- 1. Wat is zelfleiderschap?
- 2. Waarin verschilt zelfleiderschap van zelfdiscipline?
- 3. Waarom begint zelfleiderschap met zelfkennis?
- 4. Hoe beïnvloedt je wereldmodel je zelfleiderschap?
- 5. Wat hebben autonomie en verantwoordelijkheid ermee te maken?
- 6. Welke plaats hebben emoties binnen zelfleiderschap?
- 7. Hoe geeft intentie richting aan zelfleiderschap?
- 8. Is zelfleiderschap alleen psychologisch?
- 9. Hoe past zelfleiderschap binnen persoonlijk meesterschap?
- 10. Tenslotte
Zelfleiderschap
Zelfleiderschap betekent dat je bewust richting geeft aan je eigen keuzes, gedrag en ontwikkeling. Het gaat niet om volledige controle over jezelf of je leven, maar om het vermogen te herkennen wat voor jou belangrijk is en daar zo bewust mogelijk naar te handelen.
Daarvoor is meer nodig dan discipline. Zelfleiderschap raakt ook aan zelfkennis, persoonlijke waarden, emoties, autonomie, verantwoordelijkheid en het vermogen je koers bij te stellen wanneer omstandigheden veranderen.
Binnen persoonlijk meesterschap vormt zelfleiderschap daarmee een belangrijke schakel tussen weten wie je bent en richting geven aan hoe je leeft.
1. Wat is zelfleiderschap?
Zelfleiderschap is het vermogen invloed uit te oefenen op je eigen denken, motivatie en gedrag. In plaats van uitsluitend te reageren op omstandigheden, gewoonten of verwachtingen van anderen, probeer je bewust te bepalen welke richting je wilt volgen.
Dat kan onder meer betekenen dat je:
bewust keuzes maakt;
verantwoordelijkheid neemt voor je gedrag;
rekening houdt met je persoonlijke waarden;
grenzen herkent en aangeeft;
aandacht en energie gericht inzet;
met emoties en tegenslag omgaat;
een eenmaal gekozen richting opnieuw durft te beoordelen.
Zelfleiderschap betekent dus niet dat je altijd precies weet wat je moet doen. Juist omgaan met twijfel en veranderende omstandigheden hoort erbij.
Leiding geven zonder alles te beheersen
Het woord leiderschap kan de indruk wekken dat je jezelf voortdurend onder controle moet hebben. Dat is niet wat ermee wordt bedoeld.
Soms betekent zelfleiderschap doorzetten. Op een ander moment kan stoppen, hulp vragen of van koers veranderen juist de bewustere keuze zijn.
2. Waarin verschilt zelfleiderschap van zelfdiscipline?
Zelfdiscipline gaat vooral over het vermogen gedrag vol te houden wanneer iets inspanning vraagt of wanneer een aantrekkelijker alternatief zich aandient.
Zelfleiderschap is breder. Het stelt ook de vraag waarom je iets volhoudt.
Iemand kan bijvoorbeeld jarenlang uiterst gedisciplineerd aan een carrière werken die voornamelijk gekozen is vanwege verwachtingen van anderen. Er is dan volop zelfdiscipline, terwijl vanuit zelfleiderschap een andere vraag relevant wordt:
Wil ik deze richting eigenlijk nog wel volgen?
Zelfregulatie, focus en zelfdiscipline helpen gedrag te sturen. Zelfleiderschap helpt mede bepalen waartoe je deze vermogens inzet.
3. Waarom begint zelfleiderschap met zelfkennis?
Richting geven aan jezelf wordt moeilijk wanneer je nauwelijks weet wat je belangrijk vindt, waar je automatisch op reageert of welke patronen steeds terugkeren.
Zelfkennis kan inzicht geven in onder andere:
- waarden en behoeften;
- sterke en kwetsbare kanten;
- terugkerende gedachten;
- emotionele reacties;
- gewoonten;
- persoonlijke grenzen;
- verlangens en verwachtingen.
Zelfreflectie helpt vervolgens om ervaringen opnieuw te bekijken.
Jezelf kennen is nooit af
Zelfkennis is geen definitief dossier over wie je bent. Nieuwe situaties kunnen kanten van jezelf zichtbaar maken die eerder nauwelijks aan bod kwamen.
Daarom kan ook het zelfbeeld veranderen.
