Eigenwaarde

Eigenwaarde gaat over de waarde die iemand aan zichzelf toekent als persoon. Het heeft te maken met het gevoel dat je ertoe doet en dat je respect, zorg en ruimte verdient — ook wanneer je fouten maakt, ergens niet goed in bent of niet aan verwachtingen voldoet.

Eigenwaarde wordt gemakkelijk verward met zelfvertrouwen. Toch is er een belangrijk verschil. Zelfvertrouwen gaat vooral over wat je denkt te kunnen. Eigenwaarde raakt sterker aan hoe je jezelf waardeert.

Iemand kan bijvoorbeeld veel zelfvertrouwen hebben in zijn werk en tegelijkertijd sterk twijfelen aan zijn eigen waarde wanneer hij wordt afgewezen of kritiek krijgt.

Eigenwaarde staat bovendien niet volledig vast. Ervaringen, relaties, overtuigingen en de betekenis die iemand aan gebeurtenissen geeft, kunnen invloed hebben op hoe iemand zichzelf waardeert.

1. Wat is eigenwaarde?

Eigenwaarde heeft betrekking op de algemene waardering die iemand voor zichzelf ervaart.

Daarbij gaat het niet alleen om positieve eigenschappen.

Een relatief stabiele eigenwaarde kan juist betekenen dat iemand kan erkennen:

  • ik heb sterke en zwakke kanten;
  • ik maak fouten;
  • niet iedereen hoeft mij aardig te vinden;
  • ik kan ergens slecht in zijn;
  • ik hoef niet voortdurend iets te bewijzen;
  • een mislukking bepaalt niet mijn volledige waarde als persoon.

Dat maakt eigenwaarde iets anders dan jezelf geweldig vinden.

Het gaat eerder om een fundamenteel gevoel:

"Ook wanneer iets niet lukt, blijf ik als persoon van waarde."

2. Wat is het verschil tussen eigenwaarde, zelfbeeld en zelfvertrouwen?

Deze begrippen liggen dicht bij elkaar en beïnvloeden elkaar, maar hebben ieder een ander accent.

A - Zelfbeeld

Het zelfbeeld bevat ideeën en overtuigingen over wie je bent.

Bijvoorbeeld:

"Ik ben rustig."
"Ik ben sociaal."
"Ik ben onzeker."

B - Zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen gaat meer over vertrouwen in je mogelijkheden.

"Ik denk dat ik deze presentatie aankan."

C - Eigenwaarde

Eigenwaarde raakt aan de waardering van jezelf als persoon.

"Ook wanneer die presentatie mislukt, maakt dat mij niet minder waard."

Het onderscheid wordt duidelijk bij tegenslag.

zelfbeeld: wat zegt dit over mij?
zelfvertrouwen: kan ik dit?
eigenwaarde: wat doet dit met hoe ik mezelf waardeer?

De drie kunnen elkaar beïnvloeden zonder hetzelfde te zijn.

3. Hoe ontstaat eigenwaarde?

Eigenwaarde ontwikkelt zich door een combinatie van persoonlijke ervaringen en sociale invloeden.

Ervaringen met bijvoorbeeld waardering, afwijzing, succes, falen, verbondenheid en vergelijking kunnen allemaal bijdragen aan de manier waarop iemand zichzelf gaat beoordelen.

Ook opvoeding en sociale omgeving kunnen invloed hebben.

Een kind dat vooral waardering ervaart wanneer het goed presteert, kan bijvoorbeeld de conclusie ontwikkelen:

"Ik ben waardevol wanneer ik succesvol ben."

Dat kan later onderdeel worden van het wereldmodel.

Een andere mogelijkheid is:

"Presteren is belangrijk, maar mijn waarde als persoon hangt niet uitsluitend af van mijn prestaties."

De ervaring uit het verleden verandert daarmee niet.

De mogelijke betekenis ervan wordt ruimer.

4. Hoe kunnen beperkende overtuigingen eigenwaarde beïnvloeden?

Een beperkende overtuiging kan diep verweven raken met eigenwaarde.

Voorbeelden zijn:

  • ik ben niet goed genoeg;
  • ik doe er niet toe;
  • ik moet mij bewijzen;
  • ik mag geen fouten maken;
  • anderen zijn belangrijker dan ik;
  • ik moet aardig gevonden worden om waardevol te zijn.

Wanneer zulke gedachten vaak terugkeren, kunnen ze steeds vanzelfsprekender gaan voelen.

