt uitoefenen op een situatie. Wie zichzelf altijd als machteloos heeft ervaren, kan door kleine andere keuzes nieuwe informatie krijgen over wat wél beïnvloedbaar is.
Dat brengt ons bij een andere invloedrijke TA-gedachte: hoe kijk je fundamenteel naar jezelf en naar de ander?

7. Wat betekent ‘Ik ben oké – jij bent oké’?
Binnen de verdere ontwikkeling van Transactionele Analyse werden vier bekende levensposities onderscheiden:
- Ik ben oké – jij bent oké
- Ik ben oké – jij bent niet oké
- Ik ben niet oké – jij bent oké
- Ik ben niet oké – jij bent niet oké
Deze formuleringen zijn sterk met TA verbonden en werden bij een groot publiek bekend door Thomas Harris en zijn boek I'm OK — You're OK.
Het zijn geen vier permanente persoonlijkheidstypen.
Je kunt in verschillende situaties vanuit verschillende posities reageren.
Iemand die tegenover zijn leidinggevende voortdurend ervaart “jij weet het beter dan ik” kan thuis tegenover zijn kinderen gemakkelijk terechtkomen in “ik weet wat goed is voor jou.”
Een overtuiging wordt gedrag
Stel dat je verwacht dat collega's competenter zijn dan jij.
Tijdens een vergadering heb je een idee.
- Je zegt niets.
- Iemand anders stelt tien minuten later vrijwel hetzelfde voor.
- Iedereen reageert enthousiast.
Wat concludeer je? Zie je wel, zij kunnen dit beter.
Maar probeer de situatie eens verder te onderzoeken.
Vinden je collega's jouw ideeën werkelijk slecht?
Je hebt het idee niet uitgesproken.
Hoe zouden ze het dan hebben kunnen beoordelen?
Misschien wordt de oorspronkelijke overtuiging daardoor nauwkeuriger:
Tijdens grote vergaderingen houd ik ideeën vaak voor mezelf omdat ik vooraf verwacht dat anderen ze niet goed genoeg zullen vinden.
Het probleem is niet verdwenen, maar je kijkt er anders naar. Een fout betekent niet meteen dat je tekortschiet. Je kunt onderzoeken wat er gebeurde en wat je de volgende keer anders wilt doen.
Dat maakt verschil voor je zelfbeeld en eigenwaarde. Je hoeft jezelf niet langer te beoordelen op één mislukking. Vanuit die zelfacceptatie ontstaat ruimte voor zelfvertrouwen: niet omdat je zeker weet dat alles goed gaat, maar omdat je erop vertrouwt dat je met fouten en onzekerheid kunt omgaan.
Niet: Ik ben geweldig en iedereen zal mijn idee goed vinden.
Wel: Ik kan onzeker zijn en toch iets zeggen.
Dat kleine verschil kan grote gevolgen hebben.
✱ Misschien spreek je de volgende keer al vroeg in de vergadering.
✱ Misschien wordt je voorstel afgewezen en ontdek je dat je daarmee kunt omgaan.
✱ Misschien wordt je voorstel serieus genomen.
Beide ervaringen bevatten informatie die het oude patroon niet kon leveren zolang je zweeg.
Daar raakt TA aan een groeimindset: eigenschappen en gedrag hoeven niet als volledig vaststaand te worden gezien. Je kunt iets proberen, feedback krijgen, bijstellen en opnieuw handelen.
Ik ben nu eenmaal onzeker wordt dan minder definitief dan:
In deze situaties reageer ik vaak onzeker, en ik kan onderzoeken wat er gebeurt wanneer ik iets anders probeer.
Dat is een veel grotere wereld.
De positie Ik ben oké – jij bent oké betekent daarbij niet dat iedereen aardig, competent of betrouwbaar is. Je kunt iemand als mens serieus nemen en tegelijkertijd diens gedrag afwijzen.
Je kunt jezelf waardevol vinden en erkennen dat je een fout hebt gemaakt.
Daar ontstaat ruimte voor assertiviteit: jezelf serieus nemen zonder de ander automatisch kleiner te hoeven maken.
Maar Transactionele Analyse stopte niet toen Berne in 1970 overleed.
De methode van vandaag is breder dan de beroemde schema's uit zijn boeken.
8. Wat is Transactionele Analyse anno 2026?
Transactionele Analyse is veel meer dan het oorspronkelijke model van Ouder, Volwassene en Kind. Sinds Eric Berne heeft TA zich ontwikkeld tot een veelzijdige benadering die nog altijd wordt toegepast in therapie, coaching, onderwijs en organisaties.
