Interne dialoog

Interne dialoog is de talige gedachtegang die zich in iemands hoofd kan afspelen. Het kan gaan om uitgebreide innerlijke gesprekken, maar ook om korte opmerkingen als o nee, niet vergeten, dit lukt nooit of even nadenken.

In de psychologie worden verwante begrippen gebruikt zoals innerlijke spraak, inner speech en self-talk. Niet al deze begrippen betekenen precies hetzelfde, maar ze verwijzen naar het verschijnsel dat taal ook zonder hardop spreken onderdeel kan zijn van het denken.

Interne dialoog kan helpen bij plannen, beslissen, leren en zelfregulatie. Tegelijkertijd kunnen eerdere ervaringen, emoties, verwachtingen en beperkende overtuigingen invloed hebben op wat iemand innerlijk tegen zichzelf zegt.

1. Wat is interne dialoog?

Interne dialoog is niet hetzelfde als denken in het algemeen. Mensen kunnen ook denken in beelden, herinneringen, lichamelijke gewaarwordingen of abstracte ideeën zonder daarbij duidelijk woorden te ervaren.

Bij interne dialoog heeft het denken juist een talige vorm.

Iemand kan bijvoorbeeld denken:

Ik moet straks nog boodschappen doen.

Maar er kan ook een uitgebreider innerlijk gesprek ontstaan:

Zal ik die baan nemen?

Het lijkt me interessant.

Maar wat als ik er spijt van krijg?

Innerlijke spraak kan zo verschillende mogelijkheden, verwachtingen en standpunten tegenover elkaar zetten.

Mensen verschillen in de mate waarin zij zulke innerlijke taal ervaren. Ook bij dezelfde persoon kan de vorm afhankelijk zijn van de situatie.

2. Hoe ontstaat interne dialoog?

Een belangrijke theorie over het ontstaan van innerlijke spraak komt van ontwikkelingspsycholoog Lev Vygotsky.

Volgens Vygotsky speelt sociale taal tijdens de ontwikkeling een belangrijke rol. Een jong kind wordt aanvankelijk door anderen met taal begeleid. Later kan het kind tijdens activiteiten hardop tegen zichzelf praten en uiteindelijk kan deze taal steeds meer worden geïnternaliseerd.

Wat aanvankelijk tussen mensen plaatsvindt, kan zo gedeeltelijk onderdeel worden van het innerlijke denken.

Hedendaags onderzoek naar innerlijke spraak is breder. Interne taal wordt in verband gebracht met verschillende cognitieve functies, waaronder aandacht, planning, geheugen, probleemoplossing en zelfregulatie.

Interne dialoog is daarmee geen losstaand stemmetje in het hoofd, maar een mogelijke vorm waarin het menselijk denken georganiseerd wordt.

3. Welke functies heeft interne dialoog?

Interne dialoog kan verschillende functies vervullen.

Iemand kan innerlijke taal bijvoorbeeld gebruiken om:

▪ gedrag te sturen;
▪ informatie te onthouden;
▪ een beslissing voor te bereiden;
▪ een probleem te analyseren;
▪ emoties onder woorden te brengen;
▪ zichzelf te waarschuwen;
▪ een toekomstige situatie mentaal voor te bereiden.

Tijdens een moeilijke taak kan bijvoorbeeld de gedachte ontstaan:

Eerst dit gedeelte afmaken en daarna verder.

Innerlijke taal helpt dan bij het organiseren van aandacht en gedrag.

Daarmee bestaat een duidelijke verbinding met metacognitie. Bij metacognitie wordt het eigen denken zelf onderwerp van aandacht. Interne dialoog kan een van de manieren zijn waarop dat gebeurt.

4. Welke vormen kan interne dialoog aannemen?

Niet iedere interne dialoog verloopt op dezelfde manier.

