- 1. Wat is hyperphantasia?
- 2. Hoe levendig kunnen mentale beelden zijn?
- 3. Is hyperphantasia hetzelfde als een fotografisch geheugen?
- 4. Welke relatie bestaat met geheugen?
- 5. Betekent hyperphantasia meer verbeeldingskracht?
- 6. Speelt hyperphantasia ook bij andere zintuigen?
- 7. Welke rol kan hyperphantasia spelen bij visualiseren?
- 8. Wat betekent hyperphantasia voor emoties en dromen?
- 9. Wat gebeurt er in de hersenen?
- 10. Tenslotte
Hyperphantasia
Denk aan een strand. Misschien ontstaat een vaag beeld van zand en zee. Maar sommige mensen kunnen het tafereel bijna voor zich zien alsof ze er werkelijk staan: de glinstering van het water, afzonderlijke wolken, de kleurverschillen in het zand en misschien zelfs beweging in de golven.
Wanneer mentale beelden uitzonderlijk levendig zijn, wordt gesproken over hyperphantasia.
Hyperphantasia bevindt zich aan het andere uiteinde van het spectrum dan aphantasia. Waar bij aphantasia bewuste mentale beelden ontbreken of zeer zwak zijn, kunnen ze bij hyperphantasia een opvallend rijke, gedetailleerde en soms bijna perceptuele kwaliteit hebben.
1. Wat is hyperphantasia?
Hyperphantasia is de term voor uitzonderlijk levendige mental imagery.
Iemand met hyperphantasia kan bijvoorbeeld een gezicht, voorwerp of landschap zeer duidelijk voor het geestesoog oproepen. De voorstelling kan rijk zijn aan kleur, vorm, diepte en detail.
De term werd samen met aphantasia bekend door het onderzoek van Adam Zeman en collega's naar de grote individuele verschillen in mentale beeldvorming.
Hyperphantasia betekent daarbij niet dat iemand de mentale voorstelling met de werkelijkheid verwart. De persoon weet doorgaans dat het beeld innerlijk wordt gegenereerd.
Het gaat om de levendigheid van de voorstelling, niet om een verlies van onderscheid tussen imaginatie en perceptie.
2. Hoe levendig kunnen mentale beelden zijn?
Mental imagery vormt geen eenvoudige aan-uitknop.
Bij sommige mensen zijn innerlijke beelden nauwelijks aanwezig. Veel mensen ervaren beelden met een gemiddelde helderheid en detail. Aan het uiterste einde bevinden zich mensen bij wie een voorstelling bijna de levendigheid van daadwerkelijk zien kan benaderen.
Onderzoekers gebruiken onder andere de Vividness of Visual Imagery Questionnaire om zulke individuele verschillen te onderzoeken.
Een internationaal onderzoek met gegevens van ruim 9.000 deelnemers kwam op basis van VVIQ-afkappunten uit op ongeveer 0,9% aphantasia en 6,1% hyperphantasia. Andere definities leveren andere percentages op; een overzicht uit 2024 noemt voor de extreme vormen ongeveer 1% en 3%.
De precieze grenzen zijn dus nog geen vaststaand natuurgegeven.
3. Is hyperphantasia hetzelfde als een fotografisch geheugen?
Nee.
Een bijzonder levendig innerlijk beeld betekent niet automatisch dat dit beeld een exacte kopie van de werkelijkheid is.
Dat onderscheid is belangrijk omdat geheugen reconstructief is. Wanneer iemand een gebeurtenis herinnert, worden onderdelen van eerdere ervaringen opnieuw samengebracht. Een voorstelling kan daardoor buitengewoon overtuigend aanvoelen en toch details bevatten die veranderd, aangevuld of onjuist zijn.
Hyperphantasia moet daarom niet worden verward met het populaire idee van een perfect ‘fotografisch geheugen’.
Levendigheid en nauwkeurigheid zijn twee verschillende eigenschappen.
4. Welke relatie bestaat met geheugen?
Toch bestaat er een interessante relatie tussen hyperphantasia en autobiografisch geheugen.
Onderzoek waarin mensen met aphantasia, gemiddelde imagery en hyperphantasia werden vergeleken, vond duidelijke groepsverschillen bij autobiografische herinneringen en het voorstellen van situaties. Mensen met hyperphantasia presteerden daar gemiddeld sterker op dan mensen met gemiddelde imagery, terwijl de aphantasiagroep gemiddeld lager scoorde. Op standaard geheugentests waren de verschillen veel minder duidelijk.
Dat suggereert opnieuw dat geheugen verschillende kanten heeft.
Feiten over je verleden kennen is iets anders dan een gebeurtenis innerlijk opnieuw kunnen beleven met beelden en zintuiglijke details.
Hyperphantasia lijkt vooral voor die ervaringsrijke kant van herinneren interessant.
5. Betekent hyperphantasia meer verbeeldingskracht?
Niet noodzakelijk.
Verbeeldingskracht omvat veel meer dan de levendigheid van mentale beelden. Een creatief idee kan voortkomen uit taal, abstract denken, associaties, emoties, ruimtelijke relaties en allerlei andere processen.
Hetzelfde geldt voor creativiteit.
Iemand met hyperphantasia beschikt mogelijk over bijzonder rijk visueel materiaal om mee te werken, maar daaruit volgt niet automatisch dat die persoon creatiever is dan iemand met gemiddelde imagery of aphantasia.