Er kan bijvoorbeeld een patroon ontstaan:

fout → "ik ben niet goed genoeg" → schaamte → vermijden → minder nieuwe ervaring

Maar juist rond zo'n overtuiging kunnen aangrenzende mogelijkheden ontstaan.

Een fout kan ook betekenen:

→ Ik beheers dit nog niet.
→ Mijn voorbereiding was onvoldoende.
→ Iedereen maakt fouten.
→ Ik kan hiervan leren.
→ Mijn prestatie en mijn waarde zijn niet hetzelfde.

De beperkende overtuiging kan uiteindelijk veranderen, terwijl tegelijkertijd het wereldmodel rondom de ervaring wordt verrijkt.

5. Waarom kunnen perfectionisme en vergelijking eigenwaarde beïnvloeden?

Wanneer eigenwaarde sterk afhankelijk wordt van prestaties, uiterlijk, waardering of succes, ontstaat een kwetsbare basis.

Perfectionisme kan dat versterken.

De lat wordt dan bijvoorbeeld:

"Het is pas goed wanneer ik geen fouten maak."

Een goed resultaat geeft misschien tijdelijk voldoening, maar de volgende prestatie moet opnieuw bewijzen dat iemand voldoet.

Sociale vergelijking kan vergelijkbaar werken.

Er is vrijwel altijd iemand die:

  • succesvoller is;
  • aantrekkelijker lijkt;
  • meer verdient;
  • verder in zijn carrière is;
  • ergens beter in is.

Vergelijken is op zichzelf normaal en kan zelfs informatie of inspiratie opleveren.

Het wordt problematischer wanneer de vergelijking voortdurend verandert in een oordeel over de eigen waarde:

"Zij is succesvoller, dus ik ben minder."

Daar worden twee verschillende zaken aan elkaar gekoppeld.

6. Welke rol speelt de innerlijke criticus?

Veel mensen herkennen een interne stroom van zelfkritische gedachten.

Na een fout klinkt bijvoorbeeld:

"Wat ben ik toch dom."

Of:

"Natuurlijk lukt het mij weer niet."

Zelfkritiek hoeft niet altijd negatief te zijn. Het vermogen om eigen gedrag kritisch te beoordelen kan juist belangrijk zijn voor leren en zelfkennis.

Het verschil zit in wat er wordt beoordeeld.

Vergelijk:

"Ik heb dit niet goed aangepakt."

met:

"Ik ben waardeloos."

De eerste uitspraak beoordeelt gedrag.

De tweede maakt van een gebeurtenis een oordeel over de hele persoon.

Bewustzijn van dat verschil kan aangrenzende interpretaties zichtbaar maken zonder dat fouten of verantwoordelijkheid hoeven te worden ontkend.

7. Wat heeft zelfacceptatie met eigenwaarde te maken?

Zelfacceptatie betekent niet dat iemand alles aan zichzelf geweldig moet vinden of niets meer hoeft te veranderen.

Het betekent eerder dat de huidige werkelijkheid erkend kan worden zonder dat persoonlijke waarde volledig afhankelijk wordt gemaakt van verbetering.

Daar zit een belangrijke paradox:

Je kunt jezelf accepteren én willen groeien.

Iemand kan bijvoorbeeld denken:

"Ik vind het moeilijk om voor mezelf op te komen."

Zelfacceptatie zegt dan niet:

"Dus daar hoef ik niets aan te veranderen."

Er kan ook staan:

"Dit vind ik momenteel moeilijk en ik kan leren assertiever te worden."

Acceptatie en ontwikkeling hoeven daardoor geen tegenpolen te zijn.

Een stabielere eigenwaarde kan juist ruimte geven om zwakke kanten te onderzoeken zonder dat iedere tekortkoming als bedreiging voor het hele zelfbeeld voelt.

8. Hoe beïnvloeden grenzen en assertiviteit eigenwaarde?

Eigenwaarde wordt niet alleen zichtbaar in gedachten over jezelf, maar ook in relaties.

Wie diep vanbinnen gelooft dat de behoeften van anderen altijd belangrijker zijn, kan moeite hebben met grenzen stellen.

Dan kan bijvoorbeeld ontstaan:

"Als ik nee zeg, ben ik egoïstisch."

Assertiviteit opent een aangrenzende mogelijkheid:

"Ik kan rekening houden met een ander én aangeven wat voor mij belangrijk is."

Hetzelfde geldt voor grenzen stellen.

Een grens betekent niet noodzakelijk dat iemand de ander afwijst. Het kan ook betekenen dat iemand de eigen tijd, energie, veiligheid of persoonlijke waarden serieus neemt.

