Je kunt jarenlang op dezelfde manier naar een probleem kijken zonder te merken dat juist die manier van kijken onderdeel van het probleem is. Je denkt, analyseert, piekert en probeert een oplossing te vinden, maar iedere gedachte begint vanuit ongeveer dezelfde overtuigingen, verwachtingen en ervaringen.
Een sjamaan doet iets radicaal anders.
Hij probeert niet nóg beter na te denken binnen de werkelijkheid die hij al kent. Hij verandert zijn bewustzijn en reist naar een andere werkelijkheid. Daar ontmoet hij spirituele helpers, dieren, voorouders of andere wezens. Hij zoekt kennis, kracht of heling en brengt wat hij vindt terug naar het gewone leven.
Dat is een van de fascinerendste bewegingen binnen het sjamanisme: wanneer je in de bekende werkelijkheid geen antwoord vindt, verlaat je tijdelijk het bekende.
Sjamanisme gaat daarbij over veel meer dan een sjamanistische reis. Het gaat over ziekte en heling, dromen en visioenen, dood en geboorte, natuur en voorouders, rituelen en geesten. Daarachter ligt een wereldbeeld waarin de mens geen losstaand individu is, maar onderdeel van een levende werkelijkheid vol relaties.
Die manier van kijken is duizenden jaren ouder dan onze moderne psychologie. Ze ontstond niet om persoonlijke ontwikkeling aantrekkelijker te maken en ook niet om moderne mensen van hun piekeren af te helpen.
Toch bevat ze iets wat verrassend actueel is.
Een mens kan vast komen te zitten in zijn bestaande manier van ervaren, dromen, denken en doen. Sjamanisme doorbreekt die vanzelfsprekendheid door een andere werkelijkheid binnen te gaan en daarna opnieuw naar het gewone leven te kijken.
Je vertrekt met wat je kent.
Je ontmoet iets wat daar niet volledig in past.
En je komt anders terug.
1. Wat is sjamanisme?
Het woord sjamaan heeft zijn historische wortels in Noord-Azië en wordt verbonden met de taal van de Evenken. Vanuit Siberië raakte de term via Russische en Europese onderzoekers bekend en werd hij later veel breder toegepast.
Dat heeft iets misleidends.
Er bestaat namelijk niet één sjamanisme met één stichter, één leer en één heilig boek. Tradities die tegenwoordig sjamanistisch worden genoemd kunnen duizenden kilometers van elkaar verwijderd zijn en verschillende verhalen, rituelen, geesten en ideeën over de werkelijkheid hebben.
Een Siberische sjamaan is niet simpelweg dezelfde spirituele specialist als een ritueel genezer uit het Amazonegebied.
Toch keren bepaalde elementen in verschillende vormen terug:
- doelbewust contact met een spirituele werkelijkheid;
- geesten, voorouders of spirituele helpers;
- dromen en visioenen;
- rituelen rond ziekte, dood en verandering;
- veranderde bewustzijnstoestanden;
- het zoeken naar kennis of heling;
- een sterke relatie met dieren, planten en landschap.
De sjamaan beweegt daarbij tussen werelden. Hij bevindt zich op de grens van het zichtbare en het onzichtbare en brengt iets van de ene werkelijkheid naar de andere.
Dat laatste is belangrijk.
De reis is niet het eindpunt.
De sjamaan moet terugkomen.

2. Waar ter wereld komt sjamanisme voor?
De term heeft zijn oorsprong in Siberië, maar praktijken die onderzoekers als sjamanistisch of sterk verwant hebben beschreven komen in verschillende delen van de wereld voor. De overeenkomsten zijn interessant, maar de culturele verschillen zijn minstens zo belangrijk.
Daarom moeten we niet achteraf één universele spirituele leer construeren waarin iedere traditionele genezer eigenlijk hetzelfde zou doen.
A- Siberië en Noord-Azië
In Siberië vinden we de historische kern van het begrip. Bij verschillende volken onderhouden sjamanen relaties met geesten, voeren zij genezingsrituelen uit en zoeken zij tijdens bijzondere bewustzijnstoestanden kennis die voor hun gemeenschap van betekenis is.
Trommels, rituele kleding en dierensymboliek kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. De trommel is niet alleen een muziekinstrument. Hij begeleidt de overgang van de gewone naar de andere werkelijkheid en kan symbolisch zelfs het voertuig van de sjamaan worden.
B- Mongolië en Centraal-Azië
In Mongolië en delen van Centraal-Azië vinden we tradities waarin voorouders, natuurkrachten en spirituele wezens een belangrijke plaats innemen. Deze tradities hebben zich door de eeuwen heen ontwikkeld naast andere religieuze en culturele invloeden.
Dat maakt meteen iets duidelijk over levende tradities.
Ze staan niet stil.
Ze veranderen wanneer de wereld om hen heen verandert, zonder daardoor noodzakelijk hun kern volledig te verliezen.
C- De Arctische gebieden
In Arctische samenlevingen is de afhankelijkheid van dieren, landschap en klimaat direct voelbaar. Daar krijgt de verhouding tussen mens en niet-menselijke natuur een andere betekenis dan in een moderne stad.
Een dier is voedsel, maar niet alleen voedsel. Jacht kan verbonden zijn met rituelen, regels en wederkerigheid. De mens neemt iets uit zijn omgeving en moet tegelijkertijd zijn verhouding tot die omgeving bewaken.
D- Noord- en Zuid-Amerika
Ook in verschillende inheemse culturen van Noord- en Zuid-Amerika spelen dromen, visioenen, planten, dieren, voorouders en spirituele heling een belangrijke rol.
Vooral uit het Amazonegebied kennen we tradities waarin rituele genezers werken met zang, planten, tabak en veranderd bewustzijn. Dat betekent niet dat iedere inheemse genezer of medicijnman automatisch een sjamaan is.
Het begrip sjamanisme helpt overeenkomsten zichtbaar te maken.
Maar zodra het de verschillen uitwist, doet het de tradities tekort.
E- Hawaï en Polynesië
Ook in Polynesië, waaronder Hawaï, ontstonden spirituele tradities waarin de zichtbare wereld nauw verbonden was met voorouders, goddelijke krachten, natuur en een bezielde werkelijkheid. Rituele specialisten en genezers vervulden er verschillende functies binnen de gemeenschap. Uit deze culturele omgeving komen ook begrippen en praktijken voort die later bekend werden als Ho'oponopono en, in sterk gemoderniseerde vorm, Huna.
