Integratie

Integratie betekent binnen de psychologie in brede zin dat ervaringen, gedachten, emoties, herinneringen, eigenschappen en verschillende kanten van de persoonlijkheid meer met elkaar in verbinding komen. Wat eerder los van elkaar, tegenstrijdig, vermeden of onvoldoende bewust was, kan daardoor onderdeel worden van een meer samenhangend geheel.

Het begrip komt in verschillende psychologische en therapeutische stromingen voor. Carl Gustav Jung verbond integratie bijvoorbeeld met de schaduw en individuatie. Binnen therapievormen die werken met deelpersoonlijkheden gaat het om het leren herkennen en verbinden van verschillende innerlijke kanten. Bij traumagerelateerde problematiek kan integratie weer betrekking hebben op herinneringen, emoties en ervaringen die moeilijk met elkaar verbonden kunnen worden.

Daarnaast heeft integratie nog een andere betekenis: binnen integratieve psychotherapie worden inzichten en methoden uit verschillende therapeutische stromingen gecombineerd.

Integratie is dus niet één specifieke methode. Het is een breder psychologisch principe dat vanuit verschillende theorieën anders wordt begrepen en in de praktijk verschillende vormen kan aannemen.

1. Wat betekent psychologische integratie?

Mensen zijn geen volledig onveranderlijke persoonlijkheden.

Afhankelijk van de situatie kunnen verschillende eigenschappen, behoeften en reacties naar voren komen. Iemand kan sterk én kwetsbaar zijn, zelfstandig willen functioneren én behoefte hebben aan steun, ambitieus zijn én verlangen naar rust.

Dat is normaal.

Integratie betekent daarom niet dat alle innerlijke verschillen moeten verdwijnen. Het gaat eerder om het vermogen om verschillende ervaringen en kanten van jezelf te herkennen zonder dat één kant automatisch de rest hoeft te ontkennen.

Een belangrijk verschil is bijvoorbeeld:

Ik mag nooit onzeker zijn.

tegenover:

Ik kan zelfverzekerd zijn en tegelijkertijd in sommige situaties onzekerheid ervaren.

In het tweede geval krijgt de onzekerheid een plaats binnen een breder zelfbeeld.

Integratie is geen perfectie

Een geïntegreerd persoon heeft nog steeds innerlijke conflicten, emoties, twijfels en tegenstrijdige verlangens.

Integratie betekent dus niet dat iemand uiteindelijk volledig in balans raakt en nooit meer psychologische problemen ervaart.

Het gaat eerder om samenhang en psychologische flexibiliteit.

2. Waarom raken ervaringen soms van elkaar gescheiden?

Niet alles wat iemand meemaakt wordt op dezelfde manier verwerkt.

Sommige gevoelens worden gemakkelijk geaccepteerd, terwijl andere botsen met iemands zelfbeeld, opvoeding, sociale omgeving of overtuigingen.

Een kind kan bijvoorbeeld leren:

Boos worden is slecht.

De boosheid verdwijnt daardoor niet noodzakelijk. Het kind kan wel leren die emotie minder bewust te herkennen of onmiddellijk te onderdrukken.

Later kan iemand zichzelf zien als iemand die ‘nooit boos wordt’, terwijl irritatie bijvoorbeeld indirect zichtbaar wordt in terugtrekken, spanning, sarcastische opmerkingen of plotselinge uitbarstingen.

In therapeutische taal kan dan worden gesproken over een onvoldoende erkend of geïntegreerd aspect van de ervaring.

Dat hoeft niet altijd door trauma te zijn ontstaan. Ook opvoeding, sociale normen, conditionering, relaties, schaamte, verwachtingen en persoonlijke ervaringen kunnen invloed hebben.

3. Wat wordt er eigenlijk geïntegreerd?

Dat hangt af van de psychologische theorie waarmee wordt gewerkt.

Integratie kan betrekking hebben op:

  • emoties;
  • herinneringen;
  • overtuigingen;
  • behoeften;
  • lichamelijke ervaringen;
  • eigenschappen;
  • verschillende sociale rollen;
  • conflicterende verlangens;
  • moeilijke levenservaringen;
  • deelpersoonlijkheden;
  • aspecten van het zelfbeeld.