Sommige gedachten zijn uitgebreid en gemakkelijk bewust te volgen. Andere innerlijke woorden verschijnen zo kort dat vooral de reactie erna wordt opgemerkt.

A- De interne dialoog die je bewust hoort

Bij deze vorm is de innerlijke gedachtegang relatief gemakkelijk te herkennen.

Iemand twijfelt bijvoorbeeld of hij een ander zal bellen en voert vooraf in gedachten een gesprek. Hij bedenkt wat hij wil zeggen, wat de ander mogelijk antwoordt en hoe hij daarop kan reageren.

Zo'n interne dialoog kan bestaan uit:

● terugkijken op een eerder gesprek;
● vooruitlopen op mogelijke reacties;
● argumenten tegen elkaar afwegen;
● zichzelf geruststellen;
● zichzelf waarschuwen;
● een toekomstige situatie mentaal voorbereiden.

Interne dialoog kan hier samengaan met zelfreflectie.

Wanneer dezelfde gedachten echter steeds opnieuw terugkeren zonder dat er nieuwe informatie of een ander perspectief ontstaat, kan de gedachtegang meer gaan lijken op piekeren.

B- De woorden die bijna voorbijschieten

Andere innerlijke taal verloopt veel sneller.

Iemand krijgt tijdens een vergadering onverwacht het woord:

O nee.

Er verschijnt een moeilijke taak:

Straks.

Een ander reageert niet op een bericht:

Zie je wel.

Soms bestaat de interne taal slechts uit korte gedachteflitsen:

o nee;
niet doen;
kan niet;
moet;
straks;
zie je wel.

Het woord zelf krijgt misschien nauwelijks bewuste aandacht. De reactie die erop volgt kan veel opvallender zijn: spanning, onzekerheid, uitstelgedrag of terugtrekken.

Zulke korte gedachten kunnen onderdeel zijn van een groter psychologisch patroon.

5. Hoe kunnen woorden het zelfbeeld beïnvloeden?

Taal beschrijft niet alleen ervaringen. De gekozen formulering kan ook verschil maken voor de betekenis die eraan wordt gegeven.

Vergelijk:

Ik ben onzeker.

met:

Ik voel mij in deze situatie onzeker.

Of:

Ik ben een uitsteller.

met:

Ik stel deze taak steeds uit.

De eerste formulering maakt van een ervaring of gedrag gemakkelijker een eigenschap van de persoon. De tweede beschrijft iets wat binnen een bepaalde situatie gebeurt.

Dat verschil kan belangrijk zijn voor het zelfbeeld.

Hetzelfde geldt voor woorden als altijd, nooit, iedereen, niemand en moeten. Zulke woorden zijn op zichzelf niet problematisch, maar kunnen onderdeel zijn van generalisaties.

Het lukt mij nooit.

is bijvoorbeeld een veel bredere conclusie dan:

Dit is mij de afgelopen drie keer niet gelukt.

Ook beperkende overtuigingen kunnen in zulke terugkerende formuleringen zichtbaar worden.

6. Hoe kan interne dialoog onderdeel zijn van een reactiepatroon?

Innerlijke woorden functioneren meestal niet geïsoleerd. Ze kunnen samengaan met aandacht, verwachtingen, beelden, emoties en lichamelijke reacties.

Iemand krijgt bijvoorbeeld onverwacht een vraag.

Een mogelijk patroon is:

→ vraag
o nee
→ voorstelling van falen
→ spanning
→ sneller praten

Een ander patroon kan zijn:

→ vraag
even denken
→ aandacht naar de vraag
→ korte pauze
→ antwoord

De woorden o nee en even denken veroorzaken niet automatisch de volledige reactie. Ze maken deel uit van een breder proces.

Daarbij kunnen eerdere ervaringen en conditionering eveneens een rol spelen.

Iemand die vroeger regelmatig kritiek kreeg na het maken van fouten kan bijvoorbeeld de beperkende overtuiging hebben ontwikkeld:

Ik mag geen fouten maken.

