- 1. Wat betekent fysiek?
- 2. Waarom zijn lichaam en geest niet volledig van elkaar te scheiden?
- 3. Welke rol speelt het brein bij psychologisch functioneren?
- 4. Wat doet het zenuwstelsel?
- 5. Hoe zijn emoties lichamelijk merkbaar?
- 6. Hoe beïnvloedt perceptie wat we lichamelijk ervaren?
- 7. Wat gebeurt er lichamelijk bij stress?
- 8. Hoe beïnvloedt lichamelijke gezondheid het psychologisch functioneren?
- 9. Welke rol spelen beweging, voeding en herstel?
- 10. Kunnen gedachten lichamelijke reacties beïnvloeden?
- 11. Waarom is de fysieke kant belangrijk binnen de psychologie?
- 12. Tenslotte
Fysiek
Fysiek betekent lichamelijk: alles wat betrekking heeft op het lichaam, de lichamelijke toestand en lichamelijke processen. Binnen de psychologie is het fysieke belangrijk omdat gedachten, emoties en gedrag niet losstaan van het lichaam. Psychologische processen ontstaan in voortdurende wisselwerking met onder andere het brein, zenuwstelsel, hormonen, zintuigen en de lichamelijke toestand.
Stress kan bijvoorbeeld lichamelijke spanning veroorzaken, terwijl pijn of vermoeidheid invloed kan hebben op stemming en concentratie. Angst kan samengaan met een versnelde hartslag en oppervlakkige ademhaling, terwijl lichamelijke sensaties op hun beurt weer als bedreigend of geruststellend kunnen worden geïnterpreteerd.
De oude tegenstelling tussen ‘lichaam’ en ‘geest’ is daarom binnen de moderne psychologie steeds minder bruikbaar. Het fysieke en mentale zijn te onderscheiden, maar functioneren voortdurend samen.
1. Wat betekent fysiek?
Fysiek verwijst in de eerste plaats naar het lichaam en lichamelijke processen.
Daarbij kan worden gedacht aan:
- conditie en spierkracht;
- beweging en motoriek;
- pijn en lichamelijk ongemak;
- hartslag en ademhaling;
- hormonen;
- het zenuwstelsel;
- zintuiglijke waarneming;
- lichamelijke reacties op stress;
- honger, dorst en vermoeidheid.
Binnen de psychologie zijn deze processen relevant omdat ons psychologisch functioneren lichamelijk verankerd is.
Denken gebeurt niet onafhankelijk van een brein. Waarnemen begint bij informatie die via de zintuigen binnenkomt. Emoties gaan vaak samen met lichamelijke veranderingen en gedrag wordt uitgevoerd door een lichaam dat voortdurend informatie uit de omgeving én uit zichzelf ontvangt.
2. Waarom zijn lichaam en geest niet volledig van elkaar te scheiden?
Lichaam en geest werden lange tijd regelmatig voorgesteld als twee afzonderlijke werelden: het fysieke lichaam tegenover een mentale of psychische werkelijkheid.
In de moderne psychologie en neurowetenschap wordt menselijk functioneren veel meer als een samenhangend systeem onderzocht.
Wanneer iemand gevaar waarneemt, kan bijvoorbeeld een hele reeks processen vrijwel gelijktijdig optreden. De aandacht verandert, spieren spannen zich aan, de hartslag kan stijgen en iemand kan angst ervaren.
Het is dan moeilijk om één onderdeel als uitsluitend ‘lichamelijk’ en een ander onderdeel als uitsluitend ‘psychologisch’ te behandelen.
Een voortdurende wisselwerking
De beïnvloeding werkt bovendien in beide richtingen.
Een psychologische ervaring kan lichamelijke veranderingen oproepen, terwijl een lichamelijke toestand invloed kan hebben op psychologische processen.
Langdurige pijn kan bijvoorbeeld invloed hebben op stemming, aandacht en gedrag. Andersom kan stress de ervaring van lichamelijke klachten versterken.
Dat betekent niet dat lichamelijke klachten ‘tussen de oren zitten’. Het betekent juist dat lichaam en psychologische processen voortdurend informatie uitwisselen.
3. Welke rol speelt het brein bij psychologisch functioneren?
Het brein maakt deel uit van het lichaam en vormt een belangrijk biologisch fundament van psychologisch functioneren.
Waarnemen, leren, herinneren, emoties ervaren, beslissingen nemen en gedrag reguleren hangen samen met activiteit in verschillende hersengebieden en hersennetwerken.
Er bestaat daarbij meestal geen eenvoudig één-op-éénverband waarbij één psychologische eigenschap op één plaats in het brein zit.
Zelfreflectie, aandacht, emotionele regulatie en zelfbeeld ontstaan bijvoorbeeld door samenwerking tussen verschillende processen.
Neuroplasticiteit
Een belangrijk begrip is neuroplasticiteit: het vermogen van het zenuwstelsel om onder invloed van ervaring, leren en omstandigheden te veranderen.
