Nachtmerries bij kinderen: Zo help je je kind weer rustig en veilig slapen...

Je kind wordt midden in de nacht huilend wakker uit een nachtmerrie. Misschien zat er een monster in de kamer, raakte papa of mama kwijt, werd het achtervolgd of gebeurde er iets wat voor jou vreemd klinkt maar voor je kind nog volledig echt voelt. Op zo’n moment wil je vooral weten: wat kan ik nu doen zodat mijn kind zich weer veilig voelt?

Nachtmerries bij kinderen komen regelmatig voor en zijn meestal geen teken dat er iets ernstig mis is. Toch kunnen ze voor een kind én voor ouders veel impact hebben wanneer ze vaak terugkomen, angst voor slapen veroorzaken of samenhangen met iets ingrijpends. In dit artikel staat daarom niet de wetenschap centraal, maar de praktijk: wat doe je vannacht, wat kun je morgen bespreken, hoe help je bij terugkerende nachtmerries en wanneer is het verstandig om professionele hulp te zoeken?

1- Wanneer heeft een kind eigenlijk een nachtmerrie?

Een nachtmerrie is een sterk onaangename droom waarbij een kind meestal wakker wordt en zich daarna nog delen van de droom kan herinneren. Het kind kan huilen, roepen, bang zijn en moeite hebben om opnieuw in slaap te vallen. Na het wakker worden is het meestal wel goed aanspreekbaar.

Bij kinderdromen kan de overgang tussen de droomwereld en het wakker zijn anders worden beleefd dan bij volwassenen. Voor jou is misschien meteen duidelijk dat een tijger niet werkelijk in de slaapkamer kan staan. Voor een jong kind kan de angst nog minutenlang volledig echt voelen.

Daarom heeft een kind meestal weinig aan:

“Maar dat kan toch helemaal niet?”

De gebeurtenis was niet echt. De angst was dat wel.

Nachtmerries hoeven niet over monsters te gaan

Bij nachtmerries denken we snel aan monsters, spoken of achtervolgingen. Maar de Droominhoud van kinderen kan veel breder zijn.

Een kind kan bijvoorbeeld dromen dat:

◆ mama of papa verdwijnt;
◆ een huisdier doodgaat;
◆ niemand meer met hem wil spelen;
◆ het verdwaalt;
◆ iemand boos wordt;
◆ het iets fout doet op school;
◆ het een ongeluk krijgt;
◆ het iemand probeert te helpen maar dat niet lukt.

Sommige nachtmerries lijken sterk op angstdromen. Andere draaien meer om verdriet, boosheid, schaamte of machteloosheid. Er bestaan dus verschillende soorten nachtmerries, ook bij kinderen.

De inhoud verandert bovendien met de leeftijd. Een kleuter heeft een andere leefwereld dan een twaalfjarige. Om te begrijpen waarom zulke dromen ontstaan, helpt het daarom om niet alleen naar de nacht te kijken, maar ook naar wat er rondom het kind gebeurt.

2- Waarom krijgen kinderen nachtmerries?

Er bestaat niet één oorzaak die alle nachtmerries bij kinderen verklaart.

De droomwereld ontwikkelt zich tegelijk met het kind. Nieuwe ervaringen, taal, emoties, herinneringen, verbeeldingskracht en sociale relaties leveren allemaal materiaal voor dromen. Daarnaast kunnen stress, veranderingen, vermoeidheid en ingrijpende gebeurtenissen invloed hebben.

A- Stress ziet er bij kinderen niet altijd uit als stress

Een kind hoeft niet te zeggen:

“Ik ervaar momenteel veel stress.”

Spanning kan zich op andere manieren laten zien. Een kind wordt sneller boos, piekert, wil ineens niet alleen zijn, heeft buikpijn, slaapt slechter of krijgt vaker nare dromen.

Mogelijke spanningsbronnen zijn bijvoorbeeld:

➜ een nieuwe school;
➜ verhuizen;
pesten of buitensluiting;
➜ ruzie thuis;
➜ toetsen en faalangst;
➜ een ziek familielid;
rouw;
➜ veranderingen binnen het gezin.

De relatie tussen Stress en slaap werkt bovendien twee kanten op. Spanning kan het slapen beïnvloeden, terwijl Slaaptekort en slecht slapen een kind de volgende dag weer gevoeliger kunnen maken voor emoties.