Wie jarenlang denkt “Ik ben nu eenmaal geen leider” kan in een nieuwe situatie ontdekken dat initiatief nemen wel degelijk mogelijk is. Zo levert handelen weer nieuwe informatie over jezelf op.
Zelfleiderschap ontwikkelt zich daardoor voortdurend in wisselwerking met ervaring.
4. Hoe beïnvloedt je wereldmodel je zelfleiderschap?
Iedereen kijkt vanuit een eigen wereldmodel naar zichzelf en zijn omgeving. Ervaringen, opvoeding, cultuur, overtuigingen en verwachtingen beïnvloeden wat iemand als waarschijnlijk, wenselijk of mogelijk beschouwt.
Binnen zo'n wereldmodel kunnen beperkende overtuigingen ontstaan.
- Ik kan geen leiding nemen.
- Ik ben niet iemand die risico's neemt.
- Anderen weten beter wat goed voor mij is.
Wanneer zulke overtuigingen nauwelijks worden onderzocht, kunnen ze het gedrag gaan sturen. Iemand vermijdt bepaalde situaties en doet daardoor weinig nieuwe ervaringen op die de overtuiging kunnen nuanceren.
Een mogelijkheid hoeft niet meteen groot te zijn
Een alternatief voor “Ik kan geen leiding nemen” hoeft niet onmiddellijk “Ik ben een geweldige leider” te zijn.
Een veel geloofwaardiger gedachte kan zijn:
Misschien kan ik tijdens één overleg wat vaker initiatief nemen.
Dat is een aangrenzende mogelijkheid: niet het tegenovergestelde van wat iemand gelooft, maar een nabije mogelijkheid die nog onderzocht kan worden.
Nieuwe ervaringen kunnen vervolgens een beperkende overtuiging veranderen in een meer helpende overtuiging. Tegelijkertijd wordt het wereldmodel ruimer.
Niet iedere grens zit overigens in het hoofd. Werkelijke omstandigheden en beperkingen bestaan ook. Zelfleiderschap vraagt daarom mede om onderscheid tussen wat werkelijk niet mogelijk is en wat vooral nog niet onderzocht is.
5. Wat hebben autonomie en verantwoordelijkheid ermee te maken?
Autonomie gaat over de mate waarin je jezelf kunt herkennen in je keuzes. Dat betekent niet dat je niemand nodig hebt of je niets aantrekt van anderen.
Juist binnen relaties, werk en samenleving blijft de vraag relevant:
In hoeverre kies ik bewust en in hoeverre volg ik automatisch?
Daar hoort verantwoordelijkheid bij.
Verantwoordelijkheid is geen almacht
Persoonlijke verantwoordelijkheid betekent niet dat je verantwoordelijk bent voor alles wat je overkomt.
Je hebt geen volledige controle over:
- andere mensen;
- verlies en toeval;
- maatschappelijke omstandigheden;
- je verleden;
- alle lichamelijke of praktische beperkingen.
Zelfleiderschap richt zich daarom vooral op de ruimte die binnen een situatie aanwezig is.
Soms is die ruimte groot. Soms heel klein.
De relevante vraag is niet voortdurend “Hoe krijg ik alles onder controle?”, maar eerder: “Waar kan ik hier daadwerkelijk invloed op uitoefenen?”
6. Welke plaats hebben emoties binnen zelfleiderschap?
Zelfleiderschap is geen overwinning van rationeel denken op emoties.
Emoties kunnen juist belangrijke informatie bevatten. Angst kan bijvoorbeeld wijzen op gevaar, maar ook op onzekerheid tegenover iets onbekends. Boosheid kan samenhangen met een ervaren grensoverschrijding. Enthousiasme kan laten zien dat iets betekenisvol of aantrekkelijk voelt.
Emotionele intelligentie helpt om zulke signalen beter te herkennen en begrijpen.
Dat betekent niet dat iedere emotie gevolgd moet worden.
Een emotie is informatie, geen automatische opdracht.
Zelfleiderschap ontstaat mede in de ruimte tussen wat je voelt en wat je vervolgens besluit te doen.
7. Hoe geeft intentie richting aan zelfleiderschap?
Een doel beschrijft meestal wat iemand wil bereiken. Een intentie kan ook uitdrukken vanuit welke richting of houding iemand wil handelen.