Daarom is de uitspraak dat integratie altijd betekent dat een ‘afgesplitst deel’ wordt teruggehaald te beperkt.

Soms gaat het om iets veel eenvoudigers.

Iemand kan bijvoorbeeld jarenlang denken dat kwetsbaarheid niet bij hem past. Wanneer hij later ontdekt dat kwetsbaarheid en kracht naast elkaar kunnen bestaan, verandert zijn zelfbeeld zonder dat daarvoor een letterlijk afgesplitst persoonlijkheidsdeel hoeft te worden aangenomen.

4. Hoe ziet integratie er in de praktijk uit?

Stel dat een vrouw zichzelf altijd heeft gezien als behulpzaam, vriendelijk en zorgzaam.

Wanneer iemand haar slecht behandelt, voelt ze wel boosheid, maar die emotie past niet bij haar beeld van zichzelf.

Ze zegt:

“Ik ben gewoon geen boos persoon.”

In gesprekken blijkt dat ze conflicten vermijdt, moeilijk grenzen stelt en regelmatig dingen voor anderen doet waar ze eigenlijk geen ruimte voor heeft.

De therapeut hoeft haar boosheid niet te zien als een probleem dat verwijderd moet worden.

Het tegenovergestelde kan gebeuren.

Ze kan onderzoeken wat haar boosheid aangeeft: misschien dat een grens wordt overschreden of dat een behoefte onvoldoende ruimte krijgt.

Integratie betekent dan niet:

Ik moet voortaan boos zijn.

Maar:

Mijn boosheid hoort ook bij mij en kan mij informatie geven.

Daardoor ontstaat meer keuzevrijheid. Ze hoeft boosheid niet automatisch te onderdrukken en hoeft er evenmin automatisch naar te handelen.

Ze kan de emotie herkennen en vervolgens bepalen wat passend is.

Dat is een belangrijk praktisch kenmerk van integratie: wat bewust beschikbaar komt, kan flexibeler worden gebruikt.

5. Wat bedoelde Jung met integratie?

Binnen de analytische psychologie van Carl Gustav Jung heeft integratie een belangrijke plaats.

Jung zag de persoonlijkheid als groter dan alleen het bewuste ego. Hij onderscheidde onder andere het persoonlijk onbewuste, het collectief onbewuste, archetypen, de persona, de schaduw en het Zelf.

Vooral de schaduwkant is relevant.

De schaduw bestaat binnen de Jungiaanse theorie uit eigenschappen en mogelijkheden die onvoldoende bij de bewuste identiteit passen en daardoor minder worden erkend.

Dat hoeven niet uitsluitend negatieve eigenschappen te zijn.

Iemand die zichzelf altijd als rationeel ziet kan bijvoorbeeld zijn gevoeligheid weinig ruimte geven. Iemand die geleerd heeft bescheiden te blijven kan ambitie of zelfvertrouwen afwijzen.

Integreren is niet uitleven

Een belangrijk onderscheid is dat integratie niet betekent dat iedere impuls moet worden uitgevoerd.

Wanneer iemand agressieve gevoelens ontdekt, betekent integratie niet dat agressief gedrag wenselijk wordt.

Het betekent dat iemand kan erkennen:

Deze gevoelens bestaan ook in mij.

Daarmee wordt de persoonlijkheid volgens Jung minder eenzijdig.

Integratie vormt zo een belangrijk onderdeel van individuatie: het langdurige proces waarin verschillende bewuste en onbewuste aspecten van de persoonlijkheid zich tot een meer samenhangend geheel kunnen ontwikkelen.

Dit is een Jungiaans theoretisch model en moet niet worden beschouwd als een empirisch vastgesteld universeel ontwikkelingsproces.

6. Wat hebben deelpersoonlijkheden met integratie te maken?

Binnen sommige therapeutische benaderingen wordt gesproken over deelpersoonlijkheden, delen of innerlijke kanten.

Een persoon kan bijvoorbeeld een sterke innerlijke criticus herkennen, maar daarnaast ook een kwetsbare, perfectionistische, zorgzame, speelse of rebelse kant ervaren.

Het doel hoeft niet te zijn één van die delen te verwijderen.

Een perfectionistische kant kan bijvoorbeeld ooit nuttig zijn geworden doordat prestaties erkenning opleverden. Later kan hetzelfde patroon voor grote prestatiedruk zorgen.