Een korte gedachte als o nee kan daardoor verbonden zijn met angst, verwachting en eerder aangeleerde reacties.

7. Wat heeft interne dialoog met het wereldmodel te maken?

De interne dialoog ontstaat niet los van iemands levensgeschiedenis.

Door ervaringen ontwikkelen mensen verwachtingen en overtuigingen over zichzelf, andere mensen en de wereld. Deze vormen samen een belangrijk deel van het wereldmodel waarmee nieuwe situaties worden geïnterpreteerd.

Iemand kan bijvoorbeeld geleerd hebben:

Andere mensen zijn niet te vertrouwen.

Wanneer een vriend later een afspraak afzegt, kan vrijwel onmiddellijk de gedachte verschijnen:

Zie je wel.

De actuele gebeurtenis wordt dan geïnterpreteerd vanuit eerdere ervaringen en verwachtingen.

Nieuwe ervaringen kunnen zulke verwachtingen echter ook nuanceren. Iemand kan ontdekken dat een afspraak soms wordt afgezegd zonder dat daarmee het onderlinge vertrouwen wordt aangetast.

Het wereldmodel en de interne dialoog kunnen elkaar daardoor wederzijds beïnvloeden.

8. Is interne dialoog hetzelfde als autosuggestie?

Nee.

Autosuggestie is een specifiekere vorm van zelfbeïnvloeding waarbij gedachten, woorden of suggesties bewust of herhaaldelijk worden gebruikt om verwachtingen, gevoelens of gedrag te beïnvloeden.

Interne dialoog is veel breder.

De gedachte:

Waar heb ik mijn sleutels neergelegd?

is interne dialoog, maar geen autosuggestie.

Een herhaald innerlijk statement als:

Rustig blijven, ik kan hiermee omgaan

kan wel kenmerken van autosuggestie hebben.

De manier waarop iemand innerlijk tegen zichzelf spreekt kan aandacht, emoties en verwachtingen beïnvloeden. Dat betekent echter niet dat woorden de werkelijkheid rechtstreeks programmeren.

9. Is interne dialoog hetzelfde als stemmen horen?

Gewone interne dialoog wordt doorgaans ervaren als onderdeel van het eigen denken.

Dat verschilt van auditieve verbale hallucinaties, waarbij stemmen bijvoorbeeld als afkomstig van een andere of externe bron kunnen worden ervaren.

De precieze relatie tussen innerlijke spraak en stemervaringen is onderwerp van psychologisch en neurowetenschappelijk onderzoek.

Een levendige interne dialoog is op zichzelf echter een normaal psychologisch verschijnsel.

Ook de afwezigheid van een duidelijke innerlijke stem betekent niet dat iemand niet goed kan denken. Mensen verschillen in de manier waarop gedachten bewust worden ervaren.

10. Tenslotte

Interne dialoog is de talige vorm die het denken kan aannemen. Zij varieert van uitgebreide innerlijke gesprekken tot korte woorden die vrijwel ongemerkt aan een emotionele of gedragsmatige reactie voorafgaan.

Innerlijke taal kan een functie hebben bij aandacht, planning, geheugen, metacognitie, zelfreflectie en zelfregulatie. Tegelijkertijd kunnen emoties, conditionering, zelfbeeld en beperkende overtuigingen invloed hebben op de inhoud ervan.

Daarmee bestaat ook een duidelijke relatie met het wereldmodel. Eerdere ervaringen beïnvloeden wat iemand verwacht en welke betekenis nieuwe gebeurtenissen krijgen. Die betekenis kan vervolgens terugkeren in de woorden waarmee iemand innerlijk tegen zichzelf spreekt.

Interne dialoog is daarom meer dan alleen ‘praten in je hoofd’. Het is een van de manieren waarop taal, denken, ervaring en gedrag met elkaar verbonden kunnen zijn.

Reactie plaatsen