Hedendaagse TA richt zich niet alleen op het herkennen van oude patronen, maar ook op het onderzoeken van relaties en het ervaren van nieuwe mogelijkheden.
A. Van etiketteren naar onderzoeken
Daar spreekt je Kind. Of: Dat is je Kritische Ouder.
Zulke uitspraken kunnen inzicht geven, maar mensen ook in hokjes plaatsen. Interessanter is de vraag waarom je in een bepaalde situatie zo reageert.
Wanneer je leidinggevende kritiek geeft en je onmiddellijk denkt Ik doe het ook nooit goed, kun je onderzoeken welke oude ervaring wordt geraakt.:
✳ Wat werd er werkelijk gezegd?
✳ Wat voelde je?
✳ Waarom reageerde je juist zo?
Zo ontstaat gewaarzijn en mogelijk meer psychische flexibiliteit: je herkent een automatische reactie zonder er meteen naar te hoeven handelen.
B. Van jezelf naar wat er tussen mensen gebeurt
Relationele ontwikkelingen binnen TA besteden meer aandacht aan patronen die mensen samen creëren.
Je partner maakt een opmerking, jij reageert geïrriteerd en je partner trekt zich terug. Voor je het weet, zitten jullie opnieuw in dezelfde ruzie.
In plaats van alleen te vragen Waarom reageer ik zo? of Waarom doet de ander dit?, onderzoek je:
Wat gebeurt er tussen ons waardoor we steeds in hetzelfde patroon belanden?
Hier raakt TA aan systemisch werk. Beide benaderingen onderzoeken hoe mensen elkaar beïnvloeden, ieder vanuit een eigen theoretische achtergrond.
C. Van begrijpen naar anders handelen
Weten waarom je steeds in de verdediging schiet, betekent nog niet dat je het morgen anders doet. Verandering vraagt ook om nieuwe ervaringen.
Stel dat je bij kritiek dit keer niet meteen reageert, maar vraagt: Welk onderdeel bedoel je precies?
Misschien ontdek je dat de kritiek minder groot is dan je dacht. Of dat je ermee kunt omgaan zonder jezelf te verdedigen.
Zo kan één andere reactie een vertrouwd patroon onderbreken. Zelfregulatie helpt om niet onmiddellijk vanuit spanning te handelen. Soms vraagt dat ook persoonlijke kracht: het ongemak verdragen en toch bewust kiezen.
Daarin ligt de blijvende waarde van Transactionele Analyse. Niet dat je altijd vanuit je Volwassene moet reageren, maar dat je steeds beter leert herkennen wanneer oude patronen je gedrag bepalen en wanneer je vrij bent om anders te handelen.
Dat brengt ons bij een belangrijke vraag: hoeveel wetenschappelijke ondersteuning bestaat er eigenlijk voor TA?

9. Wat weten we anno 2026 wetenschappelijk over Transactionele Analyse?
Het wetenschappelijke beeld van Transactionele Analyse (TA) is genuanceerd. De methode is meer dan een psychologische theorie uit de jaren zestig, maar de wetenschappelijke onderbouwing is nog niet zo sterk als die van de meest onderzochte behandelmethoden.
Een systematische review en exploratieve meta-analyse van Joel Vos en Biljana van Rijn bracht 41 klinische onderzoeken naar TA-behandelingen samen. De onderzoekers rapporteerden middelgrote tot grote verbeteringen in onder meer psychische klachten, sociaal functioneren en zelfeffectiviteit. Ook ten opzichte van controlecondities werden positieve effecten gevonden.
De meta-analyse verscheen online in 2022 en werd opgenomen in het mei-nummer van het Journal of Humanistic Psychology van 2026.
De resultaten zijn bemoedigend, maar de 41 onderzochte studies verschillen in opzet, kwaliteit, deelnemers en toepassing van TA. Daarom zijn grotere, onafhankelijke en goed gecontroleerde onderzoeken nodig om de conclusies steviger te onderbouwen.
Nieuwe ontwikkelingen in het onderzoek
In 2025 verscheen onderzoek naar Transactional Analysis Psychotherapy, een gestructureerde behandeling van zestien sessies voor lichte tot matige depressie.
