Neuroprogrammering

We reageren lang niet altijd bewust op wat er gebeurt.

Veel reacties ontstaan uit patronen die door eerdere ervaringen, emoties, overtuigingen en herhaling vertrouwd zijn geworden. Een situatie doet zich voor, ons brein herkent iets bekends en nog voordat we uitgebreid hebben nagedacht, voelen of doen we alweer wat we vaker hebben gevoeld of gedaan.

Binnen Helder Dromen gebruiken we hiervoor het begrip neuroprogrammering.

Daarmee bedoelen we niet dat het brein letterlijk een computer is waarin vaste programma's worden geïnstalleerd. Neuroprogrammering is een beeld voor het proces waarbij terugkerende ervaringen, gedachten, gevoelens en gedragingen steeds gemakkelijker automatisch kunnen worden geactiveerd.

Wat vaak wordt herhaald, kan vertrouwd worden. En wat vertrouwd is, kan gaan voelen alsof het vanzelf gaat.

1. Wat is neuroprogrammering?

Neuroprogrammering is geen officiële neurowetenschappelijke diagnose of afzonderlijk hersenmechanisme.

Binnen Helder Dromen gebruiken we het begrip om verschillende processen samen te brengen, waaronder:

Het woord programmering is daarbij een metafoor.

Van bewuste keuze naar automatisme

Denk aan autorijden.

In het begin moet je bewust nadenken over schakelen, spiegels, verkeersborden en sturen.

Na veel oefening verlopen grote delen vanzelf.

Dat is nuttig.

Ons brein hoeft dan niet iedere handeling opnieuw vanaf nul te berekenen.

Hetzelfde principe kan echter ook optreden bij minder behulpzame reacties.

Wie in bepaalde omstandigheden steeds angstig, terughoudend of boos reageert, kan merken dat zo'n reactie steeds sneller wordt opgeroepen.

2. Leiden gedachten altijd tot gevoelens?

Gedachten en gevoelens beïnvloeden elkaar, maar niet volgens één eenvoudige vaste keten.

Het is dus te beperkt om te zeggen:

gedachte → gevoel → dezelfde gedachte → hetzelfde gevoel.

Soms ontstaat eerst een gedachte.

Soms reageert het lichaam voordat iemand bewust begrijpt wat er gebeurt.

Soms wordt een emotie opgeroepen door een herinnering, lichamelijke toestand, omgeving of sociale situatie.

Daarna kunnen gedachten de emotie weer versterken.

Een zichzelf versterkend patroon

Stel dat iemand denkt:

Ik ga deze presentatie verpesten.

Er ontstaat spanning.

Die spanning wordt vervolgens geïnterpreteerd als bewijs:

Zie je wel, ik kan dit niet.

Daardoor neemt de spanning verder toe.

Zo kunnen denken, voelen en lichamelijke reacties elkaar wederzijds versterken.

Wanneer zulke patronen vaak voorkomen, kunnen ze steeds vertrouwder en automatischer worden.

3. Wordt je lichaam dan je onbewuste brein?

Nee, letterlijk niet.

Het lichaam verandert niet in het brein.

Wel zijn hersenen en lichaam voortdurend met elkaar verbonden.

Het autonome zenuwstelsel, hormonen, lichamelijke signalen en hersennetwerken beïnvloeden samen hoe we situaties ervaren en erop reageren.

Een herinnering aan een bedreigende gebeurtenis kan daardoor lichamelijke reacties oproepen zonder dat het gevaar opnieuw werkelijk aanwezig is.

Denk aan:

  1. een snellere hartslag;
  2. gespannen spieren;
  3. zweten;
  4. een dichtgeknepen gevoel in de keel;
  5. misselijkheid;
  6. verhoogde waakzaamheid.

Het lichaam kan iets herkennen

Wanneer bepaalde situaties vaak met angst of spanning gepaard zijn gegaan, kan het lichaam snel reageren zodra iets op die eerdere situatie lijkt.

Dat voelt soms alsof het lichaam eerder “weet” wat er gaat gebeuren dan het bewuste denken.

Maar dit is geen apart lichaamsbrein.

Het is het resultaat van samenwerkende hersen- en lichaamsprocessen waarin eerdere ervaringen meespreken.

4. Waarom voelt een oud patroon zo werkelijk?

Omdat automatische reacties niet alleen uit gedachten bestaan.

Ze kunnen tegelijk bestaan uit:

  • herinnering
    Wat heb ik eerder meegemaakt?
  • verwachting
    Wat denk ik dat er gaat gebeuren?
  • emotie
    Wat voel ik daarbij?
  • lichaamsreactie
    Hoe reageert mijn zenuwstelsel?
  • gedrag
    Wat doe ik vervolgens?

Al deze onderdelen kunnen elkaar beïnvloeden.

Stel dat iemand ooit tijdens een presentatie volledig blokkeerde.

Later hoeft alleen de gedachte aan een presentatie al voldoende te zijn om spanning op te roepen.

Het brein voorspelt als het ware:

Dit lijkt op die situatie. Pas op.

