
Je hebt een belangrijk gesprek en het loopt anders dan je had gehoopt. Op weg naar huis speel je het opnieuw af. Die ene opmerking, de stilte daarna, de blik van de ander. Voor je het weet heb je niet alleen een herinnering aan het gesprek, maar ook een conclusie: ik had dit anders moeten aanpakken. Misschien gaat het verder: hij neemt mij niet serieus. Of uiteindelijk zelfs: ik ben hier gewoon niet goed in.
Een ander kan vrijwel hetzelfde meemaken en met een totaal andere ervaring naar huis gaan. Niet omdat de gebeurtenis anders was, maar omdat mensen ook reageren op wat ze opmerken, verwachten, herinneren, voelen en denken dat iets betekent. Daar begint Neuro-Linguïstisch Programmeren, meestal afgekort tot NLP, interessant te worden.
Niet bij de grote belofte dat je jezelf kunt 'programmeren', maar bij een veel persoonlijkere vraag: hoe doe jij eigenlijk wat je doet?
1. Wat is NLP eigenlijk?
NLP staat voor Neuro-Linguïstisch Programmeren. Het uitgangspunt is praktisch. Wanneer je steeds op een bepaalde manier reageert, kun je nieuwsgierig worden naar wat er precies gebeurt.
◆ Waar richt je je aandacht op?
◆ Wat stel je je voor?
◆ Wat zeg je tegen jezelf?
◆ Wat voel je in je lichaam?
◆ Welke betekenis geef je aan wat er gebeurt?
◆ Wat doe je vervolgens?
De naam klinkt behoorlijk technisch, maar verwijst binnen NLP naar drie gebieden die voortdurend met elkaar verweven zijn: hoe je ervaringen verwerkt, welke rol taal daarbij speelt en hoe bepaalde manieren van denken en handelen zich tot terugkerende patronen kunnen ontwikkelen.
A- Neuro
Neuro verwijst binnen NLP naar de manier waarop ervaringen via onze zintuigen en interne processen worden verwerkt. Je ziet, hoort, voelt, ruikt en proeft, maar je herinnert je ook gebeurtenissen, stelt je toekomstige situaties voor en reageert lichamelijk en emotioneel.
Je verwerkt daarbij nooit alles wat er gebeurt. Aandacht selecteert. Herinneringen, verwachtingen, emoties, zelfbeeld en eerdere ervaringen spelen mee in wat uiteindelijk belangrijk lijkt.
Zo ontstaat wat we het wereldmodel noemen: je persoonlijke kaart van jezelf, andere mensen en de werkelijkheid.
B- Linguïstisch
Linguïstisch verwijst naar taal en communicatie. Dat gaat niet alleen over wat je tegen andere mensen zegt, maar ook over je interne dialoog.
- Dit gaat fout.
- Ik moet dit kunnen.
- Rustig.
- Eerst één stap.
Een gedachte is niet automatisch de werkelijkheid. Toch kunnen woorden invloed krijgen op aandacht, verwachting, emoties en gedrag.
C- Programmeren
Programmeren verwijst naar terugkerende patronen.
Je telefoon trilt en je hand beweegt er bijna vanzelf naartoe. Iemand maakt een bepaalde opmerking en je voelt onmiddellijk irritatie. Je moet over drie dagen presenteren en in je hoofd begint nu al een rampenfilm.
Een mens is natuurlijk geen computer waarop je een oud programma verwijdert en vervolgens zelfvertrouwen 2.0 installeert. Als metafoor wijst programmeren op iets veel interessanters: gedrag dat vanzelfsprekend lijkt, kan uit herkenbare onderdelen bestaan.
En als je wilt ontdekken hoe zo'n patroon is opgebouwd, ligt een typische NLP-vraag voor de hand: wie doet iets wat jij wilt leren, en hoe doet die persoon dat?

2. Hoe ontstond NLP en waarom werd modelleren zo belangrijk?
NLP ontstond in de jaren zeventig in Californië rond Richard Bandler en John Grinder. Zij raakten geïnteresseerd in mensen die volgens hen opvallend effectief waren in communicatie en psychotherapie. Onder anderen gestalttherapeut Fritz Perls en familietherapeut Virginia Satir werden bestudeerd. Later kreeg ook psychiater en hypnotherapeut Milton Erickson grote invloed.
