- 1. Wat betekent mentaal?
- 2. Wat is het verschil tussen mentaal en fysiek?
- 3. Wat zijn mentale processen?
- 4. Welke rol speelt perceptie?
- 5. Hoe beïnvloeden gedachten en emoties elkaar?
- 6. Wat hebben overtuigingen en verwachtingen met het mentale te maken?
- 7. Wat is de relatie tussen het mentale en het wereldmodel?
- 8. Welke rol speelt imaginatie?
- 9. Wat betekent mentaal sterk zijn?
- 10. Hoe ziet mentale kracht er in de praktijk uit?
- 11. Wat heeft mentale kracht met coping te maken?
- 12. Is verantwoordelijkheid nemen hetzelfde als mentaal sterk zijn?
- 13. Is positief denken hetzelfde als mentaal sterk zijn?
- 14. Kun je mentale vaardigheden ontwikkelen?
- 15. Wat is het verschil tussen mentaal en mentale gezondheid?
- 16. Wat leert het mentale domein ons over menselijk gedrag?
- 17. Tenslotte
Mentaal
Mentaal verwijst naar wat zich afspeelt in de menselijke geest: denken, waarnemen, herinneren, verwachten, interpreteren, aandacht richten, beslissingen nemen en innerlijke voorstellingen vormen. Het woord wordt in het dagelijks leven ook gebruikt in uitdrukkingen als mentale gezondheid, mentale belasting, mentale voorbereiding en mentaal sterk zijn.
Binnen de psychologie kunnen mentale processen niet volledig worden losgemaakt van emoties, gedrag, het lichaam en de omgeving. Een gedachte kan lichamelijke spanning oproepen, lichamelijke vermoeidheid kan het denken beïnvloeden en ervaringen uit de omgeving kunnen verwachtingen en overtuigingen veranderen.
Mentaal betekent daarom niet simpelweg: alles wat zich ‘alleen in het hoofd’ afspeelt. Het gaat om psychologische processen die voortdurend samenwerken met lichamelijke, sociale en emotionele processen.
1. Wat betekent mentaal?
Het woord mentaal is afgeleid van begrippen die verwijzen naar de geest of het denken.
Wanneer psychologen mentale processen onderzoeken, kunnen zij zich bijvoorbeeld richten op:
- aandacht;
- geheugen;
- denken;
- leren;
- waarneming;
- taal;
- besluitvorming;
- probleemoplossing;
- verwachtingen;
- overtuigingen;
- imaginatie.
Een deel daarvan wordt bestudeerd binnen de cognitieve psychologie.
Maar het mentale domein is breder dan alleen rationeel nadenken. Mensen interpreteren gebeurtenissen, maken voorspellingen, vormen mentale beelden, herinneren zich eerdere ervaringen en kennen betekenis toe aan wat zij meemaken.
Onze mentale wereld beïnvloedt daardoor voortdurend hoe we de werkelijkheid ervaren.
2. Wat is het verschil tussen mentaal en fysiek?
In het dagelijks taalgebruik worden mentaal en fysiek vaak tegenover elkaar gezet.
Een gebroken been wordt fysiek genoemd. Piekeren wordt mentaal genoemd.
Als praktische indeling kan dat nuttig zijn, maar biologisch en psychologisch bestaat geen absolute scheiding.
Mentale processen ontstaan immers mede door activiteit van het brein en zenuwstelsel, terwijl lichamelijke processen invloed hebben op denken en emoties.
Slaaptekort kan bijvoorbeeld concentratie verminderen. Langdurige spanning kan lichamelijk merkbaar worden. Pijn beïnvloedt aandacht en stemming. Andersom kan alleen al de verwachting van een moeilijke situatie lichamelijke spanning oproepen.
Geen twee afzonderlijke werelden
De oude uitdrukking ‘mind over body’ suggereert gemakkelijk dat geest en lichaam twee tegenstanders zijn waarbij een sterke geest het lichaam moet overwinnen.