Integratie betekent dan dat iemand het patroon leert herkennen, de functie ervan begrijpt en tegelijkertijd andere reacties beschikbaar krijgt.

Geen aparte personen

Bij dit soort therapeutisch werken worden ‘delen’ meestal gebruikt als psychologisch model.

Het betekent niet automatisch dat letterlijk verschillende persoonlijkheden in iemand aanwezig zijn.

Daarom moeten deelpersoonlijkheden ook worden onderscheiden van dissociatie en dissociatieve identiteitsstoornis.

7. Wat is de relatie tussen integratie en dissociatie?

Integratie en dissociatie worden soms als tegenovergestelde processen beschreven.

Bij dissociatie kunnen aspecten van ervaring die normaal met elkaar verbonden zijn — zoals geheugen, identiteit, emotie, lichaamsbeleving of perceptie — tijdelijk minder geïntegreerd raken.

Dat kan variëren van relatief lichte ervaringen tot ernstige klinische problematiek.

Binnen traumabehandeling kan integratie daarom een specifiekere betekenis krijgen: moeilijke ervaringen, herinneringen, emoties en lichamelijke reacties kunnen geleidelijk beter binnen het bredere autobiografische verhaal van iemand worden geplaatst.

Dat betekent niet dat iedere innerlijke tegenstelling het gevolg is van dissociatie of trauma.

Het oude idee dat niet-geïntegreerde delen meestal door traumatische ervaringen in de kindertijd ontstaan, is daarvoor te algemeen.

8. Welke rol spelen zelfbeeld en wereldmodel?

Integratie gaat niet alleen over emoties of persoonlijkheidsdelen.

Ook overtuigingen kunnen met elkaar botsen.

Stel dat iemand jarenlang heeft geloofd:

Als ik fouten maak, ben ik niet goed genoeg.

Later doet die persoon ervaringen op waarin fouten juist leiden tot leren, begrip of verbetering.

Nieuwe ervaringen passen dan niet onmiddellijk bij het bestaande wereldmodel.

Een wereldmodel bestaat uit verwachtingen, overtuigingen en interpretaties waarmee iemand zichzelf, andere mensen en gebeurtenissen probeert te begrijpen.

Nieuwe informatie kan worden genegeerd, afgewezen of aangepast aan bestaande overtuigingen. Maar het wereldmodel kan zelf ook veranderen.

Nieuwe ervaringen krijgen een plaats

Integratie betekent in dit verband dat nieuwe ervaringen niet los blijven staan, maar invloed kunnen krijgen op bestaande overtuigingen.

Van:

Een fout bewijst dat ik tekortschiet.

naar:

Ik kan ergens niet goed in zijn zonder dat mijn hele eigenwaarde daarvan afhangt.

Daarmee kunnen perceptie, zelfbeeld, verwachtingen en overtuigingen geleidelijk veranderen.

Integratie is vanuit dit perspectief geen eenmalig moment, maar een voortdurend proces waarin oude en nieuwe informatie met elkaar in verband worden gebracht.

9. Wat betekent integratie binnen therapie?

Verschillende therapievormen gebruiken andere manieren om integratie te bevorderen.

Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door:

  • ervaringen onder woorden te brengen;
  • emoties bewust te ervaren;
  • tegenstrijdige overtuigingen te onderzoeken;
  • lichamelijke reacties te herkennen;
  • verschillende kanten van zichzelf te laten spreken;
  • nieuwe ervaringen op te doen;
  • gebeurtenissen vanuit andere perspectieven te bekijken;
  • vermeden gevoelens geleidelijk toe te laten;
  • betekenis te geven aan belangrijke levenservaringen.

Binnen Gestalttherapie kan bijvoorbeeld een dialoog worden gebruikt tussen verschillende kanten van iemand.

Binnen psychodynamische therapieën kunnen terugkerende patronen en onbewuste conflicten worden onderzocht.

Binnen cognitieve therapieën kan meer nadruk liggen op overtuigingen, interpretaties en nieuwe leerervaringen.

En binnen therapieën die met delen werken kunnen verschillende innerlijke posities expliciet worden onderzocht.

De praktijk verschilt dus, terwijl het onderliggende streven vergelijkbaar kan zijn: meer samenhang en meer keuzevrijheid.

