Hallucinaties

Hallucinaties zijn zintuiglijke ervaringen waarbij iemand iets waarneemt zonder dat er een overeenkomstige externe zintuiglijke prikkel aanwezig is. Iemand kan bijvoorbeeld een stem horen terwijl niemand spreekt, een persoon zien die er niet is of een aanraking voelen waarvoor geen aanwijsbare externe bron bestaat.

Zo'n ervaring kan bijzonder werkelijk en overtuigend aanvoelen.

Hallucinaties worden vaak direct geassocieerd met psychose, maar kunnen in veel verschillende omstandigheden voorkomen. Psychische en neurologische aandoeningen kunnen een rol spelen, maar ook middelen, medicatie, ernstig slaaptekort en bepaalde lichamelijke toestanden. Hallucinatoire ervaringen komen bovendien voor bij mensen zonder psychiatrische aandoening.

Een hallucinatie is daarom een verschijnsel van de perceptie en niet op zichzelf een diagnose.

1. Wat is een hallucinatie?

Normaal gesproken ontstaat onze waarneming uit een voortdurende wisselwerking tussen zintuiglijke informatie en verwerking door de hersenen.

Bij een hallucinatie ontstaat een waarneming zonder dat daarvoor een overeenkomstige externe prikkel aanwezig is.

Het bijzondere is dat zo'n ervaring de eigenschappen van een echte waarneming kan hebben.

Iemand denkt bijvoorbeeld niet alleen aan een stem, maar hoort een stem. Een beeld wordt niet uitsluitend voorgesteld, maar kan worden ervaren alsof het daadwerkelijk wordt gezien.

Dat onderscheidt een hallucinatie van gewone fantasie of verbeelding.

Hallucinatie is geen diagnose

Hallucinaties kunnen onderdeel zijn van verschillende psychische of lichamelijke aandoeningen, maar het ervaren van een hallucinatie vertelt op zichzelf nog niet waardoor deze wordt veroorzaakt.

De context is daarom belangrijk.

Een eenmalige ervaring rond het inslapen heeft bijvoorbeeld een andere betekenis dan terugkerende stemmen die grote invloed hebben op iemands dagelijks functioneren.

2. Welke soorten hallucinaties bestaan er?

Hallucinaties kunnen betrekking hebben op verschillende zintuigen.

  • Auditieve hallucinaties
    Iemand hoort bijvoorbeeld stemmen, muziek, tikken of andere geluiden zonder overeenkomstige externe geluidsbron.
  • Visuele hallucinaties
    Iemand ziet bijvoorbeeld lichtflitsen, vormen, dieren, personen of complete scènes die niet extern aanwezig zijn.
  • Tactiele hallucinaties
    Er worden lichamelijke aanrakingen, druk, bewegingen of andere sensaties ervaren zonder passende externe prikkel.
  • Reukhallucinaties
    Iemand ruikt een geur waarvoor in de omgeving geen overeenkomstige bron bestaat.
  • Smaakhallucinaties
    Er wordt een smaak ervaren zonder dat een overeenkomstige stof aanwezig is.

Hallucinaties kunnen eenvoudig of zeer complex zijn. Het waarnemen van een lichtflits is bijvoorbeeld een andere ervaring dan het zien van een complete menselijke figuur.

Ook kunnen verschillende zintuiglijke ervaringen tegelijkertijd voorkomen.

3. Wat is het verschil tussen een hallucinatie en een illusie?

Dit is een belangrijk psychologisch onderscheid.

Bij een hallucinatie ontbreekt een overeenkomstige externe prikkel.

Bij een illusie bestaat er wel een externe prikkel, maar wordt deze anders geïnterpreteerd.

Stel dat iemand 's avonds een jas over een stoel ziet hangen en gedurende een ogenblik denkt dat er een persoon staat.

De jas bestaat werkelijk. De waarneming wordt alleen verkeerd geïnterpreteerd.

Dat is een illusie.

Wanneer iemand een menselijke figuur ziet terwijl daar geen overeenkomstige externe visuele prikkel aanwezig is, kan sprake zijn van een visuele hallucinatie.

Illusies laten daarmee net als hallucinaties iets belangrijks zien: perceptie is niet hetzelfde als een perfecte registratie van de werkelijkheid.

