NLP: Hoe ontstaat het verschil tussen wat er gebeurt en wat jij ervan maakt?

NLP: Hoe ontstaat het verschil tussen wat er gebeurt en wat jij ervan maakt?

Je hebt een belangrijk gesprek en het loopt anders dan je had gehoopt. Op weg naar huis speel je het opnieuw af. Die ene opmerking, de stilte daarna, de blik van de ander. Misschien hoor je zelfs opnieuw de toon waarop iets werd gezegd.

Voor je het weet heb je niet alleen een herinnering aan het gesprek, maar ook een conclusie: ik had dit anders moeten aanpakken. Misschien gaat het verder: hij neemt mij niet serieus. Of uiteindelijk zelfs: ik ben hier gewoon niet goed in.

Een ander kan vrijwel hetzelfde meemaken en met een totaal andere ervaring naar huis gaan. Niet omdat de gebeurtenis anders was, maar omdat mensen niet alleen reageren op wat er gebeurt. We reageren ook op wat we opmerken, verwachten, herinneren, voelen en denken dat iets betekent.

Daar begint Neuro-Linguïstisch Programmeren, meestal afgekort tot NLP, interessant te worden. Niet bij de grote belofte dat je jezelf kunt ‘programmeren’ en ook niet bij het idee dat een paar slimme technieken ieder probleem oplossen. NLP wordt interessanter wanneer je een veel persoonlijkere vraag stelt:

Hoe doe jij eigenlijk wat je doet?

  • Hoe bouw je bijvoorbeeld stress op voordat er werkelijk iets is gebeurd?
  • Hoe houd je piekeren gaande? Wat zeg je razendsnel tegen jezelf voordat je afhaakt?
  • Hoe stel je je iets voor waar je bang voor bent?
  • Wat gebeurt er vlak voordat je iets uitstelt of jezelf lijkt te saboteren?
  • Wat doe je anders op die momenten waarop iets juist wél lukt?

Daarmee richt NLP de aandacht op patronen, verschillen, strategieën, perspectieven en hulpbronnen. Niet alleen op waarom je geworden bent wie je bent, maar ook op hoe je op dit moment doet wat je doet.

Misschien ligt verandering daardoor soms niet in harder proberen. Misschien zie je alleen niet wat er voor mogelijkheden er voor je liggen.

1. Wat is NLP eigenlijk?

NLP staat voor Neuro-Linguïstisch Programmeren. De naam klinkt behoorlijk technisch, maar verwijst binnen NLP naar drie onderdelen die voortdurend met elkaar verweven zijn:

  1. Hoe we ervaringen verwerken....
  2. Hoe taal daarin meespeelt....
  3. Hoe bepaalde manieren van denken en handelen zich tot patronen kunnen ontwikkelen....

A- Neuro

Neuro verwijst binnen NLP naar de manier waarop ervaringen via onze zintuigen en interne processen worden verwerkt. We zien, horen, voelen, ruiken en proeven, maar herinneren ons ook gebeurtenissen, stellen ons toekomstige situaties voor en reageren lichamelijk en emotioneel.

Aandacht speelt daarbij een belangrijke rol. Van alles wat er om ons heen en in onszelf gebeurt, krijgt maar een gedeelte op ieder moment onze bewuste focus. Wat je opmerkt en waar je aandacht aan voorbijgaat, kan daardoor mede bepalen hoe je een situatie ervaart.

B- Linguïstisch

Linguïstisch verwijst naar taal en communicatie. Dat gaat niet alleen over wat je tegen andere mensen zegt, maar ook over de woorden waarmee je gebeurtenissen voor jezelf beschrijft.

Dit gaat fout. Ik moet dit kunnen. Rustig. Eerst één stap.

Zo’n interne dialoog kan onderdeel worden van de manier waarop je een situatie beleeft. Een gedachte is niet automatisch de werkelijkheid, maar woorden kunnen wel invloed hebben op waar je aandacht naartoe gaat en welke betekenis je aan een ervaring geeft.

C- Programmeren

Programmeren verwijst naar terugkerende patronen in denken en gedrag en naar het idee dat zulke patronen onderzocht en soms veranderd kunnen worden.

Een menselijk brein is natuurlijk geen computer waarop je een oud programma verwijdert en vervolgens ‘zelfvertrouwen 2.0’ installeert. Als wetenschappelijke beschrijving van het brein zou dat veel te eenvoudig zijn.

Als metafoor is het gemakkelijker te begrijpen:

  • Je telefoon trilt en je hand beweegt er bijna vanzelf naartoe.
  • Iemand maakt een bepaalde opmerking en je voelt onmiddellijk irritatie.
  • Je moet over drie dagen presenteren en je hoofd begint nu al mogelijke problemen af te spelen.

Sommige automatische patronen zijn bijzonder nuttig. Andere kunnen je persoonlijke ontwikkeling beperken. NLP stelt daar een praktische vraag bij: hoe ontstaat dit patroon, en wat verandert er wanneer ergens in dat patroon iets anders gebeurt?

Helder dromen wijst je de weg

2. Hoe ontstond NLP en waarom werd modelleren zo belangrijk?

NLP ontstond in de jaren zeventig in Californië rond Richard Bandler en John Grinder. Zij raakten geïnteresseerd in mensen die volgens hen opvallend effectief waren in communicatie en psychotherapie. Onder anderen gestalttherapeut Fritz Perls en familietherapeut Virginia Satir werden bestudeerd. Later kreeg ook psychiater en hypnotherapeut Milton Erickson grote invloed.

De interessante vraag was niet alleen welke theorie deze mensen aanhingen. Bandler en Grinder wilden vooral onderzoeken wat zij concreet deden waardoor zij bepaalde resultaten bereikten. Daaruit ontstond een begrip dat fundamenteel werd voor NLP: Modelleren.