Daarbij is een belangrijk onderscheid nodig. Ho'oponopono heeft daadwerkelijk Hawaïaanse wortels als praktijk rond het herstellen van verstoorde relaties binnen familie en gemeenschap. Huna daarentegen is een moderne twintigste-eeuwse leer die door Max Freedom Long werd ontwikkeld op basis van zijn interpretatie van Hawaïaanse religie en taal. Het is dus niet correct om Huna simpelweg als een eeuwenoude Hawaïaanse traditie te presenteren.
De oorspronkelijke Polynesische en Hawaïaanse spirituele wereld kent wel een gedachte die voor dit hoofdstuk belangrijk is: mens, voorouders, land, natuur en spirituele werkelijkheid bestaan niet als volledig gescheiden domeinen. Relatie, wederkerigheid en het herstellen van verstoorde verhoudingen staan centraal.
3. Hoe wordt iemand sjamaan?
In een moderne samenleving zijn we gewend geraakt aan het idee dat je een beroep of opleiding kiest.
De traditionele sjamanistische roeping werkt vaak anders.
Soms kies jij niet de weg.
De weg kiest jou.
A- Dromen en visioenen
Een toekomstige sjamaan ontmoet in een droom een voorouder, dier of geest. Eenzelfde figuur verschijnt steeds opnieuw. Er ontstaat een visioen of een ervaring die binnen de gemeenschap als roeping wordt herkend.
De droom is dan geen toevallige nachtelijke gebeurtenis.
Er wordt iets gevraagd.
B- Ziekte en crisis
In verschillende sjamanistische tradities vinden we verhalen waarin een toekomstige sjamaan eerst door ziekte, crisis of ontwrichting gaat.
Soms krijgt die ervaring het karakter van een symbolische dood. In visioenen wordt iemand uit elkaar gehaald, sterft hij of ondergaat hij een andere ingrijpende transformatie voordat hij terugkeert.
Dat is een krachtig beeld.
Wat iemand tot dan toe was, blijkt niet voldoende voor wat hij moet worden.
De oude vorm breekt open.
C- Leren en initiatie
Een roeping alleen maakt iemand nog geen sjamaan.
Daarna begint het leren: rituelen, liederen, plantenkennis, verhalen, omgang met geesten, taboes en de kennis van de eigen gemeenschap.
De sjamaan leert bovendien omgaan met bijzondere ervaringen zonder erdoor te worden meegesleept.
Dat onderscheid is essentieel.
Een bijzondere ervaring hebben is iets anders dan ermee kunnen werken.
4. Wat doet een sjamaan voor andere mensen?
Het moderne beeld van spiritualiteit draait gemakkelijk om het individu: mijn ontwikkeling, mijn inzicht, mijn heling, mijn bestemming.
Traditioneel sjamanisme is vaak veel sterker met de gemeenschap verweven.
Iemand wordt ziek. Een familie zoekt hulp. Er is een sterfgeval. Een gemeenschap staat voor een overgang. Een verhouding met de spirituele wereld is verstoord.
De sjamaan wordt ingeschakeld omdat er iets moet gebeuren.
Hij kan optreden als:
◆ genezer;
◆ raadgever of ziener;
◆ ritueel specialist;
◆ bemiddelaar tussen mensen en geesten;
◆ begeleider bij geboorte, dood en andere overgangen;
◆ hoeder en doorgever van traditionele kennis.
Daarmee krijgt de reis een ander karakter dan spiritueel avontuur.
De sjamaan gaat weg om iets terug te brengen:
- Zelfkennis.
- Innerlijke kracht.
- Een aanwijzing.
- Een verloren deel.
- Een herstelde verhouding.
- Hij reist misschien alleen.
Maar hij reist niet alleen voor zichzelf.

5. Wat ziet een sjamaan wanneer hij naar de wereld kijkt?
Een boom is een biologisch organisme.
Een rivier is stromend water.
Een wolf is een zoogdier.
Dat is allemaal waar.
Maar voor het sjamanistische wereldbeeld is daarmee niet alles gezegd.
De werkelijkheid bestaat uit relaties tussen mensen, dieren, planten, plaatsen, voorouders en spirituele wezens. Dat raakt aan wat tegenwoordig vaak animisme wordt genoemd: wereldbeelden waarin ook niet-menselijke wezens en plaatsen bezieling, geest, persoon-zijn of een eigen handelingsvermogen bezitten.
Dat verandert de vraag die je aan de wereld stelt.
A- Van object naar relatie
Wanneer een rivier alleen water is, vraag je wat je ermee kunt doen.
Wanneer je met die rivier een relatie hebt, ontstaat ook een andere vraag:
Hoe behoor ik mij tegenover haar te gedragen?
Dat verschil werkt door in de verhouding met dieren, planten en landschap.
De mens staat niet boven een decor dat voor hem beschikbaar is.
Hij bevindt zich midden in een netwerk van relaties.
B- Wederkerigheid
Wie alleen neemt, verstoort uiteindelijk een verhouding.
Daarom vinden we binnen sjamanistische en animistische tradities rituelen van dankbaarheid, toestemming, offer en wederkerigheid.
Dat hoeft niet vanuit angst voor een boze natuur te ontstaan.
Het drukt iets fundamentelers uit:
ik besta hier niet alleen.
Dat is een heel ander wereldmodel dan een werkelijkheid die hoofdzakelijk uit afzonderlijke objecten bestaat.
6. Wie ontmoet de sjamaan in de onzichtbare wereld?
Wanneer de zichtbare werkelijkheid niet de volledige werkelijkheid is, zijn er ook meer mogelijke relaties dan alleen die tussen levende mensen.
Voorouders verdwijnen niet noodzakelijk volledig wanneer zij sterven. Dieren zijn niet uitsluitend biologische organismen. Een landschap kan een spirituele aanwezigheid hebben.
En de sjamaan leert met die werkelijkheid omgaan.
A- Voorouders
De dood verandert een relatie, maar beëindigt haar niet noodzakelijk.
Voorouders verschijnen in dromen en reizen, geven raad of bescherming en kunnen betrokken blijven bij de levende gemeenschap.
Dat betekent niet dat iedere voorouder automatisch wijs of vriendelijk is.
