Meditatie: Terug naar niets...
Droomkracht bied(t) nieuwe inzichten...
Jeroen Jansen
Droomkracht bied(t) nieuwe inzichten...
10/22/2026
15 min
0

Meditatie: Terug naar niets...

10/22/2026
15 min
0

Meditatie. Misschien zie je een kale monnik voor je die onbeweeglijk op een bergtop zit. Of iemand in perfecte yogahouding, volledig ontspannen en schijnbaar vrij van gedachten, stress en dagelijkse beslommeringen.

Dat beeld kan meditatie onnodig ingewikkeld maken. Want je hoeft niet eerst rustig, spiritueel, lenig of bijzonder gedisciplineerd te worden om te kunnen mediteren.

Je kunt gaan zitten. Je kunt ademen. Je kunt opmerken wat er gebeurt.

En daarmee is de meditatie al begonnen.

Er bestaan honderden technieken en eeuwenoude tradities rond mediteren. Sommige zijn eenvoudig, andere vragen jarenlange oefening. Maar onder al die vormen ligt iets verrassend puurs: een mens die zijn aandacht niet voortdurend naar het volgende moment laat trekken, maar een tijdje aanwezig blijft bij wat er nu is.

1. Wat is meditatie wanneer je alles wat niet nodig is weglaat?

Meditatie is moeilijk in één definitie te vangen. Een zenmonnik kan iets anders doen dan iemand die een mantra gebruikt, vipassana beoefent, een loopmeditatie maakt of via Transcendente Meditatie (TM) mediteert.

Toch herkennen we in veel vormen eenzelfde beweging: de aandacht wordt bewust gebruikt om onze gewone automatische manier van denken, reageren en waarnemen even niet volledig de leiding te geven.

Dat betekent niet dat je gedachten moet uitschakelen. Het betekent ook niet dat je een bijzondere bewustzijnstoestand moet bereiken.

In haar eenvoudigste vorm is meditatie een ontmoeting met wat er al is.

◆ Je lichaam zit of ligt ergens.
◆ Je ademt.
◆ Er zijn geluiden.
◆ Er verschijnen gedachten.
◆ Je voelt misschien rust of misschien juist onrust.
◆ Je merkt iets daarvan op.

Dat laatste is belangrijk. We kunnen een groot deel van de dag functioneren zonder bewust stil te staan bij wat zich in ons afspeelt. We denken, voelen, reageren, plannen en herinneren ons iets, terwijl het ene mentale proces het volgende alweer oproept.

Tijdens meditatie hoef je daar niet onmiddellijk iets mee te doen. Je blijft er even bij.

En juist daardoor kan iets eenvoudigs ineens heel ongewoon blijken: je hoeft niet iedere gedachte af te maken.

Dat brengt ons bij een van de grootste misverstanden over mediteren.

helder dromen wijst je de weg

2. Moet je tijdens meditatie proberen nergens aan te denken?

Nee. En wie dat toch probeert, ontdekt meestal binnen enkele seconden hoe weinig bevelen onze gedachten van ons aannemen.

Nu ga ik nergens aan denken.

En onmiddellijk denk je na over het feit dat je nergens aan probeert te denken.

Daarna herinner je je iets wat je nog moet doen. Je hoort een auto. Je voelt je voet. Je vraagt je af hoelang je al zit. Vervolgens denk je misschien dat je slecht bent in mediteren.

Maar gedachten zijn niet de vijand van meditatie.

Het interessante is dat je kunt ontdekken dat je denkt.

Dat lijkt een klein verschil, maar het is wezenlijk. Het ene moment ben je volledig opgenomen in een gedachte; even later zit je midden in een zelfobservatie en merk je op: ik zat helemaal in mijn hoofd.

Je kunt gedachten daarom anders leren benaderen: Treed ze tegemoet met de volgende insteek: zie Gedachten als wolken. Ze verschijnen, veranderen en verdwijnen. Sommige zijn licht en nauwelijks merkbaar, andere lijken de hele hemel te vullen. Maar je hoeft niet achter iedere wolk aan te reizen.