Modelleren is meer dan iemand nadoen

Stel dat je iemand kent die uitstekend kan spreken voor groepen. Je kunt naar hem kijken en concluderen: hij heeft gewoon zelfvertrouwen. Daarmee heb je het resultaat een naam gegeven, maar je weet nog nauwelijks hoe hij dat resultaat bereikt.

  • Vanuit NLP zou je nieuwsgieriger worden. En jezelf afvragen:
    Waar richt deze persoon vlak voor een presentatie zijn aandacht op?
  • Hoe bereidt hij zich voor?
  • Wat stelt hij zich voor?
  • Wat zegt hij tegen zichzelf?
  • Wat doet hij wanneer hij een fout maakt?
  • Hoe interpreteert hij de lichamelijke spanning die bij spreken voor een groep kan horen?

Misschien voelt hij ongeveer dezelfde verhoogde hartslag als jij. Jij merkt die op en denkt: o nee, ik ben zenuwachtig. Hij merkt dezelfde sensatie en denkt: mooi, ik ben er klaar voor. De lichamelijke reactie hoeft niet eens zo verschillend te zijn. De betekenis die eraan wordt gegeven wel.

Je kunt ook jezelf modelleren

Modelleren hoeft niet alleen over andere mensen te gaan. Denk eens aan iets waarvan je ooit dacht dat je het niet kon en wat inmiddels heel gewoon is geworden. Autorijden, een moeilijk gesprek voeren, alleen reizen, koken, voor jezelf opkomen of spreken voor een groep.

Ergens tussen ik kan dit niet en ik doe het gewoon is iets veranderd. Misschien heb je vaardigheden geleerd, veranderde je focus of ontdekte je door ervaring dat fouten minder rampzalig waren dan je verwachtte.

Je kunt jezelf dan onderzoeken:

  1. Wat doe ik tegenwoordig anders dan vroeger?
  2. Welke stappen zijn automatisch geworden?
  3. Waar richt ik mijn aandacht op?
  4. Hoe reageer ik wanneer iets niet onmiddellijk lukt?

Daarmee verschuift de vraag van wat is er mis met mij? naar wat doe ik wanneer het lukt? Dat is een heel andere ingang tot persoonlijke groei. Net als inzicht in je huidige wereldmodel.

3. Welke rol speelt je wereldmodel?

Een bekende gedachte binnen NLP wordt samengevat in de uitspraak “de kaart is niet het gebied.” De uitspraak is ouder dan NLP en wordt verbonden met Alfred Korzybski, maar kreeg binnen NLP een belangrijke plaats.

Het gebied is de werkelijkheid. De kaart is onze voorstelling ervan.

Je kunt onmogelijk alles wat om je heen gebeurt tegelijk bewust verwerken.

Je selecteert informatie, laat dingen weg, generaliseert en vergelijkt nieuwe gebeurtenissen met eerdere ervaringen. Herinneringen, verwachtingen, overtuigingen, emoties, aandacht, zelfbeeld, zelfkennis en taal spelen daarbij allemaal een rol.

Langzaam ontstaat zo wat we op Helder Dromen breder je wereldmodel noemen: je persoonlijke kaart van jezelf, andere mensen en de werkelijkheid. Wereldmodel is dus niet uitsluitend een NLP-term. Binnen Helder Dromen gebruiken we het als een breder begrip voor de manier waarop iemand zijn ervaringen ordent en betekenis geeft.

Zo’n wereldmodel is noodzakelijk. Zonder kaart zouden we iedere ochtend opnieuw moeten ontdekken hoe de wereld werkt. Maar een kaart kan onvolledig zijn. En soms gebruiken we een oude kaart voor een gebied dat inmiddels veranderd is.

Stel dat je leidinggevende na een presentatie zegt: “De inhoud was goed, maar het tweede gedeelte vond ik niet helemaal helder.” De ene persoon hoort vooral: mijn presentatie was niet goed genoeg. Een ander denkt: het tweede gedeelte moet duidelijker. Een derde wordt nieuwsgierig en vraagt welke punten precies onduidelijk waren.

De gebeurtenis is vergelijkbaar. De betekenis verschilt. En die betekenis kan vervolgens invloed krijgen op gedrag. De eerste persoon probeert misschien een volgende presentatie te vermijden, terwijl de derde concrete feedback verzamelt.

Je wereldmodel is daardoor niet alleen een verzameling gedachten. Het beïnvloedt mede welke mogelijkheden je ziet en welke ervaringen je vervolgens opdoet.

4. Hoe kunnen beperkende overtuigingen je wereld kleiner maken?

Stel dat je ooit een paar vervelende presentaties hebt gegeven. Langzaam ontstaat de overtuiging: ik ben niet goed in presenteren.

Bij de volgende presentatie merk je je hartslag. Zie je wel. Je vergeet een woord. Zie je wel. Iemand kijkt naar zijn telefoon. Opnieuw: zie je wel. Een compliment na afloop voelt aardig, maar telt nauwelijks mee.

Je aandacht verzamelt steeds meer informatie die bij de bestaande overtuiging past. Wanneer je vervolgens presentaties zoveel mogelijk vermijdt, krijg je bovendien minder gelegenheid om beter te worden en minder kansen om ervaringen op te doen die de overtuiging tegenspreken.

Een patroon kan er dan ongeveer zo uitzien:

→ beperkende overtuiging
→ selectieve aandacht
→ interpretatie
→ gedrag
→ ervaring
→ bevestiging van de overtuiging

Zo kan een overtuiging uiteindelijk ook invloed krijgen op zelfbeeld, eigenwaarde en zelfvertrouwen. Toch is een belangrijke nuance nodig: niet iedere beperking is een beperkende overtuiging. Gebrek aan kennis, tijd, geld, veiligheid of werkelijke mogelijkheden verdwijnt niet doordat je er anders over denkt.