Automatisch betekent niet onveranderlijk

Gewoonten en automatische reacties kunnen zeer efficiënt worden, maar onderzoek naar gewoontevorming laat juist zien dat gewoonten niet simpelweg permanente programma's zijn. Context, nieuwe ervaringen en doelgericht gedrag kunnen automatische patronen veranderen.

Dat is belangrijk voor persoonlijk meesterschap.

Een automatisch patroon kan sterk zijn zonder noodzakelijk definitief te zijn.

5. Welke rol spelen neurotransmitters en genen?

Hersenactiviteit bestaat uit elektrische én chemische processen.

Neuronen communiceren onder andere via neurotransmitters. Deze kunnen afhankelijk van receptor en hersengebied activiteit beïnvloeden en spelen een rol in allerlei processen zoals aandacht, motivatie, stemming, geheugen en leren.

Langdurige ervaring en leren kunnen daarnaast samengaan met veranderingen in de werking van hersencellen, synapsen en genexpressie. Ervaring kan dus werkelijk biologische veranderingen begeleiden.

Maar daaruit volgt niet dat:

een negatieve gedachte een “negatief gen” activeert;

of:

een positieve visualisatie bewust een gewenst gen aanzet.

Geen genetische afstandsbediening

Genexpressie is een uiterst complex biologisch proces.

Het wordt beïnvloed door talloze signalen binnen en buiten cellen.

Gedrag, stress, slaap, beweging, ontwikkeling en omgeving kunnen daar indirect mee samenhangen.

Maar wij kiezen niet bewust:

Vandaag zet ik dit gen uit en dat gen aan.

De term neuroprogrammering moet daarom niet worden opgevat als directe programmering van ons DNA.

6. Waarom blijven oude patronen terugkomen?

Omdat het bekende gemakkelijk opnieuw wordt geactiveerd.

Dat geldt niet alleen voor negatieve patronen.

Ook nuttige vaardigheden worden door herhaling toegankelijker.

Maar bij beperkende patronen kan een zichzelf bevestigende cirkel ontstaan.

Iemand denkt bijvoorbeeld:

Ik ben sociaal onzeker.

Daarom spreekt hij weinig onbekenden aan.

Daardoor ontstaan weinig positieve sociale ervaringen.

Het ontbreken van die ervaringen lijkt vervolgens zijn overtuiging te bevestigen:

Zie je wel.

Zo kunnen gedrag en wereldmodel elkaar versterken.

Je wereldmodel gaat voorspellen

Het wereldmodel gebruikt eerdere ervaringen om verwachtingen over nieuwe situaties te vormen.

Dat is efficiënt.

Maar een voorspelling kan worden verward met een feit.

Dit ging vroeger mis.

wordt dan:

Dit zal opnieuw misgaan.

En uiteindelijk:

Ik kan dit gewoon niet.

Daar kan neuroprogrammering beperkend worden.

7. Kun je jezelf herprogrammeren?

Tot op zekere hoogte kun je automatische patronen beïnvloeden.

Maar herprogrammeren is opnieuw een metafoor.

Je drukt niet op een resetknop waarna het oude neurale programma verdwijnt.

Verandering ontstaat eerder door nieuwe informatie en nieuwe ervaringen toe te voegen.

Dat kan bijvoorbeeld via:

  • bewustwording van automatische patronen;
  • ander gedrag oefenen;
  • nieuwe situaties aangaan;
  • mentale repetitie;
  • visualiseren;
  • nieuwe interpretaties ontwikkelen;
  • een aangrenzende mogelijkheid onderzoeken;
  • soms juist een grotere sprong maken buiten het huidige wereldmodel.

Hier sluit neuroprogrammering aan op neuroplasticiteit.

Nieuwe ervaringen kunnen bestaande hersennetwerken aanpassen en leren kan structurele en functionele veranderingen in het brein begeleiden.

8. Wat kan mentale repetitie doen?

Mentale repetitie betekent dat je een handeling of situatie in gedachten oefent zonder haar op dat moment werkelijk uit te voeren.

Een muzikant kan zich bijvoorbeeld voorstellen een passage te spelen.

Een sporter kan een beweging mentaal doorlopen.

Iemand die een presentatie moet geven kan zich voorstellen rustig naar voren te lopen, contact te maken met het publiek en te beginnen.

Onderzoek naar mentale verbeelding laat zien dat daarbij deels hersennetwerken worden gebruikt die ook betrokken zijn bij echte waarneming en handeling. Tegelijk zijn de twee niet identiek. Verbeelding is een intern opgebouwde ervaring en echte waarneming wordt mede gestuurd door informatie uit de buitenwereld.

Een voorproefje, geen kopie

Mentale repetitie kan een toekomstige situatie vertrouwder maken.

Je kunt onderzoeken:

  • Hoe zou ik willen reageren?
  • Waar richt ik mijn aandacht op?
  • Wat doe ik wanneer ik spanning voel?
  • Welke houding past bij degene die ik wil zijn?

Dat kan voorbereiding en gedrag beïnvloeden.