De werkelijkheid is interessanter.
Mentale en lichamelijke processen beïnvloeden elkaar voortdurend.
Daarom wordt binnen de moderne psychologie en gezondheidswetenschappen steeds meer gekeken naar de wisselwerking tussen biologische, psychologische en sociale factoren.
3. Wat zijn mentale processen?
Een mentaal proces is een psychologisch proces waarmee informatie wordt waargenomen, verwerkt, opgeslagen, geïnterpreteerd of gebruikt.
Wanneer iemand bijvoorbeeld een drukke straat oversteekt, vinden in enkele seconden verschillende mentale processen plaats.
De persoon:
- ziet en hoort verkeer;
- richt zijn aandacht op relevante informatie;
- herkent auto's en verkeerslichten;
- schat snelheid en afstand in;
- gebruikt eerdere ervaringen;
- voorspelt wat waarschijnlijk gaat gebeuren;
- neemt een beslissing;
- past zijn gedrag daarop aan.
Veel daarvan gebeurt zonder uitgebreid bewust nadenken.
Het mentale leven bestaat dus niet alleen uit de bewuste innerlijke stem waarmee iemand tegen zichzelf praat.
Een groot deel van psychologische informatieverwerking verloopt automatisch.
4. Welke rol speelt perceptie?
Perceptie is een belangrijk onderdeel van het mentale functioneren.
Onze zintuigen leveren voortdurend informatie, maar de hersenen registreren de buitenwereld niet simpelweg als een camera.
Informatie wordt geselecteerd, georganiseerd en geïnterpreteerd.
Twee mensen kunnen daardoor dezelfde gebeurtenis meemaken en deze toch verschillend ervaren.
Stel dat een leidinggevende zegt:
“Kun je straks even bij mij langskomen?”
De ene werknemer denkt:
Waarschijnlijk wil ze iets bespreken.
Een andere denkt onmiddellijk:
Ik heb zeker iets verkeerd gedaan.
De woorden zijn hetzelfde.
De interpretatie verschilt.
Dat verschil kan vervolgens invloed hebben op emoties, lichamelijke reacties en gedrag.
5. Hoe beïnvloeden gedachten en emoties elkaar?
Gedachten kunnen emoties beïnvloeden, maar emoties beïnvloeden eveneens gedachten.
Wanneer iemand denkt:
Dit gaat verschrikkelijk mis,
kan angst toenemen.
Maar het proces kan ook andersom verlopen. Iemand voelt plotseling spanning en begint vervolgens naar een verklaring te zoeken:
Waarom voel ik dit? Er zal wel iets mis zijn.
Zo kunnen gedachten, emoties en lichamelijke reacties elkaar versterken.
Daarom is de oude voorstelling dat een mentaal sterk persoon negatieve gevoelens met zijn denken controleert te eenvoudig.
Soms kunnen gedachten bewust worden bijgestuurd. Soms ontstaat een emotionele reactie voordat iemand daar bewust over heeft nagedacht.
Mentale kracht zit dan niet noodzakelijk in het voorkomen van die reactie, maar bijvoorbeeld in het herkennen en reguleren ervan.
6. Wat hebben overtuigingen en verwachtingen met het mentale te maken?
Mensen reageren niet uitsluitend op wat er gebeurt.
Ze reageren ook op wat ze denken dat er gebeurt, wat ze verwachten dat er gaat gebeuren en welke betekenis ze aan een situatie geven.
Daarom zijn overtuigingen en verwachtingen psychologisch belangrijk.
Iemand kan bijvoorbeeld geloven:
Als ik een fout maak, vinden mensen mij incompetent.
Zo'n overtuiging kan invloed hebben op aandacht, gedrag en emoties.
De persoon controleert werk voortdurend, vermijdt risico's en merkt vooral reacties op die als kritiek kunnen worden geïnterpreteerd.
Daarmee kan een mentale overtuiging uiteindelijk invloed krijgen op het dagelijkse gedrag.