Het brein is dus geen statisch systeem dat na de jeugd volledig vastligt.
Tegelijkertijd betekent neuroplasticiteit niet dat iemand zijn brein onbeperkt naar eigen wens kan ‘herprogrammeren’. Biologische aanleg, leeftijd, omgeving, ervaringen en gezondheid stellen allemaal grenzen en voorwaarden aan verandering.
4. Wat doet het zenuwstelsel?
Het zenuwstelsel maakt communicatie mogelijk tussen hersenen, lichaam en omgeving.
Een belangrijk onderscheid is dat tussen het centrale en perifere zenuwstelsel.
Het centrale zenuwstelsel bestaat uit hersenen en ruggenmerg. Het perifere zenuwstelsel verbindt deze met de rest van het lichaam.
Binnen het autonome zenuwstelsel worden vaak het sympathische en parasympathische systeem onderscheiden.
Het sympathische systeem speelt onder andere een rol bij lichamelijke mobilisatie tijdens inspanning of dreiging. Het parasympathische systeem is onder meer betrokken bij herstel, rust en spijsvertering.
De populaire voorstelling dat het ene systeem uitsluitend ‘stress’ veroorzaakt en het andere uitsluitend ‘ontspanning’ brengt is echter te eenvoudig. Beide maken deel uit van een dynamisch regelsysteem dat voortdurend wordt aangepast aan wat het lichaam nodig heeft.
5. Hoe zijn emoties lichamelijk merkbaar?
Emoties worden niet alleen als gedachten ervaren.
Angst kan bijvoorbeeld samengaan met:
- een snellere hartslag;
- gespannen spieren;
- zweten;
- veranderde ademhaling;
- een onrustig gevoel in de buik.
Woede, verdriet, schaamte, opluchting en enthousiasme kunnen eveneens lichamelijke veranderingen oproepen.
Interoceptie
Het waarnemen van signalen vanuit het eigen lichaam wordt interoceptie genoemd.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het opmerken van hartslag, ademhaling, honger, verzadiging, spanning of lichamelijk ongemak.
Het brein ontvangt en interpreteert zulke signalen voortdurend.
Dat maakt lichamelijke sensaties psychologisch interessant: niet alleen het lichamelijke signaal zelf is belangrijk, maar ook hoe iemand dat signaal interpreteert.
6. Hoe beïnvloedt perceptie wat we lichamelijk ervaren?
Een lichamelijke sensatie heeft niet automatisch voor iedereen dezelfde betekenis.
Een versnelde hartslag kan tijdens het sporten normaal voelen. Dezelfde hartslag kan vlak voor een belangrijk gesprek als spanning worden ervaren en tijdens een paniekaanval als teken van dreigend gevaar.
De lichamelijke verandering kan vergelijkbaar zijn, terwijl de perceptie en betekenis verschillen.
Daarbij spelen context, aandacht, eerdere ervaringen en verwachtingen een rol.
Dit laat zien waarom het fysieke en psychologische moeilijk volledig van elkaar kunnen worden losgemaakt.
Het lichaam binnen ons wereldmodel
Ook ons wereldmodel speelt hierbij een rol. Mensen ontwikkelen op basis van ervaringen verwachtingen over zichzelf, hun lichaam, andere mensen en de omgeving.
Wie heeft geleerd bepaalde lichamelijke signalen als gevaarlijk te beschouwen, kan sterker op die signalen letten en ze sneller als bedreigend interpreteren.
Een ander kan dezelfde sensatie nauwelijks opmerken.
Het wereldmodel beïnvloedt daarmee niet wat er fysiek in het lichaam bestaat, maar kan wel mede bepalen welke betekenis we aan lichamelijke informatie geven.
7. Wat gebeurt er lichamelijk bij stress?
Stress is een duidelijk voorbeeld van de wisselwerking tussen psychologische en lichamelijke processen.
Wanneer een situatie als belastend, uitdagend of bedreigend wordt ervaren, kan het lichaam zich voorbereiden om daarop te reageren.
Onder andere hartslag, ademhaling, aandacht, spierspanning en hormonale processen kunnen veranderen.
Dat is op zichzelf niet ongezond.
Een tijdelijke stressreactie kan juist functioneel zijn wanneer iemand snel moet reageren of een moeilijke prestatie moet leveren.
Wanneer stress langdurig wordt
Problemen kunnen ontstaan wanneer belasting langdurig hoog blijft en herstel onvoldoende plaatsvindt.
Langdurige stress hangt samen met verschillende lichamelijke en psychologische gezondheidsproblemen. Welke gevolgen ontstaan, verschilt echter sterk tussen mensen en omstandigheden.
Daarbij kunnen onder andere leefomstandigheden, gezondheid, coping, sociale steun, gevoel van controle en herstelmogelijkheden een rol spelen.
Stress is daardoor zowel een lichamelijk als psychologisch verschijnsel.
8. Hoe beïnvloedt lichamelijke gezondheid het psychologisch functioneren?
Lichamelijke gezondheid kan op veel manieren invloed hebben op hoe iemand zich voelt en functioneert.