Hun vraag was niet alleen welke theorie deze mensen aanhingen. Ze wilden vooral onderzoeken wat zij concreet deden.
Daaruit ontstond modelleren.
Stel dat je iemand kent die uitstekend kan spreken voor groepen. Je kunt zeggen:
Hij heeft gewoon zelfvertrouwen.
Maar daarmee heb je vooral een etiket geplakt op het eindresultaat.
Vanuit NLP kun je nieuwsgieriger worden:
● Waar richt hij vlak voor een presentatie zijn aandacht op?
● Hoe bereidt hij zich voor?
● Wat stelt hij zich voor?
● Wat zegt hij tegen zichzelf?
● Wat doet hij wanneer hij een fout maakt?
● Hoe reageert hij op lichamelijke spanning?
Misschien voelt hij ongeveer dezelfde verhoogde hartslag als jij.
Jij denkt:
O nee, ik ben zenuwachtig.
Hij denkt:
Mooi, ik ben er klaar voor.
De lichamelijke sensatie hoeft niet eens sterk te verschillen. De betekenis wel.
Je kunt ook jezelf modelleren
Modelleren hoeft niet alleen over andere mensen te gaan.
Denk aan iets waarvan je ooit dacht dat je het niet kon en wat inmiddels heel gewoon is geworden: autorijden, koken, alleen reizen, een moeilijk gesprek voeren, voor jezelf opkomen of spreken voor een groep.
Ergens tussen ik kan dit niet en ik doe het gewoon is iets veranderd.
Je kunt jezelf dan onderzoeken:
1. Wat doe ik tegenwoordig anders dan vroeger?
2. Waar richt ik mijn aandacht op?
3. Wat is automatisch geworden?
4. Wat zeg ik tegen mezelf?
5. Hoe reageer ik wanneer iets niet meteen lukt?
Daarmee verschuift de vraag van wat is er mis met mij? naar wat doe ik wanneer het wél lukt?
Om zulke verschillen zichtbaar te maken heb je taal nodig. En precies daarom werd taal binnen NLP veel meer dan alleen een manier om met iemand te praten.
3. Waarom is taal zo belangrijk binnen NLP?
Taal kreeg binnen NLP vanaf het begin veel aandacht. Bandler en Grinder onderzochten onder meer hoe mensen hun ervaringen in woorden beschrijven.
Daaruit ontstond onder andere het Meta Model: een manier van vragen stellen waarmee generalisaties, aannames en weggelaten informatie nauwkeuriger kunnen worden onderzocht.
Woorden als iedereen, niemand, altijd, nooit, moeten en kunnen worden dan interessant.
Niet omdat je ze niet mag gebruiken, maar omdat er soms een enorme conclusie achter schuilgaat.
Vergelijk:
Ik ben onzeker.
met:
Ik voel mij tijdens grote vergaderingen onzeker.
Of:
Ik ben een uitsteller.
met:
Ik stel mijn administratie vaak uit wanneer ik niet weet waar ik moet beginnen.
De eerste formulering kan gemakkelijk onderdeel worden van je zelfbeeld. De tweede beschrijft een situatie en gedrag dat je kunt onderzoeken.
A- Van conclusie naar ervaring
Stel dat iemand zegt:
Niemand neemt mij serieus.
Je kunt antwoorden:
Dat is vast niet waar.
Waarschijnlijk verandert er weinig.
Je kunt ook vragen:
Wie neemt je precies niet serieus?
Misschien blijkt het vooral te gaan over twee collega's tijdens grote vergaderingen.
Geldt het ook voor andere collega's?
Nee.
Zijn er vergaderingen waarin het anders gaat?
Ja, vooral wanneer deze persoon vroeg in het gesprek zelf iets inbrengt.
Wat gebeurt er wanneer je lang wacht?
Dan blijkt dat hij steeds stiller wordt, wacht op het perfecte moment en uiteindelijk nauwelijks nog iets zegt.