Andere grenzen kunnen wel blijven bestaan doordat mogelijkheden die niet bij onze bestaande kaart passen nauwelijks meer worden onderzocht.

Van absolute uitspraak naar onderzoek

Neem iemand die zegt:

“Niemand neemt mij serieus.”

Je kunt daar onmiddellijk tegenin gaan: dat is vast niet waar. Maar daarmee verandert er waarschijnlijk weinig. Interessanter is het om de uitspraak te onderzoeken. Wie neemt je precies niet serieus? Misschien antwoordt iemand: vooral mijn collega’s tijdens vergaderingen.

Dat antwoord maakt een volgende vraag mogelijk: geldt dat werkelijk voor al je collega’s? Bij nader inzien blijkt het vooral om twee collega’s te gaan die veel het woord nemen. Vervolgens kun je onderzoeken wanneer het anders gaat. Zijn er vergaderingen waarin je je wél serieus genomen voelt? Ja, vooral wanneer die persoon vroeg in het gesprek zelf iets inbrengt.

Dan ontstaat een interessante vervolgvraag: wat gebeurt er wanneer je lang wacht? Misschien blijkt dat de persoon steeds stiller wordt, een geschikt moment probeert te vinden en uiteindelijk nauwelijks nog iets zegt.

De oorspronkelijke overtuiging “niemand neemt mij serieus” kan daardoor verschuiven naar: “Tijdens grote vergaderingen trek ik mij snel terug wanneer twee dominante collega’s mij onderbreken.”

Het probleem is daarmee niet verdwenen. Maar er is wel iets wezenlijks veranderd. Niemand neemt mij serieus beschrijft bijna een eigenschap van de wereld. De tweede formulering beschrijft een specifieke situatie waarin gedrag, omstandigheden en andere aangrenzende mogelijkheden onderzocht kunnen worden.

Dat is precies het soort verruiming dat binnen NLP interessant kan zijn.

Helder dromen wijst je de weg

5. Hoe kunnen taal en interne dialoog je reactie beïnvloeden?

Taal kreeg binnen NLP vanaf het begin veel aandacht. Bandler en Grinder onderzochten onder meer hoe mensen hun ervaringen via taal beschrijven. Daaruit ontstond onder andere het Meta Model, waarin vragen worden gebruikt om generalisaties, weglatingen en aannames nauwkeuriger te onderzoeken.

Woorden als iedereen, niemand, altijd, nooit, moeten en kunnen zijn daardoor interessant. Niet omdat deze woorden verkeerd zijn, maar omdat er soms een veel grotere conclusie achter schuilgaat dan de concrete ervaringen waarop die conclusie is gebaseerd.

Vergelijk bijvoorbeeld ik ben onzeker met ik voel mij in deze situatie onzeker. Of ik ben een uitsteller met ik stel deze taak steeds uit. In de eerste formulering wordt iets bijna een eigenschap van de persoon. In de tweede ontstaat gedrag dat onderzocht kan worden.

Dat kan belangrijk zijn voor het zelfbeeld. Zodra dit doe ik verandert in dit ben ik, kan verandering veel groter lijken dan zij hoeft te zijn.

A- De interne dialoog die je bewust hoort

Sommige gedachten zijn gemakkelijk op te merken. Je twijfelt bijvoorbeeld of je iemand zult bellen en voert in gedachten een heel gesprek. Je bedenkt wat je wilt zeggen, wat de ander waarschijnlijk zal antwoorden en wat jij daarop weer zou kunnen zeggen.

Dat is een duidelijke interne dialoog. Je kunt hem volgen en vaak achteraf redelijk goed beschrijven.

B- De woorden die bijna voorbijschieten

Andere zelfspraak verloopt veel sneller. Je krijgt tijdens een vergadering onverwacht het woord en ergens verschijnt o nee. Je ziet een moeilijke taak en denkt straks. Iemand reageert niet op je bericht en vrijwel onmiddellijk verschijnt zie je wel.

Dat zijn geen hele verhalen. Soms gaat het om één of twee woorden die zo snel voorbijgaan dat je vooral merkt wat erna gebeurt: spanning, terugtrekken, uitstellen of automatisch nee zeggen.

Wanneer je zo’n ervaring later vertraagt, kun je soms ontdekken dat er vlak voor je reactie iets als gevaar, niet doen, moet of kan niet voorbijkwam. We hoeven daar geen mysterieus verborgen systeem van te maken. Het interessante is veel praktischer:

Wat zei je heel even tegen jezelf voordat je reageerde?

Eén woord kan onderdeel zijn van een groter patroon

Stel dat iemand onverwacht een vraag krijgt. Bij de ene persoon kan het patroon ongeveer zijn: vraag → o nee → voorstelling van falen → spanning → sneller praten.

Bij een ander ontstaat: vraag → even denken → aandacht naar de vraag → korte pauze → antwoord.

Die paar woorden zijn geen toverspreuken. Ze kunnen wel onderdeel zijn van een groter patroon van aandacht, betekenis, lichamelijke reactie en gedrag. Juist daarom kan interne dialoog interessant zijn voor bewustwording en zelfregulatie.

6. Hoe kan NLP interessant zijn bij stress en angst?

Stress en angst zijn brede menselijke ervaringen die allerlei oorzaken kunnen hebben. NLP is geen automatisch alternatief voor professionele hulp of behandeling wanneer psychische klachten ernstig of langdurig zijn. Toch kunnen bepaalde onderdelen van een stress- of angstpatroon interessant zijn om vanuit NLP te onderzoeken.

