- 1. Wat is dissociatie?
- 2. Is iedere vorm van dissociatie een psychisch probleem?
- 3. Wat zijn depersonalisatie en derealisatie?
- 4. Wat is de relatie tussen dissociatie, stress en trauma?
- 5. Welke dissociatieve stoornissen bestaan er?
- 6. Wat is het verschil tussen dissociatie en deelpersoonlijkheden?
- 7. Wat gebeurt er met geheugen en emoties bij dissociatie?
- 8. Is hypnose een vorm van dissociatie?
- 9. Wat is het verschil tussen dissociatie en psychose?
- 10. Is dissociatie hetzelfde als dagdromen of fantaseren?
- 11. Wanneer is professionele beoordeling belangrijk?
- 12. Tenslotte
Dissociatie
Dissociatie is een psychologisch verschijnsel waarbij normaal met elkaar verbonden aspecten van bewustzijn, geheugen, identiteit, waarneming, emoties of zelfbeleving tijdelijk minder goed geïntegreerd zijn. Iemand kan bijvoorbeeld het gevoel krijgen los te staan van zichzelf of de omgeving, emoties op afstand ervaren of bepaalde gebeurtenissen moeilijk kunnen herinneren.
Dissociatieve ervaringen bestaan in verschillende vormen en gradaties. Sommige ervaringen zijn kortdurend en hoeven niet op een psychische aandoening te wijzen. Ernstige, terugkerende of langdurige dissociatieve symptomen kunnen daarentegen grote invloed hebben op het dagelijks functioneren en voorkomen bij verschillende psychische aandoeningen, waaronder dissociatieve stoornissen.
Dissociatie wordt bovendien vaak in verband gebracht met overweldigende stress en trauma. De relatie is echter complex: niet iedere dissociatieve ervaring ontstaat door trauma en niet iedereen die iets traumatisch meemaakt ontwikkelt dissociatieve klachten.
1. Wat is dissociatie?
Het woord dissociatie betekent letterlijk zoiets als uiteengaan of loskoppelen. Psychologisch verwijst het naar een vermindering van de normale samenhang tussen processen die gewoonlijk als één ervaring functioneren.
Normaal gesproken vormen waarnemingen, gedachten, emoties, herinneringen en het gevoel van identiteit een redelijk samenhangend geheel.
Bij dissociatie kan daarin tijdelijk een verstoring ontstaan.
Iemand kan bijvoorbeeld vertellen:
- dat de omgeving plotseling onwerkelijk aanvoelt;
- dat het eigen lichaam vreemd of op afstand lijkt;
- dat emoties nauwelijks gevoeld worden;
- dat bepaalde herinneringen moeilijk toegankelijk zijn;
- dat handelingen zijn verricht waarvan later weinig herinnering bestaat.
Dissociatie is daarmee geen enkelvoudige ervaring. Het is een verzamelbegrip voor verschillende verschijnselen waarbij de integratie van psychische functies verstoord kan zijn.
2. Is iedere vorm van dissociatie een psychisch probleem?
Nee. Er bestaat een spectrum van relatief alledaagse ervaringen tot ernstige dissociatieve symptomen.
Mensen kunnen bijvoorbeeld sterk opgaan in een boek, film, muziekstuk of gedachte en daarbij tijdelijk minder aandacht hebben voor hun omgeving. Ook tijdens een bekende autorit kan iemand merken dat een gedeelte van de route nauwelijks bewust is geregistreerd.
Dergelijke ervaringen worden soms beschreven als milde of niet-pathologische vormen van dissociatie.
Wanneer wordt het problematisch?
Het onderscheid hangt niet alleen af van het soort ervaring. Ook de intensiteit, duur, frequentie en gevolgen zijn belangrijk.
Een kort moment van vervreemding tijdens grote spanning is iets anders dan regelmatig het gevoel hebben buiten het eigen lichaam te staan of belangrijke persoonlijke gebeurtenissen niet te kunnen herinneren.
Dissociatieve symptomen verdienen vooral aandacht wanneer ze:
- vaak of langdurig optreden;
- als beangstigend of ontregelend worden ervaren;
- leiden tot geheugenproblemen;
- het gevoel van identiteit of werkelijkheid ernstig verstoren;
- relaties, werk, studie of dagelijks functioneren beïnvloeden.
Het bestaan van een dissociatieve ervaring betekent op zichzelf dus niet dat iemand een dissociatieve stoornis heeft.
3. Wat zijn depersonalisatie en derealisatie?
Twee bekende dissociatieve verschijnselen zijn depersonalisatie en derealisatie.
Depersonalisatie
Bij depersonalisatie ervaart iemand afstand tot zichzelf. Gedachten, emoties of het lichaam kunnen vreemd of onwerkelijk aanvoelen.
Iemand kan bijvoorbeeld het gevoel hebben zichzelf van een afstand te observeren of niet volledig aanwezig te zijn in het eigen lichaam.
Derealisatie
Bij derealisatie heeft de vervreemding vooral betrekking op de omgeving.
Mensen, voorwerpen of plaatsen kunnen bijvoorbeeld vlak, kunstmatig, mistig, ver weg of droomachtig lijken.