Niemand neemt mij serieus kan daardoor veranderen in:
Tijdens grote vergaderingen trek ik mij snel terug wanneer twee dominante collega's mij onderbreken.
Het probleem is niet verdwenen.
Maar een absolute uitspraak is veranderd in iets specifieks dat onderzocht kan worden.
Daarmee kunnen ook beperkende overtuigingen minder absoluut worden. Niet doordat je ze vervangt door vrolijke slogans, maar doordat je nauwkeuriger gaat kijken naar wat werkelijk gebeurt.
B- De woorden die bijna voorbijschieten
Sommige interne gesprekken kun je gemakkelijk volgen. Andere bestaan uit één of twee woorden.
Je krijgt onverwacht het woord:
O nee.
Je ziet een moeilijke taak:
Straks.
Iemand reageert niet op je bericht:
Zie je wel.
Die woorden zijn geen toverspreuken. Ze kunnen wel onderdeel zijn van een grotere reeks van aandacht, verwachtingen en handelen
Een interessante vorm van zelfobservatie wordt dan:
◇ Wat gebeurde er nou eigenlijk?
◇ Wat merkte ik als eerste op?
◇ Wat zei ik heel even tegen mezelf?
◇ Wat stelde ik mij voor?
◇ Wat voelde ik vervolgens?
◇ Wat deed ik?
Maar taal is niet de enige manier waarop je een ervaring intern organiseert. Soms verandert er iets wanneer je letterlijk vanuit een ander standpunt kijkt.

4. Wat zijn associëren en dissociëren?
Binnen NLP wordt onderscheid gemaakt tussen associëren en dissociëren.
Bij associëren beleef je een herinnering of voorstelling vanuit jezelf. Je kijkt als het ware door je eigen ogen, hoort wat je daar hoorde en kunt lichamelijke sensaties ervaren die bij de situatie horen.
Bij dissociëren ontstaat meer afstand. Je kunt jezelf bijvoorbeeld van buitenaf in de situatie zien.
Dat verschil kan invloed hebben op wat je opmerkt.
Stel dat je gisteren ruzie had met iemand.
Geassocieerd herinner je je misschien vooral:
✦ wat de ander tegen je zei;
✦ hoe boos je werd;
✦ waarom jij vond dat je gelijk had.
Wanneer je dezelfde scène denkbeeldig vanaf de andere kant van de kamer bekijkt, kan andere informatie zichtbaar worden.
Je merkt misschien dat je harder sprak dan je dacht. Dat de ander zelf gespannen leek. Dat jullie elkaar voortdurend onderbraken.
Je kunt zelfs onderzoeken hoe de situatie eruitzag vanuit de positie van de ander.
Dat betekent niet dat diens perspectief automatisch klopt en het jouwe niet. Je voegt informatie toe.
Perspectief verandert het verleden niet. Het kan wel veranderen welke informatie je uit een ervaring haalt. Dit zorgt voor meer mentale flexibiliteit en emotieregulatie: je eerste perspectief hoeft niet het enige beschikbare perspectief te blijven.
En perspectief is maar één eigenschap van een interne ervaring. NLP gaat nog een stap verder en vraagt: hoe ziet, klinkt en voelt die ervaring eigenlijk vanbinnen?
5. Hoe werkt NLP met interne voorstellingen en submodaliteiten?
Denk aan iets wat je morgen moet doen waar je weinig zin in hebt.
Misschien verschijnt er een beeld.
- Hoe groot is dat beeld?
- Hoe dichtbij?
- Zie je jezelf of kijk je door je eigen ogen?
- Hoor je iets?
Misschien zegt een stem:
Dit wordt verschrikkelijk.
Binnen NLP wordt veel gewerkt met zulke interne voorstellingen. Een beeld kan dichtbij of ver weg, groot of klein, helder of vaag zijn. Een innerlijke stem kan hard of zacht, snel of langzaam, streng of rustig klinken.
Dergelijke eigenschappen worden binnen NLP submodaliteiten genoemd.