7. Wat is de relatie tussen het mentale en het wereldmodel?
Een belangrijk deel van het mentale functioneren kan worden begrepen vanuit het wereldmodel.
Mensen moeten voortdurend voorspellen wat gebeurtenissen betekenen en wat waarschijnlijk gaat gebeuren.
Daarvoor gebruiken we eerdere ervaringen, kennis, herinneringen, overtuigingen en verwachtingen.
Zo ontstaat een intern model van:
- wie we zelf zijn;
- hoe andere mensen waarschijnlijk reageren;
- wat veilig of gevaarlijk is;
- wat mogelijk of onmogelijk lijkt;
- welk gedrag bepaalde gevolgen heeft.
Dit wereldmodel is geen perfecte kopie van de werkelijkheid.
Het is een werkbaar psychologisch model waarmee we proberen ons door de werkelijkheid te bewegen.
Het wereldmodel kan veranderen
Nieuwe ervaringen kunnen bestaande verwachtingen bevestigen, maar ook corrigeren.
Iemand kan jarenlang geloven:
Ik kan niet voor groepen spreken.
Wanneer die persoon uiteindelijk meerdere keren een presentatie geeft die redelijk verloopt, ontstaat nieuwe informatie.
Het bestaande wereldmodel kan daardoor veranderen:
Ik vind spreken voor groepen spannend, maar ik kan het wel.
Mentale verandering bestaat daarom niet uitsluitend uit anders denken. Nieuwe ervaringen kunnen minstens zo belangrijk zijn.
8. Welke rol speelt imaginatie?
Imaginatie is eveneens een mentaal proces.
Mensen kunnen gebeurtenissen innerlijk simuleren die op dit moment niet plaatsvinden.
Dat vermogen gebruiken we voortdurend.
We kunnen een gesprek vooraf in gedachten voeren, een vakantie voorstellen, bedenken hoe een kamer opnieuw ingericht kan worden of verschillende oplossingen voor een probleem mentaal uitproberen.
Imaginatie kan daardoor helpen bij voorbereiding, creativiteit en probleemoplossing.
Maar hetzelfde vermogen kan ook belastend worden.
Iemand kan bijvoorbeeld steeds opnieuw voorstellen hoe een toekomstige gebeurtenis verkeerd afloopt.
De gebeurtenis bestaat nog niet, maar de mentale simulatie kan wel echte spanning oproepen.
Ook hier blijkt dat het mentale niet losstaat van lichamelijke en emotionele processen.
9. Wat betekent mentaal sterk zijn?
Mentale kracht of mentale weerbaarheid is iets anders dan het algemene begrip mentaal.
In het dagelijks taalgebruik wordt iemand mentaal sterk genoemd wanneer diegene relatief goed kan omgaan met spanning, onzekerheid, tegenslag en moeilijke emoties.
Dat betekent niet dat zo iemand:
- nooit bang is;
- altijd positief denkt;
- emoties volledig beheerst;
- nooit hulp nodig heeft;
- altijd gemotiveerd blijft;
- iedere tegenslag zelf kan oplossen.
Mentale kracht is juist zichtbaar in de manier waarop iemand met moeilijkheden omgaat.
Sterk zijn kan ook betekenen stoppen
Soms betekent mentale kracht volhouden.
Maar soms betekent het juist erkennen:
Dit lukt mij niet alleen.
Of:
Deze situatie kan ik niet veranderen.
Daarom zijn flexibiliteit en realiteitszin minstens zo belangrijk als doorzettingsvermogen.
10. Hoe ziet mentale kracht er in de praktijk uit?
Neem Sofia, die na maanden voorbereiding niet wordt aangenomen voor een functie die ze heel graag wilde.
Haar eerste reactie is teleurstelling. Ze schaamt zich en denkt:
Blijkbaar ben ik toch niet goed genoeg.
Mentale kracht betekent hier niet dat Sofia onmiddellijk moet denken:
Geweldig, dit is een leermoment!