A- Stress voordat er iets gebeurt

Stel dat je maandagochtend een lastig overleg hebt. Het is zondagavond. Er is op dat moment geen vergadering, niemand stelt moeilijke vragen en niemand bekritiseert je. Toch voel je spanning.

Wanneer je onderzoekt wat er gebeurt, ontdek je misschien dat je het overleg al voor je ziet. Je hoort je leidinggevende een scherpe vraag stellen, ziet jezelf geen antwoord weten en hoort je interne dialoog zeggen: dit wordt verschrikkelijk.

Je lichaam reageert ondertussen op een gebeurtenis die nog moet plaatsvinden.

Dat betekent niet dat de stress verzonnen is. Werkdruk, conflicten en andere omstandigheden kunnen volkomen reëel zijn. Maar een gedeelte van de stress kan vooraf worden versterkt door verwachtingen en interne voorstellingen.

De interessante vraag wordt dan niet alleen waarom heb ik stress?, maar ook: wat doe ik intern wanneer ik aan dat overleg denk?

B- Angst en interne voorstellingen

Neem faalangst. Twee dagen voor een presentatie zie je misschien al een enorme zaal, hoor je jezelf hakkelen en zie je kritische gezichten. Alleen al die voorstelling kan spanning oproepen.

Een alternatief hoeft niet te zijn dat je jezelf een staande ovatie voorstelt. Dat kan zo ongeloofwaardig zijn dat je wereldmodel er niets mee kan.

Je kunt iets dichterbij zoeken: je begint, merkt spanning, spreekt even te snel, haalt adem en gaat verder. De voorstelling bevat dan nog steeds spanning, maar nu ook een mogelijkheid om ermee om te gaan.

Dat raakt aan veerkracht en zelfeffectiviteit. Niet het geloof dat alles goed zal gaan, maar het groeiende vertrouwen dat je iets kunt doen wanneer het anders gaat dan gehoopt. En daar associeer jij je dan mee.

7. Wat zijn associëren en dissociëren?

Binnen NLP wordt onderscheid gemaakt tussen associëren en dissociëren. Bij associëren beleef je een herinnering of voorstelling vanuit jezelf: je kijkt als het ware door je eigen ogen. Bij dissociëren ontstaat meer afstand en kun je jezelf bijvoorbeeld als persoon in de situatie zien.

Dat verschil in perspectief kan invloed hebben op wat je ervaart en opmerkt.

Denk aan een ruzie.

Vanuit je eigen positie weet je waarschijnlijk precies waarom jij reageerde zoals je reageerde. Wanneer je dezelfde gebeurtenis denkbeeldig vanaf de andere kant van de kamer bekijkt, kan andere informatie zichtbaar worden.

Misschien merk je dat je harder sprak dan je dacht, dat de ander zelf gespannen was of dat jullie elkaar voortdurend onderbraken. En als je dan ook nog vanuit de ogen van degene met wie het conflict is ontstaan kijkt, dan komt een oplossing dichterbij.

Perspectief verandert het verleden niet. Het kan wel veranderen welke informatie je uit een ervaring haalt. Daarmee raakt dit aan mentale flexibiliteit en emotieregulatie: je eerste perspectief hoeft niet automatisch het enige mogelijke perspectief te zijn.

8. Wat kunnen visualiseren en interne voorstellingen veranderen?

NLP besteedt veel aandacht aan interne voorstellingen. Mensen kunnen beelden oproepen, innerlijke gesprekken voeren, geluiden herinneren, lichamelijke sensaties ervaren en toekomstige gebeurtenissen voorstellen.

Daarmee raakt NLP direct aan visualiseren en verbeeldingskracht. Maar visualiseren wordt soms te eenvoudig voorgesteld als: zie jezelf succesvol zijn en je wordt succesvol.

Interessanter is verbeelding als oefenruimte.

Stel dat je een sollicitatiegesprek hebt. Je hoeft jezelf niet alleen voor te stellen terwijl alles perfect verloopt. Je kunt je ook voorstellen dat je een vraag krijgt waarop je het antwoord niet onmiddellijk weet. Je merkt de spanning, neemt een moment om na te denken en geeft vervolgens het beste antwoord dat je op dat moment hebt.

Daarmee ontstaan meer mogelijkheden dan alleen perfect of mislukt. Er verschijnt een derde scenario: er gaat iets niet zoals gepland en ik kan ermee omgaan.

Submodaliteiten: hoe presenteer je iets aan jezelf?

Binnen NLP wordt ook gekeken naar eigenschappen van interne voorstellingen, vaak aangeduid als submodaliteiten. Een beeld kan bijvoorbeeld dichtbij of ver weg, groot of klein, helder of vaag zijn. Een innerlijke stem kan hard of zacht, snel of langzaam, streng of geruststellend klinken.

Een voorstelling kan bijvoorbeeld verschillen in:

▪ afstand;
▪ grootte;
▪ helderheid;
▪ beweging;
▪ volume;
▪ tempo.

Binnen NLP wordt onderzocht wat er met een ervaring gebeurt wanneer zulke eigenschappen veranderen. Niet iedere specifieke NLP-claim hierover is wetenschappelijk bevestigd.

Toch is de onderliggende onderzoeksvraag interessant: misschien hoef je de inhoud van een gedachte niet onmiddellijk te veranderen, maar kun je eerst ontdekken hoe je die gedachte aan jezelf presenteert. en wat je moet doen om dat te veranderen.

