Chakra

Chakra’s zijn energiecentra die binnen verschillende spirituele tradities worden verbonden met de doorstroming van levensenergie. Het woord chakra komt uit het Sanskriet en betekent letterlijk zoiets als wiel of schijf.

Je kunt chakra’s zien als energetische knooppunten waarin verschillende aspecten van het mens-zijn samenkomen. Binnen de chakraleer worden ze onder meer verbonden met lichamelijke ervaring, emoties, bewustzijn, persoonlijke ontwikkeling en spiritualiteit.

Wanneer chakra’s in balans zijn en energie vrij kan stromen, wordt dat binnen deze traditie geassocieerd met vitaliteit, helderheid en innerlijke rust. Een blokkade of disbalans kan juist worden ervaren als stagnatie, spanning of een verstoring van het innerlijke evenwicht.

Werken met chakra’s betekent daarmee in essentie werken aan de balans tussen lichaam, geest, bewustzijn en energie.

1. Wat zijn chakra’s?

Binnen de chakraleer vormen chakra’s plaatsen waar levensenergie wordt ontvangen, verwerkt en doorgegeven.

In Indiase tradities wordt voor deze levensenergie vaak het begrip prana gebruikt. Andere spirituele tradities kennen vergelijkbare begrippen, zoals qi of chi, hoewel deze energiesystemen niet volledig hetzelfde zijn en niet zonder meer met elkaar gelijkgesteld kunnen worden.

Van oude tradities naar het moderne chakrasysteem

De wortels van het chakraconcept liggen in oude Indiase religieuze en spirituele tradities. Door de eeuwen heen zijn verschillende chakrasystemen beschreven. Het tegenwoordig in het Westen bekende systeem van zeven hoofdchakra’s langs de centrale lichaamsas is één specifieke, later breed verspreide vorm.

Binnen modern energiewerk worden chakra’s soms voorgesteld als draaiende trechters met een voor- en achterkant:

  1. de voorkant wordt verbonden met gevoel, beleving en interactie;
  2. de achterkant wordt meer verbonden met wil, handelen en de manier waarop energie naar buiten wordt gebracht.

Deze voorstelling komt vooral voor in modernere westerse chakra- en energiemodellen. Het is dus geen universele beschrijving die in alle oorspronkelijke chakratradities op dezelfde manier voorkomt.

Dat maakt het model binnen energiewerk niet minder bruikbaar, maar plaatst het wel in de juiste context.

2. Wat betekenen de onderste chakra’s?

De eerste drie chakra’s worden vaak verbonden met het lichamelijke bestaan, veiligheid, levenskracht, emoties en persoonlijke kracht.

Chakra 1 — het wortel- of stuitchakra

Het eerste chakra wordt meestal onderaan de wervelkolom geplaatst en verbonden met overleving, veiligheid, stabiliteit en aarding.

Het gaat symbolisch over de vraag:

Kan ik hier zijn en voel ik voldoende grond onder mijn bestaan?

Binnen spiritueel energiewerk wordt een evenwichtig wortelchakra daarom geassocieerd met stevig in het leven staan en je verbonden voelen met je lichaam en de aarde.

Chakra 2 — het heiligbeenchakra

Het tweede chakra bevindt zich volgens het chakramodel rond de onderbuik en wordt verbonden met:

  • emoties;
  • seksualiteit;
  • verlangen;
  • creativiteit;
  • plezier;
  • verbinding met anderen.

Binnen modellen die met een voor- en achterkant werken, wordt de voorkant vooral verbonden met de beleving en kwaliteit van emotionele en seksuele relaties, terwijl de achterkant meer wordt gekoppeld aan de kracht en intensiteit waarmee deze energie naar buiten treedt.

Chakra 3 — de zonnevlecht

Het derde chakra wordt rond de bovenbuik geplaatst en verbonden met persoonlijke kracht, zelfbeeld, wil en het innemen van een eigen plaats.

Daarmee raakt dit chakra aan onderwerpen als zelfvertrouwen, autonomie en zelfleiderschap.

Een belangrijke vraag van dit energiecentrum is:

Hoe verhoud ik mij tot mijn eigen kracht?

De onderste chakra’s vormen zo samen een energetische basis voor aanwezig zijn, voelen en handelen.

3. Waarom vormt het hartchakra een brug?

Het vierde chakra, het hartchakra, neemt een bijzondere positie in. Binnen veel moderne chakramodellen vormt het de verbinding tussen de drie lagere en de drie hogere chakra’s.

De lagere chakra’s worden meer geassocieerd met het lichamelijke en persoonlijke bestaan. De hogere chakra’s richten zich sterker op expressie, inzicht, bewustzijn en spiritualiteit.

