- 1. Wat is een wereldmodel?
- 2. Hoe ontstaat je wereldmodel?
- 3. Is je wereldmodel hetzelfde als de werkelijkheid?
- 4. Waarom hebben we een wereldmodel nodig?
- 5. Hoe kan een wereldmodel beperkend worden?
- 6. Welke filters beïnvloeden je wereldmodel?
- 7. Waarom zoeken we vaak bevestiging voor wat we al geloven?
- 8. Wat zijn aangrenzende mogelijkheden?
- 9. Hoe kunnen nieuwe ervaringen je wereldmodel veranderen?
- 10. Welke rol spelen bewustzijn en zelfreflectie?
- 11. Hoe kun je een wereldmodel verrijken?
- 12. Betekent een ruimer wereldmodel automatisch meer vrijheid?
- 13. Wat betekent het wereldmodel voor persoonlijke groei?
- 14. Tenslotte
Wereldmodel
Een wereldmodel is het geheel van verwachtingen, overtuigingen, kennis, herinneringen, waarden en interpretaties waarmee iemand zichzelf, andere mensen en de wereld probeert te begrijpen.
Je neemt de werkelijkheid namelijk niet simpelweg waar zoals een camera een beeld registreert.
Je hersenen selecteren informatie, herkennen patronen, vullen ontbrekende informatie aan en geven betekenis aan wat je waarneemt. Daarbij spelen eerdere ervaringen, emoties, verwachtingen en overtuigingen een belangrijke rol.
Je wereldmodel beïnvloedt daardoor wat je opmerkt, hoe je gebeurtenissen interpreteert en welke mogelijkheden je ziet.
Een bekende uitspraak vat dit treffend samen:
“De kaart is niet het gebied.”
Je wereldmodel is de kaart.
De werkelijkheid is het gebied.
En geen enkele kaart bevat het volledige landschap.
1. Wat is een wereldmodel?
Een wereldmodel kun je zien als een mentale voorstelling van hoe de werkelijkheid ongeveer in elkaar zit.
Daarin bevinden zich ideeën over bijvoorbeeld:
- jezelf;
- andere mensen;
- relaties;
- veiligheid en gevaar;
- oorzaak en gevolg;
- succes en mislukking;
- wat goed en verkeerd is;
- wat mogelijk en onmogelijk is;
- wat je van anderen kunt verwachten;
- wat je zelf denkt te kunnen.
Een kind kan bijvoorbeeld geleidelijk leren:
“Als ik om hulp vraag, komt er meestal iemand.”
Maar ook:
“Ik moet problemen zelf oplossen.”
Zulke verwachtingen kunnen later invloed hebben op gedrag en relaties.
Een wereldmodel bestaat daarom niet alleen uit bewuste ideeën.
Veel verwachtingen worden zo vanzelfsprekend dat iemand nauwelijks merkt dat het interpretaties zijn.
2. Hoe ontstaat je wereldmodel?
Een wereldmodel begint bij waarneming en ervaring.
Via zien, horen, voelen, ruiken en proeven komt informatie binnen. Maar die informatie krijgt pas betekenis doordat zij wordt geïnterpreteerd.
Daarbij spelen onder andere mee:
- eerdere ervaringen;
- opvoeding;
- cultuur;
- taal;
- herinneringen;
- emoties;
- persoonlijke waarden;
- kennis;
- sociale omgeving;
- overtuigingen.
Stel dat twee mensen tijdens een vergadering dezelfde kritische opmerking krijgen.
De één denkt:
“Interessant, hier kan ik iets mee.”
De ander:
“Zie je wel, ze vinden mij niet goed genoeg.”
De gebeurtenis is grotendeels dezelfde.
De betekenis verschilt.
Daarom bestaat er een voortdurende wisselwerking:
ervaring → interpretatie → wereldmodel → verwachting → nieuwe ervaring
Je wereldmodel wordt door ervaringen gevormd en beïnvloedt vervolgens hoe nieuwe ervaringen worden begrepen.
3. Is je wereldmodel hetzelfde als de werkelijkheid?
Nee.
Dat betekent niet dat iedere werkelijkheid volledig subjectief is.
Een rood verkeerslicht blijft bestaan wanneer iemand gelooft dat het groen is. Geldgebrek verdwijnt niet door er anders over te denken. Een lichamelijke beperking kan een reële grens stellen aan wat iemand kan doen.
Er bestaat dus een belangrijk verschil tussen de omstandigheden en de interpretatie van die omstandigheden.