Een illustrator kan bijvoorbeeld profiteren van het vermogen om een scène zeer levendig voor zich te zien. Een schrijver, wetenschapper of componist kan juist sterk werken vanuit woorden, concepten, structuren of klanken.
Hyperphantasia beschrijft dus een kenmerk van de innerlijke voorstelling, niet de kwaliteit van iemands ideeën.
6. Speelt hyperphantasia ook bij andere zintuigen?
De term wordt vooral gebruikt voor uitzonderlijk levendige visuele imagery, maar mentale voorstellingen zijn niet uitsluitend visueel.
Mensen kunnen in gedachten ook stemmen of muziek horen, beweging voelen, aanraking voorstellen of geuren en smaken oproepen.
Onderzoek suggereert bovendien dat individuele verschillen in imagery verschillende zintuiglijke modaliteiten kunnen omvatten. Dat betekent niet dat iemand die zeer levendig visualiseert automatisch op ieder ander zintuig eveneens uitzonderlijk sterke imagery heeft.
De innerlijke ervaring kan een eigen profiel hebben.
Dit is een van de redenen waarom moderne onderzoekers voorzichtig zijn met het behandelen van aphantasia en hyperphantasia als twee volledig uniforme categorieën. Mogelijk bestaan verschillende subtypen en combinaties.
7. Welke rol kan hyperphantasia spelen bij visualiseren?
Voor iemand met hyperphantasia kan visualiseren een zeer zintuiglijke ervaring zijn.
Een toekomstige presentatie kan bijvoorbeeld niet alleen als abstract plan worden bedacht, maar innerlijk bijna als scène verschijnen: de ruimte, gezichten, eigen bewegingen en andere details.
Dat kan mental imagery bruikbaar maken bij voorbereiding, creatieve processen of mentale simulatie.
Maar ook hier geldt: levendiger is niet automatisch beter.
Een zeer gedetailleerde voorstelling van succes is geen garantie dat iets werkelijk gebeurt. Evenmin betekent het ontbreken van zulke beelden dat visualisatie onmogelijk of ineffectief is.
Visualiseren kan naast beelden ook bestaan uit beweging, taal, betekenis, verwachting en het mentaal doorlopen van handelingen.
8. Wat betekent hyperphantasia voor emoties en dromen?
Mental imagery kan emoties sterk beïnvloeden. Een voorstelling van iets prettigs kan enthousiasme of verlangen oproepen, terwijl een levendige voorstelling van een bedreigende gebeurtenis spanning of angst kan versterken.
Het ligt daarom voor de hand dat uitzonderlijk levendige imagery ook invloed kan hebben op de emotionele intensiteit van sommige innerlijke ervaringen. Hoe groot dat effect precies is en voor wie, wordt nog onderzocht.
Ook de relatie met dromen is interessant.
Visuele mental imagery speelt bij veel mensen een rol in dagdromen, herinneringen, toekomstvoorstellingen en nachtelijke dromen. Onderzoek naar de uitersten van imagery suggereert verbanden tussen deze verschillende vormen van innerlijke ervaring, maar ze zijn niet identiek.
Iemand die overdag uitzonderlijk levendig kan visualiseren hoeft daarom niet automatisch iedere nacht uitzonderlijk levendige dromen te hebben.
9. Wat gebeurt er in de hersenen?
Waarom de ene persoon nauwelijks beelden kan oproepen en een ander een bijna visuele innerlijke wereld ervaart, is nog niet volledig duidelijk.
Onderzoek vindt aanwijzingen voor verschillen in de functionele samenwerking tussen hersengebieden.
In een studie waarin mensen met aphantasia, hyperphantasia en gemiddelde imagery werden vergeleken, werd bij hyperphantasia onder andere sterkere functionele connectiviteit gevonden tussen prefrontale gebieden en het visuele netwerk dan bij aphantasia.
Een review uit 2024 concludeert eveneens dat verschillen in de verbindingen tussen frontopariëtale en visuele netwerken mogelijk bijdragen aan de uitersten van imagery. Het onderzoek bevindt zich echter nog in een relatief vroege fase.
Er bestaat dus nog geen eenvoudig ‘hyperphantasiagebied’ in het brein.
10. Tenslotte
Hyperphantasia beschrijft een uitzonderlijk levendige vorm van mental imagery. Innerlijke beelden kunnen daarbij rijk aan kleur, detail en ruimtelijke kwaliteit zijn en soms bijna de levendigheid van echte waarneming benaderen.
Dat maakt hyperphantasia niet tot een superieur vermogen en aphantasia niet tot een tekortkoming. Beide maken vooral zichtbaar hoe sterk de menselijke innerlijke ervaring kan verschillen.
De één herinnert een vakantie als een reeks bijna tastbare scènes. Een ander kent dezelfde soort herinnering vooral als feiten, woorden of gevoelens. De één kan een toekomstige mogelijkheid bijna voor zich zien; een ander denkt erover zonder enig innerlijk beeld.
Juist dat brede spectrum laat iets wezenlijks zien over imaginatie: de menselijke geest beschikt niet over één vaste manier om zich het verleden, de toekomst of iets wat nog helemaal niet bestaat voor te stellen.