Ook de onzichtbare wereld kent ingewikkelde relaties.
B- Spirituele helpers
Een sjamaan werkt met helpers die kennis, bescherming of kracht bieden. Zij verschijnen in verschillende vormen en kunnen gedurende langere tijd onderdeel worden van het sjamanistische werk.
De relatie is belangrijker dan één spectaculaire ontmoeting.
C- Dieren
Dieren verschijnen als helpers, leraren of dragers van kracht. Binnen modern westers sjamanisme wordt vaak over krachtdieren gesproken.
Het idee dat dieren spirituele betekenis dragen is veel ouder dan die moderne term, maar de precieze betekenis verschilt per cultuur.
Het fascinerende zit in de omkering.
Wij zijn gewend dieren te bestuderen.
Hier kan het dier de mens iets leren.
D- Geesten en krachten
Niet alles wat de sjamaan ontmoet is vriendelijk.
Traditionele sjamanistische werelden bevatten ook gevaar, verstoring en onvoorspelbare krachten. Dat schuurt met moderne spiritualiteit waarin iedere bijzondere ervaring uiteindelijk liefdevol of positief moet blijken te zijn.
Sjamanisme is rauwer.
De andere werkelijkheid bestaat niet om jouw ego voortdurend gerust te stellen.
7. Hoe verandert een sjamaan zijn bewustzijn?
De dagelijkse manier van waarnemen is geschikt voor het dagelijkse leven.
Je steekt een straat over, voert een gesprek, maakt plannen en reageert op wat om je heen gebeurt.
Maar de sjamaan zoekt toegang tot iets wat binnen die gewone manier van waarnemen verborgen blijft.
Daarom verandert hij zijn bewustzijn.
Verschillende tradities gebruiken daarvoor verschillende middelen:
- repetitief trommelen;
- ratelen;
- zang;
- dans en beweging;
- vasten;
- afzondering;
- langdurige rituelen;
- slaap en dromen;
- in bepaalde tradities psychoactieve planten.
Het populaire beeld waarin sjamanisme bijna automatisch met psychedelica wordt verbonden is te beperkt. Repetitief geluid, beweging en geconcentreerde aandacht zijn eveneens belangrijke wegen naar veranderde bewustzijnstoestanden.
Het ritme opent de deur.
Maar het ritme is niet de bestemming.
Daarachter begint de reis.
8. Wat gebeurt er tijdens een sjamanistische reis?
Een sjamanistische reis begint vaak met een bedoeling.
Je neemt een vraag mee. Je zoekt een helper. Je zoekt kennis of heling. Je probeert iets terug te vinden wat verloren is gegaan.
Daarna verschuift je aandacht.
Een tunnel verschijnt. Een opening in de aarde. Een boom. Een landschap. Misschien komt een dier naar je toe of ontmoet je een wezen dat je niet verwachtte.
Het belangrijke verschil met gewoon fantaseren zit binnen de sjamanistische praktijk in de houding waarmee je reist.
Je probeert niet voortdurend te bepalen wat er moet verschijnen.
Je ontmoet wat verschijnt.
A- Neem een echte vraag mee
Een vraag als wat is de bedoeling van mijn leven? is enorm.
Wanneer je vastloopt, is een kleinere vraag vaak krachtiger:
- Wat zie ik niet in deze situatie?
- Wat heb ik nodig om deze stap te zetten?
- Wat houdt mij hier vast?
Je vertrekt met een richting.
Niet met het antwoord.
B- Het antwoord spreekt niet altijd in woorden
Misschien zegt een helper iets rechtstreeks.
Maar het antwoord kan ook een dier, landschap, handeling of voorwerp zijn.
Stel dat je al maanden twijfelt of je een belangrijke stap moet zetten. Tijdens een reis zie je een hert aan de rand van een rivier. Het dier loopt niet weg, maar springt ook niet onmiddellijk. Het staat stil, kijkt, kiest een plaats en steekt dan over.
Dat beeld lost je probleem niet voor je op.
Maar misschien herken je ineens iets.
Je dacht dat er maar twee mogelijkheden waren: onmiddellijk springen of teruggaan.
Het hert laat een derde beweging zien:
Eerst kijken, dan kiezen, dan gaan.
Daar ontstaat iets nieuws.
Niet omdat iemand je heeft verteld wat je moet doen, maar omdat een andere ervaring een mogelijkheid zichtbaar maakte die binnen je oude denkpatroon ontbrak.

9. Welke werelden bezoekt een sjamaan?
Binnen vooral het moderne westerse sjamanisme is de driedeling Onderwereld, Middenwereld en Bovenwereld bekend geworden. Het is een bruikbare kaart voor sjamanistische reizen, maar geen universele atlas die bij alle traditionele culturen precies hetzelfde voorkomt.
A- De Onderwereld
De Onderwereld wordt vaak bereikt door af te dalen via een grot, boomwortel, bron, hol of andere opening.
Ondanks de naam is dit niet automatisch een hel.
Het landschap kan juist natuurlijk en levendig zijn en is binnen moderne reispraktijken een bekende plaats om spirituele helpers en dieren te ontmoeten.
B- De Middenwereld
De Middenwereld correspondeert met onze gewone werkelijkheid, maar omvat binnen het sjamanistische wereldbeeld ook spirituele aspecten die tijdens het dagelijkse bewustzijn niet zichtbaar zijn.
Je bezoekt dus niet noodzakelijk een totaal onbekende plaats.
Je ziet een bekende werkelijkheid anders.
C- De Bovenwereld
De Bovenwereld wordt vaak bereikt door omhoog te reizen. Een berg, boom, ladder, rookkolom of andere verticale doorgang brengt de reiziger naar een andere laag van werkelijkheid.
Ook daar worden leraren en helpers gezocht.
De drie werelden zijn geen doel op zichzelf.
De centrale vraag blijft:
Wat zoek je daar dat hier nodig is?
10. Hoe kijkt sjamanisme naar ziekte en heling?
Binnen het sjamanistische wereldbeeld is een mens geen geïsoleerd lichaam.
Hij bestaat in relaties.
Met andere mensen. Met de gemeenschap. Met voorouders. Met natuur. Met spirituele krachten.
Daardoor kan ziekte ook worden begrepen als meer dan een lichamelijke verstoring. Er kan iets verloren zijn gegaan, een verhouding kan verstoord zijn of een ongewenste invloed kan aanwezig zijn.
