Maladaptive daydreaming

Iedereen kan verdwijnen in een dagdroom. Tijdens een saaie treinreis ontstaat ineens een compleet gesprek in je hoofd. Je fantaseert over een toekomstige reis, speelt een ontmoeting opnieuw af of bedenkt een verhaal dat nooit werkelijk heeft plaatsgevonden.

Bij maladaptive daydreaming gaat dit veel verder. De innerlijke fantasiewereld kan zo meeslepend, uitgebreid en moeilijk te beheersen worden dat iemand er uren in doorbrengt en werk, studie, relaties, slaap of andere delen van het dagelijks leven eronder gaan lijden.

Het probleem is dus niet dat iemand veel verbeeldingskracht heeft. Het gaat om de combinatie van sterke absorptie, moeite met stoppen, psychische belasting en verstoring van het dagelijks functioneren.

1. Wat is maladaptive daydreaming?

Maladaptive daydreaming, soms vertaald als maladaptief dagdromen, is een term voor buitensporig en intensief dagdromen dat moeilijk beheersbaar wordt en negatieve gevolgen heeft voor het dagelijks leven.

De term werd in 2002 geïntroduceerd door de Israëlische psycholoog Eli Somer. Sindsdien is een groeiend onderzoeksgebied ontstaan rond mensen die langdurig opgaan in complexe innerlijke fantasieën.

Kenmerkend kunnen zijn:

  • zeer levendige en uitgebreide fantasiewerelden;
  • terugkerende personages en verhaallijnen;
  • een sterke behoefte om verder te dagdromen;
  • langdurig volledig opgaan in de fantasie;
  • moeite om het dagdromen te onderbreken;
  • frustratie of onrust wanneer dit niet mogelijk is;
  • verlies van tijd;
  • conflicten met werk, studie, relaties of dagelijkse verplichtingen.

Niet iedereen ervaart al deze kenmerken en intensief fantaseren is op zichzelf geen maladaptive daydreaming.

2. Wanneer worden gewone dagdromen maladaptief?

Dagdromen zijn een normaal onderdeel van het menselijk denken.

Ze kunnen plezierig zijn, verveling doorbreken, mogelijkheden verkennen en samengaan met creativiteit, herinneringen, toekomstdenken en het verwerken van emoties.

Daarom ligt de grens niet simpelweg bij de vraag:

Hoe vaak dagdroom je?

Belangrijker is wat het dagdromen met iemands leven doet.

Gewoon dagdromen

Een gewone dagdroom kan meeslepend of levendig zijn, maar iemand kan doorgaans weer verdergaan met wat op dat moment belangrijk is.

Maladaptive daydreaming

Bij maladaptive daydreaming kan de verhouding verschuiven. De fantasiewereld krijgt zoveel aantrekkingskracht dat iemand er herhaaldelijk naar terug wil keren, ook wanneer andere activiteiten daardoor in de knel komen.

Iemand kan bijvoorbeeld van plan zijn een uur te studeren, enkele minuten beginnen te fantaseren en vervolgens ontdekken dat er anderhalf uur verstreken is.

Het woord maladaptive verwijst daarom niet naar de inhoud van de fantasie, maar vooral naar de manier waarop het patroon het functioneren kan belemmeren.

3. Hoe zien deze dagdromen eruit?

Maladaptive daydreaming kan sterk narratief zijn.

In plaats van losse gedachten of korte fantasieën kunnen complete innerlijke werelden ontstaan met personages, relaties, conflicten en doorlopende verhaallijnen. Sommige mensen keren maanden of jarenlang terug naar dezelfde fantasiewereld.

Daarbij kan mental imagery een belangrijke rol spelen.

De ervaring hoeft echter niet alleen visueel te zijn. Muziek, dialogen, beweging, emoties en lichamelijke sensaties kunnen eveneens deel uitmaken van de innerlijke beleving.

Sommige mensen bewegen tijdens het fantaseren. Ze lopen bijvoorbeeld heen en weer, maken gezichtsuitdrukkingen of voeren kleine bewegingen uit die met het innerlijke verhaal samenhangen.

