Yoga

Yoga wordt in het Westen vaak geassocieerd met houdingen, flexibiliteit, ontspanning en een yogamat. Historisch is yoga veel breder. Het is een verzamelnaam voor Indiase filosofische, spirituele, meditatieve en lichamelijke tradities waarin de verhouding tussen lichaam, geest, bewustzijn en bevrijding centraal staat.

In de Yoga Sutra’s van Patanjali wordt yoga verbonden met citta-vritti-nirodha: het tot rust brengen of beheersen van de bewegingen van de geest. Het gaat daarbij niet simpelweg om stoppen met denken. Het gaat om een bewustzijn dat minder automatisch wordt meegesleept door alle bewegingen, indrukken en reacties van de geest.

Daarmee raakt yoga aan thema’s die ook binnen mindfulness en Taoïsme herkenbaar zijn: aandacht, stilte, loslaten, balans en niet voortdurend forceren.

De tradities zijn niet hetzelfde en hebben verschillende historische wortels. Toch stellen ze soms verrassend verwante vragen over hoe een mens zich verhoudt tot zichzelf en het leven.

1. Wat betekent yoga?

Het Sanskrietwoord yoga hangt samen met betekenissen als verbinden, samenbrengen, inspannen en onder discipline brengen.

De populaire omschrijving van yoga als ‘eenheid van lichaam en geest’ raakt daarom aan een belangrijk aspect van moderne yoga, maar beschrijft niet de volledige historische betekenis.

Er bestaan bovendien verschillende yogatradities.

Yoga kan gericht zijn op meditatie, devotie, kennis, handelen, lichamelijke beoefening of combinaties daarvan.

De acht onderdelen van klassieke yoga

Binnen de klassieke yoga van Patanjali wordt een achtvoudig pad beschreven:

  • yama – ethische richtlijnen;
  • niyama – persoonlijke leefregels;
  • asana – lichaamshouding;
  • pranayama – werken met de adem;
  • pratyahara – het terugtrekken van de zintuigen;
  • dharana – concentratie;
  • dhyana – meditatie;
  • samadhi – diepe meditatieve absorptie.

De lichaamshoudingen die tegenwoordig vaak bijna synoniem zijn geworden met yoga vormen binnen dit model dus slechts één onderdeel van een veel bredere spirituele praktijk.

2. Wat doet yoga met het lichaam?

Moderne vormen van houdingsgerichte yoga combineren beweging, statische houdingen, balans, ademhaling en aandacht voor lichamelijke gewaarwordingen.

Afhankelijk van de yogavorm kan daarbij worden gewerkt aan:

  • flexibiliteit en mobiliteit;
  • spierkracht;
  • balans;
  • coördinatie;
  • lichaamsbewustzijn;
  • ontspanning.

Dat maakt yoga ook zonder spirituele overtuiging een vorm van lichaamswerk.

Sommige yogavormen zijn rustig en meditatief. Andere kunnen lichamelijk behoorlijk intensief zijn.

Yoga hoeft daarom niet altijd ontspannen te voelen. Ook inspanning, ongemak en concentratie kunnen onderdeel zijn van de beoefening.

Lichaam en aandacht

Een belangrijk verschil met puur mechanische lichaamsbeweging is dat binnen veel yogavormen aandacht wordt besteed aan wat er tijdens een houding gebeurt.

  • Waar voel je spanning?
  • Waar houd je onnodig vast?
  • Wat gebeurt er met je adem?
  • Kun je inspanning leveren zonder voortdurend te forceren?

Daar ontstaat een verbinding tussen lichamelijke ervaring en bewustzijn.

3. Welke rol spelen ademhaling, prana en energie?

Binnen verschillende yogatradities is ademhaling veel meer dan alleen de toevoer van zuurstof.

Pranayama verwijst naar yogapraktijken waarbij bewust met de adem wordt gewerkt. Het begrip is traditioneel verbonden met prana: levensenergie of levenskracht.

Binnen yogafilosofie bestaan verschillende modellen van een subtiel lichaam waarin prana via nadi’s wordt beschreven. Ook chakra’s kunnen binnen bepaalde Indiase en latere yogatradities onderdeel zijn van dergelijke energetische modellen.