Dat zou haar werkelijke teleurstelling ontkennen.
Ze kan eerst erkennen dat de afwijzing pijn doet.
Later ontstaat ruimte voor andere vragen.
Waarom raakt deze afwijzing haar zo sterk?
Welke conclusies trekt ze over zichzelf?
Wat kan ze uit de sollicitatie leren?
En welk deel lag buiten haar invloed?
Ze vraagt uiteindelijk feedback, ontdekt dat haar inhoudelijke ervaring goed was maar een andere kandidaat meer leidinggevende ervaring had en besluit daarop niet haar hele zelfbeeld te baseren.
Mentale kracht bestaat hier uit meerdere processen: emotie verdragen, gedachten onderzoeken, informatie verzamelen, perspectief aanpassen en vervolgens opnieuw handelen.
11. Wat heeft mentale kracht met coping te maken?
Coping beschrijft de manieren waarop mensen omgaan met problemen, spanning en belastende omstandigheden.
Dat maakt coping belangrijk voor mentale weerbaarheid.
Soms is probleemgerichte coping passend:
Wat kan ik veranderen?
Op andere momenten is emotiegerichte coping belangrijker:
Hoe ga ik om met wat ik niet kan veranderen?
En soms kan tijdelijke afstand helpen om niet onmiddellijk vanuit sterke emotie te reageren.
Er bestaat daarom geen universele mentale strategie die in iedere situatie sterk is.
Effectief functioneren vraagt om flexibiliteit: kunnen wisselen van strategie wanneer omstandigheden daarom vragen.
12. Is verantwoordelijkheid nemen hetzelfde als mentaal sterk zijn?
Verantwoordelijkheid nemen kan belangrijk zijn, maar 100% verantwoordelijkheid nemen voor alles wat je welzijn beïnvloedt is geen realistisch psychologisch uitgangspunt.
Mensen hebben invloed op hun gedrag en sommige keuzes.
Maar niet op alles.
Dat zagen we ook bij locus of control.
Iemand kan bijvoorbeeld niet bepalen dat een werkgever reorganiseert, een partner vertrekt of een dierbare overlijdt.
Wel kan iemand tot op zekere hoogte invloed uitoefenen op de manier waarop hij daarna handelt.
Daarom is een beter onderscheid:
Waar heb ik invloed op, waar heb ik gedeeltelijk invloed op en wat ligt buiten mijn controle?
Mentale weerbaarheid betekent niet verantwoordelijkheid nemen voor de hele werkelijkheid.
Het betekent verantwoordelijkheid nemen waar die daadwerkelijk bestaat.
13. Is positief denken hetzelfde als mentaal sterk zijn?
Nee.
Positief denken kan soms behulpzaam zijn, maar een uitsluitend positieve interpretatie is niet altijd realistisch.
Wanneer iemand een ernstige fout maakt, kan het juist belangrijk zijn die fout onder ogen te zien.
Wanneer iemand verdriet heeft, hoeft dat verdriet niet onmiddellijk in iets positiefs te worden veranderd.
Mentale flexibiliteit betekent dat zowel prettige als onprettige informatie verwerkt kan worden.
Een realistische gedachte als:
Dit is moeilijk en ik weet nog niet hoe het afloopt, maar ik ga onderzoeken wat ik kan doen
kan psychologisch veel bruikbaarder zijn dan:
Alles komt sowieso goed.
Het doel is niet noodzakelijk positief denken, maar voldoende flexibel en realistisch denken.
14. Kun je mentale vaardigheden ontwikkelen?
Veel mentale vaardigheden kunnen worden ontwikkeld en geoefend.
Denk bijvoorbeeld aan:
- aandacht richten;
- emoties herkennen;
- problemen analyseren;
- perspectief innemen;
- verwachtingen onderzoeken;
- grenzen aangeven;
- omgaan met onzekerheid;
- copingstrategieën uitbreiden;
- reflecteren op eigen overtuigingen.
