Angst

Angst is een natuurlijke reactie op dreiging, gevaar of onzekerheid. Het lichaam en de hersenen bereiden zich daarbij voor om te reageren: de aandacht verscherpt, de hartslag kan stijgen, spieren spannen zich aan en iemand wordt alerter op mogelijke risico's. Angst is daarom niet per definitie ongezond. Zonder angst zouden mensen gevaar minder snel herkennen en erop reageren.

Angst wordt problematisch wanneer deze erg sterk of langdurig aanwezig is, ontstaat in situaties waarin nauwelijks werkelijk gevaar bestaat of ervoor zorgt dat iemand belangrijke delen van het dagelijks leven gaat vermijden. Angst kan bovendien samengaan met stress, piekeren en slaapproblemen. Er bestaat ook een duidelijke relatie tussen angst en nachtmerries, maar die relatie is complexer dan dat angst simpelweg de oorzaak van iedere nachtmerrie zou zijn.

1. Wat is angst?

Angst ontstaat wanneer iemand een werkelijke of mogelijke bedreiging waarneemt. Dat kan een direct lichamelijk gevaar zijn, maar ook de verwachting dat iets misgaat, dat iemand wordt afgewezen, controle verliest of niet aan verwachtingen kan voldoen.

De bekende vecht-of-vluchtreactie maakt deel uit van dit systeem. Het autonome zenuwstelsel brengt het lichaam in een toestand waarin snel handelen mogelijk wordt. Naast vechten of vluchten kunnen mensen bij sterke dreiging ook verstarren.

Angst verschilt daarmee enigszins van stress. Stress is een bredere lichamelijke en psychologische reactie op belasting of eisen, terwijl angst sterker rond dreiging en gevaar is georganiseerd. In het dagelijks leven lopen beide processen vaak door elkaar.

Wanneer wordt angst een probleem?

Het gaat niet alleen om hoeveel angst iemand voelt. Ook de situatie, duur en gevolgen zijn belangrijk.

Angst kan bijvoorbeeld problematisch worden wanneer iemand voortdurend situaties vermijdt, veel piekert of zijn leven steeds verder organiseert rond het voorkomen van iets waarvoor hij bang is.

Vermijding kan op korte termijn opluchting geven. Op langere termijn kan daardoor juist minder gelegenheid ontstaan om te ervaren dat een gevreesde situatie veilig of hanteerbaar is. Dit mechanisme speelt een belangrijke rol bij verschillende angststoornissen.

2. Waardoor kunnen angstklachten ontstaan?

Er bestaat zelden één oorzaak van langdurige angst. Biologische gevoeligheid, temperament, eerdere ervaringen, aangeleerde associaties, sociale omstandigheden en actuele belasting kunnen elkaar beïnvloeden.

Onderzoek naar angst- en stressgerelateerde stoornissen laat onder meer zien dat processen rond angstleren en veiligheidsleren belangrijk kunnen zijn. Mensen leren verbanden tussen situaties en gevaar, maar moeten ook kunnen leren wanneer een situatie juist veilig is. Bij angststoornissen kunnen deze processen verstoord raken.

Ervaringen en aangeleerde angst

Een negatieve ervaring kan ervoor zorgen dat een bepaalde situatie later angst oproept. Iemand die door een hond is gebeten, kan bijvoorbeeld angstig worden bij het zien van andere honden.

Angst hoeft echter niet altijd uit één herkenbare gebeurtenis voort te komen. Herhaalde negatieve ervaringen kunnen eveneens invloed hebben.

Denk aan langdurig pesten, steeds afgewezen worden, een onveilige thuissituatie of voortdurende prestatiedruk. Zulke ervaringen kunnen samengaan met onzekerheid, verminderd zelfvertrouwen of een laag zelfbeeld.

Ook eigenwaarde kan daarbij relevant zijn. Wie zijn persoonlijke waarde sterk laat afhangen van presteren of de goedkeuring van anderen, kan kwetsbaarder worden voor angst voor afwijzing of mislukking. Dat betekent niet dat een lage eigenwaarde automatisch een angststoornis veroorzaakt; de relaties tussen deze psychologische factoren zijn wederkerig en verschillen per persoon.