Prana en nadi’s zijn spirituele en traditionele begrippen. Nadi’s zijn niet aangetoond als anatomische energiekanalen en prana is niet wetenschappelijk vastgesteld als afzonderlijke meetbare levensenergie.

Dat betekent niet dat ademhaling geen lichamelijke effecten heeft. Ademhaling staat in directe wisselwerking met lichamelijke en psychologische processen. Alleen is dat een andere verklaring dan het traditionele energetische model.

Is prana hetzelfde als qi?

Binnen het Taoïsme en andere Chinese tradities vinden we het begrip qi, ook vaak geschreven als chi.

Prana en qi worden regelmatig met elkaar vergeleken omdat beide begrippen verwijzen naar levensenergie en een belangrijke plaats hebben in traditionele lichaams- en bewustzijnspraktijken.

Ze zijn echter niet hetzelfde begrip.

Prana komt uit Indiase tradities.

Qi komt uit Chinese filosofische en medische tradities.

De culturele, filosofische en historische systemen eromheen verschillen.

Toch ontstaat hier een interessante overeenkomst: zowel yoga als taoïstische praktijken benaderen de mens niet uitsluitend als een verzameling afzonderlijke lichaamsdelen, maar vanuit samenhang tussen lichaam, adem, bewustzijn en levensproces.

4. Wat hebben yoga en taoïsme met elkaar gemeen?

Yoga is geen taoïstische praktijk en Taoïsme is geen vorm van yoga.

Toch bestaan er inhoudelijke raakvlakken.

Beide tradities kennen bijvoorbeeld aandacht voor:

  • lichaam en geest;
  • ademhaling;
  • innerlijke rust;
  • balans;
  • levensenergie;
  • meditatie;
  • bewustzijn;
  • natuurlijke processen.

Tegelijkertijd moeten de verschillen serieus worden genomen. Yoga ontwikkelde zich binnen Indiase religieuze en filosofische tradities. Taoïsme ontstond in China en ontwikkelde eigen opvattingen over Tao, qi, yin en yang, natuurlijkheid en wu wei.

Niet-forceren

Een bijzonder raakvlak ontstaat rond het thema forceren.

Bij een yogahouding kan iemand proberen met wilskracht steeds verder te komen. Maar meer inspanning levert niet automatisch een betere beoefening op.

Soms ontstaat juist ruimte wanneer onnodige spanning wordt losgelaten.

Daar ligt een interessante overeenkomst met wu wei.

Wu wei betekent niet simpelweg nietsdoen. Het verwijst binnen het Taoïsme naar handelen zonder onnodige dwang of geforceerd ingrijpen.

In yoga kan iets vergelijkbaars lichamelijk worden ervaren: inspanning en ontspanning hoeven geen tegenstellingen te zijn.

Je doet iets, maar probeert niet voortdurend het lichaam te overwinnen.

5. Wat hebben yoga en natuurlijk ritme met elkaar te maken?

Een lichaam heeft grenzen en ritmes.

Niet iedere dag voelt hetzelfde.

Energie, concentratie, slaap, stress en lichamelijke omstandigheden veranderen voortdurend.

Wanneer yoga uitsluitend wordt benaderd vanuit prestatie, kan iemand die signalen negeren:

gisteren lukte deze houding, dus vandaag moet hij ook lukken.

Maar lichaamsbewustzijn kan juist betekenen dat je leert waarnemen wat er op dit moment aanwezig is.

Daar raakt yoga aan natuurlijk ritme.

Binnen een taoïstische benadering wordt vaak aandacht besteed aan bewegen met veranderende omstandigheden in plaats van daar voortdurend tegenin te gaan.

Dat betekent niet dat inspanning verkeerd is.

Het gaat om de verhouding tussen inspanning en ontvankelijkheid.

Soms vraagt ontwikkeling om doorzetten.

Soms om loslaten.

En soms om het onderscheid tussen die twee te leren voelen.

6. Wat kan yoga betekenen voor de geest?

Yoga kan ook worden beoefend als aandachtstraining.

Tijdens een houding verschijnen gedachten:

  • Dit lukt niet.
  • Ik moet verder kunnen.
  • Wanneer is dit voorbij?
  • Die ander kan het veel beter.