Helder dromen wijst je de weg

9. Wat zijn hulpbronnen en ankeren?

Stel dat je meer zelfvertrouwen wilt. De gebruikelijke gedachte kan zijn: ik heb te weinig zelfvertrouwen. NLP kan daar een andere vraag naast zetten: heb je werkelijk nergens zelfvertrouwen?

Misschien ben je onzeker tijdens vergaderingen maar volkomen ontspannen wanneer je sport. Misschien vind je spreken voor groepen moeilijk, maar blijf je rustig wanneer thuis plotseling iets misgaat. Misschien durf je op je werk nauwelijks grenzen te stellen, terwijl je voor iemand van wie je houdt zonder aarzeling opkomt.

Binnen NLP worden kwaliteiten en gewenste toestanden zoals rust, moed, concentratie, nieuwsgierigheid, creativiteit en zelfvertrouwen vaak hulpbronnen genoemd.

De relevante vraag wordt dan:

◆ Waar ervaar je deze kwaliteit al?
◆ Wat doe je daar anders?
◆ Waar richt je je aandacht op?
◆ Hoe zou een deel daarvan bruikbaar kunnen zijn in een andere situatie?

Daarmee verandert hoe krijg ik iets wat ik niet heb? in waar heb ik het al en wat kan ik daarvan leren?

Ankeren: wanneer een prikkel iets oproept

Een bekende NLP-techniek die hierbij aansluit is ankeren. Het uitgangspunt is dat een bepaalde prikkel verbonden kan raken met een ervaring of toestand.

Dat verschijnsel kennen we in het dagelijks leven:

  • Een liedje kan je in één klap terugbrengen naar je jeugd.
  • Een geur kan een persoon of plaats oproepen.
  • Een gebouw kan onmiddellijk spanning oproepen omdat je daar eerder iets moeilijks hebt meegemaakt.

Binnen NLP wordt geprobeerd zulke verbindingen doelbewust te gebruiken, bijvoorbeeld door een gewenste ervaring op te roepen en daaraan een specifieke prikkel te verbinden.

Specifieke NLP-verklaringen moeten daarbij niet automatisch worden gelijkgesteld aan wetenschappelijk aangetoonde mechanismen.

De praktische vraag blijft interessant:

Welke prikkels brengen jou in een bepaalde toestand en kun je daar bewuster mee omgaan?

10. Hoe kijkt NLP naar piekeren, uitstelgedrag en zelfsabotage?

Hier wordt het NLP-idee van een strategie bijzonder interessant. Piekeren, uitstellen en zelfsabotage kunnen voelen alsof ze je simpelweg overkomen. Wanneer je ze vertraagt, blijken er soms verschillende stappen in te zitten.

A- Piekeren

Stel dat je in bed ligt en terugdenkt aan een gesprek. Waarom zei ik dat? Je hoort de zin opnieuw. Vervolgens verschuift je aandacht naar morgen: wat als hij er opnieuw over begint? Je bedenkt wat jij dan zegt, stelt je voor wat hij daarop antwoordt en reageert daar in gedachten weer op.

Tien minuten later heb je een volledig gesprek gevoerd dat in werkelijkheid nooit heeft plaatsgevonden.

Je kunt natuurlijk onderzoeken waarover je piekert. Vanuit NLP wordt daarnaast de vraag interessant: Hoe doe je het piekeren?

Misschien blijkt dat je vooral tegen jezelf praat en dezelfde vraag herhaalt. Welke vraag stel je steeds opnieuw? Misschien is het: waarom heb ik dat nou gedaan? Vervolgens kun je onderzoeken of die vraag na twintig keer denken nog nieuwe informatie oplevert.

Als het antwoord nee is, ontstaat vanzelf een nieuwe vraag: welke vraag zou mij nu wél verder helpen?

Piekeren is daarmee niet plotseling opgelost. Maar iets wat eerst één grote toestand leek, bestaat ineens uit herkenbare stappen.

En waar stappen zichtbaar worden, kan soms ergens een andere afslag worden geprobeerd.

B- Uitstelgedrag

Je moet een rapport schrijven. Zodra je eraan denkt, zie je misschien een enorme hoeveelheid werk voor je. Dit kost me de hele avond. Je voelt weerstand en opent eerst je mail. Een uur later heb je nog niets geschreven.

Je kunt jezelf vervolgens lui noemen, maar je kunt ook onderzoeken wat er precies gebeurt tussen ik moet dat rapport schrijven en ik open mijn mail.

Misschien blijkt dat je de hele taak in één keer voor je ziet. Dan ontstaat een veel concretere vraag: wat moet er werkelijk als eerste gebeuren?

Het antwoord kan verrassend klein zijn: het document openen en tien minuten aan de eerste paragraaf werken.

Het rapport is niet veranderd. Je interne voorstelling van de eerstvolgende stap wel.

Zo raakt NLP ook aan zelfdiscipline en zelfregulatie. Niet alleen als kwestie van jezelf dwingen, maar als onderzoek naar de strategie waardoor handelen gemakkelijker of moeilijker wordt.

C- Zelfsabotage

Zelfsabotage is een hard woord. Je wilt een onderneming beginnen maar blijft cursussen volgen voordat je daadwerkelijk begint. Je verlangt naar een relatie maar trekt je terug zodra iemand dichtbij komt. Je wilt gezonder leven maar laat één terugval veranderen in de gedachte dat de hele week toch al mislukt is.

Achteraf lijkt het alsof je tegen jezelf werkt. Ook hier kan het interessanter zijn om te onderzoeken wat er vlak vóór het afhaken gebeurt.

Stel dat iemand al maanden een eigen bedrijf wil beginnen. De eerste gedachte is: waarom saboteer ik mezelf steeds? Een andere vraag is: wat zou er gebeuren als je morgen werkelijk begint? Misschien verschijnt dan: dan kan ik ook werkelijk mislukken.