4. Hoe ontstaan hallucinaties?

Er bestaat niet één mechanisme dat alle hallucinaties verklaart.

De hersenen ontvangen voortdurend informatie uit de zintuigen, maar interpreteren die informatie ook op basis van aandacht, geheugen, verwachtingen en eerdere ervaringen.

Waarnemen is daardoor een actief proces.

Hallucinaties worden onderzocht vanuit verschillende psychologische, neurologische en biologische mechanismen. Afhankelijk van de situatie kunnen bijvoorbeeld veranderingen in hersenactiviteit, zintuiglijke verwerking, aandacht of het onderscheiden van intern en extern gegenereerde informatie een rol spelen.

Intern of extern?

Een interessante onderzoeksvraag is hoe het brein onderscheid maakt tussen informatie die van buitenaf komt en informatie die intern ontstaat.

We kunnen bijvoorbeeld een stem in gedachten voorstellen zonder te denken dat iemand daadwerkelijk tegen ons spreekt.

Bij bepaalde hallucinatoire ervaringen kan de toeschrijving van zulke intern gegenereerde ervaringen veranderen, waardoor ze als extern worden ervaren.

Dat is echter slechts één verklaringsmodel. Verschillende soorten hallucinaties kunnen verschillende mechanismen hebben.

5. Welke rol spelen perceptie en wereldmodel?

Hallucinaties zijn bijzonder interessant voor het begrijpen van perceptie.

We ervaren de werkelijkheid namelijk niet door simpelweg alle informatie uit onze omgeving één-op-één te registreren. Het brein selecteert, organiseert en interpreteert voortdurend informatie.

Daarbij spelen verwachtingen en eerdere ervaringen een rol.

Die verwachtingen maken deel uit van ons wereldmodel: het geheel van aangeleerde verwachtingen, overtuigingen en interpretaties waarmee we proberen te begrijpen wat er in onszelf en onze omgeving gebeurt.

Meestal helpt dat wereldmodel om onvolledige informatie snel betekenis te geven.

Wanneer je vanuit je ooghoek iets ziet bewegen, probeert het brein bijvoorbeeld razendsnel te bepalen wat er gebeurt.

Bij hallucinaties is de verhouding tussen binnenkomende zintuiglijke informatie, verwachtingen en intern gegenereerde informatie op een bijzondere manier veranderd.

Dat betekent niet dat hallucinaties eenvoudigweg worden veroorzaakt door ‘verkeerde overtuigingen’. Perceptie ontstaat uit complexe processen en de precieze mechanismen verschillen afhankelijk van het soort hallucinatie en de omstandigheden waarin deze ontstaat.

6. Wanneer kunnen hallucinaties voorkomen?

Hallucinaties kunnen in uiteenlopende omstandigheden voorkomen.

Ze kunnen onder andere samenhangen met:

  • psychotische aandoeningen;
  • bepaalde neurologische aandoeningen;
  • sommige vormen van dementie;
  • epilepsie;
  • ernstige lichamelijke ziekte of delirium;
  • bepaalde medicijnen;
  • alcohol en andere psychoactieve middelen;
  • intoxicatie of onthouding van bepaalde middelen;
  • ernstig slaaptekort;
  • zintuiglijke beperkingen.

De mogelijke oorzaken lopen dus sterk uiteen.

Daarom is het niet verantwoord om op basis van het bestaan van een hallucinatie onmiddellijk een psychologische of psychiatrische verklaring te kiezen.

7. Betekenen hallucinaties dat iemand een psychose heeft?

Nee.

Hallucinaties kunnen voorkomen tijdens een psychose, maar hallucinatie en psychose zijn geen synoniemen.

Bij een psychose kunnen verschillende veranderingen optreden in waarneming, denken en de beoordeling van de werkelijkheid. Hallucinaties kunnen daarvan één onderdeel vormen.

Maar hallucinatoire ervaringen kunnen ook in heel andere omstandigheden voorkomen.

Dit onderscheid is belangrijk omdat het populaire beeld van hallucinaties sterk verbonden is met ernstige psychiatrische aandoeningen.

Het horen of zien van iets waarvoor geen externe bron aanwezig is betekent op zichzelf niet dat iemand schizofrenie heeft of ‘gek wordt’.

