- 1. Wat bedoelde Jung met het persoonlijk onbewuste?
- 2. Welke rol spelen complexen?
- 3. Hoe kan het persoonlijk onbewuste gedrag beïnvloeden?
- 4. Wat is het verschil met het collectief onbewuste?
- 5. Wat hebben de schaduw en het persoonlijk onbewuste met elkaar te maken?
- 6. Hoe wordt het persoonlijk onbewuste in therapie benaderd?
- 7. Wat heeft het persoonlijk onbewuste met het wereldmodel te maken?
- 8. Is het persoonlijk onbewuste wetenschappelijk bewezen?
- 9. Tenslotte
Persoonlijk onbewuste
Het persoonlijk onbewuste is een begrip uit de analytische psychologie van Carl Gustav Jung. Het verwijst naar psychische inhoud uit iemands persoonlijke leven die op een bepaald moment niet bewust aanwezig is. Daarbij kan het gaan om vergeten ervaringen, verdrongen gevoelens, herinneringen, associaties en andere persoonlijke inhoud die buiten het directe bewustzijn ligt.
Jung onderscheidde het persoonlijk onbewuste van het collectief onbewuste. Het persoonlijk onbewuste ontstaat uit de individuele levensgeschiedenis; het collectief onbewuste verwees binnen zijn theorie naar een diepere, universele laag van de menselijke psyche.
Het persoonlijk onbewuste is daarmee een specifiek Jungiaans begrip. Het moet niet zonder meer worden gelijkgesteld aan alles wat binnen de moderne psychologie automatisch of buiten het bewustzijn gebeurt.
1. Wat bedoelde Jung met het persoonlijk onbewuste?
Volgens Jung bestaat de psyche uit meer dan wat iemand op een bepaald moment bewust denkt, voelt en ervaart.
Ervaringen kunnen worden vergeten, emoties kunnen worden verdrongen en bepaalde eigenschappen kunnen moeilijk verenigbaar zijn met het bewuste zelfbeeld.
Deze persoonlijke psychische inhoud rekende Jung tot het persoonlijk onbewuste.
Daarmee verschilde zijn opvatting gedeeltelijk van die van Freud. Freud legde sterk de nadruk op verdringing en onbewuste conflicten. Jung nam verdringing eveneens serieus, maar zag het onbewuste breder.
Niet alles wat onbewust is, hoeft volgens deze visie bewust te zijn weggedrukt.
2. Welke rol spelen complexen?
Een belangrijk begrip binnen Jungs persoonlijk onbewuste is het complex.
Een complex bestaat binnen de Jungiaanse theorie uit een netwerk van herinneringen, associaties, beelden en gevoelens rond een emotioneel belangrijk thema.
Denk bijvoorbeeld aan ervaringen rond afwijzing.
Een actuele opmerking kan dan veel meer emotie oproepen dan op basis van die ene situatie verwacht zou worden, omdat zij verbonden raakt met eerdere ervaringen en gevoelens.
Jung onderzocht zulke processen met woordassociatietests. Op bepaalde woorden reageerden proefpersonen bijvoorbeeld opvallend langzaam, emotioneel of met onverwachte associaties. Dat bracht hem op het idee dat emotioneel geladen complexen het bewuste functioneren tijdelijk kunnen beïnvloeden.
Complexen werden uiteindelijk een belangrijk onderdeel van zijn theorie over het persoonlijk onbewuste.
3. Hoe kan het persoonlijk onbewuste gedrag beïnvloeden?
Binnen de Jungiaanse visie kan onbewuste persoonlijke inhoud merkbaar worden zonder dat iemand onmiddellijk begrijpt waarom.
Iemand kan bijvoorbeeld sterk reageren op kritiek terwijl de actuele kritiek relatief mild is.
De reactie kan samenhangen met eerdere ervaringen waarin kritiek verbonden raakte met afwijzing, schaamte of het gevoel niet goed genoeg te zijn.
In hedendaagse taal zouden daarbij ook begrippen als aangeleerde reacties, geheugen, verwachtingen, conditionering en beperkende overtuigingen kunnen worden gebruikt.
Dat betekent niet dat deze moderne begrippen hetzelfde zijn als Jungs persoonlijk onbewuste.
Ze kunnen soms wel verschillende verklaringen bieden voor vergelijkbare menselijke ervaringen.
4. Wat is het verschil met het collectief onbewuste?
Het onderscheid is essentieel binnen Jungs psychologie.
Het persoonlijk onbewuste hangt samen met de individuele levensgeschiedenis.
Het collectief onbewuste zou volgens Jung juist een universele psychische laag zijn die mensen met elkaar delen en waarin archetypische patronen aanwezig zijn.
Een persoonlijke angst voor afwijzing zou bijvoorbeeld kunnen samenhangen met individuele ervaringen en daarmee bij het persoonlijk onbewuste horen.
Een universeel terugkerend symbolisch patroon zoals de moeder, held of schaduw verbond Jung eerder met archetypen en het collectief onbewuste.
Het bestaan van het collectief onbewuste als afzonderlijk psychisch systeem is niet empirisch aangetoond. Het behoort tot Jungs theoretische model van de psyche.
5. Wat hebben de schaduw en het persoonlijk onbewuste met elkaar te maken?
Ook de schaduwkant is nauw verbonden met het persoonlijk onbewuste.