Dat antwoord verandert het onderzoek. Het probleem is misschien niet eenvoudigweg gebrek aan motivatie. Het uitstellen kan ook samenhangen met het vermijden van teleurstelling, afwijzing of onzekerheid.

De volgende vraag wordt daardoor: kan ik leren omgaan met de mogelijkheid van mislukking zonder daarom het beginnen te vermijden?

En als het dan niet gelijk een succes is, dan heeft NLP nog een handige techniek

11. Wat betekent herkaderen binnen NLP?

Een ander bekend begrip binnen NLP is herkaderen. Daarmee wordt onderzocht of dezelfde gebeurtenis, reactie of eigenschap binnen een ander kader een andere betekenis kan krijgen.

Herkaderen betekent niet dat je iets vervelends mooi moet praten.

Iemand kan bijvoorbeeld zeggen: ik ben veel te koppig. Dat kan inderdaad problemen veroorzaken. In een andere context kan dezelfde eigenschap betekenen dat iemand niet snel opgeeft. Of iemand zegt: ik denk altijd te veel na voordat ik iets doe. Dat kan tot uitstelgedrag leiden, terwijl dezelfde neiging in een andere situatie juist zorgvuldigheid kan betekenen.

De interessante vraag wordt dan niet of een eigenschap goed of slecht is, maar in welke context dit patroon helpt en in welke context het beperkt.

Dat kan bijdragen aan zelfkennis zonder dat ieder lastig deel van jezelf onmiddellijk bestreden hoeft te worden. Soms ontstaat persoonlijke groei ook doordat je leert wanneer een eigenschap behulpzaam is en wanneer niet.

Helder dromen wijst je de weg

12. Wat kan NLP betekenen in je communicatie?

NLP is vanaf het begin sterk verbonden geweest met communicatie. Dat maakt het relevant voor relaties, werk, conflicten, leidinggeven en gewone dagelijkse gesprekken.

We denken gemakkelijk: maar ik bedoelde het niet zo. Dat kan volkomen waar zijn. Toch heeft communicatie ook een effect. Jij spreekt vanuit jouw wereldmodel en de ander luistert vanuit het zijne.

Daardoor kan dat bedoelde ik helemaal niet soms minder interessant zijn dan de vraag: wat hoorde jij mij eigenlijk zeggen?

Binnen NLP wordt veel gesproken over rapport: het gevoel van aansluiting en contact tussen mensen. Daar zijn technieken omheen ontstaan die bijvoorbeeld kijken naar houding, stemgebruik en aansluiten bij de manier waarop de ander communiceert.

Werkelijk contact is echter meer dan iemand subtiel nadoen. Luisteren, nieuwsgierigheid, empathie, respect en grenzen blijven belangrijk. Wie alleen communicatietechnieken gebruikt om iemand mee te krijgen, mist uiteindelijk het belangrijkste onderdeel van communicatie: er staat een ander mens tegenover je.

13. Wat hebben NLP en hypnose met elkaar te maken?

Milton Erickson had grote invloed op de ontwikkeling van NLP. Bandler en Grinder probeerden patronen uit zijn manier van communiceren en werken met hypnose te beschrijven en te modelleren. Daardoor kregen onderwerpen als trance, suggestie, metaforen en minder bewuste processen een plaats binnen bepaalde NLP-stromingen.

NLP en hypnose zijn echter niet hetzelfde. Hypnose heeft een eigen geschiedenis, eigen technieken en een afzonderlijke wetenschappelijke onderzoekstraditie.

Ook moeten we voorzichtig zijn met oudere beschrijvingen van het onbewuste alsof ergens in ons een verborgen opslagplaats bestaat waarin overtuigingen en programma’s netjes liggen opgeborgen. Zo eenvoudig werkt de menselijke geest niet.

Veel processen verlopen echter wel zonder voortdurende bewuste aansturing. Gewoonten, automatische reacties, associaties, aandacht en aangeleerde verwachtingen kunnen allemaal invloed hebben op gedrag zonder dat we iedere stap bewust kiezen.

Hier raken NLP en hypnose elkaar, maar hier beginnen ook twee verschillende wegen. Misschien spreekt NLP je aan omdat je graag patronen onderzoekt, vragen stelt en experimenteert met taal en perspectief. Misschien trekt hypnose je meer omdat aandacht, trance, suggestie en verbeelding je aanspreken.

Dat verschil is belangrijk. Er bestaat niet één methode voor persoonlijke groei die bij iedereen past.

14. Waar kan NLP interessant voor zijn?

Wanneer we de verschillende onderdelen samenbrengen, wordt duidelijker voor welke vragen NLP interessant kan zijn. Het gaat vooral om situaties waarin je nieuwsgierig bent naar terugkerende patronen:

  • Waarom reageer ik hier steeds hetzelfde?
  • Wat gebeurt er vlak voordat ik dichtklap
  • Waarom lukt iets in de ene situatie wel en in de andere niet?

NLP kan bijvoorbeeld een ingang bieden bij:

✓ stress en anticipatiespanning;
✓ angst en negatieve toekomstvoorstellingen;
✓ piekeren en terugkerende interne gesprekken;
✓ uitstelgedrag en zelfsabotage;
✓ zelfvertrouwen en zelfbeeld;
✓ communicatie en grenzen stellen;
beperkende overtuigingen;
✓ focus, gewoonten en automatische reacties.

De gemeenschappelijke vraag is steeds ongeveer dezelfde: wat gebeurt er nu precies en waar ontstaat ruimte voor een andere mogelijkheid?