Maar ontwikkeling vindt niet uitsluitend plaats door bewuster te denken.
Ervaring is eveneens belangrijk.
Iemand ontwikkelt bijvoorbeeld niet alleen zelfvertrouwen door zichzelf te vertellen dat hij iets kan. Het daadwerkelijk aangaan van situaties en ontdekken dat bepaald gedrag effect heeft kan het wereldmodel veel krachtiger veranderen.
Daarmee bestaat een verbinding met conditionering, leren, zelfreflectie en persoonlijke groei.
15. Wat is het verschil tussen mentaal en mentale gezondheid?
Deze begrippen moeten niet door elkaar worden gehaald.
Mentaal is een breed bijvoeglijk begrip dat verwijst naar psychologische of geestelijke processen.
Mentale gezondheid gaat over psychologisch functioneren en welzijn.
Iemand kan bijvoorbeeld uitstekende mentale vaardigheden hebben op één gebied en tegelijkertijd psychische klachten ervaren.
Ook betekent een psychische aandoening niet dat iemand ‘mentaal zwak’ is.
Dat onderscheid is belangrijk omdat termen als mentale kracht anders gemakkelijk een moreel oordeel krijgen.
Psychische problemen zijn niet simpelweg het gevolg van onvoldoende discipline, positief denken of doorzettingsvermogen.
Biologische, psychologische en sociale factoren kunnen allemaal een rol spelen.
16. Wat leert het mentale domein ons over menselijk gedrag?
Menselijk gedrag ontstaat niet uitsluitend als directe reactie op de buitenwereld.
Tussen gebeurtenis en gedrag bevinden zich allerlei mentale processen.
- We nemen waar.
- We vergelijken wat gebeurt met eerdere ervaringen.
- We kennen betekenis toe.
- We verwachten bepaalde gevolgen.
- We herinneren ons vergelijkbare situaties.
- We stellen ons mogelijkheden voor.
- En vervolgens reageren we.
Een belangrijk deel daarvan verloopt automatisch en buiten het directe bewustzijn.
Dat verklaart waarom twee mensen in dezelfde omstandigheden heel verschillend kunnen reageren.
Hun eerdere ervaringen, verwachtingen, overtuigingen, aandacht, emoties en wereldmodel zijn niet identiek.
Het mentale domein vormt daarmee een belangrijke verbinding tussen wereld en gedrag.
17. Tenslotte
Mentaal verwijst naar de psychologische processen waarmee mensen informatie waarnemen, verwerken, onthouden, interpreteren en gebruiken. Denken hoort daarbij, maar ook aandacht, geheugen, perceptie, verwachtingen, overtuigingen, besluitvorming en imaginatie.
Mentale processen staan niet los van emoties of het lichaam. Gedachten kunnen lichamelijke reacties beïnvloeden, emoties kunnen het denken veranderen en lichamelijke omstandigheden kunnen concentratie, stemming en besluitvorming beïnvloeden.
Ook mentale kracht moet daarom breder worden begrepen dan ‘mind over body’ of het controleren van negatieve gedachten.
Mentaal sterk zijn betekent niet dat iemand altijd positief is, alles onder controle heeft of iedere moeilijkheid zelfstandig kan oplossen. Het kan juist betekenen dat iemand emoties kan erkennen, realistisch kan beoordelen wat wel en niet beïnvloedbaar is, verschillende copingstrategieën kan gebruiken en na nieuwe ervaringen bereid is verwachtingen en overtuigingen bij te stellen.
Daarbij speelt het wereldmodel een belangrijke rol. Mensen reageren niet alleen op de werkelijkheid zoals die is, maar ook op de betekenis die zij eraan geven en op wat zij verwachten dat er zal gebeuren.
Mentale ontwikkeling betekent daarom uiteindelijk niet simpelweg sterker leren denken.
Het betekent steeds flexibeler leren omgaan met de voortdurende wisselwerking tussen denken, voelen, waarnemen, ervaren en handelen.