Een belangrijk kenmerk is dat iemand doorgaans beseft dat de vreemde ervaring vanuit de eigen waarneming komt. De wereld voelt onwerkelijk, zonder dat iemand noodzakelijk gelooft dat de wereld werkelijk niet bestaat.
Depersonalisatie en derealisatie kunnen tijdelijk voorkomen, maar kunnen ook onderdeel zijn van een psychische aandoening.
4. Wat is de relatie tussen dissociatie, stress en trauma?
Dissociatie wordt sterk geassocieerd met overweldigende of traumatische ervaringen.
Tijdens extreme dreiging kan iemand bijvoorbeeld emotionele verdoving, vervreemding of een veranderde waarneming ervaren. Achteraf kunnen delen van de gebeurtenis soms moeilijk toegankelijk zijn.
Een mogelijke verklaring is dat dissociatie onder bepaalde omstandigheden tijdelijk psychologische afstand creëert tot een ervaring die op dat moment overweldigend is.
Dat betekent niet dat dissociatie simpelweg een bewuste overlevingsstrategie is.
De zin uit het oude artikel dat dissociëren bij ernstige dreiging “nodig is om te overleven” is daarom te absoluut. Mensen reageren zeer verschillend op bedreigende gebeurtenissen en dissociatie is slechts één mogelijke reactie.
Niet iedere dissociatie betekent trauma
Ook de omgekeerde redenering moet worden vermeden.
Wanneer iemand dissociatieve verschijnselen ervaart, kan daaruit niet automatisch worden geconcludeerd dat er een verdrongen of vergeten trauma bestaat.
Dissociatieve ervaringen kunnen in verschillende omstandigheden voorkomen en vereisen bij ernstige klachten een bredere beoordeling.
5. Welke dissociatieve stoornissen bestaan er?
Wanneer dissociatieve symptomen ernstig, aanhoudend en ontregelend zijn, kunnen ze onderdeel vormen van een dissociatieve stoornis.
Binnen de psychiatrische diagnostiek worden verschillende dissociatieve stoornissen onderscheiden.
Dissociatieve amnesie
Bij dissociatieve amnesie kan iemand belangrijke autobiografische informatie niet herinneren op een manier die verder gaat dan gewone vergeetachtigheid.
Het geheugenverlies houdt vaak verband met stressvolle of traumatische gebeurtenissen.
Depersonalisatie-/derealisatiestoornis
Hierbij zijn gevoelens van depersonalisatie, derealisatie of beide terugkerend of aanhoudend en veroorzaken ze aanzienlijke klachten of beperkingen.
Dissociatieve identiteitsstoornis
Bij een dissociatieve identiteitsstoornis, vaak afgekort als DIS, bestaan ernstige verstoringen in identiteit in combinatie met onder andere veranderingen in gedrag, bewustzijn en geheugen.
De aandoening stond vroeger bekend als een meervoudige persoonlijkheidsstoornis, maar die benaming wordt niet meer gebruikt.
6. Wat is het verschil tussen dissociatie en deelpersoonlijkheden?
Dit onderscheid is belangrijk omdat in verschillende psychologische en therapeutische modellen over innerlijke 'delen' wordt gesproken.
Bij deelpersoonlijkheden gaat het doorgaans om een model waarmee verschillende kanten, behoeften of gedragspatronen binnen één persoonlijkheid worden beschreven.
Iemand kan bijvoorbeeld een perfectionistische kant herkennen, naast een kwetsbare, spontane of zorgzame kant.
Dat is niet hetzelfde als een dissociatieve identiteitsstoornis.
Mensen kunnen tegenstrijdige eigenschappen, emoties en behoeften hebben zonder dat er sprake is van pathologische dissociatie. Ook het ervaren van een innerlijke dialoog of verschillende kanten van jezelf is op zichzelf geen aanwijzing voor een dissociatieve stoornis.
Bij ernstige dissociatieve problematiek gaat het om wezenlijk andere verschijnselen, zoals verstoringen in identiteit, geheugen, zelfbeleving of bewustzijn.
7. Wat gebeurt er met geheugen en emoties bij dissociatie?
Dissociatie kan verschillende psychische functies beïnvloeden.
Bij sommige mensen staat vooral de emotionele ervaring op afstand. Iemand weet bijvoorbeeld rationeel dat een gebeurtenis ernstig was, maar ervaart daarbij nauwelijks de emoties die normaal verwacht zouden worden.
Bij anderen zijn geheugenproblemen prominenter.
Geheugen is geen opnameapparaat
Hierbij is wetenschappelijke voorzichtigheid belangrijk. Het menselijke geheugen slaat gebeurtenissen niet op als een perfecte video die later onveranderd kan worden afgespeeld.
Herinneringen kunnen veranderen, onvolledig zijn en bij het ophalen opnieuw worden geconstrueerd.
Daarom mag uit een ontbrekende herinnering niet automatisch worden afgeleid dat een gebeurtenis door dissociatie volledig in het onbewuste is opgeslagen en later exact kan worden teruggevonden.