De sjamaan zoekt daarom niet uitsluitend naar wat is er kapot?
Hij vraagt ook:
Wat ontbreekt?
Wat is verstoord?
Wat moet worden hersteld?
A- Iets verwijderen
Sommige vormen van sjamanistische heling richten zich op het verwijderen van een ongewenste spirituele invloed.
Zang, ritueel, adem, beweging, rook of andere handelingen ondersteunen dat proces.
B- Iets terugbrengen
Andere vormen richten zich juist op iets wat ontbreekt.
Daaruit kennen we bijvoorbeeld het moderne begrip soul retrieval: het terughalen van iets van de persoon dat na een ingrijpende gebeurtenis verloren is geraakt.
Die taal kan ook voor moderne mensen herkenbaar zijn.
Sinds dat gebeurde ben ik nooit meer helemaal mezelf geweest.
Sjamanisme neemt zo'n ervaring letterlijker dan moderne psychologie doorgaans doet: er ontbreekt iets en dat moet worden teruggebracht.
C- Kracht herstellen
Ook spirituele en innerlijke kracht kan verloren of verzwakt raken. De relatie met een helper of dier wordt dan hersteld.
De beweging is niet alleen:
Hoe krijg ik dit probleem weg?
Maar ook:
Wat heb ik nodig om weer verder te kunnen?
D- Relaties herstellen
Soms ligt de verstoring niet alleen binnen één mens. De verhouding met familie, gemeenschap, voorouders of omgeving vraagt aandacht.
Heling betekent dan herstel van verbinding en evenwicht.
Dat is een wezenlijk ander uitgangspunt dan de gedachte dat ieder probleem uitsluitend binnen het individu moet worden opgelost.
Sjamanistische heling is daarbij geen vervanging voor noodzakelijke medische of psychologische behandeling. Ook binnen hedendaags Core Shamanism wordt moderne medische behandeling nadrukkelijk niet afgewezen.
11. Waarom zijn dromen zo belangrijk binnen sjamanisme?
Voor een sjamaan houdt de werkelijkheid niet op wanneer hij zijn ogen sluit.
Dromen kunnen ontmoetingsplaatsen zijn. Een voorouder verschijnt. Een dier roept iemand. Een toekomstige sjamaan krijgt een aanwijzing. Een onbekend landschap keert steeds terug. Een droom brengt kennis die overdag niet beschikbaar was.
Daarom begint droomwerk hier met een andere houding.
Niet onmiddellijk:
Wat symboliseert dit?
Maar soms eerst:
Wat is hier gebeurd?
A- Dromen als ontmoeting
Wanneer je overleden vader in een droom tegenover je zit, hoef je binnen het sjamanistische wereldbeeld niet onmiddellijk te besluiten dat hij uitsluitend een symbool voor je eigen herinneringen is.
Je hebt hem ontmoet.
Je luistert daarom eerst naar wat er gebeurde. Wat zei hij? Wat deed jij? Wat veranderde er tijdens de ontmoeting?
De relatie staat vóór de verklaring.
B- Dromen als roeping
Een droom kan iemand uit het gewone leven trekken.
Een dier keert terug. Een voorouder verschijnt herhaaldelijk. Iemand wordt meegenomen naar een onbekende plaats.
Binnen een sjamanistische context kan zo'n droom een roeping bevatten.
Niet iedere bijzondere droom maakt iemand tot sjamaan.
Maar sommige dromen vragen meer dan vluchtige aandacht.
C- Dromen als kennis
Dromen spreken vaak niet in de logische taal van het dagelijkse denken.
Een deur.
Een rivier.
Een slang.
Een onbekend kind.
Een gestorven moeder die alleen haar hand uitsteekt.
Je hoeft zo'n beeld niet onmiddellijk dicht te verklaren. Soms ontstaat betekenis pas wanneer je ermee blijft werken en ziet wat het beeld in je gewone leven opent.
Ook Michael Harners latere Core Shamanism ontwikkelde een eigen sjamanistische benadering van dromen, gebaseerd op zijn bredere crossculturele en praktische werk.
D- Lucide dromen en bewust bewegen in de droom
Een lucide droom is een droom waarin je tijdens het dromen beseft dat je droomt. Daardoor ontstaat iets bijzonders: je bent niet alleen aanwezig in de droomwereld, maar kunt er met meer bewustzijn in bewegen. Voor sjamanistisch droomwerk is juist die actieve houding interessant. De droom wordt geen film die je passief ondergaat, maar een werkelijkheid waarin je kunt kijken, vragen, reageren en onderzoeken.
Stel dat je tijdens een lucide droom opnieuw een dier ontmoet dat al vaker in je dromen verscheen. Je hoeft niet meteen wakker te worden of zelf een nieuw droomverhaal te bedenken. Je kunt blijven staan en vragen:
Wie ben je?
Waarom kom je steeds terug?
Wat wil je mij laten zien?
Daarmee krijgt lucide dromen een functie die goed aansluit bij de sjamanistische houding: bewust aanwezig blijven in een niet-alledaagse werkelijkheid en onderzoeken wat zich daar aandient.
Toch moeten we lucide dromen niet simpelweg gelijkstellen aan sjamanistisch reizen. Het zijn verschillende begrippen en tradities. De overeenkomst zit vooral in de mogelijkheid om niet alleen iets bijzonders te ervaren, maar er bewust mee in relatie te treden.
E- Nachtmerries als ontmoeting met wat je liever ontloopt
Ook een nachtmerrie hoeft binnen een sjamanistische benadering niet alleen een droom te zijn waaruit je zo snel mogelijk wilt ontsnappen. Juist het angstaanjagende beeld kan aandacht vragen.
Je wordt bijvoorbeeld steeds achtervolgd door hetzelfde wezen. Je normale reactie is vluchten. Iedere nacht opnieuw.
Dan ontstaat een andere mogelijkheid.
Wat gebeurt er wanneer je niet opnieuw vlucht?
Misschien draai je je in de droom om. Misschien lukt dat tijdens een lucide droom. Misschien keer je later bewust in de verbeelding of binnen droomwerk naar de nachtmerrie terug. Je kijkt naar datgene waarvoor je steeds wegrende en probeert te ontdekken wat de ontmoeting verandert.