Voor de psychologische betekenis zijn onder andere frequentie, duur, inhoud, omstandigheden, mate van controle, bijkomende symptomen en invloed op het dagelijks functioneren relevant.

8. Kunnen mensen zonder psychische aandoening hallucinaties ervaren?

Ja.

Hallucinatoire en hallucinatieachtige ervaringen komen ook voor bij mensen zonder psychiatrische diagnose.

Een interessant voorbeeld zijn ervaringen na het overlijden van een dierbare. Sommige nabestaanden melden dat zij de aanwezigheid van de overledene voelen, diens stem horen of de persoon kort waarnemen.

Dergelijke ervaringen hoeven niet automatisch op psychopathologie te wijzen.

De persoonlijke, culturele en relationele context waarin zo'n ervaring plaatsvindt is belangrijk voor de betekenis ervan.

Ook hier geldt dus dat de ervaring zelf onvoldoende is om te bepalen of iemand psychisch ziek is.

9. Wat hebben slaaptekort en hallucinaties met elkaar te maken?

Ernstig en langdurig slaaptekort kan de waarneming sterk beïnvloeden.

Bij toenemende slaapdeprivatie kunnen eerst subtielere perceptuele veranderingen optreden, zoals vervormingen of illusies. Bij ernstiger slaaptekort kunnen ook hallucinaties ontstaan.

Dit laat zien dat perceptie afhankelijk is van de fysieke toestand van het brein en lichaam.

Dat betekent niet dat iedere slechte nacht hallucinaties veroorzaakt. Vooral langdurige en ernstige slaapdeprivatie is hierbij relevant.

Ook stress kan samengaan met veranderingen in waarneming en de gevoeligheid voor bijzondere perceptuele ervaringen, maar het is te eenvoudig om te zeggen dat stress het zenuwstelsel ‘overbelast’ en daardoor automatisch hallucinaties veroorzaakt.

10. Wat is het verschil tussen hallucinaties, dromen en hypnagoge ervaringen?

Dromen kunnen zeer overtuigende zintuiglijke ervaringen bevatten, maar vinden doorgaans plaats tijdens de slaap.

Hallucinaties worden meestal besproken in relatie tot ervaringen tijdens het wakker zijn.

Daartussen bestaat echter een interessant overgangsgebied.

Tijdens het inslapen kunnen hypnagoge ervaringen voorkomen en tijdens het ontwaken hypnopompe ervaringen.

Iemand kan bijvoorbeeld kort een stem horen, een gezicht zien of het gevoel hebben dat er iemand in de kamer aanwezig is.

Deze ervaringen kunnen buitengewoon levensecht zijn.

Ze worden sterk verbonden met de overgang tussen slapen en waken en hoeven op zichzelf niet op een psychische aandoening te wijzen.

Daarom is het belangrijk om de bewustzijnstoestand waarin een bijzondere waarneming optreedt mee te nemen bij het begrijpen ervan.

11. Zijn hallucinaties hetzelfde als synesthesie of imaginatie?

Nee.

Bij imaginatie kan iemand bewust of spontaan beelden, geluiden of situaties in gedachten ervaren. Doorgaans bestaat daarbij het besef dat deze ervaring intern ontstaat.

Een hallucinatie heeft juist meer het karakter van een daadwerkelijke waarneming.

Synesthesie is eveneens iets anders. Daarbij kan een bepaalde prikkel automatisch een aanvullende ervaring oproepen. Iemand kan bijvoorbeeld letters of cijfers consequent met bepaalde kleuren associëren.

Er bestaat dan nog steeds een oorspronkelijke prikkel.

Ook een illusie moet hiervan worden onderscheiden: daarbij bestaat een externe prikkel die anders wordt waargenomen of geïnterpreteerd.

Hallucinatie, illusie, imaginatie en synesthesie hebben dus allemaal met perceptie of zintuiglijke ervaring te maken, maar beschrijven verschillende verschijnselen.

12. Waarom kunnen hallucinaties zo overtuigend zijn?

Onze ervaring van werkelijkheid is sterk afhankelijk van perceptie.

Wanneer het brein een ervaring als zien, horen of voelen verwerkt, kan die ervaring daardoor onmiddellijk overtuigend zijn.

