- 1. Wat is mental imagery?
- 2. Is mental imagery hetzelfde als visualiseren?
- 3. Wat is het verschil tussen mental imagery en imaginatie?
- 4. Hoe ontstaat een mentale voorstelling in de hersenen?
- 5. Welke rol speelt mental imagery bij geheugen?
- 6. Wat zijn aphantasia en hyperphantasia?
- 7. Welke invloed heeft mental imagery op emoties?
- 8. Welke rol speelt mental imagery bij creativiteit en toekomstdenken?
- 9. Hoe verhoudt mental imagery zich tot het wereldmodel?
- 10. Tenslotte
Mental imagery
Je kunt je voorstellen hoe je woonkamer eruitziet zonder ernaar te kijken. Misschien kun je in gedachten de stem van iemand horen, voelen hoe het is om over warm zand te lopen of je voorstellen hoe een citroen smaakt. Zulke innerlijke zintuiglijke ervaringen worden binnen de psychologie mental imagery genoemd.
Mental imagery wordt vaak vertaald als mentale verbeelding of mentale voorstelling. Het gaat niet alleen om ‘beelden in je hoofd’. Ook geluid, beweging, aanraking, geur, smaak en lichamelijke sensaties kunnen onderdeel zijn van een mentale voorstelling.
Het verschijnsel speelt een rol bij onder meer geheugen, imaginatie, emoties, leren, toekomstdenken en creativiteit. Tegelijkertijd bestaan er opvallend grote verschillen in hoe mensen mental imagery ervaren.
1. Wat is mental imagery?
Mental imagery is het ervaren of representeren van zintuiglijke informatie zonder dat de bijbehorende externe prikkel op dat moment aanwezig hoeft te zijn.
Wanneer je naar een rode appel kijkt, ontstaat de ervaring mede door informatie die via je ogen binnenkomt. Wanneer je daarna je ogen sluit en je diezelfde appel voorstelt, kan opnieuw iets ontstaan dat visuele eigenschappen heeft, terwijl er geen appel wordt waargenomen.
Mental imagery wordt daarom vaak beschreven als een ervaring die in bepaalde opzichten op perceptie lijkt, maar zonder de overeenkomstige actuele zintuiglijke input.
De overeenkomst is niet volledig. Waarnemen en voorstellen zijn verschillende processen en een mentale voorstelling hoeft lang niet zo levendig of gedetailleerd te zijn als echte perceptie.
2. Is mental imagery hetzelfde als visualiseren?
Mental imagery wordt vaak met visualiseren vereenzelvigd, maar is breder.
Visuele mental imagery is slechts één vorm. Mensen kunnen zich bijvoorbeeld ook voorstellen:
hoe een bekende stem klinkt;
hoe een bepaalde geur ruikt;
hoe koud water aanvoelt;
hoe een beweging lichamelijk voelt;
hoe een bepaald gerecht smaakt.
Onderzoek naar mental imagery omvat daarom verschillende zintuiglijke modaliteiten. Recent onderzoek laat bovendien zien dat de sterkte van deze voorstellingen binnen één persoon per modaliteit kan verschillen.
Iemand kan bijvoorbeeld nauwelijks vrijwillige visuele beelden ervaren, maar zich muziek juist bijzonder levendig kunnen voorstellen.
3. Wat is het verschil tussen mental imagery en imaginatie?
Imaginatie is het bredere vermogen om iets mentaal voor te stellen dat niet rechtstreeks aanwezig is. Daaronder kunnen verhalen, mogelijkheden, scenario's, ideeën en fictieve werelden vallen.
Mental imagery verwijst specifieker naar de zintuiglijke component van zulke voorstellingen.
Stel dat iemand zich voorstelt hoe het zou zijn om aan zee te wonen. De gehele gedachte aan dat mogelijke toekomstige leven behoort tot imaginatie. Het innerlijk zien van de zee, horen van de golven en voelen van de wind zijn vormen van mental imagery.
De begrippen overlappen dus sterk, maar betekenen niet precies hetzelfde.
4. Hoe ontstaat een mentale voorstelling in de hersenen?
Mental imagery ontstaat niet in één afzonderlijk ‘verbeeldingscentrum’.
Vooral visuele mental imagery is uitgebreid onderzocht. Daarbij blijken verschillende hersengebieden betrokken te zijn, waaronder frontale, pariëtale, temporale en visuele gebieden. Sommige daarvan zijn eveneens betrokken bij daadwerkelijke visuele waarneming.
Ook bij andere vormen van imagery bestaat gedeeltelijke overlap met systemen die bij overeenkomstige waarneming en handeling betrokken zijn. Bij motor imagery kunnen bijvoorbeeld hersenprocessen worden aangesproken die verband houden met het voorbereiden en representeren van beweging.
Dat betekent niet dat het brein tijdens voorstellen simpelweg hetzelfde doet als tijdens werkelijk zien, horen of bewegen. De precieze neurale mechanismen van mental imagery zijn nog onderwerp van onderzoek. Recent neurowetenschappelijk werk stelt bijvoorbeeld oudere, eenvoudige verklaringen van visuele imagery via heractivatie van de vroege visuele cortex ter discussie.
5. Welke rol speelt mental imagery bij geheugen?
Mental imagery en geheugen zijn nauw met elkaar verbonden.
Wanneer iemand zich een vakantie herinnert, kan de herinnering vergezeld gaan van innerlijke beelden van een landschap, stemmen van reisgenoten, geuren of lichamelijke gewaarwordingen.
Dat kan een herinnering een sterk gevoel van herbeleving geven.
