Groeimindset

Een groeimindset is de overtuiging dat eigenschappen en vaardigheden niet volledig vaststaan, maar zich door leren, ervaring, inspanning en oefening kunnen ontwikkelen. Het begrip wordt vaak tegenover een vaste mindset geplaatst: de overtuiging dat kwaliteiten zoals intelligentie, talent of bekwaamheid grotendeels gegeven zijn.

Een groeimindset betekent niet dat iedereen alles kan bereiken zolang hij maar voldoende zijn best doet. Mensen verschillen in aanleg, mogelijkheden en omstandigheden. De kern is vooral dat wat iemand nu kan niet automatisch bepaalt wat iemand later kan leren.

Daardoor verandert ook de betekenis van fouten en tegenslagen. Ze kunnen nog steeds vervelend of teleurstellend zijn, maar hoeven niet het definitieve bewijs te vormen dat iemand ergens niet geschikt voor is.

1. Wat is een groeimindset?

Bij een groeimindset worden capaciteiten gezien als ontwikkelbaar. Iemand kan ergens nog niet goed in zijn en tegelijkertijd aannemen dat verbetering mogelijk is.

Dat kleine woord nog is belangrijk.

"Ik kan dit niet" klinkt als een conclusie. "Ik kan dit nog niet" laat een mogelijkheid open.

Daarmee raakt een groeimindset aan het Wereldmodel waarmee iemand gebeurtenissen interpreteert. Twee mensen kunnen dezelfde onvoldoende krijgen en er een totaal verschillende betekenis aan geven. De één ziet bevestiging van een gebrek aan talent, terwijl de ander vooral informatie ziet over wat nog geleerd moet worden.

De gebeurtenis verandert niet. De interpretatie ervan wel.

2. Wat is het verschil tussen een groei- en vaste mindset?

Bij een vaste mindset worden eigenschappen gemakkelijker gezien als relatief onveranderlijk: je bent ergens goed in of niet, intelligent of niet, creatief of niet.

Dat kan invloed hebben op keuzes.

Wie sterk gelooft dat talent vaststaat, kan bijvoorbeeld situaties vermijden waarin dat talent getest wordt. Een fout wordt dan bedreigend omdat deze iets lijkt te zeggen over wie iemand is.

Bij een groeimindset zegt dezelfde fout eerder iets over waar iemand zich bevindt in een leerproces.

Het verschil wordt bijvoorbeeld zichtbaar in:

  • omgaan met fouten;
  • reageren op kritiek;
  • nieuwe vaardigheden leren;
  • uitdagingen aangaan;
  • omgaan met tegenslag;
  • vergelijken met anderen.

In werkelijkheid hebben mensen meestal niet één vaste mindset. Iemand kan bij sport sterk in ontwikkeling geloven en tegelijkertijd denken absoluut geen talen te kunnen leren.

3. Welke rol speelt een beperkende overtuiging?

Een Beperkende overtuiging kan mogelijkheden al kleiner maken voordat iemand werkelijk heeft onderzocht wat haalbaar is.

Gedachten als "ik ben nu eenmaal niet creatief", "ik kan niet presenteren" of "wiskunde ligt mij gewoon niet" klinken als beschrijvingen van de werkelijkheid, maar kunnen ook conclusies zijn die in het verleden zijn ontstaan.

Dat betekent niet dat iedere beperking slechts een gedachte is. Er bestaan werkelijke verschillen in aanleg, vaardigheden en omstandigheden. Een groeimindset vraagt niet om die realiteit te ontkennen.

Interessanter is de vraag of iemand een huidige grens als definitieve grens beschouwt.

Daar ontstaat een verbinding tussen een groeimindset en Zelfkennis. Een realistisch beeld van wat je al kunt én wat nog ontwikkeling vraagt, is waardevoller dan jezelf simpelweg vertellen dat alles mogelijk is.

4. Waarom kunnen fouten belangrijk worden voor groei?

Fouten leveren informatie op. Ze maken zichtbaar waar kennis ontbreekt, welke aanpak niet werkt of welke vaardigheid nog onvoldoende ontwikkeld is.

Dat maakt fouten niet automatisch prettig.

Een onvoldoende kan teleurstellen. Kritiek kan pijn doen. Een mislukt project kan gevolgen hebben. Een groeimindset betekent niet dat zulke emoties moeten worden weggepoetst met positief denken.

De betekenis van de fout kan echter veranderen.

In plaats van:

"Ik heb gefaald, dus ik kan het niet."

kan de vraag ontstaan:

"Wat vertelt deze mislukking over wat ik nog moet leren?"

Dat verschil kan vooral belangrijk zijn wanneer Zelfbeeld en prestaties sterk met elkaar verbonden raken. Wie iedere mislukking ervaart als bewijs van persoonlijke tekortkoming, heeft meer te verliezen wanneer iets nieuws wordt geprobeerd.

5. Wat hebben zelfvertrouwen en eigenwaarde ermee te maken?

Een groeimindset kan samenhangen met Zelfvertrouwen, maar beide begrippen zijn niet hetzelfde.

Zelfvertrouwen gaat over vertrouwen in jezelf en je mogelijkheden. Een groeimindset gaat specifieker over de overtuiging dat ontwikkeling mogelijk is.

Iemand kan daarom weinig Zelfvertrouwen hebben bij een nieuwe vaardigheid en toch denken: ik ben hier nu slecht in, maar ik kan het leren.