Ook muziek kan voor sommige mensen een sterke aanleiding zijn om in een fantasiewereld terecht te komen.

Het resultaat kan een opvallend meeslepende vorm van imaginatie zijn.

4. Waarom kan de fantasiewereld zo aantrekkelijk worden?

Een belangrijke vraag is waarom iemand steeds opnieuw naar dezelfde innerlijke wereld terugkeert.

Daar bestaat waarschijnlijk geen enkele verklaring voor.

Een fantasiewereld kan prettige ervaringen bieden die in het dagelijkse leven ontbreken. Iemand kan zich er bijvoorbeeld succesvol, geliefd, krachtig, aantrekkelijk, veilig of volledig begrepen voelen.

Dagdromen kunnen daardoor tijdelijk helpen omgaan met verveling, eenzaamheid, stress of moeilijke emoties.

Hier ontstaat een mogelijke verbinding met coping.

Een innerlijke wereld kan tijdelijk verlichting bieden. Wanneer deze vorm van coping echter zoveel ruimte inneemt dat problemen, sociale contacten of verplichtingen steeds meer worden vermeden, kan dezelfde strategie uiteindelijk nieuwe problemen veroorzaken.

Er kan zo een zichzelf versterkend patroon ontstaan:

ongemak → fantaseren → tijdelijke verlichting → terugkeer naar werkelijkheid → opnieuw ongemak → verlangen naar de fantasiewereld

Dat betekent niet dat dit voor iedere maladaptive daydreamer precies zo verloopt. De functies en oorzaken kunnen per persoon verschillen.

5. Is maladaptive daydreaming een vorm van dissociatie?

Er bestaat een duidelijke onderzoeksrelatie tussen maladaptive daydreaming en dissociatie.

Vooral absorptie is relevant: het vermogen om zo sterk in een ervaring op te gaan dat de omgeving tijdelijk minder aandacht krijgt. Wie volledig wordt meegenomen door een boek, film of fantasie kent in milde vorm iets van zo'n ervaring.

Bij maladaptive daydreaming kan deze absorptie bijzonder sterk worden.

Onderzoek vindt geregeld samenhang tussen maladaptive daydreaming en dissociatieve symptomen. Dat betekent echter niet dat beide begrippen hetzelfde zijn.

Dissociatie omvat een veel breder gebied van ervaringen en verschijnselen. Bovendien is nog onderwerp van wetenschappelijke discussie hoe maladaptive daydreaming uiteindelijk het beste geclassificeerd kan worden.

Het is daarom te vroeg om eenvoudig te stellen dat maladaptive daydreaming een dissociatieve stoornis is.

6. Is het hetzelfde als ADHD?

Nee.

Iemand die langdurig opgaat in fantasieën kan onoplettend lijken. Een docent ziet bijvoorbeeld een leerling die niet luistert, opdrachten mist en regelmatig afdwaalt. Van buitenaf kan dat lijken op aandachtsproblemen zoals die bij ADHD voorkomen.

Onderzoek vindt inderdaad een verband tussen symptomen van maladaptive daydreaming en ADHD. Toch zijn de begrippen niet uitwisselbaar.

Bij maladaptive daydreaming kan aandacht juist bijzonder intensief worden gericht op de innerlijke fantasiewereld. Het probleem is dan niet alleen dat de aandacht afdwaalt, maar ook waar zij naartoe gaat en hoe moeilijk iemand zich ervan kan losmaken.

Recente onderzoekers benadrukken daarom dat immersief dagdromen niet simpelweg gelijkgesteld moet worden aan onoplettendheid.

Beide kunnen bovendien bij dezelfde persoon voorkomen.

7. Verbanden met andere psychische klachten

Maladaptive daydreaming wordt in onderzoek in verband gebracht met verschillende psychologische klachten en kenmerken.

Een meta-analyse uit 2025 vond onder andere positieve samenhangen met:

  • angst en depressieve klachten;
  • dissociatie;
  • obsessief-compulsieve symptomen;
  • ADHD-symptomen;
  • problemen met emotieregulatie;
  • eenzaamheid;
  • traumatische ervaringen;
  • psychische belasting in bredere zin.