Een eenvoudige oefening: kijken naar gedachten

Ga vijf minuten rustig zitten. Sluit eventueel je ogen en laat je ademhaling haar eigen ritme volgen.

Wanneer een gedachte verschijnt, hoef je haar niet weg te duwen. Merk alleen op wat voor beweging er ontstaat:

→ een herinnering verschijnt;
→ je begint iets te plannen;
→ je voert in gedachten een gesprek;
→ je beoordeelt wat er gebeurt;
→ je merkt dat je erin bent meegegaan;
→ je keert terug naar zitten en ademen.

Meer hoeft er niet te gebeuren.

Innerlijke stilte betekent namelijk niet noodzakelijk dat er geen gedachten meer bestaan. Soms ontstaat stilte juist doordat je niet meer op iedere gedachte hoeft te reageren.

En daarmee komen we bij het gereedschap dat bijna iedere meditatievorm op een bepaalde manier gebruikt: aandacht.

3. Waarom is aandacht zo belangrijk bij mediteren?

Aandacht is voortdurend in beweging. Een melding op je telefoon, een zorg, een geluid, een herinnering of lichamelijke sensatie kan haar binnen een fractie van een seconde meenemen.

Meditatie maakt die beweging zichtbaar.

Een klassieke manier om daarmee te oefenen is Eénpuntige concentratie. Je kiest één aandachtsanker en laat je aandacht daar steeds opnieuw naartoe terugkeren.

Dat kan je ademhaling zijn, maar ook een geluid, een mantra, een kaarsvlam of een lichamelijke sensatie. In verschillende contemplatieve tradities zijn daar allerlei technieken omheen ontstaan. Anapanasati gebruikt bijvoorbeeld de ademhaling als belangrijk meditatieobject, terwijl trataka traditioneel werkt met geconcentreerd kijken.

Ook in modern onderzoek naar meditatie wordt vaak onderscheid gemaakt tussen gerichte aandacht en een meer open vorm van waarnemen. Bij de eerste vorm wordt de aandacht op een gekozen object gericht; bij de tweede wordt de ervaring juist ruimer waargenomen zonder voortdurend één object vast te houden. Het zijn verschillende manieren om met aandacht en bewustzijn te werken.

Oefening: één ding is genoeg

Kies iets eenvoudigs. Bijvoorbeeld je ademhaling.

  1. Voel waar je de adem het gemakkelijkst opmerkt.
  2. Blijf daar met je aandacht.
  3. Wanneer je afdwaalt, merk je dat op.
  4. Keer terug naar je Aandachtsanker.
  5. Dwaal opnieuw af.
  6. Keer opnieuw terug.

Eénpuntige concentratie laat je ervaren dat focus niet hetzelfde betekent als krampachtig vasthouden. De aandacht mag vertrekken. Jij oefent in terugkeren.

Na verloop van tijd kun je zelfs ontdekken dat je niet alleen naar één punt hoeft terug te keren. De aandacht kan ook de andere kant op bewegen: van één ding naar alles wat zich aandient.

4. Wat gebeurt er wanneer je niets meer probeert vast te houden?

Bij Open Bewustzijn verandert de beweging.

Je kiest niet langer voortdurend één ervaring. Je probeert juist gewaar te zijn van wat verschijnt.

  • Een vogel buiten.
  • Druk op je voeten.
  • Je ademhaling.
  • Een gedachte.
  • Warmte in je handen.
  • Irritatie.
  • Een stilte.
  • Weer een gedachte.
  • Niets daarvan hoeft belangrijker te zijn dan de rest.

Dit soort meditatie kan vreemd voelen, omdat we gewend zijn onze aandacht doelgericht te gebruiken. We zoeken iets, lossen iets op, beoordelen iets of proberen ergens te komen.

Open Bewustzijn vraagt tijdelijk iets anders: kun je ervaren zonder onmiddellijk te kiezen wat de ervaring moet worden?

Oefening: niets kiezen

Ga ongeveer tien minuten zitten.