Maar een levendige mentale voorstelling is geen garantie dat een herinnering correct is. Geheugen is reconstructief. Tijdens het herinneren kunnen onderdelen opnieuw worden samengesteld en kunnen verwachting, kennis en imaginatie invloed hebben op wat iemand voor zich ziet.
Dat is vooral belangrijk wanneer mental imagery wordt gebruikt om gebeurtenissen uit het verleden te onderzoeken. Een zeer levendig innerlijk beeld kan subjectief overtuigend zijn zonder daarmee automatisch een betrouwbare weergave van een werkelijke gebeurtenis te vormen.
6. Wat zijn aphantasia en hyperphantasia?
Niet iedereen ervaart mental imagery op dezelfde manier.
Aan het ene uiterste bevindt zich aphantasia: sterk verminderde of afwezige bewuste mentale imagery. Aan het andere uiterste wordt gesproken over hyperphantasia, waarbij mentale voorstellingen uitzonderlijk levendig kunnen zijn.
Daartussen bevindt zich een breed spectrum.
Aphantasia betekent bovendien niet dat iemand geen imaginatie of creativiteit heeft. Mensen zonder bewuste visuele voorstellingen kunnen nog steeds verhalen bedenken, problemen oplossen, ruimtelijke informatie verwerken en creatief zijn.
Ook lijkt het verschijnsel ingewikkelder dan alleen ‘wel of geen plaatjes zien’. Sommige mensen hebben weinig visuele imagery maar sterkere voorstellingen in andere modaliteiten. Daarnaast kunnen vrijwillige en spontaan optredende imagery van elkaar verschillen.
7. Welke invloed heeft mental imagery op emoties?
Een mentale voorstelling kan een emotionele reactie oproepen terwijl de voorgestelde situatie niet werkelijk plaatsvindt.
Wie zich levendig voorstelt dat een aankomend gesprek verkeerd afloopt, kan bijvoorbeeld al spanning ervaren. Een prettige herinnering of voorstelling van een toekomstige ontmoeting kan juist positieve emoties oproepen.
Mental imagery kan daardoor een soort mentale simulatie vormen.
Dat helpt verklaren waarom imagery relevant is binnen onderzoek naar angst, verlangens, motivatie en verschillende psychologische behandelingen. Tegelijkertijd verschilt de invloed sterk tussen mensen en situaties. Mental imagery is één onderdeel van een groter samenspel van gedachten, verwachtingen, lichamelijke reacties en emoties.
8. Welke rol speelt mental imagery bij creativiteit en toekomstdenken?
Mental imagery maakt het mogelijk om iets te ervaren dat nog niet daadwerkelijk bestaat.
Een architect kan zich een ruimte voorstellen voordat deze gebouwd is. Een muzikant kan innerlijk horen hoe een passage zou kunnen klinken. Een sporter kan een beweging mentaal doorlopen en een schrijver kan een scène voor zich zien of horen.
Daarmee bestaat een duidelijke relatie met creativiteit.
Mental imagery kan ook worden gebruikt om mogelijke toekomstige situaties te simuleren. Daarbij kunnen elementen uit bestaande kennis en eerdere ervaringen op nieuwe manieren worden gecombineerd.
Maar opnieuw geldt dat mensen daarvoor niet allemaal even sterk afhankelijk zijn van zintuiglijke voorstellingen. Iemand met weinig visuele imagery kan uitstekend creatief en toekomstgericht denken via andere vormen van mentale representatie.
9. Hoe verhoudt mental imagery zich tot het wereldmodel?
Mental imagery ontstaat niet los van wat iemand al weet en heeft meegemaakt.
Eerdere ervaringen, verwachtingen, associaties, zelfbeeld en beperkende overtuigingen kunnen mede bepalen welke voorstellingen gemakkelijk ontstaan.
Wanneer iemand bijvoorbeeld verwacht tijdens een presentatie te falen, kan vooraf een levendige voorstelling ontstaan waarin woorden zoekraken en andere mensen afkeurend kijken. Die voorstelling kan vervolgens emoties en verwachtingen versterken.
Mental imagery kan zo onderdeel worden van het persoonlijke wereldmodel: de manier waarop eerdere ervaringen en verwachtingen mee vormgeven aan wat iemand als waarschijnlijk, mogelijk of bedreigend ervaart.
Andersom kan mental imagery ook mogelijkheden representeren die iemand nog nooit werkelijk heeft ervaren. Juist daardoor vormt het een interessante verbinding tussen ervaring en verbeeldingskracht.
10. Tenslotte
Mental imagery is het vermogen om zintuiglijke eigenschappen mentaal te representeren zonder dat de overeenkomstige prikkel op dat moment aanwezig hoeft te zijn. Dat kan visueel zijn, maar ook auditief, tactiel, motorisch, olfactorisch, gustatoir of lichamelijk.
Het vermogen verschilt sterk tussen mensen. Sommigen ervaren nauwelijks bewuste visuele voorstellingen, terwijl anderen een bijna fotografische levendigheid beschrijven. Modern onderzoek naar aphantasia en hyperphantasia laat steeds duidelijker zien hoe groot die menselijke variatie kan zijn.
Mental imagery bevindt zich daarmee op een interessant kruispunt van perceptie, geheugen, imaginatie, emotie en creativiteit. Het laat zien dat mensen niet alleen kunnen reageren op wat er daadwerkelijk voor hun zintuigen aanwezig is, maar ook innerlijke ervaringen kunnen vormen van wat er was, wat er zou kunnen gebeuren en wat nog helemaal niet bestaat.