In een kleine gecontroleerde pilot werden verbeteringen gevonden in depressie, angst, psychische belasting en kwaliteit van leven. De resultaten waren gunstig ten opzichte van gebruikelijke zorg en vergelijkbaar met die van een groep die cognitieve gedragstherapie (CGT) kreeg.
Toch is voorzichtigheid nodig. De CGT-groep telde slechts tien deelnemers. Dat is onvoldoende om te concluderen dat TA even effectief is als CGT. Vervolgonderzoek is noodzakelijk.
Het wetenschappelijke beeld laat daarmee drie dingen zien:
- TA beschikt over een groeiende onderzoeksliteratuur met positieve resultaten.
- De kwaliteit en onafhankelijkheid van het onderzoek verdienen verdere versterking.
- Positieve effecten van TA-psychotherapie bewijzen niet automatisch dat alle afzonderlijke TA-concepten wetenschappelijk zijn bevestigd.
Dat laatste is belangrijk. Ouder, Volwassene, Kind, games en scripts zijn psychologische modellen, geen letterlijk aantoonbare onderdelen van het brein.
Hun waarde ligt ook in wat ze je helpen ontdekken:
❉ Herken je door TA een patroon dat je eerder niet zag?
❉ Begrijp je beter waarom een gesprek telkens vastloopt?
❉ Lukt het je daardoor om anders te reageren?
Een psychologisch model hoeft niet alles te verklaren om je iets waardevols te laten ontdekken.
10. Hoe kun je zelf een terugkerend patroon met TA onderzoeken?
Kies een gesprek dat steeds ongeveer hetzelfde verloopt. Begin niet met je moeilijkste relatie, maar met een alledaagse irritatie: een terugkerende discussie met je partner, een botsing met een collega of een situatie waarin je telkens in de verdediging schiet.
Schrijf één recente gebeurtenis zo letterlijk mogelijk op. Bijvoorbeeld:
A: “Heb je dat formulier nou nog steeds niet verstuurd?”
B: “Je hoeft me niet voortdurend te controleren.”
A: “Als ik niets zeg, gebeurt er helemaal niets.”
B: “Prima. Zoek het dan zelf uit.”
Met Transactionele Analyse kun je dit gesprek stap voor stap onderzoeken. Niet om een schuldige aan te wijzen, maar om te ontdekken waar een andere reactie mogelijk wordt.
A. Stop: wat gebeurde er werkelijk?
Maak onderscheid tussen wat de ander zei en wat jij daarin hoorde.
Niet: Mijn partner behandelde mij als een klein kind.
Maar: Mijn partner vroeg waarom het formulier nog niet verstuurd was.
Wat maakte die vraag zo vervelend? De toon, het woord nog steeds of misschien eerdere ervaringen?
Let ook op je gevoelens en lichamelijke reacties.
Aandacht en lichaamsbewustzijn helpen je herkennen wanneer spanning oploopt, soms nog voordat je beseft dat je boos wordt.
B. Herken: welke egotoestanden spelen mee?
Onderzoek vanuit welke egotoestanden jullie mogelijk reageren.
De eerste opmerking klinkt misschien als een Kritische Ouder. Het antwoord “Je hoeft me niet voortdurend te controleren” kan passen bij een opstandig Kind. Vervolgens reageert de ander nog kritischer.
Gebruik deze begrippen niet als etiketten, maar als uitnodiging tot oprechte nieuwsgierigheid.
Hoe lokken jullie reacties elkaar uit?
C. Analyseer: waar ontstaat de herhaling?
Kijk wat er onder de woorden gebeurt.
Het formulier is niet verstuurd. Maar jij hoort misschien: Je bent onverantwoordelijk.
Je voelt irritatie, verdedigt jezelf en de ander gaat nog sterker controleren.
Daarmee wordt jouw overtuiging Mensen vertrouwen mij niet opnieuw bevestigd.
Zo ontstaat een herkenbare lus:
Vraag → kritiek horen → irritatie → verdedigen → meer controle → terugtrekken.
Nu zie je niet alleen dat het gesprek vastloopt, maar ook hoe dat gebeurt.
D. Kies: welke andere reactie is mogelijk?
Ga terug naar het moment waarop je automatisch in de verdediging schoot.
In plaats van “Je hoeft me niet voortdurend te controleren” kun je bijvoorbeeld antwoorden:
“Nee, ik heb het nog niet verstuurd. Ik doe het vanmiddag.”
Of:
“Ik merk dat ik me gecontroleerd voel. Kun je me gewoon vragen wanneer ik het ga doen?”