Dat betekent niet dat ieder monster een spirituele helper is of dat iedere nachtmerrie een verborgen boodschap bevat. Nachtmerries kunnen samenhangen met onder meer stress, angst, trauma, slaapverstoring en andere psychologische of lichamelijke processen. Maar binnen sjamanistisch droomwerk hoeft angst niet automatisch het einde van de ontmoeting te betekenen.
Daar raakt de nachtmerrie direct aan de beweging van Droomkracht.
Het oude patroon is:
er verschijnt iets angstaanjagends → ik vlucht.
Een nieuwe ervaring begint wanneer die automatische beweging wordt onderbroken:
er verschijnt iets angstaanjagends → ik blijf aanwezig → ik onderzoek wat er gebeurt.
Het droombeeld hoeft daardoor niet onmiddellijk vriendelijk te worden. Misschien blijft het angstaanjagend. Maar jij hebt iets veranderd.
Je vlucht niet meer automatisch.
En soms begint het doorbreken van een oud patroon precies daar. Of door het overdag anders te doen en dan kan het ritueel helpen.
12. Waarom zijn rituelen zo belangrijk?
Mensen praten graag over verandering.
Een ritueel doet iets anders.
Het geeft verandering vorm.
Iemand sterft. Een kind wordt geboren. Een levensfase eindigt. Iemand wordt ziek. Een gemeenschap verliest iets. Een persoon begint aan een nieuwe taak.
Je kunt begrijpen dat er iets veranderd is en tegelijkertijd merken dat een deel van jou nog in de oude werkelijkheid leeft.
Rituelen markeren de grens.
Ze worden bijvoorbeeld gebruikt rond:
→ geboorte;
→ dood;
→ ziekte en herstel;
→ initiatie;
→ afscheid;
→ bescherming;
→ herstel van een verstoorde verhouding.
Een ritueel maakt iets lichamelijk, sociaal en symbolisch werkelijk.
Dat is ook relevant voor oude patronen.
Je kunt honderd keer tegen jezelf zeggen:
Ik laat dit achter me.
Maar je kunt ook een handeling verrichten die het afscheid tastbaar maakt.
Denken en ervaren zijn niet hetzelfde.
Soms verandert denken pas nadat de ervaring is veranderd.

13. Hoe helpt sjamanisme je een oud patroon te doorbreken?
Hier wordt een eeuwenoude spirituele praktijk ineens verrassend herkenbaar.
Stel dat je al maanden met dezelfde keuze rondloopt. Je analyseert haar tijdens het autorijden. Je bespreekt haar met vrienden. Je wordt 's nachts wakker en begint opnieuw.
Je denkt dat je steeds naar een oplossing zoekt.
Maar ondertussen herhaal je steeds ongeveer dezelfde interne dialoog, dezelfde verwachtingen en dezelfde vragen.
- Wat als het mislukt?
- Wat zullen anderen denken?
- Misschien moet ik nog wachten.
- Wat als ik de verkeerde keuze maak?
Meer denken betekent dan niet automatisch meer mogelijkheden.
Soms betekent het alleen meer van hetzelfde denken.
A- De sjamanistische onderbreking
Sjamanisme onderbreekt dat proces op een ongebruikelijke manier.
Je probeert de gedachte niet te winnen.
Je verlaat tijdelijk de manier van ervaren waarin die gedachte steeds terugkeert.
Je reist met bijvoorbeeld één vraag:
Wat zie ik niet?
Daarmee ontstaat ruimte voor iets wat niet door je bestaande redenering vooraf is geselecteerd.
Een beeld.
Een dier.
Een onverwachte ontmoeting.
Een droom.
Een gevoel.
Een handeling.
Misschien begrijp je het onmiddellijk.
Misschien pas later.
B- Een andere ervaring opent een andere mogelijkheid
Dat is de beweging die voor droomkracht interessant wordt.
Het oude patroon vertelt je steeds welke mogelijkheden er zijn.
De nieuwe ervaring hoeft dat patroon niet rechtstreeks te bestrijden. Ze kan iets toevoegen wat er nog niet in voorkwam.
Daardoor verschuift de werkelijkheid.
Niet:
Ik moet positiever denken.
Maar:
Wacht eens. Er is blijkbaar nog een andere manier om hiernaar te kijken.
Dat verschil is klein en tegelijkertijd fundamenteel.
Want zodra er werkelijk een nieuwe mogelijkheid verschijnt, hoeft het oude patroon niet meer de enige route te bepalen.
14. Wat betekent dat voor nieuw dromen, denken en doen?
Een sjamanistische reis is pas werkelijk interessant wanneer je terugkomt.
Daar ligt ook de verbinding met het dagelijkse leven.
Je kunt tijdens een ritueel een indrukwekkend dier ontmoeten, een visioen krijgen of een intense droom hebben. Wanneer het uitsluitend een bijzonder verhaal wordt dat je later aan anderen vertelt, verandert er weinig.
De vraag is:
Wat neem je mee terug?
A- Nieuw dromen
Dromen betekent hier meer dan nachtelijke dromen.
Je bestaande wereldmodel bepaalt mede wat je voor mogelijk houdt. Wanneer een ervaring iets buiten die vertrouwde werkelijkheid laat zien, kan ook je verbeeldingskracht laten zien van wat er nog meer nogelijk is.
Je kunt een andere toekomst visualiseren voordat je haar leeft.
B- Nieuw denken
Daarna kan het denken volgen.
Niet omdat iemand je dwingt een beperkende overtuiging door een positieve gedachte te vervangen, maar omdat je bestaande overtuiging niet meer het hele verhaal vertelt.
Ik heb maar twee keuzes.
wordt bijvoorbeeld:
Misschien bestaat er een derde mogelijkheid die ik nog niet heb onderzocht.
Dat is geen magische affirmatie.
Je werkelijkheid is rijker geworden.
C- Nieuw doen
Uiteindelijk moet iets zichtbaar worden in handelen.
- Een gesprek voeren.
- Een grens stellen.
- Een keuze onderzoeken.
- Een afscheid markeren.
- Een gewoonte onderbreken.
Iets proberen wat je eerder onmiddellijk afwees.
De sjamanistische ervaring neemt die verantwoordelijkheid niet over.
Ze kan een deur zichtbaar maken.
Jij moet er nog steeds doorheen lopen.
15. Wat betekent sjamanisme in de huidige tijd?
Een moderne samenleving beschikt over mogelijkheden waarvan traditionele sjamanistische culturen zich niets hadden kunnen voorstellen.