Het hart ligt daar symbolisch tussenin.

Chakra 4 — het hartcentrum

Het hartchakra wordt verbonden met:

  1. liefde;
  2. compassie;
  3. verbondenheid;
  4. acceptatie;
  5. geven en ontvangen;
  6. emotionele openheid.

Binnen het voor-/achterkantmodel vertegenwoordigt de voorkant vooral liefde en verbinding. De achterkant wordt onder meer verbonden met wilskracht en het vermogen iets in de wereld te realiseren.

Daar kan een interessant spanningsveld ontstaan.

Iemand kan bijvoorbeeld heel sterk gericht zijn op presteren en doelen realiseren, terwijl het gevoel steeds meer naar de achtergrond verdwijnt. Andersom kan iemand veel voelen en verlangen, maar moeite hebben daar daadwerkelijk naar te handelen.

Balans betekent vanuit deze visie dat gevoel en wil elkaar niet voortdurend bestrijden, maar steeds meer kunnen samenwerken.

4. Wat betekenen de bovenste chakra’s?

Vanaf het vijfde chakra verschuift de nadruk sterker naar expressie, inzicht en spiritueel bewustzijn.

Chakra 5 — het keelchakra

Het keelchakra wordt verbonden met communicatie, waarheid en zelfexpressie.

Het gaat niet alleen over spreken, maar ook over het vermogen woorden te geven aan wat werkelijk in je leeft.

Daarmee bestaat een natuurlijke verbinding met authentiek zijn en assertiviteit: durf je uit te spreken wat voor jou belangrijk is?

Chakra 6 — het derde oog

Het zesde chakra bevindt zich symbolisch tussen de wenkbrauwen en wordt verbonden met intuïtie, inzicht, verbeeldingskracht en innerlijke waarneming.

Het derde oog speelt daardoor een belangrijke rol binnen meditatie, visualiseren en verschillende vormen van spirituele ontwikkeling.

Het verwijst naar het vermogen verder te kijken dan alleen de direct waarneembare buitenwereld en aandacht te geven aan beelden, inzichten en intuïtieve indrukken die van binnenuit ontstaan.

Chakra 7 — het kruinchakra

Het kruinchakra bevindt zich volgens het model boven op of rond de kruin.

Het wordt verbonden met spiritualiteit, bewustzijn, eenheid en verbinding met iets dat groter is dan het individuele zelf.

Afhankelijk van de spirituele traditie kan dat grotere geheel bijvoorbeeld worden omschreven als God, het goddelijke, universeel bewustzijn, de kosmos of een diepere werkelijkheid.

Het kruinchakra raakt daarmee aan vragen over zingeving en de plaats van de mens binnen een groter geheel.

5. Welke kleuren horen bij de zeven chakra’s?

In het moderne westerse chakrasysteem wordt ieder hoofdchakra vaak gekoppeld aan een kleur:

  • 1e chakra — rood: basis, aarding en overleving;
  • 2e chakra — oranje: emoties, seksualiteit en creativiteit;
  • 3e chakra — geel: persoonlijke kracht en wil;
  • 4e chakra — groen: liefde en verbinding;
  • 5e chakra — blauw: communicatie en expressie;
  • 6e chakra — indigo: intuïtie en innerlijk inzicht;
  • 7e chakra — violet of wit: spiritualiteit en eenheid.

Deze bekende regenboogvolgorde is tegenwoordig bijna vanzelfsprekend geworden, maar behoort niet in deze vaste vorm tot alle oude Indiase chakratradities. De systematische kleurkoppelingen zijn vooral door moderne westerse interpretaties populair geworden.

Binnen meditatie en visualisatie kunnen de kleuren desondanks een betekenisvolle symbolische functie hebben. Een kleur geeft de aandacht als het ware een vorm waarop iemand zich kan concentreren.

6. Hoe kun je met chakra’s werken?

Chakrawerk kent uiteenlopende vormen. Sommige zijn afkomstig uit yogische en tantrische tradities, andere uit modernere vormen van spiritualiteit en energiewerk.

Veelgebruikte manieren zijn bijvoorbeeld:

A - Meditatie

De aandacht wordt achtereenvolgens naar verschillende chakra’s gebracht. Daarbij kunnen lichamelijke sensaties, emoties, gedachten en innerlijke beelden worden waargenomen zonder ze onmiddellijk te beoordelen.

B - Visualisatie

Een chakra kan worden voorgesteld als een wiel, lichtpunt, bloem of draaiend energiecentrum. Daarbij kunnen ook de bijbehorende kleuren worden gebruikt.

