Vertrouwen
Vertrouwen wordt vaak gekoppeld aan zekerheid. We vertrouwen iemand omdat die betrouwbaar is gebleken, vertrouwen op onze eigen vaardigheden omdat we ervaring hebben opgebouwd of vertrouwen erop dat iets goedkomt omdat daar voldoende redenen voor lijken te zijn.
Maar onder deze vormen van vertrouwen kan nog iets fundamentelers liggen. Een vertrouwen dat geen bewijs, garantie of duidelijke reden nodig heeft. Het is moeilijk onder woorden te brengen, juist omdat iedere verklaring het al snel kleiner maakt.
Misschien komt één eenvoudige formulering er nog het dichtst bij:
Je weet het.
1. Wat is vertrouwen?
Meestal gebruiken we het woord vertrouwen voor iets waarop we vertrouwen. Je vertrouwt iemand, vertrouwt op je eigen kunnen of vertrouwt erop dat een afspraak wordt nagekomen. In al deze gevallen is er een object waarop het vertrouwen gericht is.
Het vertrouwen waar het hier om gaat, ligt dieper. Het is geen vertrouwen in jezelf, een ander, God, het universum of een goede afloop. Zodra we zeggen ‘ik vertrouw op…’, hebben we er eigenlijk al iets van gemaakt: degene die vertrouwt en datgene waarop vertrouwd wordt.
Het fundamentele vertrouwen lijkt aan dat onderscheid vooraf te gaan.
Vertrouwen zonder voorwaarde
Daarom is vertrouwen hier ook geen gewone overtuiging. Een overtuiging kun je onderzoeken, verdedigen, betwijfelen of veranderen. Dit vertrouwen probeert niets te bewijzen.
Het zegt niet:
- alles komt uiteindelijk goed;
- er is een plan voor mijn leven;
- ik word beschermd;
- alles gebeurt met een reden;
- ik zal altijd weten welke keuze juist is.
Geen van deze overtuigingen is noodzakelijk om te vertrouwen.
Misschien is zelfs het woord vertrouwen niet helemaal juist. Het is een naam voor iets wat zich nauwelijks laat benoemen.
Onder alle verklaringen blijft uiteindelijk alleen dat merkwaardige weten over:
Je weet het.
2. Wat betekent ‘je weet het’?
De vanzelfsprekende vraag is natuurlijk: wat weet je dan?
Precies daar wordt het moeilijk. Zodra je probeert te benoemen wat je weet, verandert het fundamentele weten in kennis over iets.
Je weet niet dat morgen alles goedkomt. Je weet niet dat je beschermd wordt of dat gebeurtenissen een bedoeling hebben. Je weet zelfs niet of de beslissing die je vandaag neemt uiteindelijk de juiste zal blijken.
Dit weten ligt vóór zulke conclusies. Het heeft geen duidelijk object en hoeft niet rationeel verklaard te kunnen worden.
Wanneer antwoorden verdwijnen
Juist wanneer antwoorden ontbreken, kan dit weten soms herkenbaar worden.
Je hebt nagedacht, gezocht, gepraat, scenario’s overwogen en geprobeerd te begrijpen wat je moet doen. Op een gegeven moment valt er niets meer op te lossen. Het denken kan nog steeds onrustig zijn, maar daaronder kan iets anders aanwezig blijven.
Geen antwoord.
Geen zekerheid.
Geen garantie.
En toch ook geen volledige leegte.
Je weet het.
3. Waarom heeft vertrouwen geen zekerheid nodig?
Zekerheid en vertrouwen lijken op elkaar, maar bewegen in verschillende richtingen.
Zekerheid probeert het onbekende kleiner te maken. We verzamelen informatie, maken plannen, berekenen risico’s en voorspellen wat waarschijnlijk zal gebeuren. Dat vermogen is waardevol. Rationeel denken en voorbereiding helpen ons om verstandige beslissingen te nemen.