Pijn kan aandacht opeisen. Vermoeidheid kan concentreren moeilijker maken. Ziekte kan onzekerheid veroorzaken en langdurige lichamelijke beperkingen kunnen gevolgen hebben voor werk, relaties, zelfstandigheid en zelfbeeld.
Maar lichamelijke gezondheid betekent niet simpelweg ‘geen ziekte of handicap hebben’.
Iemand met een chronische aandoening of lichamelijke beperking kan op veel gebieden goed functioneren en een hoge kwaliteit van leven ervaren.
Andersom betekent het ontbreken van een medische diagnose niet automatisch dat iemand lichamelijk of psychologisch optimaal functioneert.
Gezondheid is daardoor breder dan de tegenstelling gezond versus ziek.
9. Welke rol spelen beweging, voeding en herstel?
Beweging, voeding en herstel zijn belangrijke onderdelen van lichamelijk functioneren en kunnen ook samenhangen met psychologisch welzijn.
Regelmatige lichamelijke activiteit kan bijvoorbeeld gunstig samenhangen met stemming, cognitief functioneren en lichamelijke gezondheid.
Voeding levert de energie en voedingsstoffen die het lichaam nodig heeft om te functioneren.
Herstel is eveneens belangrijk. Een lichaam kan niet voortdurend maximaal worden belast zonder perioden waarin herstelprocessen plaatsvinden.
Daarbij bestaat geen universele formule die voor ieder mens hetzelfde werkt. Leeftijd, gezondheid, lichamelijke mogelijkheden, leefomstandigheden en individuele behoeften verschillen.
Een psychologische kennisbank moet daarom voorzichtig zijn met eenvoudige leefregels of de suggestie dat lichamelijke gezondheid volledig door individuele keuzes wordt bepaald.
10. Kunnen gedachten lichamelijke reacties beïnvloeden?
Ja, maar dit moet zorgvuldig worden uitgelegd.
Wanneer iemand zich bijvoorbeeld levendig voorstelt dat er iets bedreigends gaat gebeuren, kan het lichaam daarop reageren. Hartslag en spierspanning kunnen veranderen terwijl het gevreesde gevaar op dat moment niet werkelijk aanwezig is.
Ook verwachtingen kunnen lichamelijke ervaringen beïnvloeden.
Dat zien we onder andere bij placebo- en nocebo-effecten. Positieve of negatieve verwachtingen kunnen onder bepaalde omstandigheden invloed hebben op symptomen en lichamelijke ervaringen.
Dit betekent niet dat iemand zichzelf met gedachten onbeperkt gezond of ziek kan maken.
Psychologische processen kunnen lichamelijke processen beïnvloeden, maar het lichaam heeft ook biologische mechanismen die niet eenvoudig door overtuigingen of positief denken worden bestuurd.
11. Waarom is de fysieke kant belangrijk binnen de psychologie?
Psychologie gaat over gedrag en mentale processen, maar die bestaan niet buiten het lichaam.
Een volledig begrip van menselijk functioneren vraagt daarom aandacht voor verschillende niveaus:
- Biologisch
Hersenen, zenuwstelsel, hormonen, genetische aanleg en lichamelijke toestand. - Psychologisch
Gedachten, emoties, geheugen, perceptie, verwachtingen en overtuigingen. - Sociaal
Relaties, cultuur, opvoeding, werk en leefomgeving.
Deze niveaus beïnvloeden elkaar.
Een psychologisch probleem kan daarom zelden volledig worden begrepen door uitsluitend naar gedachten óf uitsluitend naar het lichaam te kijken.
Hetzelfde geldt voor persoonlijke groei. Verandering vindt niet plaats in een abstracte geest die losstaat van lichamelijke mogelijkheden, emoties, ervaringen en omstandigheden.
De mens functioneert als één samenhangend organisme binnen een sociale omgeving.
12. Tenslotte
Fysiek verwijst naar het lichaam en de lichamelijke processen die menselijk functioneren mogelijk maken. Binnen de psychologie is die fysieke basis onmisbaar.
Brein, zenuwstelsel, zintuigen, hormonen en lichamelijke sensaties staan voortdurend in wisselwerking met gedachten, emoties, perceptie en gedrag.
Daarom is de tegenstelling tussen lichaam en geest vaak te eenvoudig.
Stress kan zowel psychologische als lichamelijke veranderingen veroorzaken. Lichamelijke pijn kan de stemming beïnvloeden. Verwachtingen kunnen veranderen hoe lichamelijke sensaties worden ervaren. En via ons wereldmodel geven we betekenis aan signalen uit zowel ons lichaam als onze omgeving.
Fysiek en mentaal zijn daarmee wel van elkaar te onderscheiden, maar niet werkelijk van elkaar los te maken. Wie menselijk gedrag en psychologisch functioneren wil begrijpen, moet uiteindelijk ook begrijpen dat iedere gedachte, emotie en ervaring plaatsvindt in een levend lichaam.