10. Wat is integratieve psychotherapie?

Het woord integratie heeft binnen de psychologie nog een tweede belangrijke betekenis.

Integratieve psychotherapie combineert inzichten of methoden uit verschillende therapeutische stromingen.

Een therapeut hoeft bijvoorbeeld niet uitsluitend vanuit psychoanalyse, gedragstherapie, cognitieve therapie of Gestalttherapie te werken.

Er bestaan verschillende manieren van integreren.

Technisch eclecticisme

De therapeut kiest technieken uit verschillende behandelvormen omdat ze bij een bepaalde cliënt of een bepaald probleem bruikbaar lijken.

Theoretische integratie

Elementen uit verschillende psychologische theorieën worden samengebracht tot een bredere verklaring.

Assimilatieve integratie

De therapeut heeft één centrale theoretische basis, maar neemt bruikbare technieken uit andere benaderingen op.

Gemeenschappelijke factoren

Hierbij ligt de aandacht op elementen die in veel therapievormen belangrijk zijn, zoals de therapeutische relatie, samenwerking, verwachtingen en het gezamenlijk werken aan verandering.

Integratieve psychotherapie is dus meer dan willekeurig technieken door elkaar gebruiken. Juist de samenhang tussen cliënt, theorie, therapeutische relatie, methode en doel is belangrijk.

11. Welke rol kunnen dromen en imaginatie spelen?

Binnen sommige therapeutische tradities kunnen dromen worden gebruikt bij integratie.

Vooral Jung kende dromen een belangrijke plaats toe binnen het proces van individuatie. Droombeelden konden volgens hem aspecten zichtbaar maken die onvoldoende door het bewuste ego werden erkend.

Binnen Gestalttherapie kan iemand bijvoorbeeld worden uitgenodigd om vanuit verschillende droomfiguren of elementen te spreken.

Ook imaginatie kan worden gebruikt om een innerlijk conflict, herinnering of emotie vanuit verschillende posities te onderzoeken.

Daarmee behouden we een belangrijk element uit het oorspronkelijke artikel.

Maar de oude uitspraak:

alles in een droom is een uitdrukking van jezelf

is te absoluut.

Dat is een mogelijke interpretatie binnen bepaalde vormen van droomwerk en vooral herkenbaar binnen Gestaltgerichte technieken. Het is geen algemeen bewezen psychologische eigenschap van dromen.

Dromen en imaginatie kunnen dus instrumenten binnen integratief werk zijn, maar integratie is veel breder dan droomwerk.

12. Betekent integratie dat je jezelf moet accepteren?

Zelfacceptatie en integratie liggen dicht bij elkaar, maar zijn niet hetzelfde.

Zelfacceptatie gaat over de houding waarmee iemand zichzelf en zijn eigenschappen, beperkingen en ervaringen tegemoet treedt.

Integratie gaat sterker over het verbinden van ervaringen en aspecten van zichzelf binnen een groter geheel.

Toch kunnen beide elkaar beïnvloeden.

Wat iemand volledig afwijst, kan moeilijk bewust worden onderzocht. Wanneer een emotie of eigenschap zonder onmiddellijk oordeel kan worden herkend, ontstaat meer ruimte om te begrijpen welke plaats deze binnen de persoonlijkheid heeft.

Dat betekent niet dat alles geaccepteerd gedrag moet worden.

Je kunt erkennen dat je jaloers, boos of wraakzuchtig bent zonder te besluiten daarnaar te handelen.

Erkennen is iets anders dan goedkeuren.

13. Is integratie wetenschappelijk bewezen?

Hier moeten verschillende betekenissen uit elkaar worden gehouden.

Dat mensen tegenstrijdige gedachten, emoties, rollen en overtuigingen kunnen hebben is psychologisch goed herkenbaar en wordt vanuit verschillende onderzoeksgebieden bestudeerd. Ook weten we dat nieuwe ervaringen bestaande verwachtingen en aangeleerde patronen kunnen veranderen.

Maar er bestaat niet één wetenschappelijk aangetoond proces genaamd integratie dat precies overeenkomt met alle therapeutische theorieën.

Jungs integratie van de schaduw, integratie binnen traumatherapie, werken met deelpersoonlijkheden en cognitieve verandering zijn bijvoorbeeld verschillende modellen.