Begin de eerste minuten met je ademhaling als aandachtsanker. Laat daarna die gerichte concentratie los en maak je aandacht ruimer.

● Hoor geluiden zonder hun bron te hoeven onderzoeken.
● Voel lichamelijke sensaties zonder ze onmiddellijk te veranderen.
● Merk gedachten op zonder hun verhaal af te maken.
● Laat emoties aanwezig zijn zonder meteen naar een verklaring te zoeken.
● Merk ook de ruimte tussen ervaringen op.

Je hoeft niet te beslissen wat belangrijk is.

Wanneer je toch helemaal wordt meegenomen door één gedachte, keer je kort terug naar de ademhaling. Daarna open je de aandacht opnieuw.

Hier ontmoeten de eénpuntige concentratie en open bewustzijn elkaar. Eerst leer je de aandacht verzamelen. Daarna ontdek je dat je haar ook kunt openen.

En omdat aandacht niet alleen in ons hoofd bestaat, brengt die opening ons bijna vanzelf terug naar het lichaam.

helder dromen wijst je de weg

5. Waarom begint meditatie vaak bij het lichaam en de ademhaling?

Je kunt denken aan gisteren en morgen.

Je lichaam kan dat niet.

Het bevindt zich altijd hier.

Daarom zijn lichaamsbewustzijn en ademhaling zulke eenvoudige ingangen voor meditatie. Je hoeft niets te verzinnen. Je hoeft alleen waar te nemen wat al gebeurt.

Voeten raken de vloer. Je zitvlak raakt de stoel. Je borstkas beweegt. Je buik zet iets uit. Je hart klopt. Er zijn plaatsen die ontspannen voelen en plaatsen waar spanning aanwezig is.

Dat is ook de essentie van gegrond zijn: niet proberen ergens anders te komen, maar opnieuw ervaren waar je daadwerkelijk bent.

Oefening: Verbonden met de grond

Je kunt deze oefening zelfs doen wanneer je maar twee of drie minuten hebt.

✓ Zet beide voeten op de grond.
✓ Voel het gewicht van je lichaam.
✓ Merk het contact tussen voeten en vloer op.
✓ Voel waar je lichaam door stoel, bank of grond wordt gedragen.
✓ Volg drie of vier natuurlijke ademhalingen.
✓ Vraag jezelf niet wat je zou moeten voelen. Merk op wat je werkelijk voelt.

Dat kan rust zijn.

Maar het kan ook vermoeidheid, ongeduld, spanning of helemaal niets bijzonders zijn.

Meditatie verlangt niet dat iedere ervaring prettig wordt. Dat idee brengt ons dicht bij mindfulness maar meditatie is breder dan mindfulness alleen. Verschillende meditatietradities hebben verschillende doelen, filosofieën en technieken.

Wat ze opvallend vaak gemeen hebben, is dat minder doen soms meer zichtbaar maakt.

6. Waarom kan zoiets eenvoudigs toch zo uitdagend zijn?

Omdat niets doen voor veel mensen helemaal niet voelt als niets doen.

Zodra de buitenwereld even stilvalt, kan de binnenwereld luid worden.

Je denkt aan werk. Een oud gesprek komt terug. Je knie begint ineens ontzettend belangrijk te voelen. Je wilt kijken hoe laat het is. Misschien krijg je een briljant idee dat je onmiddellijk wilt opschrijven.

Daar komt nog iets bij: we zijn gewend geraakt aan resultaat.

We sporten om fitter te worden. We leren om iets te kunnen. We werken om iets te produceren. Zelfs persoonlijke groei kan ongemerkt veranderen in een project waarin we voortdurend een betere versie van onszelf proberen te bouwen.

Dan verschijnt dezelfde houding tijdens meditatie:

  • Ben ik al ontspannen?
  • Doe ik het goed?
  • Wanneer wordt mijn hoofd stil?
  • Hoe diep ben ik?
  • Waarom voel ik nog niets?

Dat is misschien wel een van de interessantste momenten van meditatie. De behoefte om ergens te komen wordt zélf iets wat je kunt waarnemen.