De yogamat wordt dan een kleine omgeving waarin patronen zichtbaar kunnen worden.

  • Iemand die altijd over zijn grenzen gaat, kan merken dat hij dat tijdens yoga opnieuw doet.
  • Iemand met perfectionisme kan van iedere houding een prestatie maken.
  • Iemand die snel opgeeft, kan merken hoe onmiddellijk de gedachte verschijnt dat iets onmogelijk is.

Daarmee kan yoga een ingang worden naar zelfkennis.

Niet omdat iedere reactie op een yogamat een diep psychologisch inzicht bevat, maar omdat lichaam, gedachten, emoties en gedrag tijdens de beoefening tegelijkertijd waarneembaar worden.

7. Wat is droomyoga?

Droomyoga behoort niet tot dezelfde historische traditie als de klassieke yoga van Patanjali.

Het begrip verwijst vooral naar praktijken binnen het Tibetaans boeddhisme.

Daar krijgt dromen een spirituele functie.

Het doel is niet alleen om tijdens een droom te beseffen dat je droomt. Luciditeit kan een onderdeel zijn, maar droomyoga gaat verder dan het verkrijgen van controle over droominhoud.

De droom wordt gebruikt om de aard van ervaring en werkelijkheid te onderzoeken.

Droomyoga en lucide dromen

Bij een lucide droom weet iemand tijdens het dromen dat hij droomt.

Binnen moderne lucide-droompraktijken kan dat bijvoorbeeld worden gebruikt om te experimenteren, angsten te onderzoeken of bewust invloed uit te oefenen op de droom.

Binnen Tibetaans boeddhistische droomyoga staat uiteindelijk een andere vraag centraal.

Als je tijdens een droom kunt ontdekken dat wat volkomen werkelijk leek een constructie van de geest was, wat leert dat dan over de manier waarop je ook in wakende toestand ervaringen als absoluut werkelijk beschouwt?

Droomyoga krijgt daarmee een contemplatieve en spirituele betekenis.

Dromen worden een oefengebied voor bewustzijn.

8. Wat is slaapyoga?

Slaapyoga is eveneens verbonden met Tibetaanse boeddhistische tradities.

Het wordt soms beschreven als een verdere verdieping waarbij bewustzijn niet alleen tijdens dromen wordt onderzocht, maar ook in relatie tot diepe slaap en toestanden waarin gewone droombeelden verdwijnen.

Dat moet niet simpelweg worden gelijkgesteld aan wetenschappelijk aantoonbaar ‘volledig bewust blijven tijdens de hele nacht’.

Binnen de traditionele context heeft slaapyoga een contemplatieve betekenis die samenhangt met opvattingen over bewustzijn, leegte, sterven en wedergeboorte.

De slaap wordt daarbij spiritueel interessant omdat de gebruikelijke identiteit tijdelijk minder houvast heeft aan de buitenwereld.

Waar ben je wanneer het gewone verhaal over jezelf stilvalt?

Die vraag maakt slaapyoga verwant aan bredere mystieke tradities waarin onderzocht wordt wat bewustzijn is wanneer gedachten, rollen en dagelijkse identiteit naar de achtergrond verdwijnen.

9. Is het doel van yoga om je goed te voelen?

Niet noodzakelijk.

Dat is een belangrijk verschil met sommige moderne wellnessbenaderingen.

Yoga kan ontspannend en prettig zijn. Mensen kunnen meer rust, lichaamsbewustzijn of balans ervaren.

Maar traditionele yoga is niet ontwikkeld met als uiteindelijk doel dat iemand zich voortdurend goed voelt.

Een spirituele praktijk kan ook confrontatie betekenen.

  • Je kunt onrust tegenkomen.
  • Frustratie.
  • Lichamelijke grenzen.
  • Angst.
  • Gehechtheid.
  • De behoefte aan controle.

Het gaat dan niet alleen om het verwijderen van onaangename ervaringen, maar om de manier waarop je je ertoe verhoudt.

Ook daarin bestaat een raakvlak met acceptatie en mindfulness.

10. Hoe past yoga bij persoonlijk meesterschap?

Yoga kan binnen persoonlijk meesterschap een bijzondere positie innemen omdat het lichaam en bewustzijn bij elkaar brengt.