Een wereldmodel probeert de werkelijkheid zo bruikbaar mogelijk te vertegenwoordigen, maar doet dat noodzakelijk onvolledig.
Dat verklaart de uitspraak:
“De kaart is niet het gebied.”
Een kaart van Rotterdam kan uitstekend zijn om een route te vinden zonder iedere boom, voordeur en stoeptegel weer te geven.
Een mentale kaart werkt vergelijkbaar.
We hebben vereenvoudigingen nodig om te kunnen functioneren.
Het probleem ontstaat wanneer we vergeten dat onze kaart een kaart is.
4. Waarom hebben we een wereldmodel nodig?
Zonder mentale modellen zou het dagelijks leven bijzonder ingewikkeld worden.
Je hoeft niet iedere ochtend opnieuw te ontdekken wat een deur is, hoe een fiets werkt of wat er waarschijnlijk gebeurt wanneer een verkeerslicht rood wordt.
Eerdere ervaringen maken voorspellingen mogelijk.
Dat bespaart tijd en aandacht.
Je wereldmodel helpt je daardoor om:
- situaties snel te herkennen;
- verwachtingen te vormen;
- beslissingen te nemen;
- gevaar in te schatten;
- sociale situaties te begrijpen;
- gedrag van anderen te voorspellen;
- doelen te kiezen.
Veel van deze processen verlopen grotendeels automatisch.
Dat is geen tekortkoming.
Het is juist noodzakelijk om in een complexe wereld te kunnen functioneren.
5. Hoe kan een wereldmodel beperkend worden?
Een wereldmodel wordt problematisch wanneer een interpretatie zo vast komt te staan dat relevante andere mogelijkheden nauwelijks meer worden gezien.
Een beperkende overtuiging kan daarin een belangrijke rol spelen.
Bijvoorbeeld:
“Ik ben niet creatief.”
Vanuit die overtuiging kan iemand creatieve activiteiten vermijden.
Daardoor ontstaan weinig ervaringen die de overtuiging tegenspreken.
Het patroon kan zichzelf vervolgens versterken:
beperkende overtuiging → selectieve aandacht → vermijding → weinig nieuwe ervaring → bevestiging van de overtuiging
Het wereldmodel bevat dan als het ware een weg die op de kaart als afgesloten staat aangegeven.
Misschien bestaat daar werkelijk een grens.
Maar misschien is de weg alleen nooit opnieuw onderzocht.
6. Welke filters beïnvloeden je wereldmodel?
Binnen NLP wordt vaak beschreven hoe mensen informatie weglaten, generaliseren en vervormen.
Deze begrippen kunnen helpen begrijpen waarom een wereldmodel nooit een volledige kopie van de werkelijkheid is.
Weglaten
We kunnen onmogelijk alles tegelijkertijd bewust waarnemen.
Focus betekent automatisch dat andere informatie minder aandacht krijgt.
Generaliseren
Generaliseren is noodzakelijk om te leren.
Wanneer je hebt geleerd wat een stoel is, hoef je niet ieder nieuw model volledig opnieuw te onderzoeken.
Maar generalisaties kunnen ook te breed worden:
“Eén relatie is mislukt, dus relaties werken voor mij niet.”
Vervormen
Nieuwe informatie wordt geïnterpreteerd vanuit bestaande verwachtingen en kennis.
Daardoor kan dezelfde gebeurtenis verschillende betekenissen krijgen.
Deze NLP-indeling is niet hetzelfde als een complete wetenschappelijke theorie over informatieverwerking. Binnen de psychologie worden verschillende begrippen gebruikt voor processen zoals selectieve aandacht, cognitieve vertekeningen, verwachtingen en confirmation bias.
Het bredere principe blijft echter belangrijk:
we nemen niet alle beschikbare informatie neutraal en in gelijke mate op.
7. Waarom zoeken we vaak bevestiging voor wat we al geloven?
Mensen hebben de neiging informatie gemakkelijker op te merken, te onthouden of te interpreteren wanneer die aansluit bij bestaande verwachtingen.
Een bekend psychologisch begrip hierbij is confirmation bias of bevestigingsvooroordeel.
Stel dat iemand gelooft:
“Mensen vinden mij saai.”
Tijdens een verjaardag ziet hij iemand gapen.
Dat valt onmiddellijk op.
Dat drie andere mensen geïnteresseerd vragen stellen, krijgt misschien minder betekenis.
De bestaande overtuiging beïnvloedt de focus.