■ Kun je vijf minuten zitten zonder te bepalen of het nuttig was?
■ Kun je onrust voelen zonder onmiddellijk op te staan?
■ Kun je een gedachte laten bestaan zonder haar te volgen?
■ Kun je even niets verbeteren?
■ Kun je accepteren dat deze meditatie vandaag anders is dan gisteren?

Daar kunnen geduld, loslaten en vertrouwen ineens heel concrete ervaringen worden in plaats van mooie woorden.

Want misschien is de moeilijkste meditatievaardigheid uiteindelijk niet concentreren.

Misschien is het niet voortdurend ingrijpen.

En soms verschijnt juist wanneer die drang wat zachter wordt iets wat we Innerlijke stilte noemen.

7. Wat is innerlijke stilte als je gedachten niet hoeven te verdwijnen?

Stilte is niet alleen de afwezigheid van geluid.

Luister maar eens.

Je hoort misschien verkeer, een koelkast, vogels, stemmen of je eigen ademhaling. Toch bestaan tussen en rondom die geluiden ook kleine openingen.

Met gedachten kan iets vergelijkbaars gebeuren.

Je hoeft niet te wachten tot er twintig minuten lang geen gedachte meer verschijnt. Je kunt leren opmerken dat een gedachte begint, even aanwezig is en weer verandert. Tussen die bewegingen kan ruimte voelbaar worden.

Oefening: Luisteren naar de stilte

Begin met geluid.

  1. Luister eerst naar het duidelijkste geluid in je omgeving.
  2. Merk daarna zachtere geluiden op.
  3. Luister vervolgens naar geluiden verder weg.
  4. Probeer daarna niet meer naar één bepaald geluid te luisteren.
  5. Merk ook de stiltes en ruimtes tussen geluiden op.

Breng dezelfde oprechte nieuwsgierigheid vervolgens naar binnen.

Wat gebeurt er tussen twee gedachten?

Je hoeft dat moment niet vast te houden. Zodra je denkt dit is de stilte, heb je alweer een nieuwe gedachte geproduceerd.

Dat is niet erg.

Laat ook die gedachte weer gaan.

Innerlijke stilte is dan niet een leeg hoofd dat je met discipline hebt veroverd. Het is eerder de ontdekking dat er naast de inhoud van je bewustzijn ook ruimte bestaat waarin die inhoud verschijnt.

Dat brengt ons bij loslaten — een woord dat eenvoudig klinkt totdat je werkelijk iets probeert los te laten.

helder dromen wijst je de weg

8. Kun je loslaten eigenlijk oefenen?

Als iemand zegt: laat het los, lukt dat meestal niet onmiddellijk.

Een emotie is geen boodschappentas die je even neerzet. Een gedachte die je absoluut niet meer wilt denken kan juist hardnekkiger terugkomen.

Meditatie biedt daarom een andere ingang.

Je hoeft niet te beginnen met je grootste probleem.

Begin bij iets wat je lichaam de hele dag vanzelf doet: uitademen.

Oefening: Ervaren wat loslaten betekent

  • Adem rustig in.
  • Voel hoe de ademhaling ontstaat.
  • Adem vervolgens uit en laat die uitademing werkelijk eindigen.
  • Doe daarna heel even niets.
  • Niet alvast naar de volgende adem grijpen. Niet proberen de pauze langer te maken. Alleen voelen dat de vorige ademhaling voorbij is en dat de volgende vanzelf weer ontstaat.
  • Herhaal dit enkele keren.
  • De beweging is eenvoudig:

ontvangen → ervaren → loslaten → ruimte → opnieuw ontvangen

Je kunt vervolgens hetzelfde principe bij gedachten onderzoeken. Niet ik moet deze gedachte wegkrijgen, maar: kan ik haar laten eindigen zonder onmiddellijk de volgende gedachte vast te pakken?

Niet hechting betekent in verschillende contemplatieve tradities niet dat niets je meer mag raken. Het verwijst eerder naar het niet voortdurend hoeven vastgrijpen van ervaringen alsof ze moeten blijven zoals ze zijn.