C - Ademhaling

Ademhaling wordt binnen veel spirituele tradities gebruikt om aandacht, lichaam en energie met elkaar te verbinden. In yogische tradities bestaan hiervoor specifieke vormen van ademwerk, vaak aangeduid als pranayama.

D - Lichaamsbewustzijn

Spanning of andere lichamelijke sensaties kunnen aanleiding zijn om aandacht te geven aan een bepaald gebied.

Daarbij is een belangrijk onderscheid nodig.

Een lichamelijke klacht is niet automatisch het bewijs van een geblokkeerd chakra.

Pijn, ernstige vermoeidheid of andere aanhoudende lichamelijke klachten kunnen medische oorzaken hebben en moeten waar nodig ook vanuit dat perspectief worden onderzocht.

Het energetische model kan daarnaast worden gebruikt als een andere manier om naar de persoonlijke ervaring te kijken.

7. Wat betekent het als een chakra uit balans is?

Binnen de chakraleer wordt ervan uitgegaan dat chakra’s elkaar beïnvloeden en samen één energetisch systeem vormen.

Een chakra kan volgens dit model te weinig energie doorlaten, maar ook juist overactief zijn.

Het streven is daarom niet simpelweg naar meer energie, maar naar balans en doorstroming.

Een evenwichtiger chakrasysteem wordt binnen deze traditie onder meer geassocieerd met:

  • meer vitaliteit;
  • gemakkelijker omgaan met emoties;
  • duidelijkere zelfexpressie;
  • innerlijke rust;
  • creativiteit;
  • intuïtieve helderheid;
  • een sterker gevoel van verbondenheid.

Dat betekent niet dat iedere emotionele moeilijkheid of lichamelijke klacht tot een chakra kan worden herleid. De chakraleer biedt een spiritueel interpretatiemodel naast psychologische en lichamelijke verklaringen.

8. Zijn chakra’s wetenschappelijk aangetoond?

Chakra’s zijn geen anatomische structuren zoals organen, zenuwen of klieren. De moderne wetenschap heeft geen overtuigend bewijs geleverd dat de zeven chakra’s als afzonderlijke meetbare energiecentra in het lichaam bestaan.

Soms worden chakra’s rechtstreeks gekoppeld aan zenuwplexussen of endocriene klieren. Er bestaan interessante geografische overeenkomsten tussen sommige van die lichaamsgebieden en de plaatsen waar chakra’s worden gesitueerd, maar daaruit volgt niet dat zenuwcentra of klieren wetenschappelijk bewijs voor chakra’s vormen.

Twee verschillende manieren van kijken

Dat onderscheid is belangrijk voor Helder Dromen.

Vanuit een wetenschappelijk perspectief kan onderzoek worden gedaan naar bijvoorbeeld meditatie, ademhaling, aandacht, stress, emoties en lichaamsbewustzijn.

Vanuit een spiritueel perspectief kan het chakrasysteem worden gebruikt als energetische kaart van de mens.

Het ene perspectief hoeft het andere niet volledig te vervangen.

Wie met chakra’s werkt, kan daadwerkelijk veranderingen in aandacht, emoties of lichamelijke beleving ervaren. Wetenschappelijk onderzoek naar zulke ervaringen is iets anders dan aantonen dat de spirituele verklaring achter het chakrasysteem letterlijk bestaat.

9. Tenslotte

Chakra’s bieden een bijzondere manier om naar de mens te kijken als een samenhangend geheel van lichaam, emoties, gedachten, bewustzijn en energie.

Van het wortelchakra en onze verbinding met het fysieke bestaan tot het kruinchakra en onze verbinding met spiritualiteit: ieder energiecentrum vertegenwoordigt binnen de chakraleer een ander gebied van menselijke ontwikkeling.

Werken met chakra’s gaat daarom niet alleen over energie.

Het kan ook een vorm van zelfkennis zijn.

Waar voel je spanning? Waar stroomt het? Waar houd je jezelf tegen? Waar ontbreekt verbinding tussen wat je voelt, wat je wilt en wat je uiteindelijk doet?

Het chakrasysteem geeft daar een spirituele taal aan.

Wetenschappelijk zijn chakra’s niet aangetoond als afzonderlijke lichamelijke energiecentra. Binnen yoga, meditatie, energiewerk en spiritualiteit hebben ze echter al lange tijd betekenis als een manier om verschillende lagen van het mens-zijn met elkaar te verbinden.

Het doel hoeft daarbij niet te zijn om voortdurend een perfecte energetische toestand te bereiken.

Balans is geen stilstand. Het is het vermogen om mee te bewegen terwijl de energie in jezelf blijft stromen.