Een interne voorstelling kan bijvoorbeeld verschillen in:
▪ afstand;
▪ grootte;
▪ helderheid;
▪ beweging;
▪ geluid;
▪ volume;
▪ tempo;
▪ lichamelijke sensatie.
Dat maakt een bijzondere vraag mogelijk:
Wat gebeurt er wanneer je niet meteen probeert te veranderen wat je denkt, maar eerst onderzoekt hoe je die gedachte aan jezelf presenteert?
Een toekomstige gebeurtenis bestaat nu al in je verbeelding
Je hebt maandagochtend een moeilijk overleg.
Het is zondagavond.
Er is geen vergadering. Niemand stelt een kritische vraag. Toch ervaar je stress.
Misschien zie je het overleg al voor je. Je hoort je leidinggevende een scherpe vraag stellen, ziet jezelf geen antwoord weten en hoort intern:
Dit wordt verschrikkelijk.
Je lichaam reageert op iets wat nog niet is gebeurd.
Dat betekent niet dat de stress verzonnen is. Werkdruk, conflicten en andere omstandigheden kunnen volkomen reëel zijn. Maar verwachtingen en interne voorstellingen kunnen het zo groot en klein maken als jij wilt.
Hetzelfde kan bij angst of faalangst gebeuren.
Een alternatief hoeft niet te zijn dat je jezelf een staande ovatie voorstelt. Veel interessanter kan een geloofwaardige visualisatie zijn:
- Je begint.
- Je voelt spanning.
- Je praat even te snel.
- Je merkt het.
- Je haalt adem.
- Je gaat verder.
De verbeeldingskracht wordt dan geen machine waarmee je succes bestelt, maar een oefenruimte waarin naast perfect en mislukt een derde mogelijkheid verschijnt:
Het gaat niet helemaal zoals gepland en ik kan ermee omgaan.
Soms bezit je de kwaliteit die daarvoor nodig is bovendien al, alleen op een andere plaats in je leven.

6. Wat zijn hulpbronnen en ankeren?
Stel dat je zegt:
Ik heb te weinig zelfvertrouwen.
NLP kan daar een vreemde maar nuttige vraag naast zetten:
Heb je werkelijk nergens zelfvertrouwen?
Misschien ben je onzeker tijdens vergaderingen, maar volkomen ontspannen wanneer je sport. Misschien vind je spreken voor groepen moeilijk, maar blijf je rustig wanneer thuis plotseling iets misgaat. Misschien durf je op je werk nauwelijks grenzen te stellen, terwijl je zonder aarzelen voor je kinderen opkomt.
Binnen NLP worden kwaliteiten en gewenste toestanden vaak hulpbronnen genoemd.
Dat kunnen bijvoorbeeld zijn:
○ rust;
○ moed;
○ nieuwsgierigheid;
○ concentratie;
○ creativiteit;
○ doorzettingsvermogen;
○ zelfvertrouwen.
De vraag verandert daardoor.
Niet:
Hoe krijg ik iets wat ik niet heb?
Maar:
Waar heb ik het al en wat kan ik daarvan leren?
Je ontdekt misschien dat een kwaliteit die je als afwezig beschouwde contextafhankelijk blijkt te zijn.
Ankeren: wanneer een prikkel iets oproept
Een bekende NLP-techniek die hierbij aansluit is ankeren.
Een liedje brengt je ineens terug naar een zomer van twintig jaar geleden. De geur van zonnebrand roept vakantie op. Een bepaald gebouw geeft je onmiddellijk een gespannen gevoel.
Prikkels kunnen verbonden raken met ervaringen.
Binnen NLP wordt geprobeerd zulke verbindingen doelbewust te gebruiken. Je roept bijvoorbeeld een gewenste toestand op en koppelt daar een specifieke prikkel aan. De vraag is dan:
Welke prikkels roepen bij mij succesgevoelens op, en wat gebeurt er wanneer ik die koppel aan een situatie waarin ik dat goed kan gebruiken?
.Herkaderen onderzoekt vervolgens nog een andere mogelijkheid: misschien hoeft iets niet te verdwijnen, maar verandert de betekenis wanneer je het in een ander kader plaatst.