Iemand kan bijvoorbeeld het doel hebben een eigen bedrijf op te bouwen, maar daarbij de intentie hebben om creativiteit, vrijheid of maatschappelijke betekenis centraal te stellen.
Intentie vormt daarmee een verbinding tussen innerlijke richting en concreet gedrag.
Psychologie en spiritualiteit
Psychologisch kan een bewuste intentie invloed hebben op aandacht, motivatie en gedrag. Wie ergens bewust op gericht is, zal bepaalde informatie en mogelijkheden eerder opmerken.
Binnen verschillende spirituele tradities krijgt intentie daarnaast een diepere betekenis. Intentie kan daar worden verbonden met bewustzijn, innerlijke richting, energie of de manier waarop iemand zich tot het leven verhoudt.
Dergelijke spirituele interpretaties zijn niet hetzelfde als wetenschappelijke verklaringen. Ze kunnen wel naast elkaar worden beschreven als verschillende manieren waarop mensen intentie begrijpen en ervaren.
8. Is zelfleiderschap alleen psychologisch?
Nee. Zelfleiderschap raakt aan vragen die veel ouder zijn dan de moderne psychologie.
Filosofische tradities houden zich al eeuwen bezig met autonomie, verantwoordelijkheid, vrijheid, deugd en de vraag hoe een mens wil leven.
Spirituele tradities stellen daar soms vragen naast als:
- Wie ben ik wanneer ik mijn automatische gedachten niet onmiddellijk volg?
- Wat betekent vertrouwen?
- Welke plaats heeft intuïtie?
- Wat ervaar ik als mijn diepere richting?
- Hoe verhoud ik mij tot iets dat groter is dan mijn individuele belangen?
Meditatie, yoga, rituelen en andere spirituele praktijken kunnen binnen zulke tradities worden gebruikt om patronen te observeren, aandacht te richten of verbinding te ervaren.
Psychologische, filosofische en spirituele perspectieven hoeven daarbij niet tot één verklaring te worden samengevoegd. Ze kunnen verschillende aspecten van dezelfde menselijke zoektocht belichten.
9. Hoe past zelfleiderschap binnen persoonlijk meesterschap?
Persoonlijk meesterschap is breder dan jezelf efficiënt kunnen aansturen. Het raakt aan bewustzijn, richting, authenticiteit en het vermogen je te blijven ontwikkelen.
Zelfleiderschap maakt daar een belangrijk deel van concreet.
Het brengt verschillende aspecten bij elkaar:
- zelfkennis en keuze;
- persoonlijke waarden en gedrag;
- intentie en handelen;
- autonomie en verantwoordelijkheid;
- emoties en bewust reageren;
- vertrouwen en onzekerheid;
- reflectie en verandering.
Ook rationeel denken en intuïtie kunnen daarbij naast elkaar functioneren. Rationeel denken helpt informatie en consequenties te onderzoeken. Intuïtie kan iemand attent maken op een mogelijkheid of richting die nog niet volledig onder woorden is gebracht.
Persoonlijk meesterschap betekent niet noodzakelijk dat één daarvan altijd gelijk heeft. Het gaat mede om leren herkennen welke informatie in welke situatie betekenisvol is.
10. Tenslotte
Zelfleiderschap betekent niet dat je voortdurend meester over jezelf moet zijn. Twijfel, vergissingen, emoties en perioden zonder duidelijke richting blijven onderdeel van het menselijk leven.
De essentie ligt eerder in het vermogen bewust te blijven kijken naar de richting die je volgt.
Soms ontstaat daardoor een grote verandering. Veel vaker begint het met een kleine aangrenzende mogelijkheid die het bestaande wereldmodel iets ruimer maakt. Nieuwe ervaringen kunnen vervolgens oude beperkende overtuigingen veranderen en nieuwe mogelijkheden zichtbaar maken.
Binnen de spirituele visie van Helder Dromen kan een steeds ruimer wereldmodel uiteindelijk ook vanuit het kwantummodel worden bekeken. Dat kwantummodel is een spiritueel perspectief op een werkelijkheid met meer mogelijkheden en moet niet worden verward met kwantumfysica als natuurwetenschappelijke theorie.
Zelfleiderschap draait daarmee uiteindelijk minder om totale controle dan om iets menselijkers: bewust richting blijven geven binnen een leven dat nooit volledig beheersbaar is.