Dit is vooral belangrijk bij uitspraken over verdrongen of hervonden herinneringen aan traumatische gebeurtenissen.
8. Is hypnose een vorm van dissociatie?
Hypnose en dissociatie hebben een historische relatie, maar ze zijn niet hetzelfde.
Binnen sommige theorieën over hypnose speelt dissociatie een belangrijke rol. Daarbij wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe aandacht, bewuste controle en ervaring tijdelijk anders georganiseerd kunnen worden.
Andere verklaringsmodellen leggen juist meer nadruk op verwachting, suggestie, motivatie en sociale of cognitieve processen.
Het is daarom te stellig om hypnose eenvoudigweg als dissociatie te definiëren.
Ook de oude uitspraak dat mensen met hypnose van gewoonten kunnen worden 'gedissocieerd' en vervolgens met nieuw gedrag kunnen worden 'geassocieerd' beschrijft niet nauwkeurig hoe moderne psychologie gedragsverandering of hypnose begrijpt.
9. Wat is het verschil tussen dissociatie en psychose?
Dissociatie en psychose kunnen soms allebei leiden tot vreemde of vervreemdende ervaringen, maar zijn verschillende begrippen.
Bij depersonalisatie of derealisatie kan de werkelijkheid bijvoorbeeld vreemd, kunstmatig of droomachtig aanvoelen. Kenmerkend is vaak dat iemand beseft dat dit een subjectieve ervaring is.
Bij een psychose kan het vermogen om de werkelijkheid te beoordelen op een andere manier verstoord zijn. Er kunnen bijvoorbeeld wanen of hallucinaties optreden die door de persoon als werkelijk worden ervaren.
Het onderscheid kan in de praktijk complexer zijn dan deze eenvoudige tegenstelling. Verschijnselen kunnen elkaar overlappen en dissociatieve symptomen kunnen naast andere psychische klachten voorkomen.
Daarom is het bij ernstige of aanhoudende ervaringen niet verstandig om op basis van één symptoom zelf een diagnose te trekken.
10. Is dissociatie hetzelfde als dagdromen of fantaseren?
Niet zonder meer.
In het oude artikel werden dagdromen, fantaseren, volledig opgaan in een film en dromen allemaal als vormen van dissociatie beschreven. Dat maakt het begrip te breed.
Er bestaan overeenkomsten. Bij sterke absorptie kan de aandacht voor de directe omgeving bijvoorbeeld tijdelijk afnemen. Zulke alledaagse ervaringen worden in sommige modellen aan de milde kant van een dissociatief continuüm geplaatst.
Maar absorptie, fantaseren, dagdromen en klinische dissociatie zijn geen synoniemen.
Hetzelfde geldt voor dromen. Dat tijdens een droom een andere bewustzijnstoestand bestaat, maakt dromen niet automatisch tot een dissociatieve stoornis of tot hetzelfde psychologische proces als depersonalisatie, derealisatie of dissociatieve amnesie.
Door deze begrippen van elkaar te onderscheiden blijft dissociatie psychologisch veel duidelijker afgebakend.
11. Wanneer is professionele beoordeling belangrijk?
Een incidentele ervaring van vervreemding of sterke absorptie hoeft niet onmiddellijk op een aandoening te wijzen.
Professionele beoordeling kan wel belangrijk worden wanneer iemand bijvoorbeeld regelmatig tijd of persoonlijke herinneringen kwijt is, langdurig het gevoel heeft los te staan van zichzelf of de omgeving, ernstige verstoringen van identiteit ervaart of wanneer de klachten het dagelijks functioneren duidelijk beperken.
Dissociatieve verschijnselen kunnen bovendien samen voorkomen met andere psychische of lichamelijke problemen. Een zorgvuldige beoordeling kijkt daarom breder dan alleen naar het woord dissociatie.
Een kennisbankartikel kan uitleggen wat het begrip betekent, maar kan niet vaststellen of een individuele ervaring een dissociatieve stoornis is.
12. Tenslotte
Dissociatie is een verzamelbegrip voor ervaringen waarbij normaal geïntegreerde psychische functies, zoals bewustzijn, geheugen, identiteit, emoties, waarneming en zelfbeleving, tijdelijk minder goed met elkaar verbonden zijn.
De intensiteit kan sterk verschillen. Sommige mensen kennen milde momenten van vervreemding of absorptie, terwijl ernstige dissociatieve symptomen diep kunnen ingrijpen in geheugen, identiteit en dagelijks functioneren.
Trauma en extreme stress kunnen een belangrijke rol spelen, maar dissociatie mag niet automatisch worden beschouwd als bewijs voor een traumatische ervaring. Ook moeten dissociatie, dagdromen, hypnose, deelpersoonlijkheden en dissociatieve identiteitsstoornis niet met elkaar worden gelijkgesteld.
Juist door die verschillen helder te houden ontstaat een genuanceerder beeld: dissociatie is niet één bijzondere bewustzijnsstaat, maar een breed psychologisch verschijnsel dat afhankelijk van vorm, intensiteit en context een heel verschillende betekenis kan hebben.