7. Wat betekent herkaderen binnen NLP?
Iemand zegt:
Ik ben veel te koppig.
Dat kan inderdaad problemen veroorzaken.
Maar in een andere situatie noemen we hetzelfde gedrag misschien:
Ik geef niet snel op.
Of iemand zegt:
Ik denk altijd te lang na voordat ik iets doe.
Dat kan leiden tot uitstelgedrag. Maar in een andere context noemen we dezelfde neiging zorgvuldigheid.
Herkaderen betekent niet dat je iets vervelends mooi moet praten. Het betekent dat je onderzoekt of dezelfde gebeurtenis, reactie of eigenschap binnen een ander kader een andere betekenis kan krijgen.
Je kunt bijvoorbeeld vragen:
➜ In welke situatie is dit gedrag een probleem?
➜ Is er een situatie waarin dezelfde eigenschap nuttig is?
➜ Wat probeert deze reactie mogelijk te bereiken?
➜ Welke andere betekenis is eveneens mogelijk?
➜ Wat verandert er wanneer ik vanuit dat kader kijk?
Iemand die zichzelf overgevoelig noemt, kan bijvoorbeeld ontdekken dat hij ook bijzonder snel spanningen tussen mensen opmerkt. Dat betekent niet dat iedere vorm van gevoeligheid prettig is. Het betekent alleen dat één negatief etiket misschien niet het hele verhaal vertelt.
Herkaderen kan daardoor bijdragen aan persoonlijke groei zonder dat ieder lastig deel van jezelf onmiddellijk bestreden hoeft te worden.
Soms verandert een patroon echter niet doordat je er anders naar kijkt maar dat jij je gedrag analyseert. Dan wordt een andere NLP-vraag interessanter: hoe produceer je het eigenlijk, stap voor stap?
8. Hoe gebruikt NLP strategieën om patronen te onderzoeken?
Piekeren voelt vaak alsof het je overkomt.
Uitstelgedrag ook.
En zelfsabotage kan achteraf bijna voelen alsof ergens in jou een klein comité heeft besloten je plannen vakkundig te torpederen.
NLP benadert zulke ervaringen graag als strategieën: reeksen van interne en externe stappen.
Neem piekeren.
Je ligt in bed en denkt terug aan een gesprek.
Waarom zei ik dat?
Je hoort de zin opnieuw.
Dan verschuift je aandacht naar morgen.
Wat als hij er opnieuw over begint?
Je bedenkt wat jij dan zegt, stelt je voor wat hij antwoordt en reageert daar in gedachten weer op.
Tien minuten later heb je een volledig gesprek gevoerd dat nooit heeft plaatsgevonden.
Je kunt onderzoeken waarover je piekert. Vanuit NLP wordt daarnaast een andere vraag interessant:
Hoe doe je het piekeren?
Misschien ziet de strategie er ongeveer zo uit:
1. herinnering oproepen;
2. één moment uitvergroten;
3. jezelf een vraag stellen;
4. mogelijke toekomst voorstellen;
5. daarop intern reageren;
6. opnieuw beginnen.
Dat lost piekeren niet onmiddellijk op. Maar iets wat eerst één massieve toestand leek, bestaat ineens uit stappen.
Uitstelgedrag als strategie
Je moet een rapport schrijven.
Je denkt eraan.
In je hoofd verschijnt het hele rapport tegelijk.
Dit kost me de hele avond.
Je voelt weerstand.
Je opent je mail.
Een uur later heb je nog niets geschreven.
Je kunt jezelf lui noemen.
Je kunt ook vragen:
Wat gebeurt er precies tussen "ik moet dat rapport schrijven" en "ik open mijn mail"?
Misschien blijkt dat je de hele taak in één keer voor je ziet. Dan kun je onderzoeken wat werkelijk de eerste stap is.
Niet:
rapport schrijven.
Maar:
document openen en tien minuten aan de eerste paragraaf werken.
Het rapport is niet veranderd.
Je interne voorstelling van de eerstvolgende stap wel.