3. Welke vormen kan angst aannemen?

Angst is geen enkelvoudig verschijnsel. De term omvat uiteenlopende ervaringen, van tijdelijke spanning tot ernstige angststoornissen.

A - Paniek

Bij een paniekaanval ontstaat plotseling zeer sterke angst of intens ongemak. Daarbij kunnen lichamelijke verschijnselen optreden zoals hartkloppingen, trillen, zweten, duizeligheid, benauwdheid of het gevoel de controle te verliezen.

Wanneer paniekaanvallen terugkeren en iemand langdurig bang wordt voor nieuwe aanvallen, kan sprake zijn van een paniekstoornis.

B - Fobie

Bij een specifieke fobie bestaat sterke angst voor een bepaald voorwerp of een bepaalde situatie, bijvoorbeeld spinnen, honden, hoogtes, vliegen of medische ingrepen.

Een afzonderlijke fobie is iets anders dan een algemene neiging om angstig te zijn. Bij een sociale angststoornis ligt de dreiging bijvoorbeeld vooral bij mogelijke negatieve beoordeling, afwijzing of vernedering door anderen.

C - Gegeneraliseerde angst en piekeren

Bij een gegeneraliseerde angststoornis staat buitensporige bezorgdheid over verschillende levensgebieden centraal. Piekeren kan gaan over gezondheid, geld, familie, werk of gebeurtenissen die misschien ooit zullen plaatsvinden.

Dit voortdurende vooruitdenken over mogelijke problemen kan samengaan met lichamelijke spanning, vermoeidheid en slecht slapen.

D - Faalangst en perfectionisme

Faalangst draait rond de mogelijkheid tekort te schieten of niet aan verwachtingen te voldoen. Prestatiedruk, perfectionisme, onzekerheid, zelfvertrouwen en eigenwaarde kunnen daarbij met elkaar verweven raken.

Niet iedereen die perfectionistisch is heeft faalangst en niet iedereen met faalangst heeft een laag zelfbeeld. Het zijn afzonderlijke begrippen die elkaar onder bepaalde omstandigheden kunnen beïnvloeden.

4. Welke rol spelen controle en vermijding bij angst?

Angst kan ervoor zorgen dat mensen situaties, gedachten, gevoelens of lichamelijke sensaties proberen te vermijden.

Dat is begrijpelijk. Wie bang is voor een paniekaanval wil bijvoorbeeld liever niet naar een drukke winkel waar eerder een aanval plaatsvond. Iemand met sociale angst kan een feest overslaan om afwijzing te voorkomen.

Het probleem is dat langdurige vermijding angst mede in stand kan houden. De gevreesde voorspelling wordt niet meer getoetst aan nieuwe ervaringen.

Ook pogingen om gedachten volledig te onderdrukken zijn niet altijd succesvol. Juist het voortdurend controleren of een ongewenste gedachte verdwenen is, houdt de aandacht erop gericht.

Hierdoor kunnen angst, piekeren, behoefte aan controle en vermijding elkaar versterken.

5. Hoe hangen angst, trauma en PTSS samen?

Trauma en angst zijn sterk met elkaar verbonden, maar niet iedere angst ontstaat door trauma en een traumatische ervaring leidt niet automatisch tot een posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Bij PTSS kunnen na een traumatische gebeurtenis onder andere herbelevingen, vermijding, negatieve veranderingen in stemming en gedachten en een verhoogde staat van waakzaamheid optreden.

Iemand kan bijvoorbeeld sterk schrikken van onverwachte geluiden of voortdurend alert blijven op mogelijk gevaar. Ook slaapstoornissen en nachtmerries komen bij PTSS veel voor. Onderzoek beschrijft de relatie tussen verstoorde slaap en PTSS bovendien als mogelijk wederkerig: psychische klachten kunnen slaap verstoren, terwijl aanhoudende slaapproblemen mogelijk invloed hebben op het verdere verloop van klachten.

Dit is een belangrijk voorbeeld van waarom psychologische problemen meestal niet als eenvoudige keten van één oorzaak en één gevolg kunnen worden beschreven.