Je kunt veel begrijpen over loslaten zonder werkelijk te merken hoeveel spanning je vasthoudt.

Je kunt rationeel weten dat perfectionisme je belemmert en vervolgens tijdens een yogahouding opnieuw proberen beter te presteren dan degene naast je.

Het lichaam maakt abstracte ideeën concreet.

Yoga kan daardoor ruimte bieden voor thema’s als:

Ook het wereldmodel kan zichtbaar worden.

Wanneer iemand denkt:

Mijn lichaam kan dit niet,

kan dat een reële lichamelijke grens zijn.

Maar het kan ook een verwachting zijn die nooit onderzocht is.

Een aangrenzende mogelijkheid kan dan heel klein zijn: niet onmiddellijk de perfecte houding uitvoeren, maar ontdekken dat er iets meer bewegingsruimte bestaat dan gedacht.

Yoga hoeft daarbij geen project te worden waarin het lichaam voortdurend verbeterd moet worden.

Juist het leren onderscheiden tussen ontwikkelen en forceren kan onderdeel zijn van de beoefening.

11. Wat is de spirituele betekenis van yoga?

Voor veel traditionele beoefenaars is yoga uiteindelijk een spirituele weg.

Daarbij bestaan verschillende filosofische verklaringen en doelen.

Sommige yogatradities leggen de nadruk op bevrijding van identificatie met de bewegingen van de geest. Andere benadrukken devotie, kennis, meditatie, energie of eenwording met een grotere spirituele werkelijkheid.

Daar raakt yoga aan mystiek.

De gewone identiteit wordt niet noodzakelijk als het volledige zelf beschouwd.

  • Wie ben je wanneer gedachten even niet bepalen wie je bent?
  • Wat blijft er over wanneer je niet voortdurend reageert op verlangens, angsten en verwachtingen?
  • Wat is bewustzijn wanneer je het niet onmiddellijk invult met een verhaal over jezelf?

Binnen verschillende yogatradities worden daarop verschillende antwoorden gegeven.

De wetenschap kan onderzoeken wat meditatie, ademhaling en lichaamsbeweging met hersenen en lichaam doen. Zij kan daarmee niet vaststellen of iemand via yoga contact maakt met een hoger Zelf, het goddelijke of een diepere spirituele werkelijkheid.

Dat zijn verschillende soorten vragen.

12. Tenslotte

Yoga is veel meer dan lenigheid, houdingen of ontspanning.

Het is een verzamelnaam voor tradities waarin mensen al eeuwen onderzoeken wat er gebeurt wanneer lichaam, adem, aandacht, denken en bewustzijn niet als volledig afzonderlijke werelden worden behandeld.

Daarom kan yoga verschillende betekenissen tegelijk hebben.

  • Het kan lichaamsbeweging zijn.
  • Een meditatieve praktijk.
  • Een manier om het eigen gedrag beter waar te nemen.
  • Een filosofische levensweg.

Of een spirituele zoektocht naar de aard van bewustzijn en het zelf.

Ook de verbinding met Taoïsme wordt dan begrijpelijker. Yoga en Taoïsme komen uit verschillende culturen en mogen niet tot één leer worden samengevoegd. Toch ontmoeten ze elkaar soms in vergelijkbare menselijke ervaringen: balans zoeken, spanning loslaten, aandacht geven aan adem en lichaam, natuurlijk ritme herkennen en ontdekken dat meer controle niet altijd tot meer vrijheid leidt.

Droomyoga en slaapyoga voegen daar vanuit het Tibetaans boeddhisme nog een andere dimensie aan toe. Zelfs tijdens dromen en slapen kan de verhouding tussen bewustzijn, werkelijkheid en identiteit onderwerp van onderzoek worden.

Misschien ligt daar een verbindende gedachte tussen al deze verschillende vormen.

Niet dat je uiteindelijk een perfecte houding bereikt of je gedachten definitief stilzet, maar dat je steeds beter leert waarnemen wat er gebeurt wanneer je minder automatisch vasthoudt, reageert en forceert.

Yoga wordt dan niet alleen iets wat je met je lichaam doet.

Het wordt een onderzoek naar de manier waarop je aanwezig bent in je lichaam, je geest en uiteindelijk in het leven zelf.