Eigenwaarde krijgt daarmee een sociale kant:

hoeveel ruimte durf ik mezelf toe te kennen tussen andere mensen?

9. Kan eigenwaarde veranderen door nieuwe ervaringen?

Eigenwaarde wordt niet uitsluitend door gedachten gevormd.

Ervaringen kunnen bestaande overtuigingen bevestigen, maar ook nieuwe informatie toevoegen.

Iemand die denkt:

"Mijn mening doet er niet toe"

kan bijvoorbeeld tijdens een vergadering toch iets zeggen en merken dat anderen serieus luisteren.

Eén ervaring verandert een diepgewortelde overtuiging waarschijnlijk niet onmiddellijk.

Maar er ontstaat wel iets nieuws.

"Niemand neemt mij serieus"

krijgt gezelschap van:

"Deze keer werd er wel naar mij geluisterd."

Wanneer vergelijkbare ervaringen zich herhalen, kan een nieuwe overtuiging steeds geloofwaardiger worden.

Hier raakt eigenwaarde aan zelfeffectiviteit: ervaren dat eigen handelen daadwerkelijk verschil kan maken, kan invloed hebben op hoe iemand naar zichzelf en zijn mogelijkheden kijkt.

10. Betekent een gezonde eigenwaarde dat je altijd positief over jezelf denkt?

Nee.

Een gezonde eigenwaarde betekent niet dat onzekerheid, teleurstelling of zelfkritiek verdwijnen.

Iemand kan denken:

"Dat heb ik slecht gedaan."

zonder daaruit te concluderen:

"Dus ik ben slecht."

Dat onderscheid is fundamenteel.

Een stabielere eigenwaarde laat ruimte voor:

  • fouten;
  • onzekerheid;
  • kritiek;
  • verandering;
  • sterke kanten;
  • tekortkomingen;
  • succes én mislukking.

Daarmee wordt eigenwaarde geen voortdurende positieve beoordeling van jezelf.

Het wordt juist minder noodzakelijk om jezelf voortdurend te beoordelen.

11. Wat betekent eigenwaarde voor persoonlijke groei?

Persoonlijke groei kan gemakkelijk veranderen in een zoektocht naar een betere versie van jezelf.

Meer zelfvertrouwen. Meer discipline. Meer succes. Meer controle.

Daaronder kan ongemerkt een beperkende overtuiging liggen:

"Zoals ik nu ben, ben ik nog niet goed genoeg."

Dan wordt groei een voorwaarde voor eigenwaarde.

Maar er bestaat een aangrenzende mogelijkheid:

"Ik ben van waarde én ik kan mij ontwikkelen."

Dat kleine woord én verandert veel.

Zelfacceptatie hoeft ontwikkeling niet tegen te houden. Zelfkennis hoeft niet tot zelfkritiek te leiden. En een groeimindset hoeft niet te betekenen dat alles aan jezelf voortdurend verbeterd moet worden.

Persoonlijke groei kan dan ontstaan vanuit nieuwsgierigheid en ontwikkeling, in plaats van vanuit de noodzaak om eerst waardevol te moeten worden.

12. Tenslotte

Eigenwaarde gaat niet over perfect zijn, jezelf voortdurend geweldig vinden of nooit meer aan jezelf twijfelen.

Het gaat dieper.

Het raakt aan de vraag hoeveel persoonlijke waarde iemand zichzelf toekent wanneer prestaties, waardering en omstandigheden even worden weggedacht.

Ervaringen kunnen dat gevoel beïnvloeden. Hetzelfde geldt voor zelfbeeld, perfectionisme, sociale vergelijking en een beperkende overtuiging.

Maar die invloeden hoeven niet onveranderlijk te blijven.

Nieuwe ervaringen kunnen nieuwe informatie geven. Een beperkende overtuiging kan veranderen. Zelfacceptatie kan naast ontwikkeling bestaan. En aangrenzende mogelijkheden kunnen een wereldmodel verrijken waarin persoonlijke waarde eerst afhankelijk leek van slechts enkele voorwaarden.

Zo kan:

"Ik ben waardevol als ik voldoe"

geleidelijk ruimte maken voor:

"Mijn prestaties kunnen veranderen, mijn mogelijkheden kunnen groeien en anderen kunnen verschillend over mij denken — zonder dat mijn waarde als persoon daarvan volledig afhankelijk hoeft te zijn."

Daarmee wordt eigenwaarde geen eindpunt van persoonlijke groei.

Het kan juist een basis worden van waaruit groei mogelijk is.