Mensen ontwikkelen een bewuste identiteit:
Zo ben ik.
Eigenschappen die daar moeilijk bij passen, kunnen minder aandacht krijgen of worden afgewezen.
Iemand die zichzelf bijvoorbeeld uitsluitend als vriendelijk en behulpzaam ziet, kan moeite hebben zijn boosheid of behoefte aan grenzen te erkennen.
Maar de schaduw bevat binnen de Jungiaanse traditie niet alleen eigenschappen die als negatief worden gezien.
Ook spontaniteit, creativiteit, assertiviteit of kwetsbaarheid kunnen onvoldoende binnen het bewuste zelfbeeld passen.
Het herkennen en integreren van zulke kanten vormt binnen Jungs psychologie een onderdeel van individuatie en persoonlijke ontwikkeling.
6. Hoe wordt het persoonlijk onbewuste in therapie benaderd?
Binnen analytische en psychodynamische therapieën wordt onderzocht hoe ervaringen, emoties en patronen buiten het directe bewustzijn invloed kunnen hebben op het huidige leven.
Daarvoor kunnen bijvoorbeeld gesprekken, associatie, dromen, symbolen en imaginatie worden gebruikt.
Ook binnen hypnose en hypnotherapie wordt vaak gesproken over werken met het onbewuste. Hypnotherapeuten kunnen bijvoorbeeld aandacht geven aan automatische reacties, innerlijke beelden, ervaringen en overtuigingen zonder dat alles eerst rationeel hoeft te worden geanalyseerd.
Daarbij moeten we verschillende theoretische talen onderscheiden.
Een Jungiaans analyticus, hypnotherapeut en cognitief psycholoog kunnen vergelijkbare ervaringen waarnemen, maar anders verklaren.
Het begrip persoonlijk onbewuste hoort specifiek bij Jungs theoretische kader.
7. Wat heeft het persoonlijk onbewuste met het wereldmodel te maken?
Ervaringen uit het verleden dragen bij aan verwachtingen over onszelf, andere mensen en de wereld.
Zo kan iemand door herhaalde afwijzing de beperkende overtuiging ontwikkelen:
Als ik laat zien wie ik werkelijk ben, word ik afgewezen.
Die overtuiging kan vervolgens invloed krijgen op relaties, vertrouwen, perceptie en gedrag.
Binnen een Jungiaanse benadering kan worden onderzocht welke onbewuste ervaringen en complexen hiermee verbonden zijn.
Vanuit een moderner psychologisch perspectief kan worden gekeken naar leerervaringen, geheugen, verwachtingen en automatische interpretaties.
Beide perspectieven raken aan het wereldmodel waarmee iemand nieuwe situaties probeert te begrijpen.
Nieuwe ervaringen kunnen dat wereldmodel vervolgens weer veranderen. Iemand kan bijvoorbeeld ontdekken dat openheid niet altijd tot afwijzing leidt.
8. Is het persoonlijk onbewuste wetenschappelijk bewezen?
Hier is een belangrijk onderscheid nodig.
Dat veel mentale processen buiten het directe bewustzijn plaatsvinden, staat binnen de moderne psychologie niet ter discussie. Mensen verwerken voortdurend informatie zonder zich van ieder afzonderlijk proces bewust te zijn.
Daaruit volgt echter niet automatisch dat Jungs persoonlijk onbewuste als afzonderlijke psychische laag wetenschappelijk is aangetoond.
Moderne psychologie gebruikt begrippen als impliciet geheugen, automatische informatieverwerking, conditionering en onbewuste perceptuele of cognitieve processen.
Jungs model gebruikt een andere theoretische taal, met begrippen als complexen, schaduw, persoonlijk onbewuste en collectief onbewuste.
Er bestaan raakvlakken, maar de begrippen zijn niet één-op-één uitwisselbaar.
Dat onderscheid maakt het mogelijk zowel Jungs historische en therapeutische betekenis serieus te nemen als moderne psychologische kennis correct weer te geven.
9. Tenslotte
Het persoonlijk onbewuste is een belangrijk begrip binnen de analytische psychologie van Carl Gustav Jung. Het verwijst naar persoonlijke psychische inhoud die niet direct binnen het bewustzijn aanwezig is, zoals vergeten of verdrongen ervaringen, gevoelens, associaties en emotioneel geladen complexen.
Binnen Jungs bredere psychologie staat het persoonlijk onbewuste in verbinding met de schaduwkant, complexen, integratie en individuatie. Het verschilt van het collectief onbewuste, dat Jung juist als een universele laag van de psyche beschouwde.
In de praktijk blijft het onderliggende vraagstuk actueel: eerdere ervaringen kunnen invloed hebben op onze overtuigingen, verwachtingen, perceptie, vertrouwen en gedrag zonder dat we die invloed altijd onmiddellijk herkennen.
Jung beschreef dat vanuit het persoonlijk onbewuste. Andere psychologische stromingen gebruiken daarvoor andere modellen.
Juist dat onderscheid helpt om het begrip te begrijpen zonder het óf als bewezen neurologisch systeem voor te stellen óf zijn betekenis binnen de Jungiaanse psychologie en therapeutische praktijk weg te schrijven.