Maar het brein en lichaam geloven niet letterlijk dat een verbeelde presentatie exact hetzelfde is als een echte presentatie.

9. Welke rol speelt droomkracht?

Hier krijgt mentale repetitie binnen Helder Dromen een bredere betekenis.

Droomkracht is het vermogen om via verbeeldingskracht een werkelijkheid voorstelbaar en voelbaar te maken die nog niet binnen je huidige ervaring bestaat.

Je kunt bijvoorbeeld jarenlang denken:

Ik ben geen spreker.

Droomkracht maakt een ander beeld mogelijk:

Hoe zou het zijn als ik wél voor die zaal stond?

Visualiseren kan helpen dat beeld uit te werken.

Maar daar hoeft het niet te eindigen.

Van verbeelding naar ervaring

De verandering krijgt pas werkelijk nieuwe kracht wanneer het wereldmodel nieuwe informatie ontvangt.

Dat kan door kleine stappen.

Eerst voor vijf mensen spreken.

Dan voor twintig.

Maar binnen het kwantummodel kan ook een grotere mogelijkheid ineens toegankelijk worden.

Je kunt denken:

Wat is eigenlijk het ergste dat kan gebeuren?

En vervolgens tóch voor honderd mensen gaan staan.

De ervaring daarna kan krachtiger zijn dan honderd keer alleen visualiseren:

Ik heb het gedaan.

Die nieuwe werkelijkheid kan niet meer volledig door het oude programma worden verklaard.

10. Moet je positieve emoties gebruiken om een nieuw programma te creëren?

Positieve emoties kunnen motivatie, aandacht en leren beïnvloeden.

Maar het is te eenvoudig om te stellen dat je een gewenste toekomst moet combineren met dankbaarheid of vreugde zodat het lichaam denkt dat die toekomst al werkelijk plaatsvindt.

Emoties zijn geen programmeercode.

Ook angst, teleurstelling en onzekerheid kunnen waardevolle informatie bevatten.

Niet eerst perfect voelen

Je hoeft dus niet eerst volledig zelfverzekerd te zijn om iets nieuws te doen.

Soms ontstaat de nieuwe emotie juist na de nieuwe ervaring.

Voor de presentatie:

Ik ben doodsbang.

Tijdens de presentatie:

Het gaat eigenlijk.

Na afloop:

Verdomme, ik heb het gewoon gedaan.

Juist die ervaring kan een beperkende overtuiging veranderen.

Persoonlijke verandering gaat daarom niet alleen van gedachte naar gevoel naar gedrag.

Gedrag kan óók nieuwe gevoelens en gedachten voortbrengen.

11. Wat betekent neuroprogrammering voor het kwantummodel?

Neuroprogrammering helpt verklaren waarom een wereldmodel soms zo overtuigend voelt.

We herkennen het bekende sneller.

We verwachten wat we eerder hebben ervaren.

We reageren gemakkelijk vanuit patronen die al vaak zijn gebruikt.

Het kwantummodel opent daar een ander perspectief tegenover.

Je huidige programmering beschrijft je verleden, maar hoeft niet alle mogelijkheden van je toekomst te bevatten.

Daar kan een aangrenzende mogelijkheid liggen.

Maar ook iets veel groters.

Nieuwe kennis.

Een onverwachte ontmoeting.

Een nieuwe keuze.

Droomkracht.

Een plotseling inzicht.

Of een ervaring waarvan je tot gisteren dacht:

Dat is niets voor mij.

12. Tenslotte

Neuroprogrammering is een bruikbaar beeld voor de manier waarop ervaringen, gedachten, emoties en gedrag vertrouwde patronen kunnen vormen.

Maar het brein is geen computer.

Het lichaam is geen onderbewust brein.

En we kunnen onze genen niet rechtstreeks aan- en uitzetten door de juiste gedachten te produceren.

De werkelijkheid is minder spectaculair — en tegelijkertijd misschien interessanter.

Ons zenuwstelsel leert.

Gewoonten kunnen ontstaan.

Verwachtingen kunnen automatisch worden.

Ervaringen kunnen hersennetwerken veranderen.

Mentale repetitie kan helpen om nieuwe situaties voor te bereiden.

En dankzij neuroplasticiteit blijven hersenen in staat zich aan nieuwe ervaringen en vaardigheden aan te passen.

Daar ligt de verbinding met persoonlijk meesterschap.

Je hoeft niet te wachten tot je oude programma volledig verdwenen is voordat je iets anders kunt doen.

Soms verandert een patroon door herhaling.

Soms door een aangrenzende mogelijkheid.

En soms doordat je ineens besluit buiten je vertrouwde wereldmodel te handelen en daardoor een ervaring opdoet die het oude verhaal niet langer volledig kan verklaren.

Droomkracht kan je helpen die andere werkelijkheid eerst te zien.

Het kwantummodel houdt ruimte voor mogelijkheden buiten wat je al kent.

Maar uiteindelijk levert ervaring de nieuwe informatie waarmee je wereldmodel werkelijk kan veranderen.