Maar zekerheid bereikt altijd een grens.
Niemand weet welke ontmoetingen, verliezen, inzichten, mislukkingen of onverwachte mogelijkheden nog zullen verschijnen. Zelfs een zorgvuldig gepland leven kan door één gebeurtenis een andere richting krijgen.
Het fundamentele vertrouwen begint daarom niet wanneer voldoende zekerheid is verzameld. Het blijft juist over waar zekerheid niet meer kan komen.
Ook wanneer het niet goedkomt
Daarin verschilt vertrouwen van optimisme.
Optimisme kan zeggen: waarschijnlijk komt het goed.
Vertrouwen hoeft die belofte niet te bevatten.
Iets kan mislukken. Een geliefde kan wegvallen. Een keuze kan verkeerd blijken. Een toekomst waarop je rekende kan verdwijnen.
Vertrouwen ontkent die mogelijkheden niet. Het is geen bescherming tegen de werkelijkheid.
Misschien is het juist daarom fundamenteler dan de verwachting van een goede afloop.
4. Is vertrouwen hetzelfde als geloof?
Geloof kan uitdrukking geven aan vertrouwen, maar vertrouwen hoeft niet afhankelijk te zijn van geloof.
Een religieus mens kan een fundamentele oorsprong God noemen en daarin iets dragends ervaren. Een ander gelooft niet in God en kan toch datzelfde diepe vertrouwen herkennen.
Dat is mogelijk omdat dit vertrouwen geen verklaring nodig heeft.
Je hoeft niet te weten wie of wat je draagt. Misschien hoeft er zelfs niets te zijn dat jou draagt.
Zodra we spreken over God, het universum, de natuur, een bron of een kosmische bedoeling, hebben we het onbenoembare alweer een naam gegeven.
Die woorden hoeven niet verkeerd te zijn. Ze kunnen menselijke manieren zijn om uitdrukking te geven aan iets waarvoor nauwelijks taal bestaat.
Maar het vertrouwen zelf gaat eraan vooraf.
Het vraagt niet eerst waarin je gelooft.
Het is er voordat je probeert te verklaren waarom het er is.
5. Is vertrouwen altijd aanwezig?
Dat vertrouwen fundamenteel is, betekent niet dat iemand het voortdurend voelt.
Angst, verlies, verraad, onzekerheid en teleurstelling kunnen iemand het gevoel geven dat ieder vertrouwen verdwenen is. Wie diep gekwetst is, kan werkelijk het vertrouwen in andere mensen, zichzelf of de toekomst verliezen.
Maar het vertrouwen waar het hier om gaat bevindt zich nog onder die herkenbare vormen.
Een achtergrond die je niet altijd ziet
Het lijkt minder op een emotie dan op een achtergrond.
- Je hoeft vertrouwen daarom niet als rust te ervaren. Het hoeft niet warm, aangenaam of vredig te voelen.
- Aan de oppervlakte kunnen heel andere ervaringen aanwezig zijn:
- angst;
- twijfel;
- verdriet;
- boosheid;
- machteloosheid;
- verwarring.
Geen daarvan bewijst dat het fundamentele vertrouwen verdwenen is.
Misschien merken we deze ondergrond juist nauwelijks op zolang het leven gewoon doorgaat. Pas wanneer onze zekerheden wegvallen, kan zichtbaar worden dat er onder al het zoeken, controleren en begrijpen nog iets anders bestaat.
6. Kun je vertrouwen leren?
Als vertrouwen werkelijk zo fundamenteel is, wordt ook deze vraag merkwaardig.
Hoe leer je iets wat niet eerst gemaakt hoeft te worden?
Andere vormen van vertrouwen kunnen wel groeien. Zelfvertrouwen kan zich ontwikkelen door ervaring. Vertrouwen in een ander kan langzaam ontstaan en na beschadiging opnieuw worden opgebouwd.