Ook psychotherapie-integratie is een eigen onderzoeksgebied. Daarbij worden onder andere gemeenschappelijke factoren, technische integratie, theoretische integratie en combinaties van therapeutische benaderingen onderzocht.

De wetenschappelijke vraag is daarom niet simpelweg:

Werkt integratie?

Eerst moet duidelijk zijn wat met integratie wordt bedoeld, binnen welke theorie, bij welk probleem en met welke methode.

14. Waarom is integratie belangrijk voor persoonlijke groei?

Persoonlijke groei betekent niet noodzakelijk dat steeds iets nieuws aan de persoonlijkheid moet worden toegevoegd.

Soms ontstaat ontwikkeling juist doordat iemand meer ruimte krijgt voor wat al aanwezig was.

Een persoon die altijd sterk probeert te zijn kan kwetsbaarheid leren erkennen. Iemand die voortdurend voor anderen zorgt kan eigen behoeften serieuzer nemen. Een perfectionist kan ontdekken dat eigenwaarde niet volledig van prestaties hoeft af te hangen.

Integratie kan daardoor bijdragen aan:

  • meer zelfkennis;
  • grotere zelfacceptatie;
  • minder rigide gedragspatronen;
  • meer emotionele flexibiliteit;
  • een genuanceerder zelfbeeld;
  • meer keuzevrijheid;
  • aanpassing van overtuigingen en wereldmodel.

Daarmee bestaat een natuurlijke verbinding tussen integratie, zelfreflectie en persoonlijke groei.

Het doel is niet een persoonlijkheid zonder tegenstrijdigheden.

Juist het kunnen verdragen en verbinden van tegenstellingen kan onderdeel zijn van psychologische ontwikkeling.

15. Hoe herken je integratie in het dagelijks leven?

Integratie hoeft niet spectaculair te zijn.

Het kan zichtbaar worden wanneer iemand over een moeilijke ervaring kan praten zonder deze volledig te vermijden of erdoor overspoeld te raken.

Of wanneer iemand kan zeggen:

Ik ben trots op wat ik heb bereikt én ik heb fouten gemaakt.

Ik hou van mijn ouders én sommige dingen uit mijn jeugd hebben mij pijn gedaan.

Ik ben zelfstandig én ik heb soms andere mensen nodig.

Ik voel boosheid én ik hoef niet agressief te handelen.

In al deze voorbeelden kunnen twee ervaringen naast elkaar bestaan.

Dat is misschien een van de meest praktische betekenissen van psychologische integratie:

niet langer gedwongen zijn om één kant van de werkelijkheid te ontkennen om de andere kant te kunnen behouden.

16. Tenslotte

Integratie is binnen de psychologie geen afzonderlijke techniek met één vaste betekenis. Het is een breed begrip voor processen waarbij ervaringen, emoties, overtuigingen, herinneringen en verschillende kanten van de persoonlijkheid meer met elkaar in verbinding kunnen komen.

Binnen de analytische psychologie van Carl Gustav Jung krijgt integratie betekenis via de schaduw en individuatie. Andere therapievormen werken met deelpersoonlijkheden, emoties, overtuigingen, lichamelijke ervaringen of moeilijke herinneringen. Binnen integratieve psychotherapie verwijst het begrip bovendien naar het verbinden van verschillende therapeutische theorieën en methoden.

In de praktijk betekent integratie niet dat innerlijke tegenstellingen verdwijnen. Een mens kan sterk en kwetsbaar, zelfstandig en afhankelijk, rationeel en emotioneel, zeker en onzeker zijn.

Integratie maakt het mogelijk zulke ervaringen als onderdelen van één persoon te herkennen.

Daarbij kunnen zelfreflectie, therapie, nieuwe ervaringen, imaginatie en binnen sommige tradities ook droomwerk een rol spelen.

Integratie is daarmee niet simpelweg ‘jezelf weer heel maken’, alsof een mens oorspronkelijk uit één perfect geheel bestond dat later kapotging. Het is eerder een voortdurend psychologisch proces waarin nieuwe en oude ervaringen een plaats kunnen krijgen binnen een veranderend zelfbeeld en wereldmodel — waardoor meer samenhang, bewustzijn en keuzevrijheid kan ontstaan.