En vanuit die beweging komen we bij de oefening die in vele meditatie tradities maar bijvoobeeld ook in het sjamanisme en ho' oponopono voorkomt: De Kleine Dood.

9. Hoe gaat de De Kleine Dood?

De Kleine Dood gebruikt de ademhaling om vertraging, aandacht, Loslaten en ruimte veel nadrukkelijker te ervaren.

De naam klinkt misschien dramatisch, maar het beeld erachter is eenvoudig. Een ademcyclus bevat telkens een kleine beweging van ontstaan en verdwijnen.

Je ademt in.

Je houdt vast.

Je laat los.

Er ontstaat leegte.

En daarna begint iets nieuws.

De oefening maakt die natuurlijke cyclus bewust voelbaar.

A - De basis van De Kleine Dood

Zoek een rustige plaats waar je niet gestoord wordt. Ga comfortabel zitten, bij voorkeur met je voeten op de grond, en sluit je ogen wanneer dat prettig voelt.

Gebruik vervolgens als uitgangspunt:

  1. Adem gedurende 10 tellen rustig in.
  2. Houd de adem 10 tellen vast.
  3. Adem gedurende 10 tellen rustig uit.
  4. Adem gedurende 10 tellen niet.
  5. Begin daarna opnieuw.
  6. Herhaal deze cyclus ongeveer zeven keer.

Die tien tellen zijn een uitgangspunt, geen natuurwet.

Wanneer tien tellen voor jou te lang voelt, begin je bijvoorbeeld met acht, zes of vier. Wanneer je de oefening langere tijd doet en het ritme gemakkelijk wordt, kun je de intervallen geleidelijk verlengen.

Langer is daarbij niet automatisch beter. De bedoeling is niet om een ademrecord te vestigen. Je zoekt een ritme waarin je de verschillende fasen bewust kunt ervaren zonder te forceren. Word je duizelig, benauwd of voel je je ongemakkelijk, stop dan en adem weer normaal.

Dit is hoe de kleine dood in de meeste tradities gaat en bij helder dromen voegen we daar nog 2 stappen aan toe.

B - Van ademhaling naar ruimte

Na ongeveer zeven cycli laat je het tellen los.

Voel eerst de ruimte direct rondom je lichaam.

Verruim daarna langzaam je aandacht.

→ van je lichaam naar de kamer;
→ van de kamer naar het gebouw;
→ van het gebouw naar de omgeving;
→ van je omgeving naar het land;
→ van de aarde naar de ruimte eromheen;
→ en, als dat voor jou natuurlijk voelt, naar het universum als geheel.

Je hoeft daar geen kosmische ervaring van te maken.

Het gaat om de verschuiving van een heel klein aandachtsveld — ik, mijn gedachten, mijn probleem — naar een veel ruimer perspectief.

Je kunt ervaren dat je lichaam een plaats inneemt in een ruimte die veel groter is dan jijzelf. Sommige mensen ervaren daarbij verbondenheid, anderen vooral rust of afstand tot hun dagelijkse beslommeringen. Weer anderen ervaren helemaal niets spectaculairs.

Ook dat is goed.

C - Een mogelijkheid meenemen

Wanneer je aandacht ruim geworden is, kun je een mogelijkheid voor je leven laten verschijnen. Niet twintig wensen. Niet een hele lijst met doelen.

Eén mogelijkheid.

Misschien iets wat je wilt creëren, veranderen, onderzoeken of ervaren.

Laat het beeld of gevoel daarvan enige tijd aanwezig zijn zonder het onmiddellijk kapot te analyseren.

Hier raakt meditatie aan imaginatie, verbeeldingskracht en droomkracht: niet doordat meditatie de toekomst magisch voor je realiseert, maar doordat een stillere geest soms ruimte geeft aan mogelijkheden die in het dagelijkse mentale lawaai nauwelijks worden opgemerkt.

Wanneer je klaar bent, breng je je aandacht terug naar je lichaam, voel je de grond onder je voeten en open je rustig je ogen.