Ook Eigenwaarde verdient onderscheid. Wanneer iemands waarde als persoon sterk afhankelijk wordt van prestaties, kunnen fouten bedreigender worden. Dan staat bij een mislukking niet alleen het resultaat ter discussie, maar gevoelsmatig de persoon zelf.

Zelfacceptatie biedt hier een aangrenzend perspectief. Accepteren waar je op dit moment staat en tegelijkertijd willen groeien zijn geen tegenstellingen. Juist een realistische erkenning van sterke en zwakke kanten kan een uitgangspunt voor ontwikkeling vormen.

6. Wat heeft neuroplasticiteit met een groeimindset te maken?

Een interessante aangrenzende verbinding is Neuroplasticiteit: het vermogen van het brein om onder invloed van ervaringen en leren te veranderen. Ook op volwassen leeftijd kunnen neurale verbindingen zich aanpassen.

Dat biedt een biologische achtergrond voor het eenvoudige gegeven dat mensen kunnen leren.

Maar Neuroplasticiteit bewijst niet dat ieder mens iedere vaardigheid onbeperkt kan ontwikkelen. Dat zou een te grote conclusie zijn.

Het interessante verband ligt ergens anders: ontwikkeling is niet uitsluitend een abstract idee. Leren en ervaring kunnen daadwerkelijk veranderingen in het functioneren van het brein begeleiden.

Daarmee krijgt "je kunt veranderen" een realistischer betekenis: niet alles is maakbaar, maar evenmin ligt alles onveranderlijk vast.

7. Kan een groeimindset ook doorslaan?

Ja. Het begrip kan problematisch worden wanneer groei wordt veranderd in een verplichting.

Dan ontstaat bijvoorbeeld de gedachte dat iedere beperking overwonnen moet worden, iedere tegenslag een kans moet zijn en iemand vooral harder moet proberen wanneer iets niet lukt.

Dat doet geen recht aan omstandigheden, aanleg, gezondheid, toeval en grenzen.

Ook kan een merkwaardige vorm van perfectionisme ontstaan: iemand vindt dat hij voortdurend moet leren, verbeteren en groeien.

Een groeimindset betekent echter niet dat stilstand verboden is.

Persoonlijke groei hoeft niet neer te komen op een permanent verbeterproject. Soms ligt ontwikkeling juist in Zelfacceptatie, het erkennen van een grens of het loslaten van een doel dat niet langer passend is.

8. Hoe beïnvloedt een groeimindset wat iemand ziet?

Een mindset beïnvloedt niet alleen hoe iemand achteraf over een gebeurtenis denkt, maar ook welke mogelijkheden überhaupt worden opgemerkt.

Wie ervan overtuigd is dat hij iets niet kan, zal een nieuwe mogelijkheid gemakkelijker negeren. Wie ontwikkeling mogelijk acht, kijkt eerder naar wat geleerd of geprobeerd kan worden.

Hier raakt een groeimindset opnieuw aan het Wereldmodel.

Maar er ontstaat ook een interessante verbinding met Visualiseren. Mensen kunnen zich een situatie voorstellen die nog niet bestaat: een vaardigheid die ze nog niet beheersen, een ander gedrag of een toekomstige mogelijkheid. Visualiseren gebruikt juist dat vermogen om een mogelijke situatie mentaal voor te stellen.

De verbeelding vervangt het handelen niet. Ze maakt wel zichtbaar dat de huidige werkelijkheid niet de enige denkbare werkelijkheid hoeft te zijn.

9. Waarom past een groeimindset bij persoonlijke groei?

Persoonlijke groei veronderstelt in zekere zin al dat verandering mogelijk is. Zonder die mogelijkheid zou ontwikkeling vooral betekenen dat iemand ontdekt wie hij altijd al was.

Een groeimindset voegt daar iets aan toe: wie iemand is, wordt mede gevormd door wat iemand leert, probeert en ervaart.

Dat betekent niet dat het bestaande Zelfbeeld moet worden afgewezen. Juist Zelfkennis maakt duidelijk waar mogelijkheden én grenzen liggen.

Daarom bestaat persoonlijke groei niet alleen uit groter, beter of sterker worden. Soms betekent groei een nieuwe vaardigheid ontwikkelen. Soms een Beperkende overtuiging herkennen. Soms Zelfvertrouwen opbouwen. En soms ontdekken dat een eerder nagestreefd ideaal helemaal niet meer past.

Een groeimindset houdt vooral de mogelijkheid open dat de persoon die vandaag iets nog niet kan, niet noodzakelijk dezelfde mogelijkheden heeft als de persoon die hij later kan worden.

10. Tenslotte

Een groeimindset gaat uiteindelijk niet over de overtuiging dat alles mogelijk is. Het gaat over het besef dat de huidige situatie niet altijd het eindpunt hoeft te zijn.

Vaardigheden kunnen groeien, kennis kan toenemen en ervaringen kunnen het Wereldmodel, Zelfbeeld en zelfs het brein beïnvloeden. Tegelijkertijd bestaan er echte grenzen en omstandigheden die niet verdwijnen door anders te denken.

Juist die combinatie voorkomt dat een groeimindset verandert in oppervlakkig positief denken.

De waarde ervan binnen persoonlijke groei ligt daarom niet in de gedachte "ik kan alles", maar in een veel realistischer mogelijkheid:

wat vandaag nog niet lukt, hoeft niet automatisch te bepalen wat morgen mogelijk is.


Reactie plaatsen