Soms ligt die ruimte in taal of aandacht. Soms in gedrag, een interne voorstelling, een hulpbron of een ander perspectief. En soms ontstaat de belangrijkste verandering pas wanneer je werkelijk iets anders probeert en daardoor een nieuwe ervaring opdoet.

Helder dromen wijst je de weg

15. Waar liggen de grenzen van NLP?

Juist omdat NLP sterk gericht is op mogelijkheden en verandering, kent het ook valkuilen. Kritiek hoeft daarbij niet uitsluitend te gaan over de vraag of een bepaalde techniek wetenschappelijk bewezen is. Er zijn ook inhoudelijke, praktische en ethische vragen.

A- Niet ieder probleem zit in je wereldmodel

Wanneer je niet oppast, kan bijna ieder probleem worden teruggebracht tot het individu.

  • Heb je stress, verander dan je interpretatie.
  • Heb je angst, verander je interne voorstelling.
  • Voel je je klein, onderzoek je overtuigingen.

Maar soms ligt het probleem werkelijk buiten jou.

Een giftige werkomgeving wordt niet gezond doordat jij haar anders interpreteert. Een partner die voortdurend over je grenzen gaat vraagt niet uitsluitend om een nieuw perspectief. Structurele overbelasting verdwijnt niet door beter te visualiseren.

Soms hoeft niet de kaart veranderd te worden. Soms moet er iets in het gebied veranderen.

Persoonlijke groei betekent niet dat je jezelf eindeloos moet aanpassen aan omstandigheden die niet goed voor je zijn. Soms bestaat groei juist uit grenzen stellen of besluiten dat een situatie moet veranderen.

B- Wanneer wordt invloed manipulatie?

Inzicht in taal, framing, aandacht en contact kan communicatie verbeteren. NLP wordt echter ook gebruikt binnen verkoop, onderhandelingen en beïnvloeding.

Daar ligt een ethische grens. Een techniek waarmee je beter leert luisteren is iets anders dan een techniek die je uitsluitend gebruikt om iemand in een richting te sturen die vooral jou voordeel oplevert.

Goede communicatie vergroot daarom niet alleen je invloed. Ze respecteert ook de autonomie van de ander.

C- Moet verandering altijd snel gaan?

Een andere valkuil is de aantrekkingskracht van snelle verandering. Sommige mensen kunnen daadwerkelijk ervaren dat een patroon verrassend snel verschuift. Maar niet ieder patroon doet dat.

Een reactie kan verweven zijn met jarenlange ervaringen, relaties, omstandigheden, gewoonten en zelfbeeld. Langzame verandering is geen mislukte verandering.

NLP hoeft geen wondermiddel te worden om bruikbaar te kunnen zijn.

16. Wat weten we wetenschappelijk over NLP?

NLP als samenhangend psychologisch model heeft geen sterke algemene wetenschappelijke onderbouwing. Onderzoek naar NLP-interventies is relatief beperkt en de kwaliteit ervan wisselt. Grote claims over NLP als wetenschappelijk bewezen totaalmethode zijn daarom niet gerechtvaardigd.

Daaruit volgt echter niet automatisch dat ieder afzonderlijk onderwerp waarmee NLP werkt waardeloos is. Aandacht, verwachtingen, leren, taal, gedrag, mentale voorstellingen, perspectief, associaties, gewoonten en zelfregulatie worden ook binnen andere psychologische en gedragswetenschappelijke domeinen onderzocht.

Dat bewijst specifieke NLP-theorieën niet. Het betekent vooral dat we onderscheid moeten blijven maken tussen drie dingen:

◆ wat NLP zelf beweert;
◆ wat iemand persoonlijk of praktisch ervaart;
◆ wat door onderzoek voldoende wordt ondersteund.

Misschien past die houding zelfs goed bij NLP zelf: onderzoek ook de kaart die NLP je aanbiedt.

17. Waarom is een nieuwe ervaring soms belangrijker dan een nieuwe gedachte?

Je kunt precies begrijpen waarom je spreken voor groepen spannend vindt en toch iedere presentatie blijven vermijden. Je kunt herkennen hoe je piekert en iedere avond opnieuw hetzelfde rondje maken. Je kunt precies weten hoe je jezelf saboteert en op hetzelfde moment blijven afhaken.

Ergens moet inzicht daarom overgaan in doen.

Dat hoeft geen enorme stap te zijn. Misschien spreek je tijdens de volgende vergadering één keer. Misschien begin je tien minuten aan het werk dat je al drie dagen uitstelt. Misschien merk je tijdens het piekeren dat je voor de vijfde keer hetzelfde denkbeeldige gesprek voert en besluit je niet automatisch aan ronde zes te beginnen.

Of je geeft een presentatie terwijl je nog steeds zenuwachtig bent.

Dan kan iets belangrijks gebeuren. Je ontdekt niet: ik voel geen angst meer, maar: ik was zenuwachtig én ik kon het. Je zegt nee en merkt dat de relatie blijft bestaan. Je maakt een fout en herstelt. Je begint zonder motivatie en ontdekt dat motivatie tijdens het werken kan ontstaan.

Dat zijn nieuwe ervaringen. En nieuwe ervaringen kunnen informatie bevatten die binnen je bestaande wereldmodel nog nauwelijks een plaats had.

Daarom kunnen aangrenzende mogelijkheden zo waardevol zijn. Ze hoeven je oude wereldmodel niet in één klap omver te gooien. Ze hoeven alleen dichtbij genoeg te liggen om daadwerkelijk geprobeerd te worden.