Daardoor kan een zichzelf versterkende cirkel ontstaan:
overtuiging → focus → waarneming → interpretatie → bevestiging
Maar ook het omgekeerde is mogelijk.
Nieuwe informatie kan het wereldmodel onder druk zetten.
Soms wordt die informatie genegeerd.
Soms wordt de bestaande overtuiging aangepast.
En soms verandert het wereldmodel ingrijpend.
8. Wat zijn aangrenzende mogelijkheden?
Een wereldmodel hoeft niet volledig te worden vervangen om te kunnen groeien.
Vaak begint verandering met een mogelijkheid die dicht genoeg bij het bestaande wereldmodel ligt om serieus onderzocht te kunnen worden.
Stel dat iemand gelooft:
“Ik kan niet voor mezelf opkomen.”
De stap naar:
“Ik ben ontzettend assertief.”
kan ongeloofwaardig voelen.
Een aangrenzende mogelijkheid kan zijn:
“Misschien kan ik leren om in sommige situaties iets duidelijker mijn grens aan te geven.”
Daar ontstaat ruimte.
Niet doordat de oorspronkelijke overtuiging onmiddellijk verdwijnt, maar doordat zij niet langer de enige mogelijkheid bevat.
Vervolgens kan ervaring iets veranderen:
beperkende overtuiging → aangrenzende mogelijkheid → ander gedrag → nieuwe ervaring → helpende overtuiging → verrijkt wereldmodel
Iemand kan uiteindelijk werkelijk ontdekken:
“Ik dacht dat ik niet voor mezelf kon opkomen. Inmiddels weet ik dat ik het wel kan.”
Persoonlijke groei kan dus zowel bestaan uit het veranderen van overtuigingen als uit het toevoegen van nieuwe mogelijkheden aan het wereldmodel.
9. Hoe kunnen nieuwe ervaringen je wereldmodel veranderen?
Denken alleen is niet altijd voldoende om een wereldmodel te veranderen.
Ervaring kan bijzonder krachtig zijn.
Iemand kan honderd keer tegen zichzelf zeggen:
“Ik kan presenteren.”
Maar één presentatie waarin hij zenuwachtig is, toch doorgaat en merkt dat het redelijk goed gaat, kan veel meer informatie opleveren.
Er ontstaat dan iets nieuws:
“Blijkbaar kan ik gespannen zijn én toch presenteren.”
Die ervaring kan invloed hebben op zelfbeeld en zelfeffectiviteit.
Daarom is neuroplasticiteit relevant voor het bredere verhaal van persoonlijke groei: het brein blijft gedurende het leven veranderen onder invloed van leren en ervaring.
Een wereldmodel is dus geen bestand dat één keer in de jeugd wordt opgeslagen en daarna onveranderd blijft.
Het wordt voortdurend bijgewerkt.
10. Welke rol spelen bewustzijn en zelfreflectie?
Een wereldmodel werkt voor een groot deel vanzelfsprekend.
Juist daarom is bewustzijn belangrijk.
Je kunt pas onderzoeken hoe je iets interpreteert wanneer je enigszins kunt herkennen dat je interpreteert.
Zelfreflectie kan bijvoorbeeld het verschil zichtbaar maken tussen:
“Iedereen vindt mij onbekwaam.”
en:
“Ik ben bang dat anderen mij onbekwaam vinden.”
De eerste zin presenteert een interpretatie als feit.
De tweede maakt zichtbaar dat er ook een innerlijke verwachting meespeelt.
Daarmee is het probleem niet opgelost.
Er ontstaat wel mentale flexibiliteit.
De vraag wordt:
“Wat weet ik werkelijk, wat neem ik aan en welke andere verklaring is mogelijk?”
11. Hoe kun je een wereldmodel verrijken?
Een rijker wereldmodel betekent niet dat je steeds positiever moet denken.
Het betekent vooral dat je meer relevante mogelijkheden kunt zien zonder de werkelijkheid te ontkennen.
Dat kan ontstaan door:
- nieuwe ervaringen;
- gesprekken met mensen die anders denken;
- leren en kennis opdoen;
- reizen en andere culturen ontmoeten;
- zelfreflectie;
- creativiteit;
- visualiseren;
- fouten maken;
- feedback ontvangen;
- bestaande overtuigingen onderzoeken.
Ook NLP richt zich sterk op het onderzoeken van de persoonlijke kaart waarmee iemand de werkelijkheid interpreteert.
Mentale flexibiliteit helpt vervolgens om niet onmiddellijk aan één interpretatie vast te houden.