Daarnaast zijn verbanden gevonden met een lagere eigenwaarde en lagere zelfeffectiviteit.

Deze resultaten zijn belangrijk, maar moeten zorgvuldig worden geïnterpreteerd.

Een samenhang is geen bewijs voor oorzaak en gevolg.

Het is bijvoorbeeld niet automatisch duidelijk of angst maladaptive daydreaming veroorzaakt, intensief dagdromen angst versterkt of beide worden beïnvloed door andere factoren.

Ook betekent een verband met ADHD, dissociatie of obsessief-compulsieve symptomen niet dat iemand met maladaptive daydreaming automatisch een van deze aandoeningen heeft.

8. Maladaptive daydreaming en de werkelijkheid

Een belangrijk onderscheid bestaat tussen maladaptive daydreaming en hallucinaties of psychose.

Mensen met maladaptive daydreaming weten doorgaans dat hun fantasiewereld door henzelf wordt voorgesteld.

Iemand kan een compleet fictief gesprek voeren met een denkbeeldig personage en daar emotioneel volledig in opgaan, terwijl hij tegelijkertijd weet:

dit gebeurt in mijn fantasie.

Dat verschilt van een situatie waarin een innerlijke ervaring als een gebeurtenis in de externe werkelijkheid wordt waargenomen.

Juist dit behouden onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid is een belangrijk kenmerk in beschrijvingen van maladaptive daydreaming.

9. Maladaptive daydreaming, aphantasia en hyperphantasia

Omdat maladaptive daydreaming vaak zeer levendig wordt beschreven, ligt een verbinding met hyperphantasia voor de hand.

Toch mogen beide begrippen niet aan elkaar gelijkgesteld worden.

Hyperphantasia verwijst naar uitzonderlijk levendige mentale voorstellingen. Dat zegt op zichzelf niets over verlies van controle, psychische belasting of problemen in het dagelijks functioneren.

Iemand kan uitzonderlijk levendige mental imagery hebben zonder ooit maladaptief te dagdromen.

Omgekeerd draait maladaptive daydreaming om veel meer dan alleen de scherpte van innerlijke beelden. Verhaallijnen, emoties, absorptie, herhaling, motivatie en moeite met stoppen kunnen minstens zo belangrijk zijn.

Ook aphantasia laat zien waarom we voorzichtig moeten zijn met een uitsluitend visuele verklaring. Imaginatie kan conceptueel, emotioneel, auditief, ruimtelijk en narratief zijn. Hoe verschillende vormen van imagery precies samenhangen met maladaptive daydreaming vraagt nog verder onderzoek.

10. Is maladaptive daydreaming een officiële diagnose?

Maladaptive daydreaming wordt steeds uitgebreider wetenschappelijk onderzocht, maar heeft nog niet dezelfde diagnostische status als bijvoorbeeld depressie, ADHD of een obsessief-compulsieve stoornis.

Onderzoekers hebben diagnostische criteria voorgesteld en verschillende meetinstrumenten ontwikkeld.

Een bekend instrument is de Maladaptive Daydreaming Scale-16 (MDS-16). Deze vragenlijst kijkt naar verschillende kenmerken van problematisch dagdromen en wordt inmiddels in meerdere talen en populaties onderzocht.

Een vragenlijstscore is echter niet hetzelfde als een klinische diagnose.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit epidemiologisch onderzoek waarin aanzienlijk minder mensen na een klinisch interview aan de voorgestelde criteria voldeden dan aanvankelijk op basis van een screeningsscore werd vermoed.

Daarom is het belangrijk om niet iedere intensieve dagdromer het etiket maladaptive daydreaming te geven.

11. Hoe vaak komt maladaptive daydreaming voor?

Ook de prevalentie is nog niet definitief vastgesteld.

Een Israëlisch bevolkingsonderzoek vond na verdere klinische beoordeling een geschatte puntprevalentie van ongeveer 2,5 procent in de onderzochte Israëlisch-Joodse populatie. Bij jongvolwassenen en studenten werden hogere percentages gevonden.