Dat is een belangrijk inzicht.

Een hallucinatie is niet noodzakelijk hetzelfde als bewust iets verzinnen. De persoon kan daadwerkelijk een zintuiglijke ervaring hebben, ook wanneer de externe bron die daarbij wordt ervaren niet aanwezig is.

Daarom kunnen hallucinaties sterke emoties oproepen.

Een bedreigende stem kan bijvoorbeeld angst veroorzaken. Een waargenomen aanwezigheid van een overleden dierbare kan juist troostend worden ervaren.

De betekenis die iemand aan de ervaring geeft kan mede bepalen hoe belastend of geruststellend zij wordt.

Hier spelen opnieuw persoonlijke ervaringen, verwachtingen, overtuigingen, cultuur en wereldmodel een rol.

13. Wanneer is professionele beoordeling belangrijk?

Niet iedere eenmalige hallucinatoire ervaring betekent dat professionele behandeling nodig is.

Wel is medische of psychologische beoordeling verstandig wanneer hallucinaties bijvoorbeeld:

  • regelmatig terugkeren;
  • plotseling zonder duidelijke verklaring ontstaan;
  • sterk toenemen;
  • veel angst of verwarring veroorzaken;
  • samengaan met ernstige veranderingen in denken of gedrag;
  • het dagelijks functioneren beïnvloeden;
  • optreden in combinatie met lichamelijke of neurologische symptomen;
  • samenhangen met medicatie of middelengebruik.

Bij een plotselinge sterke verandering in bewustzijn of oriëntatie kan bovendien sprake zijn van een acute medische situatie, zoals een delirium.

De oorzaak van hallucinaties kan psychologisch, psychiatrisch, neurologisch, lichamelijk of farmacologisch zijn. Een goede beoordeling kijkt daarom verder dan alleen naar de hallucinatie zelf.

14. Wat leren hallucinaties ons over de menselijke waarneming?

Hallucinaties zijn niet alleen klinisch belangrijk. Ze geven ook inzicht in een fundamentele psychologische vraag:

Hoe ontstaat onze ervaring van werkelijkheid?

Wat we bewust ervaren is niet simpelweg een kopie van wat zich buiten ons bevindt.

De hersenen combineren zintuiglijke informatie met aandacht, geheugen, verwachtingen en eerdere ervaringen. Meestal levert dat een bijzonder betrouwbare representatie van onze omgeving op.

Maar perceptie blijft een constructief proces.

Hallucinaties maken zichtbaar dat een overtuigende waarneming kan ontstaan zonder overeenkomstige externe prikkel.

Daarmee raken ze aan een veel breder psychologisch thema: het verschil tussen werkelijkheid en onze ervaring van die werkelijkheid.

Dat onderscheid speelt niet alleen bij hallucinaties. Het is fundamenteel voor perceptie, overtuigingen, verwachtingen en het wereldmodel waarmee ieder mens zijn omgeving probeert te begrijpen.

15. Tenslotte

Hallucinaties zijn zintuiglijke ervaringen die optreden zonder een overeenkomstige externe prikkel. Ze kunnen auditief, visueel, tactiel, olfactorisch of gustatoir zijn en variëren van eenvoudige sensaties tot complexe en levensechte ervaringen.

Hoewel hallucinaties kunnen voorkomen bij psychische aandoeningen zoals een psychose, zijn ze daar niet exclusief aan verbonden. Ook neurologische en lichamelijke aandoeningen, medicijnen, middelen, ernstig slaaptekort en andere omstandigheden kunnen een rol spelen. Sommige hallucinatoire ervaringen komen bovendien voor bij mensen zonder psychiatrische aandoening.

Hallucinaties laten tegelijkertijd iets fundamenteels zien over menselijke perceptie. Onze hersenen registreren de werkelijkheid niet passief, maar construeren voortdurend een betekenisvolle ervaring uit zintuiglijke informatie, verwachtingen, geheugen en eerdere ervaringen.

Juist daarom is het belangrijk een hallucinatie niet onmiddellijk te interpreteren als bewijs voor één bepaalde aandoening of oorzaak. De ervaring is werkelijk voor degene die haar beleeft; wat zij psychologisch of medisch betekent, kan pas worden begrepen wanneer ook de context wordt meegenomen.