Voor mij persoonlijk is tellen overigens niet altijd het gemakkelijkste deel van deze oefening. Zodra ik bezig ben met precies tien tellen, kan mijn rationele kant zich ermee gaan bemoeien: doe ik het wel goed? Dan volg ik liever mijn eigen ritme.

En misschien is dat wel een belangrijk onderdeel van De Kleine Dood: de techniek helpt je op weg, maar uiteindelijk moet je ook de techniek kunnen loslaten.

helder dromen wijst je de weg

10. Waarom bestaan er zoveel verschillende vormen van meditatie?

Omdat mensen al eeuwenlang verschillende wegen hebben ontwikkeld om aandacht, bewustzijn, concentratie, inzicht, compassie, stilte of spirituele verdieping te onderzoeken.

De verschillende meditatievormen en tradities kunnen soms dicht bij elkaar liggen en soms fundamenteel van elkaar verschillen. Denk bijvoorbeeld aan:

● Zen en zazen;
● Vipassana en samatha;
● Anapanasati;
● Dhyana en samadhi;
● Mantra en japa;
● Trataka;
● Loopmeditatie en kinhin;
● Loving-kindness en Compassie;
● Transcendente Meditatie (TM).

Het zou een fout zijn om te zeggen dat al deze vormen eigenlijk precies hetzelfde zijn. Dat zijn ze niet. Ze verschillen in geschiedenis, filosofie, oefenvorm en doel.

Maar voor iemand die begint, kan die rijkdom ook verlammend werken. Welke methode moet je kiezen? Hoe lang? Welke houding? Welke ademhaling? Welke traditie?

Daarom keren we terug naar de andere kant.

Je hoeft de hele wereld van meditatie niet te begrijpen voordat je kunt mediteren.

Begin.

Ga zitten.

Ervaar.

Wanneer je later ontdekt dat een bepaalde traditie of methode je aanspreekt, kun je haar verder onderzoeken en verdiepen.

11. Wat zegt de wetenschap eigenlijk over meditatie?

Meditatie is de afgelopen decennia uitgebreid wetenschappelijk onderzocht. Dat onderzoek laat zien dat verschillende meditatievormen invloed kunnen hebben op aandacht en andere psychologische processen, maar de resultaten zijn genuanceerder dan populaire uitspraken als meditatie verandert je brein soms suggereren.

Onderzoekers onderscheiden bijvoorbeeld meditatievormen waarbij de aandacht bewust op één object wordt gericht van vormen waarbij ervaringen juist opener worden waargenomen. Dat sluit goed aan bij wat we hierboven praktisch hebben gedaan: eerst één aandachtsanker gebruiken en later het bewustzijn openen voor wat zich spontaan aandient.

Er zijn daarnaast aanwijzingen dat meditatie bij bepaalde mensen kan bijdragen aan onder meer stressvermindering, aandacht, emotieregulatie en psychologisch welzijn. Niet ieder onderzoek vindt echter dezelfde effecten, niet iedere meditatievorm doet hetzelfde en individuele verschillen zijn belangrijk.

Wat we dus niet meer nodig hebben, is de oude gedachte dat succesvolle meditatie betekent dat je per se van bèta naar alfa en vervolgens naar theta moet afdalen, of dat één bepaalde hersengolf de sleutel tot het persoonlijk onbewuste vormt. Hersengolven zijn echte meetbare patronen van hersenactiviteit, maar meditatie laat zich niet betrouwbaar terugbrengen tot zo'n eenvoudige ladder.

En misschien past dat precies bij de kern van dit artikel.

Wetenschap kan ons steeds beter laten zien wat er tijdens bepaalde vormen van meditatie gebeurt.

Maar je hoeft je hersengolven niet te kennen om te kunnen zitten.

Je hoeft geen neurowetenschapper te zijn om je ademhaling te voelen.

En je hoeft niet te weten welke hersennetwerken actief zijn om te ontdekken dat je een gedachte kunt opmerken zonder haar onmiddellijk te volgen.