De beweging kan dan worden:

beperkende overtuiging → aangrenzende mogelijkheid → nieuwe ervaring → werkende overtuiging → verrijkt wereldmodel

Helder dromen wijst je de weg

18. Past NLP bij jou?

Misschien kun je die vraag inmiddels beter beantwoorden dan aan het begin van dit artikel. Niet doordat je een lijst met voordelen hebt afgevinkt, maar doordat je een tijdje hebt kunnen kijken vanuit de manier waarop NLP verandering benadert.

NLP kan je aanspreken wanneer je nieuwsgierig wordt van vragen als hoe doe ik dit eigenlijk? en wanneer je graag patronen onderzoekt. Misschien vind je het interessant om te kijken naar de invloed van taal, interne dialoog, visualiseren, perspectief en hulpbronnen.

Ook het praktische karakter van modelleren kan aantrekkelijk zijn: niet alleen nadenken over waarom iets moeilijk is, maar onderzoeken wat iemand anders — of jijzelf in een andere situatie — doet wanneer het wél lukt.

Maar misschien voelt de taal van strategieën, patronen, modelleren en hulpbronnen je juist te technisch of te doelgericht. Misschien zoek je minder naar verandering en meer naar acceptatie. Misschien wil je meer via je lichaam werken, spreekt meditatie of mindfulness je aan, of trekt juist hypnose of een meer spirituele benadering je.

Ook dat vertelt je iets.

De woorden die een methode gebruikt doen ertoe. Soms beschrijven verschillende methoden gedeeltelijk vergelijkbare menselijke ervaringen vanuit een ander wereldmodel. Soms verschillen ze werkelijk fundamenteel.

Daarom gaat persoonlijke groei niet alleen over de vraag werkt deze methode? Een minstens zo interessante vraag is: past deze manier van kijken, spreken en werken bij mij?

19. Tenslotte

Misschien ligt daarin uiteindelijk de interessantste kant van NLP. Niet in het idee dat je jezelf kunt herprogrammeren, niet in spectaculaire beloften over snelle verandering en ook niet in de gedachte dat ieder probleem verdwijnt wanneer je maar anders denkt.

De interessantere mogelijkheid is bescheidener. Je eerste interpretatie hoeft niet je enige interpretatie te zijn. Een overtuiging hoeft niet de volledige werkelijkheid te beschrijven.

Een herinnering kan vanuit meer dan één perspectief worden bekeken en een toekomstige gebeurtenis kan in je verbeelding meer dan één verloop krijgen. Een kwaliteit waarvan je denkt dat je haar mist, blijkt misschien ergens anders in je leven al aanwezig.

Je wereldmodel helpt je iedere dag door een onvoorstelbaar complexe werkelijkheid te bewegen. Juist omdat het een model is, blijft er echter altijd iets buiten beeld. Soms is dat onbelangrijk. Soms bevindt zich daar precies de mogelijkheid die je nodig hebt.

Misschien denk je: zo ben ik nu eenmaal. Wanneer je dat onderzoekt, wordt het misschien: zo heb ik mezelf tot nu toe leren kennen. Misschien denk je: dit kan ik niet, en ontdek je dat op deze manier lukt het mij nog niet nauwkeuriger is. Of dit gaat fout blijkt uiteindelijk één toekomst te zijn die je jezelf heel overtuigend hebt voorgesteld.

Daarmee heb je de werkelijkheid niet ontkend en jezelf ook niets wijsgemaakt. Je hebt je kaart alleen iets minder absoluut gemaakt.

NLP kan je helpen die kaart te onderzoeken. Je kunt kijken naar taal, interne dialoog, aandacht, overtuigingen en voorstellingen. Je kunt iemand modelleren die iets anders doet, een situatie herkaderen of een aangrenzende mogelijkheid onderzoeken.

Maar uiteindelijk komt het belangrijkste moment wanneer je daadwerkelijk iets probeert. Want dan ontstaat iets wat geen theorie, overtuiging of visualisatie volledig kan vervangen: een nieuwe ervaring.

En soms is één nieuwe ervaring genoeg om een klein stukje van je kaart opnieuw te tekenen.

Over de schrijver
Deze site is er voor mensen die denken of voelen dat ze vastzitten.Niet omdat ze niets willen, maar omdat ze blijven wachten tot het helder voelt. Tot het zeker is. Tot het klopt.Ik ken die plek.Het is een patroon.Lange tijd dacht ik dat ik eruit moest komen door meer te begrijpen. Meer te analyseren. Maar hoe meer ik nadacht, hoe stiller alles werd.Tot ik iets anders begon te zien.Geïnspireerd door filosofie, psychologie en gedragswetenschap ontdekte ik dat beweging niet volgt op duidelijkheid — maar andersom. Dat inzicht veranderde niet alleen hoe ik denk, maar ook hoe ik leef.In mijn werk vertaal ik dat naar iets praktisch. Geen zware theorieën of perfecte stappenplannen, maar eerlijke richting. Kleine verschuivingen die je uit stilstand halen.Vaak zit je niet vast omdat je geen antwoord hebt. Maar omdat je steeds terugvalt in hetzelfde patroon. In hoe je denkt, kiest, uitstelt, twijfelt of jezelf klein houdt. En ergens weet je dat al langer. Op één bepaald deel van je leven blijf je rondjes draaien, terwijl een ander deel van jou allang voelt dat het anders mag.Verandering begint niet wanneer alles opgelost is. Het begint wanneer je bereid bent iets anders te doen dan wat je altijd deed.Wat je hier kunt verwachten?Dat je stopt met blijven hangen in je hoofd en weer in beweging komt. Dat je keuzes durft te maken zonder dat alles zeker hoeft te zijn. En dat je leert vertrouwen op wat je al voelt, in plaats van eindeloos te zoeken naar bevestiging.Ik help je niet om alles op te lossen.Ik help je om weer te bewegen.Niet harder.Maar echter.
Reactie plaatsen