Dit gaat over zelfdiscipline en zelfregulatie, maar vanuit een andere ingang dan jezelf harder dwingen.
Wanneer een strategie zichtbaar wordt, verschijnt ergens misschien een plek waar je iets anders kan doen. Dat principe geldt niet alleen binnen jezelf. Het wordt minstens zo interessant zodra twee wereldmodellen elkaar in een gesprek ontmoeten.
9. Wat kan NLP betekenen voor communicatie en rapport?
Je zegt iets tegen je partner en krijgt een geïrriteerde reactie.
Maar zo bedoelde ik het helemaal niet.
Dat kan volkomen waar zijn.
Toch bestaat communicatie niet alleen uit bedoeling. Er is ook effect.
Jij spreekt vanuit jouw wereldmodel en de ander luistert vanuit het zijne.
Daardoor kan de vraag:
Waarom begrijp je me niet?
soms minder behulpzaam zijn dan:
Wat hoorde jij mij eigenlijk zeggen?
NLP is vanaf het begin sterk verbonden geweest met communicatie. Daarbij wordt veel gesproken over rapport: een ervaring van aansluiting en contact.
Technieken rond rapport kijken onder andere naar:
◇ aandachtig luisteren;
◇ woordkeuze;
◇ tempo en ritme;
◇ stemgebruik;
◇ lichaamstaal;
◇ aansluiten bij de beleving van de ander.
Maar werkelijk contact is meer dan iemand subtiel nadoen.
Wanneer je alleen technieken gebruikt om iemand zover te krijgen dat hij doet wat jij wilt, verandert communicatie gemakkelijk in manipulatie.
Daar ligt een belangrijke grens.
Empathie, respect voor en de autonomie van de ander blijven belangrijk. Goede communicatie betekent niet dat jij altijd je zin krijgt. Soms is het resultaat juist dat twee mensen duidelijker ontdekken dat ze iets verschillends willen.
De vroege ontwikkelaars van NLP waren sterk geïnteresseerd in mensen die bijzonder effectief communiceerden. Een van de invloedrijkste daarvan bracht hen bovendien rechtstreeks in aanraking met een andere methode: hypnose.

10. Wat zijn de raakvlakken tussen NLP en hypnose ?
Milton Erickson had grote invloed op de ontwikkeling van NLP. Bandler en Grinder probeerden patronen uit zijn manier van communiceren en zijn werk met hypnose te beschrijven en te modelleren.
Daardoor kregen onder andere:
✧ metaforen;
✧ suggestie;
✧ trance;
✧ taalpatronen;
✧ indirecte communicatie;
✧ minder bewust aangestuurde processen
een plaats binnen bepaalde NLP-stromingen.
NLP en hypnose zijn echter niet hetzelfde.
Hypnose heeft een eigen geschiedenis, eigen technieken en een afzonderlijke onderzoekstraditie. Binnen NLP werden vooral aspecten uit Ericksons manier van communiceren en werken opgenomen en verder gemodelleerd.
Ook het begrip onbewuste verschijnt daardoor geregeld in NLP-literatuur. Het is verstandig om dat niet voor te stellen als een geheim magazijn ergens in je hoofd waar overtuigingen en programma's keurig in dozen liggen opgeslagen.
Veel menselijke processen verlopen wel zonder voortdurende bewuste aansturing. Gewoonten, associaties, aangeleerde verwachtingen en automatische reacties kunnen gedrag beïnvloeden zonder dat je iedere tussenstap bewust kiest.
Daar raken NLP en hypnose elkaar.
Tegelijk laten de verschillen iets belangrijks zien: er bestaat niet één ingang tot persoonlijke ontwikkeling. NLP legt vooral nadruk op het onderzoeken en veranderen van patronen in ervaring, taal, aandacht, strategie en gedrag.
Daarmee wordt de volgende vraag vanzelf praktisch: waarvoor kun je zo'n manier van werken eigenlijk gebruiken?
11. Waarvoor kun je NLP gebruiken?
NLP is in de loop der jaren toegepast binnen:
- marketing
- coaching
- communicatie
- persoonlijke ontwikkeling
- training
- verkoop
- therapie
Als praktische methode kan NLP vooral interessant zijn wanneer je nieuwsgierig bent naar terugkerende patronen.