Dat vraagt assertiviteit: duidelijk zeggen wat je denkt of voelt zonder de ander aan te vallen.
Welke reactie maakt het oude vervolg minder vanzelfsprekend?
E. Probeer: maak de verandering klein
Neem je niet voor om voortaan altijd perfect te communiceren.
Kies één haalbare verandering.
Bijvoorbeeld:
Wanneer ik me gecontroleerd voel, stel ik eerst een vraag voordat ik mezelf verdedig.
Zo krijgt je intentie een concrete vorm. Je hoeft niet meteen je hele gedrag te veranderen. Eén andere reactie is voldoende om iets nieuws te proberen.
F. Ervaar: wat gebeurt er vervolgens?
Misschien reageert de ander anders. Misschien blijft alles hetzelfde. Beide ervaringen vertellen je iets.
Zelfregulatie helpt je om bij spanning niet onmiddellijk terug te vallen in je oude reactie. Soms vraagt dat persoonlijke kracht: rustig blijven, ook wanneer het gesprek ongemakkelijk wordt.
Maar niet iedere relatie verandert doordat jij anders communiceert. Als iemand je grenzen blijft overschrijden, kan afstand nemen verstandiger zijn dan opnieuw proberen het gesprek te verbeteren.
Ook dat is autonomie. Je mag vertrouwen op je eigen waarneming en vanuit zelfacceptatie erkennen dat niet alles jouw verantwoordelijkheid is.
G. Kijk opnieuw: waar herken je dit patroon nog meer?
Onderzoek of dezelfde reactie ook in andere situaties verschijnt.
Bij je partner, je ouders, vrienden of leidinggevenden?
Misschien ontdek je een oud script, een beperkende overtuiging of de gewoonte om pas je grenzen aan te geven wanneer de irritatie al hoog is opgelopen.
Daar ontstaat een nieuwe mogelijkheid: eerder iets zeggen, een vraag stellen, hulp vragen of bewust niet reageren zoals je gewend bent.
Door zulke kleine veranderingen te oefenen, groeit je mentale flexibiliteit. Je ontdekt dat er meer manieren zijn om met dezelfde situatie om te gaan.
De beweging is eenvoudig:
Stop → herken → ontleed → kies → probeer → ervaar → kijk opnieuw.
Verandering is zelden een rechte lijn. Soms herken je een oud patroon pas nadat je er opnieuw in bent beland maar iedere keer dat je het eerder opmerkt, ontstaat meer ruimte voor zelfleiderschap.
Je hoeft niet je hele persoonlijkheid te doorgronden om te beginnen. Eén terugkerend gesprek is genoeg.
Misschien verandert een oud patroon niet doordat je er eindeloos over nadenkt, maar doordat je op een vertrouwd moment eindelijk iets anders zegt.
11. Tenslotte
Sommige gesprekken verlopen zo voorspelbaar dat je de reactie van de ander al kent voordat die is uitgesproken. En voor je het weet, zeg je zelf precies wat je altijd zegt. Transactionele Analyse helpt je zulke patronen te herkennen en te ontdekken waar je ze kunt doorbreken.
Daarin ligt de vrijheid die Eric Berne autonomie noemde. Niet dat je nooit meer vanuit oude gewoonten reageert, maar dat je steeds vaker bewust kunt kiezen. Soms is één andere vraag, een duidelijke grens of een onverwachte reactie al genoeg om iets te veranderen. Want misschien is dat de belangrijkste ontdekking: als jij anders reageert, kan ook het gesprek een andere wending krijgen.
.
Bronnen
- Berne, Eric — Transactional Analysis: A New and Effective Method of Group Therapy.
- Berne, Eric — Transactional Analysis in Psychotherapy.
- Berne, Eric — Games People Play.
- Berne, Eric — What Do You Say After You Say Hello?
- Harris, Thomas A. — I'm OK — You're OK.
- Goulding, Robert & Goulding, Mary — werk over redecision therapy binnen Transactionele Analyse.
- Vos, Joel & Van Rijn, Biljana — The Evidence-Based Conceptual Model of Transactional Analysis: A Focused Review of the Research Literature.
- Vos, Joel & Van Rijn, Biljana — The Effectiveness of Transactional Analysis Treatments and Their Predictors: A Systematic Literature Review and Explorative Meta-Analysis.
- Vos, Joel & Van Rijn, Biljana — Brief Transactional Analysis Psychotherapy for Depression: A Pilot Controlled Trial With Block-Randomization.