We kunnen het brein scannen, ziekte op moleculair niveau onderzoeken, in seconden met iemand aan de andere kant van de wereld spreken en vrijwel onbeperkt informatie verzamelen.
Maar informatie voorkomt niet dat mensen vastlopen.
We piekeren.
We rouwen.
We herhalen relatiepatronen waarvan we weten dat ze ons pijn doen.
We blijven soms jaren in situaties waarvan we rationeel allang begrijpen dat ze niet bij ons passen.
We voelen een gebrek aan eigenwaarde, zelfacceptatie en zelfvertrouwen.
Daar raakt sjamanisme iets dat niet ouderwets is.
A- Niet ieder probleem vraagt om meer analyse
Onze eerste reactie op onzekerheid is vaak meer denken:
- Nog een argument.
- Nog een scenario.
- Nog een mening.
- Nog een zoekopdracht.
Sjamanisme introduceert een totaal andere beweging: verander eerst de ervaring vanwaaruit je kijkt.
Dat hoeft niet automatisch een spirituele reis te betekenen. De diepere gedachte is dat het bestaande bewustzijn niet altijd alle nieuwe mogelijkheden laat zien.
B- Niet alles hoeft onmiddellijk opgelost te worden
Een droom kan raadselachtig blijven.
Een ritueel kan iets in beweging zetten zonder dat je het direct begrijpt.
Een beeld kan maanden later betekenis krijgen.
Dat botst met een cultuur waarin we snel een verklaring, diagnose of oplossing willen.
Sjamanisme laat ruimte voor het onbekende en vraagt je meer te vertrouwen op het natuurlijke ritme.
C- De wereld wordt weer relationeel
Misschien is dit nog fundamenteler.
Wanneer alles alleen een object wordt, verandert ook onze verhouding ermee.
- Een bos wordt grond.
- Een dier wordt biomassa.
- Een droom wordt hersenactiviteit.
- Een overleden mens wordt herinnering.
Sjamanisme zegt niet dat die beschrijvingen waardeloos zijn.
Het voegt een andere dimensie toe:
Wat is jouw relatie ermee?
Die vraag kan de manier waarop je leeft veranderen zonder dat je daarvoor iedere sjamanistische overtuiging hoeft over te nemen.

16. Hoe ontstond modern westers sjamanisme?
In de twintigste eeuw groeide in Europa en Noord-Amerika de belangstelling voor sjamanistische tradities sterk.
Een belangrijke figuur daarin was de Amerikaanse antropoloog Michael Harner. Na antropologisch veldwerk en persoonlijke ervaringen in het Amazonegebied begon hij vanaf de jaren zeventig sjamanistische methoden aan westerlingen te onderwijzen.
In 1979 richtte hij het Center for Shamanic Studies op; later ontstond daaruit de Foundation for Shamanic Studies. Zijn The Way of the Shaman verscheen in 1980.
Harner ontwikkelde Core Shamanism.
Daarmee probeerde hij elementen die hij als universeel, bijna universeel of veelvoorkomend binnen sjamanistische tradities beschouwde los te maken van cultuurspecifieke ceremonies. Sjamanistisch reizen en het doelbewust veranderen van bewustzijn, onder andere met repetitief trommelen, kregen daarin een centrale plaats.
Dat heeft sjamanisme voor veel moderne westerlingen toegankelijk gemaakt.
Maar het heeft het ook veranderd.
Een traditioneel sjamaan kan ingebed zijn in een specifieke taal, gemeenschap, geschiedenis, landschap en kosmologie. Een Nederlander die een workshop sjamanistisch reizen volgt, bevindt zich in een totaal andere culturele werkelijkheid.
Modern sjamanisme is daarom niet simpelweg eeuwenoud sjamanisme dat onveranderd naar het Westen is verhuisd.
Het is ook een moderne ontwikkeling.
Dat onderscheid doet niets af aan de ervaringen die mensen ermee hebben.
Het houdt de geschiedenis wel eerlijk.
17. Wanneer gaat moderne belangstelling voor sjamanisme mis?
Juist omdat sjamanisme zo krachtig tot de verbeelding spreekt, kan het gemakkelijk worden geromantiseerd.
Een trommel, veer en droom over een wolf maken iemand nog geen sjamaan.
A- Wanneer andere culturen een spirituele voorraadkast worden
Rituelen, liederen, symbolen en heilige voorwerpen hebben een geschiedenis.
Ze behoren vaak tot levende gemeenschappen.
Wanneer een westers persoon daar losse onderdelen uit haalt, ze opnieuw verpakt en vervolgens verkoopt als eeuwenoude wijsheid, verdwijnt de oorspronkelijke context.
Inspiratie vraagt daarom ook respect voor herkomst.
B- Wanneer we de sjamaan idealiseren
De wijze sjamaan die volledig in harmonie met de natuur leeft en alle verloren geheimen van de mensheid kent is een aantrekkelijk beeld.
Het kan ook een westerse projectie zijn.
Traditionele gemeenschappen bestaan uit mensen. Ook daar zijn conflicten, belangen, onzekerheid en verandering.
Een cultuur hoeft niet volmaakt te zijn om iets waardevols te bevatten.
C- Wanneer alles sjamanisme wordt
Een psychedelische ervaring is niet automatisch sjamanistisch.
Een droom over een beer evenmin.
Meditatie in het bos maakt iemand geen sjamaan.
Wanneer ieder mysterieus, spiritueel of natuurlijk gevoel sjamanisme wordt genoemd, verliest het begrip uiteindelijk zijn inhoud.
D- Wanneer de sjamaan een wonderdokter wordt
Een sjamanistische reis garandeert geen antwoord.
Een ritueel garandeert geen genezing.
Een spirituele helper neemt geen moeilijke beslissing voor je.
En een intense ervaring bewijst niet dat iedere interpretatie die je eraan geeft juist is.
Sjamanisme opent een andere werkelijkheid.
Het geeft je geen onbeperkte macht over de werkelijkheid.
18. Wat weten we empirisch over wat er tijdens sjamanistische ervaringen gebeurt?
Tot hier hebben we sjamanisme grotendeels van binnenuit gevolgd.
Nu stappen we bewust naar buiten.
Wanneer iemand tijdens repetitief trommelen in een andere bewustzijnstoestand raakt, kunnen we onderzoeken wat er met aandacht, waarneming en hersenactiviteit gebeurt.