Bijvoorbeeld:
✓ communicatie en relaties;
✓ stress en anticipatiespanning;
✓ angst en negatieve toekomstvoorstellingen;
✓ uitstelgedrag en gewoonten;
✓ zelfvertrouwen en zelfbeeld;
✓ beperkende overtuigingen;
✓ focus en automatische reacties;
✓ persoonlijke ontwikkeling.
De gemeenschappelijke vraag blijft steeds ongeveer dezelfde:
Wat gebeurt er precies en waar ontstaat ruimte voor een andere mogelijkheid?
Soms ligt die ruimte in taal. Soms in aandacht, gedrag, een interne voorstelling, een hulpbron of een ander perspectief.
En soms ontdek je dat het probleem niet voornamelijk bestaat uit wat jij intern doet.
Dat is een belangrijke grens. Want een methode die veel nadruk legt op persoonlijke invloed kan gemakkelijk de indruk wekken dat uiteindelijk ieder probleem in jezelf opgelost moet worden.
12. Waar liggen de grenzen van NLP?
NLP richt de aandacht sterk op mogelijkheden en verandering. Dat kan aantrekkelijk zijn: in plaats van alleen te vragen waarom iets moeilijk is, onderzoek je wat je doet en wat je anders zou kunnen proberen.
Maar persoonlijke invloed is niet hetzelfde als volledige controle.
A- Niet ieder probleem zit in je wereldmodel
Soms ligt een belangrijk deel van het probleem werkelijk buiten jou.
- Een ongezonde werkomgeving wordt niet gezond doordat jij haar anders interpreteert.
- Een partner die voortdurend over je grenzen gaat vraagt niet alleen om een nieuw perspectief.
- Structurele overbelasting verdwijnt niet doordat je beter leert visualiseren.
Soms moet niet de kaart veranderen.
Soms moet er iets in het gebied veranderen.
Dat betekent bijvoorbeeld:
◆ een grens stellen;
◆ hulp vragen;
◆ een conflict bespreekbaar maken;
◆ een situatie verlaten;
◆ accepteren dat iets niet binnen jouw invloed ligt.
Persoonlijke kracht betekent niet dat jij verantwoordelijk bent voor alles wat je overkomt. Ze kan wel betekenen dat je onderzoekt waar je nog invloed hebt.
B- Invloed mag geen manipulatie worden
NLP werkt veel met taal, framing, aandacht en rapport. Die kennis kan communicatie ondersteunen, maar kan ook worden ingezet om iemand vooral in jouw gewenste richting te bewegen.
Daarom blijft de autonomie van de ander belangrijk.
Een goede vraag is niet alleen:
Werkt mijn communicatie?
Maar ook:
Respecteer ik degene met wie ik communiceer?
C- Verandering hoeft niet altijd snel te gaan
Snelle verandering heeft binnen NLP altijd veel aantrekkingskracht gehad. En soms kan een nieuw inzicht of een andere ervaring inderdaad verrassend snel iets verschuiven.
Andere patronen zijn verweven met jarenlange ervaringen, omstandigheden, relaties, gewoonten of trauma.
Langzame verandering is geen mislukte verandering.
Ook de wetenschappelijke onderbouwing van NLP als samenhangende methode vraagt bescheidenheid. Onderzoek naar NLP-interventies is beperkt en van wisselende kwaliteit.
Een bruikbare houding is daarom misschien verrassend NLP-achtig:
Onderzoek ook de kaart die NLP je aanbiedt.
Want uiteindelijk wordt geen enkele kaart interessanter doordat je haar blind gelooft. Ze wordt interessant wanneer je ermee op pad gaat en ontdekt wat er werkelijk gebeurt.
13. Waarom kan een nieuwe ervaring belangrijker zijn dan een nieuwe gedachte?
Je kunt precies begrijpen waarom je spreken voor groepen spannend vindt en toch iedere presentatie vermijden.
Je kunt weten hoe je piekert en iedere avond opnieuw hetzelfde rondje maken.