B- Beelden kunnen in dromen verder leven

Ook films, games, verhalen of beelden die een kind toevallig opvangt kunnen terugkomen in dromen.

Dat hoeft geen letterlijke herhaling te zijn.

Een nieuwsbeeld over een overstroming kan later veranderen in een droom waarin het eigen huis onder water staat. Een spannend verhaal over een inbreker kan veranderen in een onbekende figuur voor het slaapkamerraam.

Dat sluit aan bij wat we weten over Geheugen en dromen: dromen kunnen materiaal uit herinneringen gebruiken, maar combineren en veranderen dat vaak.

C- Slaap zelf speelt mee

Een kind heeft voldoende Slaapduur nodig en de Slaapbehoefte verschilt met leeftijd. Ook Slaapgewoonten, onregelmatige bedtijden en langdurig slaaptekort kunnen bijdragen aan een onrustige nacht.

Dat betekent niet dat langer slapen automatisch nachtmerries oplost. Maar wanneer een kind vaak slecht slaapt, is het verstandig niet alleen de droom te onderzoeken.

De vraag wordt dan breder: hoe ziet het dagelijks leven van dit kind eruit en wat kunnen de emoties uit de droom ons daar wel — en vooral ook niet — over vertellen?

3- Moet je zoeken naar de betekenis van een nachtmerrie?

Dat mag, maar voorzichtig.

Kinderen kunnen dromen over gebeurtenissen die aansluiten bij wat hen bezighoudt. Toch betekent dat niet dat iedere nachtmerrie een boodschap bevat die een ouder moet ontcijferen.

Een droom over verdwalen betekent niet automatisch dat je kind zich in het leven verloren voelt.

Een droom over de dood voorspelt geen overlijden.

Een droom over school bewijst geen faalangst.

En een bepaald droomsymbool heeft niet voor ieder kind dezelfde betekenis.

A- Begin bij de associatie van je kind

Bij Droominterpretatie is de persoonlijke context veel belangrijker dan een vaste symbolenlijst.

Stel dat twee kinderen dromen over dezelfde grote hond.

Het ene kind is kort geleden door een hond gebeten. Het andere is dol op honden maar zag voor het slapen een film waarin een hond iemand aanviel.

Het beeld is hetzelfde. De mogelijke associatie is totaal verschillend.

Daarom zijn eenvoudige vragen vaak interessanter:

→ Wat vond je het engste?
→ Wat gebeurde er voordat je wakker werd?
→ Hoe voelde je je?
→ Ken je iets uit de droom ergens van?
→ Wie was er nog meer?
→ Wat had je willen doen?

Daarmee onderzoek je het droomthema zonder jouw betekenis over de droom heen te leggen.

Ook “ik weet het niet” is een goed antwoord.

B- Een droom is geen diagnose

Een nachtmerrie kan iets zeggen over emoties die een kind ervaart, maar één droom kan geen psychologisch probleem vaststellen.

Daarom is het onverstandig om vanuit droomsymbolen conclusies te trekken over trauma, pesten, angst of andere problemen zonder verdere aanwijzingen.

Emoties en dromen zijn interessant, maar de betekenis ontstaat altijd binnen een grotere context.

Midden in de nacht hoeft die context bovendien helemaal niet onderzocht te worden. Dan heeft je kind iets veel eenvoudigers nodig.

4- Wat doe je wanneer je kind midden in de nacht wakker wordt?

Wanneer je kind huilend of geschrokken wakker wordt, is de eerste taak niet analyseren.

Je kind moet opnieuw ervaren:

ik ben wakker, ik ben thuis en ik ben veilig.

Een eenvoudige volgorde kan helpen:

✓ ga rustig naar je kind toe;
✓ laat merken dat je er bent;
✓ luister als je kind zelf wil vertellen;
✓ bevestig dat de droom voorbij is;
✓ geef het even tijd om lichamelijk rustiger te worden;
✓ doe eventueel kort een klein licht aan;
✓ help daarna opnieuw richting slapen.

Wanneer je kind zegt:

“Er stond iemand naast mijn bed.”

hoef je niet direct uit te leggen hoe de hersenen dromen produceren.

Je kunt zeggen:

“Dat was heel eng. Je bent nu wakker. Ik ben bij je en je bent veilig.”