Dat percentage kan niet zonder meer worden vertaald naar Nederland of naar de gehele wereldbevolking.

Onderzoek naar maladaptive daydreaming is relatief jong, meetmethoden verschillen en veel studies gebruiken zelfselecterende online steekproeven of mensen die zichzelf al als maladaptive daydreamer beschouwen.

Daarom is het wetenschappelijk zorgvuldiger om te zeggen dat het verschijnsel bij een betekenisvolle minderheid lijkt voor te komen dan om één wereldwijd percentage als vaststaand feit te presenteren.

12. Kan maladaptive daydreaming worden behandeld?

Hier loopt de wetenschappelijke kennis nog achter op de groeiende belangstelling voor het verschijnsel.

Omdat maladaptive daydreaming nog geen algemeen erkende zelfstandige diagnose is, bestaat er ook nog geen breed gevestigde standaardbehandeling die specifiek voor maladaptive daydreaming als zodanig is ontwikkeld en overtuigend is gevalideerd.

In de praktijk kan daarom ook worden gekeken naar wat het dagdromen bij een individuele persoon in stand houdt en welke andere problemen aanwezig zijn.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • moeite met het reguleren van emoties;
  • angst of somberheid;
  • sterke vermijding;
  • eenzaamheid;
  • aandachtsproblemen;
  • dwangmatige patronen;
  • dissociatieve klachten;
  • stress of traumagerelateerde problemen.

Therapie kan zich vervolgens richten op relevante klachten en patronen zonder dat daarvoor eerst hoeft vast te staan dat maladaptive daydreaming een afzonderlijke psychiatrische stoornis is.

Dat is ook een belangrijke reden om professionele beoordeling niet te vervangen door zelfdiagnose op basis van herkenning in een online lijstje.

13. Verbeeldingskracht is niet het probleem

Bij maladaptive daydreaming bestaat het gevaar dat een rijk innerlijk leven zelf als iets ongezonds wordt voorgesteld.

Dat zou te kort door de bocht zijn.

Verbeeldingskracht, fantasie, dagdromen en creativiteit behoren tot normale menselijke mogelijkheden. Ze stellen ons in staat situaties te simuleren die niet aanwezig zijn, alternatieven te bedenken, verhalen te creëren en mogelijke toekomsten te verkennen.

De grens wordt niet bepaald door hoe kleurrijk iemands fantasie is.

Een bruikbaarder onderscheid ontstaat door te kijken naar keuzevrijheid en functioneren.

Kan iemand de fantasiewereld betreden en ook weer verlaten? Of voelt de behoefte om terug te keren steeds dwingender? Verrijkt het dagdromen het leven, of begint het delen van het werkelijke leven te verdringen die iemand eigenlijk belangrijk vindt?

Daar ligt een belangrijk verschil tussen een krachtige imaginatie en imaginatie die maladaptief is geworden.

14. Tenslotte

Maladaptive daydreaming bevindt zich op een fascinerend grensgebied tussen dagdromen, imaginatie, absorptie, coping en psychische klachten. De fantasieën kunnen rijk, creatief en emotioneel betekenisvol zijn, terwijl juist die aantrekkingskracht het moeilijk kan maken om ermee te stoppen.

Wetenschappelijk is het beeld nog in ontwikkeling. Onderzoek ondersteunt dat maladaptive daydreaming zich onderscheidt van gewoon dagdromen en gepaard kan gaan met aanzienlijke psychische belasting en beperkingen in het dagelijks functioneren. Tegelijkertijd zijn de precieze classificatie, oorzaken en behandeling nog niet definitief vastgesteld.

Dat maakt één onderscheid bijzonder belangrijk: een rijke fantasiewereld is niet automatisch een probleem. Bij maladaptive daydreaming gaat het niet om hoeveel iemand zich kan voorstellen, maar om wat er gebeurt wanneer de innerlijke wereld zoveel aantrekkingskracht krijgt dat de vrijheid om tussen verbeelding en dagelijks leven te bewegen steeds kleiner wordt.

Reactie plaatsen