Je kunt ontdekken welke beperkende overtuiging je tegenhoudt en er vervolgens nog jarenlang naar handelen.
Ergens moet inzicht daarom overgaan in ervaring.
Dat hoeft geen enorme sprong te zijn.
Misschien:
➜ spreek je tijdens de volgende vergadering één keer eerder dan normaal;
➜ begin je tien minuten aan het werk dat je al dagen uitstelt;
➜ merk je tijdens het piekeren dat je voor de vijfde keer hetzelfde gesprek voert en begin je niet aan ronde zes;
➜ stel je een grens terwijl je dat spannend vindt;
➜ geef je een presentatie terwijl je nog steeds zenuwachtig bent.
Dan kan iets interessants gebeuren.
Je ontdekt niet:
Ik voel geen angst meer.
Maar:
Ik was zenuwachtig én ik kon het.
Je zegt nee en ontdekt dat de relatie blijft bestaan.
Je maakt een fout en herstelt.
Je begint zonder motivatie en merkt dat motivatie tijdens het werken kan ontstaan.
Dat zijn nieuwe ervaringen.
En nieuwe ervaringen kunnen informatie bevatten waarvoor binnen je bestaande wereldmodel nog nauwelijks plaats was.
Daarom zijn aangrenzende mogelijkheden zo interessant. Ze hoeven niet spectaculair te zijn. Ze moeten dichtbij genoeg liggen om werkelijk geprobeerd te kunnen worden.
De beweging kan dan worden:
beperkende overtuiging → aangrenzende mogelijkheid → nieuwe ervaring → werkende overtuiging → verrijkt wereldmodel
Dat is geen gegarandeerde formule. Mensen zijn daarvoor te ingewikkeld en omstandigheden verschillen te veel.
Maar het laat wel zien waarom alleen anders denken soms niet genoeg is.
Wanneer je jezelf vertelt:
Ik mag fouten maken
heb je een gedachte.
Wanneer je een fout maakt, herstelt en ontdekt dat je verder kunt, heb je een ervaring.
En juist daar krijgt de vraag waarmee NLP begon een nieuwe betekenis. Wanneer je ontdekt hoe je iets doet, kun je ergens in dat proces experimenteren met iets anders.
Vervolgens hoef je niet alleen te bedenken of het werkt.
Je kunt het ervaren.
14. Tenslotte
14. Tenslotte
NLP laat zien dat veel van wat vanzelfsprekend voelt, bestaat uit patronen die je in de loop van je leven hebt ontwikkeld. De manier waarop je tegen jezelf praat, waar je aandacht naartoe gaat, wat je je voorstelt en hoe je op situaties reageert, kan zo vertrouwd worden dat het voelt alsof het nu eenmaal bij je hoort.
Door zulke patronen zichtbaar te maken, ontdek je dat ze niet altijd vaststaan. Je kunt een andere betekenis geven aan wat je ervaart, een andere reactie oefenen, gebruikmaken van kwaliteiten die je al bezit en leren van momenten waarop iets wél lukt.
Daarmee belooft NLP niet dat je ieder probleem kunt oplossen of jezelf naar wens kunt programmeren. De waarde ligt juist in iets veel praktischers: je hoeft niet automatisch te blijven herhalen wat je altijd hebt gedaan. Je kunt onderzoeken, proberen, ervaren en bijstellen. En wanneer je daardoor ontdekt dat je in een bekende situatie anders kunt denken, voelen of handelen, ontstaat er iets wat belangrijker is dan alleen een nieuw inzicht: een nieuwe weg
Bronnen
- Richard Bandler & John Grinder, The Structure of Magic I & II
- Richard Bandler & John Grinder, Patterns of the Hypnotic Techniques of Milton H. Erickson
- Alfred Korzybski, Science and Sanity
- Milton H. Erickson, publicaties en verzameld werk over hypnose en therapeutische communicatie
- Sturt e.a., systematische review naar NLP en gezondheidsuitkomsten
- Aanvullende psychologische literatuur over aandacht, verwachting, mentale voorstellingen, leren, zelfregulatie en gedrag