Een recente wetenschappelijke review naar veranderde bewustzijnstoestanden door trommelen en andere ritmische geluidspatronen concludeert dat ritmische auditieve stimulatie samenhangt met onder meer absorptie en ontspanning, terwijl de precieze neurale mechanismen nog niet helder zijn en onderzoeksresultaten uiteenlopen.
Dat is belangrijk.
De ervaring hoeft niet te worden weggezet als “alleen fantasie” om te erkennen dat het menselijke brein een belangrijke rol speelt.
A- Ritme verandert aandacht
Herhaling trekt de aandacht naar een stabiel patroon. Externe prikkels raken meer op de achtergrond en innerlijke beelden en ervaringen krijgen ruimte.
Ouder crosscultureel onderzoek naar sjamanisme en veranderde bewustzijnstoestanden wees al op het belang van trance, maar benadrukte eveneens dat verschillende soorten trancebeoefenaars en culturele vormen niet simpelweg gelijkgesteld moeten worden.
B- Verwachting en wereldmodel kleuren de ervaring
Een mens beleeft een veranderde bewustzijnstoestand nooit volledig los van zijn geschiedenis en cultuur.
Wie heeft geleerd dat een dier een spirituele helper kan zijn, begrijpt de verschijning van een wolf anders dan iemand die dezelfde ervaring uitsluitend als spontane verbeelding interpreteert.
Dat maakt de ervaring niet automatisch vals.
Het laat zien dat ervaring en interpretatie met elkaar verweven zijn.
C- Ritueel doet meerdere dingen tegelijk
Een ritueel combineert vaak beweging, aandacht, verwachting, emotie, symboliek, sociale verbondenheid en herhaling.
Het is daarom te eenvoudig om de werking ervan tot één mechanisme terug te brengen.
We kunnen steeds beter onderzoeken wat er tijdens zo'n ervaring met een mens gebeurt.
Maar daarmee hebben we nog geen antwoord op de volgende vraag.
19. Kunnen we empirisch vaststellen dat de sjamaan werkelijk een andere wereld betreedt?
Dit is de grens.
Binnen het sjamanistische wereldbeeld reist de sjamaan niet alleen door zijn eigen verbeelding. Hij betreedt een andere werkelijkheid en ontmoet daar wezens die onafhankelijk van hem bestaan.
Kunnen we dat empirisch bevestigen?
Op dit moment niet.
We kunnen onderzoeken wat iemand ervaart. We kunnen fysiologische processen meten. We kunnen hersenactiviteit bestuderen. We kunnen ervaringen tussen mensen vergelijken en onderzoeken welke invloed ritme, verwachting en culturele context hebben.
Maar daarmee hebben we geen onafhankelijk bewijs dat een spirituele helper buiten het bewustzijn van de reiziger bestaat.
A- De ervaring is niet hetzelfde als de verklaring
Stel dat iemand tijdens een sjamanistische reis zijn overleden moeder ontmoet en daarna diep geraakt terugkomt.
De ervaring is werkelijk gebeurd als menselijke ervaring.
Maar wat was haar bron?
Was het geheugen?
Verbeelding?
Een droomachtig proces?
Een spirituele ontmoeting?
De intensiteit van de ervaring beslist die vraag niet.
B- Onverklaard is geen bewijs voor het bovennatuurlijke
Wanneer we een ervaring nog niet volledig kunnen verklaren, volgt daar niet uit dat een spirituele verklaring dus bewezen is.
Dat zou een te grote sprong zijn.
C- Geen bewijs betekent ook niet automatisch onmogelijk
Maar ook de tegenovergestelde sprong is te groot.
Het ontbreken van empirisch bewijs voor een onafhankelijke spirituele werkelijkheid bewijst niet dat iedere metafysische mogelijkheid daarmee definitief is uitgesloten.
Daar blijft een grens tussen wetenschap en ontologie.
En op die grens is een eenvoudig antwoord soms het meest zorgvuldig:
we weten het niet.
Dat maakt de sjamanistische ervaring niet echt.
Het voorkomt alleen dat ervaring en bewijs hetzelfde gaan betekenen.

20 - Waarom sjamanisme wél werkt voor jou...
We kunnen niet empirisch vaststellen dat de andere werkelijkheid die een sjamaan betreedt onafhankelijk bestaat. Maar daarmee is nog lang niet alles gezegd over wat sjamanisme voor jou kan doen.
Want de kracht van een sjamanistische reis zit niet alleen in de vraag waar je naartoe reist, maar ook in wat er gebeurt doordat je tijdelijk uit je vertrouwde manier van waarnemen stapt.
Wanneer je vastloopt, probeer je een probleem vaak op te lossen met dezelfde gedachten, verwachtingen en overtuigingen waarmee je er al maanden naar kijkt. Je interne dialoog herhaalt zich, dezelfde bezwaren komen voorbij en zelfs de oplossingen die je bedenkt blijven meestal binnen de grenzen van wat je al voor mogelijk hield.
Je zoekt naar iets nieuws, maar doet dat vanuit een bekend wereldmodel.
A- Eerst verandert de ervaring
Sjamanisme doorbreekt die beweging door niet met nóg een gedachte te beginnen, maar met een andere ervaring. Je reist, droomt, ontmoet een beeld, werkt met een ritueel of stelt een vraag zonder vooraf te bepalen in welke vorm het antwoord moet verschijnen.
Daardoor kan iets opduiken waarvoor binnen je gebruikelijke manier van denken nog geen plaats was:
→ een dier doet tijdens een reis iets wat je niet verwacht;
→ een droom blijft dagenlang door je hoofd spelen;
→ een ritueel maakt een afscheid voelbaar dat je verstand allang had begrepen;
→ een beeld laat een mogelijkheid zien die je eerder niet als mogelijkheid herkende.
Dat hoeft geen spectaculaire openbaring te zijn. Juist een kleine verschuiving kan voldoende zijn om iets wat vanzelfsprekend leek voor het eerst ter discussie te stellen.
B- Niet alles van waarde hoeft eerst meetbaar te zijn
Daarvoor hoef je niet eerst te bewijzen dat ieder wezen dat je tijdens een reis ontmoet ook buiten jou bestaat. Empirisch bewijs is belangrijk wanneer we willen vaststellen wat objectief aantoonbaar is, maar het is niet de enige maatstaf voor wat een menselijke ervaring waardevol maakt.