A- Eerst emotieregulatie, daarna praten

Een geschrokken kind kan een snelle hartslag hebben, huilen of gespannen zijn. Eerst weer rustig worden is een vorm van Emotieregulatie waarbij de ouder tijdelijk meehelpt.

Rustig spreken, nabij blijven en zelf niet paniekerig reageren kunnen daarbij belangrijker zijn dan de perfecte woorden.

Dat is ook waarom Emoties en slaap zo nauw met elkaar verweven zijn. Een droom kan voorbij zijn terwijl het lichaam nog niet meteen tot rust is gekomen.

B- Geef veiligheid zonder de droom werkelijk te maken

Er is verschil tussen:

“Er is niets aan de hand, stel je niet aan.”

en:

“Ik snap dat je bang bent. Het voelde heel echt, maar je bent nu wakker en veilig.”

In het tweede geval neem je de emotie serieus zonder te bevestigen dat het gevaar werkelijk in de kamer aanwezig was.

Dat onderscheid is klein, maar belangrijk. Want sommige goedbedoelde reacties van ouders kunnen angst onbedoeld juist groter maken.

5- Wat kun je beter niet doen na een nachtmerrie?

Ouders willen hun kind beschermen. Daardoor ontstaan soms reacties die logisch voelen maar op langere termijn minder behulpzaam zijn.

A- Maak angst niet belachelijk

Zinnen als:

✕ “Het was maar een droom.”
✕ “Daar hoef je toch niet bang voor te zijn.”
✕ “Je bent daar veel te groot voor.”
✕ “Doe niet zo gek.”

kunnen maken dat een kind zich naast bang ook onbegrepen voelt.

Je hoeft de angst niet groter te maken, maar je kunt hem wel erkennen.

B- Maak van de slaapkamer geen plaats waar gevaar gezocht moet worden

Wanneer een kind bang is voor een monster onder het bed, is het begrijpelijk dat je even samen kijkt.

Maar iedere avond uitgebreid controleren onder het bed, in de kast, achter de gordijnen en buiten het raam kan uiteindelijk een ritueel worden.

Het kind leert dan mogelijk:

blijkbaar moet er iedere avond gecontroleerd worden of er gevaar is.

Bij sommige kinderen kan zo’n patroon op Conditionering gaan lijken: bedtijd raakt steeds sterker verbonden met controleren en dreiging.

Een klein nachtlampje of korte geruststelling is iets anders dan steeds uitgebreidere veiligheidsrituelen.

C- Vraag niet te veel

Sommige kinderen willen direct vertellen. Andere niet.

Vuur niet twintig vragen af om precies te achterhalen wat er gebeurd is. Daarmee kan een kind opnieuw in de angst terechtkomen.

D- Maak opnieuw slapen niet tot een machtsstrijd

Na een heftige droom kan het even duren voordat een kind zich weer veilig genoeg voelt om te slapen.

Rust helpt vaak meer dan druk.

De volgende ochtend ontstaat vanzelf een ander moment: het kind is wakker, de droom ligt wat verder weg en praten kan gemakkelijker worden.

6- Hoe praat je de volgende dag over de nachtmerrie?

Niet iedere nachtmerrie hoeft de volgende ochtend uitgebreid besproken te worden.

Sommige kinderen zeggen:

“Oh ja, dat was stom.”

en gaan ontbijten.

Prima.

Wanneer je kind er nog mee bezig is, kun je wel vragen stellen.

◇ Weet je nog wat je droomde?
◇ Welk moment was het naarst?
◇ Wat voelde je toen?
◇ Wat deed jij?
◇ Was er iemand die kon helpen?
◇ Wat had je graag anders willen zien gebeuren?

A- Tekenen kan gemakkelijker zijn dan praten

Voor jonge kinderen kan tekenen een vorm van droomwerk worden zonder dat het zwaar hoeft te voelen.

Laat je kind tekenen wat het nog weet.

Vraag vervolgens:

“Wat gebeurt hier?”

in plaats van:

“Waarom heb je dat zo getekend?”

Je hoeft kleuren, monsters, deuren of dieren niet te vertalen met een woordenboek voor droomsymbolen.

Het verhaal van het kind zelf is belangrijker.

B- Droomherinnering verschilt per kind

Het ene kind kan uitgebreid dromen herinneren. Een ander weet na vijf minuten nauwelijks nog iets.