12. Wat hebben meditatie en dromen met elkaar te maken?

Wanneer je mediteert, onderzoek je bewustzijn terwijl je wakker bent.

Wanneer je droomt, ontstaat een heel andere toestand waarin beelden, emoties, herinneringen en associaties zich op bijzondere manieren kunnen organiseren. Tijdens een lucide droom kan daar bovendien het besef bij ontstaan dat je droomt.

Meditatie en dromen zijn dus niet hetzelfde. Toch bestaat er een interessante overeenkomst: je kunt leren aandachtiger te worden voor je eigen ervaring.

Wie gewend raakt om overdag vaker te merken waar ben ik met mijn aandacht?, kan ook gevoeliger worden voor subtiele veranderingen in waarneming en bewustzijn.

Meditatie kan bovendien een goede voorbereiding zijn op droomwerk, omdat je leert een ervaring niet onmiddellijk dicht te timmeren met een verklaring.

Een droom verschijnt.

Een beeld raakt je.

Je voelt iets.

Misschien ontstaat er een associatie.

Je hoeft niet binnen tien seconden te besluiten wat de dromen betekenis is.

De Innerlijke waarnemer kan eerst kijken.

Dat is misschien een van de mooiste verbindingen tussen meditatie en dromen: niet onmiddellijk weten biedt meer mogelijkheden.

Soms ontstaat betekenis pas wanneer er voldoende stilte rondom een ervaring blijft bestaan.

helder dromen wijst je de weg

13. Wanneer wordt meditatie meer dan een oefening?

Misschien wanneer je ontdekt dat je niet alleen mediteert wanneer je ogen gesloten zijn.

Een zittende meditatie kan twintig minuten duren. Daarna sta je op en begint het gewone leven weer.

Maar wat gebeurt er met die kwaliteit van aandacht wanneer iemand je irriteert?

  • Wanneer je haast hebt?
  • Wanneer je bang bent?
  • Wanneer je wandelt?
  • Wanneer je iets moois ziet?
  • Wanneer je niet weet wat je moet kiezen?

Dan kan meditatie langzaam verschuiven van een afzonderlijk ritueel naar een andere manier van aanwezig zijn.

Niet permanent. Niemand hoeft vierentwintig uur per dag in een verheven meditatieve toestand te verkeren.

Het kan veel eenvoudiger zijn.

✓ Je merkt eerder dat je gespannen bent.
✓ Je voelt wanneer je jezelf voorbijloopt.
✓ Je hoort beter wanneer iemand werkelijk iets tegen je zegt.
✓ Je herkent een gedachte voordat zij een heel verhaal wordt.
✓ Je ontdekt soms dat niets doen óók een mogelijkheid is.
✓ Je ervaart momenten waarop alles even in een natuurlijk ritme lijkt te vallen.

Dat laatste komt dicht bij flow, maar meditatie en flow zijn niet hetzelfde. Flow ontstaat meestal tijdens betrokken activiteit waarin handelen en aandacht sterk samenvallen. Meditatie kan juist beginnen zonder dat je iets hoeft te presteren.

Toch delen ze iets: het voortdurende commentaar van het denkende ik kan tijdelijk minder dominant worden.

Je bent niet voortdurend bezig met hoe goed je aanwezig bent.

Je bent aanwezig.

En daar keren we uiteindelijk terug naar waar we begonnen.

14. Tenslotte

We hebben meditatie door de eeuwen heen omringd met tempels, filosofieën, rituelen, technieken, leraren, tradities en tegenwoordig ook apps, cursussen, hersenscans en wetenschappelijke theorieën.

Daar zit enorme rijkdom in.

Maar soms helpt het om alles even weg te halen.

Geen perfecte houding.

Geen perfecte ademhaling.

Geen perfecte stilte.

Geen verplicht spiritueel inzicht.

Je zit.

Je ademt.

Je aandacht dwaalt af.

Je merkt het.

Je keert terug.

Naar

Niets


PS: Wil jij je nog meer verdiepen in Taomind, Moderne Ho'oponopono of Droomkracht?  Ontdek het hier

Reacties