Maar het vertrouwen waar het hier om gaat hoeft misschien niet geproduceerd te worden.
Misschien hoeft er vooral iets weg
Wat wel kan veranderen, is hoeveel er tussen ons en dat vertrouwen in komt te staan.
Dat kunnen bijvoorbeeld zijn:
- de behoefte aan volledige controle;
- angst voor het onbekende;
- beperkende overtuigingen;
- de behoefte om alles te verklaren;
- de gedachte dat je eerst zekerheid nodig hebt voordat je verder kunt.
Ontwikkeling hoeft dan niet te betekenen dat je steeds meer vertrouwen verzamelt.
Misschien bestaat zij soms juist uit het wegvallen van wat verhindert dat je herkent wat er al was.
Dat maakt vertrouwen ook iets anders dan passiviteit. Het vertelt je niet dat je moet wachten of juist moet handelen. Vanuit vertrouwen kun je een grens stellen, vertrekken, opnieuw beginnen, een risico nemen of besluiten dat dit nog niet het moment is.
Vertrouwen schrijft de beweging niet voor.
7. Waarom is vertrouwen belangrijk voor persoonlijk meesterschap?
Persoonlijk meesterschap gaat over bewust deelnemen aan je eigen leven. Je maakt keuzes, neemt verantwoordelijkheid, ontwikkelt zelfkennis en geeft richting aan wat binnen je bereik ligt.
Maar meesterschap kan nooit betekenen dat je het bestaan volledig beheerst.
Daarvoor is de werkelijkheid te groot en de toekomst te onbekend.
Vertrouwen is daarom niet zomaar één onderdeel van persoonlijk meesterschap, naast bijvoorbeeld zelfkennis, verantwoordelijkheid of zelfleiderschap.
Het ligt eronder.
Waar meesterschap ophoudt
- Je kunt onderzoeken.
- Je kunt voorbereiden.
- Je kunt kiezen.
- Je kunt handelen.
- Je kunt leren van wat er gebeurt en vervolgens opnieuw richting geven.
Maar hoe ontwikkeld je persoonlijk meesterschap ook wordt, er blijft altijd iets wat je niet weet.
- Je kent de volledige route niet.
- Je kent de gevolgen van iedere keuze niet.
- Je weet niet welke mogelijkheden later zichtbaar zullen worden.
Op een bepaald punt kun je niets meer toevoegen door harder te denken of meer controle uit te oefenen.
Daar komt persoonlijk meesterschap bij zijn grens.
En daar blijkt vertrouwen geen tekort aan kennis te zijn, maar de grond waarop je verder kunt.
Je weet het.
8. Tenslotte
Misschien ontstaat het probleem met vertrouwen zodra we het volledig proberen te verklaren.
We maken er een gevoel van, een overtuiging, een psychologisch vermogen, een religieus geloof of een spiritueel beginsel van. Al die perspectieven kunnen iets over vertrouwen zeggen, maar geen ervan hoeft volledig te bevatten waar het naar verwijst.
Het fundamentele vertrouwen heeft geen belofte nodig. Het zegt niet dat alles goedkomt, dat alles een bedoeling heeft of dat er ergens iets of iemand over je waakt.
Het hoeft zelfs niet te vertellen waarop je vertrouwt.
Daarom blijft er uiteindelijk zo weinig over om te zeggen.
Je weet het
Wat weet je?
Op het moment dat die vraag verschijnt, begint het denken alweer te zoeken naar een antwoord. Dat is niet verkeerd. We hebben taal en denken nodig om onze ervaringen begrijpelijk te maken.
Maar misschien bestaat er vlak vóór dat antwoord iets wat niet bewezen, verdedigd of verklaard hoeft te worden.
Iets dat geen naam nodig heeft om er te zijn.
We noemen het vertrouwen.
Maar misschien is zelfs dat al te veel gezegd.
je weet het.