Creativiteit kan alternatieven bedenken.
Visualiseren kan zo'n mogelijkheid voorstelbaar maken.
En handelen kan laten zien wat daarvan in de werkelijkheid overeind blijft.
Dat laatste is essentieel.
Een wereldmodel wordt niet alleen rijker doordat je meer mogelijkheden bedenkt, maar vooral doordat je bereid bent ze aan de werkelijkheid te toetsen.
12. Betekent een ruimer wereldmodel automatisch meer vrijheid?
Een wereldmodel met meer bruikbare mogelijkheden kan meer keuzevrijheid geven.
Maar meer mogelijkheden betekent niet automatisch dat alles mogelijk is.
Sommige grenzen zijn werkelijk.
Omstandigheden, gezondheid, geld, sociale structuren, verantwoordelijkheden, toeval en andere mensen kunnen invloed hebben op wat iemand kan doen.
Daarom is de uitspraak:
“Je wordt alleen beperkt door je overtuigingen”
te eenvoudig.
Soms beperkt een overtuiging.
Soms beperkt de werkelijkheid.
En vaak beïnvloeden beide elkaar.
Persoonlijke groei vraagt daarom niet om iedere grens tot gedachte te verklaren.
De interessantere vraag is:
“Welke grens is werkelijk, welke grens neem ik aan en welke aangrenzende mogelijkheid heb ik nog niet onderzocht?”
13. Wat betekent het wereldmodel voor persoonlijke groei?
Het wereldmodel vormt een verbindend concept tussen veel onderwerpen binnen persoonlijke groei.
Een beperkende overtuiging kan mogelijkheden afsluiten.
Focus beïnvloedt welke informatie je opmerkt.
Perceptie beïnvloedt hoe informatie wordt geïnterpreteerd.
Emoties kleuren ervaringen en geven informatie over wat voor iemand betekenisvol is.
Zelfbeeld bevat overtuigingen over wie iemand denkt te zijn.
Zelfkennis maakt patronen herkenbaarder.
Mentale flexibiliteit maakt alternatieve perspectieven mogelijk.
Creativiteit bedenkt nieuwe mogelijkheden.
Visualiseren maakt een mogelijke werkelijkheid voorstelbaar.
Zelfeffectiviteit beïnvloedt of iemand verwacht daarin effectief te kunnen handelen.
En nieuwe ervaringen geven vervolgens informatie waarmee het wereldmodel opnieuw kan worden aangepast.
Daarom loopt persoonlijke groei zelden in een rechte lijn.
Het is eerder een voortdurende beweging:
wereldmodel → waarneming → interpretatie → gedrag → ervaring → aangepast wereldmodel
En soms:
beperkende overtuiging → aangrenzende mogelijkheid → nieuwe ervaring → helpende overtuiging → verrijkt wereldmodel
14. Tenslotte
Iedereen heeft een wereldmodel.
Dat is geen probleem dat moet worden opgelost, maar een noodzakelijke manier om met een complexe werkelijkheid om te gaan.
Het probleem ontstaat pas wanneer de kaart wordt aangezien voor het gebied.
“Ik kan dit niet.”
“Mensen zijn niet te vertrouwen.”
“Ik ben nu eenmaal zo.”
“Voor mij bestaat die mogelijkheid niet.”
Soms zijn zulke uitspraken gebaseerd op reële ervaringen.
Maar een ervaring uit het verleden hoeft niet altijd de volledige kaart voor de toekomst te bepalen.
Bewustzijn en zelfreflectie kunnen zichtbaar maken welke overtuigingen het wereldmodel sturen. Mentale flexibiliteit en creativiteit kunnen aangrenzende mogelijkheden openen. Visualiseren kan ze voorstelbaar maken. Handelen en nieuwe ervaringen kunnen vervolgens laten zien welke mogelijkheden werkelijk bestaan.
Daarmee is persoonlijke groei niet het vervangen van een zogenaamd verkeerd wereldmodel door het juiste.
Ook een nieuw wereldmodel blijft een kaart.
De ontwikkeling zit in het steeds opnieuw kunnen onderzoeken:
Wat weet ik?
Wat geloof ik?
Wat neem ik aan?
Wat heb ik nog niet gezien?
En welke mogelijkheid ligt misschien vlak naast de weg die ik al ken?
Een rijker wereldmodel maakt de wereld zelf niet onbeperkt.
Het kan er wel voor zorgen dat je meer van haar mogelijkheden kunt zien.