Liefde, rouw, verbeelding, intuïtie, schoonheid, dromen en betekenis worden ook niet pas belangrijk nadat we ze volledig hebben kunnen meten.
Je hoeft daarom niet vooraf te kiezen tussen twee uitersten:
Alles wat ik tijdens een sjamanistische reis ontmoet bestaat letterlijk.
of:
Het zit alleen maar in mijn hoofd en heeft dus geen betekenis.
Er ligt ruimte tussen die twee posities. Je kunt een ervaring serieus nemen, onderzoeken wat zij met je doet en tegelijkertijd niet beweren dat je daarmee de objectieve werkelijkheid ervan hebt bewezen.
Dat brengt ons bij een veel interessantere vraag:
Wat neem je uit die andere werkelijkheid mee terug naar deze?
21 - Wat neem je uit sjamanisme mee naar je gewone leven?
Na alle reizen, geesten, dromen, rituelen en vragen over werkelijkheid komt uiteindelijk het belangrijkste moment: je bent weer thuis. De trommel is stil, de droom is voorbij en het ritueel is afgelopen.
Je gewone leven ligt nog precies waar je het hebt achtergelaten.
En juist daar moet blijken wat de ervaring waard is.
A- Van beeld naar betekenis
Stel dat je tijdens een reis steeds voor dezelfde gesloten deur stond. Je kunt proberen het beeld onmiddellijk te verklaren: waar staat die deur voor?
Maar je kunt het beeld ook meenemen naar je dagelijks leven en het onderzoeken:
◆ Waar wacht ik?
◆ Welke deur probeer ik steeds op dezelfde manier te openen?
◆ Waarvan heb ik besloten dat die deur gesloten is?
◆ Heb ik eigenlijk ooit werkelijk aangeklopt?
Dan gebeurt iets wezenlijks.
Het beeld geeft je niet noodzakelijk het antwoord. Het verandert de vraag.
En een andere vraag kan een mogelijkheid zichtbaar maken die binnen je oude patroon verborgen bleef.
B- Van betekenis naar handelen
Daar ligt uiteindelijk de praktische kracht van sjamanisme. Een bijzondere ervaring op zichzelf verandert je leven niet. Je kunt honderd sjamanistische reizen maken en ondertussen in je dagelijks leven precies dezelfde keuzes blijven maken.
Wat je meebrengt moet daarom ergens landen.
Misschien voer je eindelijk een gesprek dat je steeds uitstelde. Je onderzoekt een keuze die je altijd onmiddellijk afwees. Je neemt afscheid van iets waaraan je bleef vasthouden. Je stelt een grens. Je probeert iets waarvan je jarenlang dacht: dat is niets voor mij. Of je merkt simpelweg dat een overtuiging die altijd als een feit voelde ineens niet meer zo absoluut is.
C- Het oude hoeft niet in één keer te verdwijnen
Niet ieder beeld bevat een grote boodschap. Niet iedere droom is een opdracht en niet iedere reis verandert je leven. Dat hoeft ook niet.
Een oude overtuiging hoeft niet in één keer te verdwijnen om haar greep te verliezen. Een patroon hoeft niet onmiddellijk doorbroken te zijn om voor het eerst zichtbaar te worden.
Soms is één andere ervaring voldoende om te ontdekken dat wat altijd vanzelfsprekend leek slechts één van meerdere mogelijkheden is.
Daar zit de overgang van sjamanisme naar droomkracht:
- je stapt tijdelijk buiten het bekende;
- je ervaart iets wat niet volledig binnen je oude patroon past;
- er verschijnt een mogelijkheid die je eerder niet zag;
- je neemt die mogelijkheid mee naar je gewone leven;
- er ontstaat ruimte om anders te dromen, denken en doen.
De sjamanistische reis eindigt daarmee niet wanneer de trommel stopt. Juist wat je daarna doet met wat je hebt gezien, gevoeld of ervaren, bepaalt of er werkelijk iets verandert.
Nieuw dromen, nieuw denken en nieuw doen beginnen soms op het moment dat je ontdekt dat het oude niet de enige werkelijkheid is waarin je kunt leven.
22. Tenslotte
Sjamanisme komt uit werelden die in veel opzichten ver verwijderd zijn van het moderne dagelijkse leven.
Werelden waarin dromen boodschappen kunnen dragen, dieren leraren kunnen zijn, voorouders aanwezig blijven en een sjamaan naar een andere werkelijkheid reist om kennis of heling terug te brengen.
We hoeven die geschiedenis niet te moderniseren om haar relevant te maken.
Juist het vreemde eraan kan waardevol zijn.
Want wanneer je vastzit, doe je vaak iets heel menselijks: je probeert binnen dezelfde werkelijkheid steeds een betere oplossing te vinden.
- Je piekert harder.
- Analyseert langer.
- Herhaalt dezelfde interne dialoog.
- Kijkt opnieuw naar dezelfde mogelijkheden.
Sjamanisme maakt een andere beweging.
De sjamaan neemt de vraag mee, maar laat de vertrouwde werkelijkheid tijdelijk achter zich. Hij gaat naar een plaats waar het antwoord niet vooraf door zijn gewone denken wordt bepaald.
Daar ontmoet hij wat verschijnt.
Daarna komt hij terug.
Dat is geen garantie dat zijn probleem verdwenen is. Geen wondermiddel. Geen bewijs dat iedere geest objectief bestaat en geen vrijbrief om iedere droom als kosmische boodschap te behandelen.
Maar de reis kan iets doen wat voor verandering essentieel is.
Ze kan het bekende onderbreken.
En zodra het bekende niet langer de enige werkelijkheid lijkt, ontstaat er ruimte voor iets wat daarvoor nog niet mogelijk leek.
Misschien is dat uiteindelijk de kracht die sjamanisme ook voor een moderne mens interessant maakt.
Niet dat iemand anders je vertelt hoe je moet leven.
Niet dat een ritueel al je problemen oplost.
Maar dat je ontdekt dat de werkelijkheid van waaruit je steeds hetzelfde droomde, dacht en deed misschien niet de enige werkelijkheid is vanwaaruit je kunt vertrekken.
Soms begint een nieuwe weg niet met een beter antwoord, maar met het verlaten van de plek waar je steeds dezelfde vraag stelde.