6. Welke relatie bestaat er tussen angst en nachtmerries?

Angst en nachtmerries hangen duidelijk met elkaar samen, maar het is te stellig om angst als dé oorzaak van alle nachtmerries te beschouwen.

Nachtmerries komen voor bij mensen zonder angststoornis en kunnen samenhangen met uiteenlopende factoren, waaronder stress, trauma, PTSS, depressie, slaapverstoring en andere psychische of lichamelijke omstandigheden.

Tegelijkertijd worden angstklachten relatief vaak gezien bij mensen die veel nachtmerries ervaren. Een systematische review naar nachtmerries en psychiatrische symptomen vond wederzijdse verbanden tussen nachtmerries en verschillende psychische klachten. Behandeling van nachtmerries ging in onderzochte studies samen met kleine tot matige verminderingen van angstklachten, maar de onderzoekers benadrukken dat de beschikbare studies nog beperkingen hebben.

Dreiging, emoties en slaap

Een mogelijke verklaring ligt bij de verwerking van dreiging en emoties. Onderzoekers naar chronische nachtmerries kijken onder andere naar verhoogde arousal, gevoeligheid voor negatieve emoties, angstleren en het onvoldoende uitdoven van angstreacties. Een invloedrijk wetenschappelijk model beschrijft chronische nachtmerries als het mogelijke resultaat van een wisselwerking tussen verhoogde lichamelijke en psychologische activatie en verstoorde angstuitdoving.

REM-slaap speelt hierbij een interessante, maar nog niet volledig begrepen rol. Recente overzichtsstudies verbinden verstoringen van REM-slaap, nachtmerries en problemen met emotieregulatie bij verschillende psychische aandoeningen. Dat bewijst echter niet dat REM-slaap of angst één directe oorzaak van nachtmerries vormt.

Bij trauma en PTSS kan de verbinding sterker zichtbaar worden. Traumagerelateerde nachtmerries kunnen elementen van eerdere gebeurtenissen bevatten, maar hoeven geen letterlijke herhaling van een trauma te zijn. Modern onderzoek bekijkt deze nachtmerries steeds meer als het resultaat van een wisselwerking tussen herinneringen, emotionele ontregeling, slaapfragmentatie en gevoeligheid voor dreiging.

Een nachtmerrie waarin iemand wordt achtervolgd, faalt, wordt afgewezen of de controle verliest bewijst daarom niet dat die persoon respectievelijk een angststoornis, faalangst, laag zelfbeeld of trauma heeft. Droominhoud alleen is onvoldoende voor een psychologische diagnose.

Wanneer nachtmerries vaak terugkeren, ernstige angst veroorzaken, de slaap langdurig verstoren of het dagelijks functioneren beïnvloeden, kan sprake zijn van een nachtmerriestoornis of een ander probleem waarvoor professionele beoordeling zinvol is. Er bestaan specifieke behandelingen voor problematische nachtmerries; zo noemt de American Academy of Sleep Medicine onder meer Imagery Rehearsal Therapy als behandelmogelijkheid voor nachtmerriestoornis en PTSS-gerelateerde nachtmerries.

7. Tenslotte

Angst is in de eerste plaats een normaal beschermingsmechanisme. Het helpt mensen dreiging te herkennen en daarop te reageren. Wanneer angst echter langdurig, buitenproportioneel of sterk beperkend wordt, kunnen processen zoals piekeren, vermijding, onzekerheid en voortdurende waakzaamheid een steeds grotere plaats in het dagelijks leven innemen.

Angst heeft ook een belangrijke relatie met nachtmerries, maar die relatie is niet eenvoudig. Stress, trauma, PTSS, emotionele belasting, slaapverstoring en individuele kwetsbaarheid kunnen eveneens een rol spelen. Een angstige nachtmerrie is daarom geen bewijs voor een verborgen angst of psychische stoornis.

Wanneer angst of nachtmerries langdurig veel lijdensdruk veroorzaken, slaap ernstig verstoren of het dagelijks functioneren beperken, is het verstandig dit te bespreken met een huisarts, psycholoog of andere gekwalificeerde zorgprofessional. Deze kennisbank geeft algemene informatie en vervangt geen professionele diagnose of behandeling.

Reactie plaatsen