Ook Droomherinnering verschilt van persoon tot persoon. Daarom hoeft een kind niet aangemoedigd te worden om gaten in het verhaal op te vullen.

Als er weinig herinnering is, laat dat dan zo.

Een droomdagboek kan bij oudere kinderen leuk zijn wanneer ze zelf nieuwsgierig zijn naar hun dromen. Het moet geen huiswerk worden.

C- Een werkelijk beschreven casus

In een gepubliceerde klinische casus werd een negenjarig meisje beschreven met terugkerende nachtmerries waarin haar moeder gewond raakte. Ze had daarnaast moeite met slapen, wilde niet alleen zijn, schrok snel en had problemen rond afscheid nemen van haar moeder.

Later bleek dat zij enkele jaren daarvoor ernstig huiselijk geweld tegen haar moeder had meegemaakt.

Het belangrijkste aan deze echte casus is niet dat ouders uit zo’n droom zouden moeten afleiden dat er trauma bestaat.

Precies het tegenovergestelde.

Pas het grotere verhaal — gedrag, voorgeschiedenis, andere klachten en gesprekken — maakte de situatie begrijpelijk.

Dat onderscheid wordt extra belangrijk wanneer ouders twijfelen of hun kind eigenlijk wel een nachtmerrie heeft. Niet iedere angstige gebeurtenis in de nacht is namelijk hetzelfde verschijnsel.

7- Is het een nachtmerrie of nachtangst?

Een kind dat midden in de nacht schreeuwt hoeft geen nachtmerrie te hebben.

Nachtangst kan voor ouders zelfs heftiger ogen. Het kind kan rechtop zitten, hard schreeuwen, zweten, snel ademen en nauwelijks reageren.

Toch zijn nachtangst en een nachtmerrie verschillende slaapverschijnselen.


NachtmerrieNachtangst
Moment in de nachtvaak latervaak eerder
Slaapfasesterk verbonden met REM-slaapvanuit diepe non-REM-slaap
Kind volledig wakkermeestal welmeestal niet
Troost mogelijkvaak welsoms nauwelijks
Droomherinneringvaak aanwezigmeestal weinig of niets
Volgende ochtendkan droom vertellenweet vaak niets meer

Nachtangst hoort tot de parasomnieën en heeft meer verwantschap met verschijnselen zoals slaapwandelen dan met een gewone nachtmerrie.

A- Waarom maakt de slaapfase verschil?

Een nacht bestaat uit meerdere rondes van een slaapcyclus. Binnen die cycli wisselen verschillende slaapstadia elkaar af.

REM-slaap wordt sterk geassocieerd met levendige dromen en nachtmerries. Nachtangst ontstaat meestal vanuit diepe NREM-slaap.

Wie meer wil begrijpen over Dromen en slaapfasen of Slaaparchitectuur kan daar veel dieper in duiken, maar voor ouders is vooral het praktische verschil belangrijk.

Bij een nachtmerrie is je kind meestal wakker en heeft het behoefte aan geruststelling.

Tijdens nachtangst is het kind vaak nog gedeeltelijk in slaap. Veiligheid bewaken en rustig wachten is dan vaak zinvoller dan proberen het volledig wakker te krijgen.

Wanneer een kind eenmaal beseft dat nachtmerries kunnen terugkomen, kan echter nog iets anders ontstaan: angst vóór het slapen.

8- Wat als je kind bang wordt om te gaan slapen?

Na een heftige nachtmerrie kan de volgende avond één gedachte opkomen:

“Wat als ik hem weer krijg?”

Dan is niet alleen de droom eng geworden, maar ook het slapen zelf.

Daar wil je vroeg bij zijn.

A- Maak bedtijd voorspelbaar

Goede Slaapgewoonten kunnen helpen om de overgang naar de nacht rustiger te maken.

○ houd bedtijden zoveel mogelijk voorspelbaar;
○ bouw de dag rustig af;
○ beperk sterk spannende beelden vlak voor bed;
○ laat ruimte voor een kort gesprek;
○ gebruik een herkenbaar avondritueel;
○ zorg dat het kind voldoende tijd krijgt om te slapen.

Kijk daarbij niet alleen naar de klok. Zowel Slaapduur als Slaapkwaliteit zijn relevant.

Een kind kan lang genoeg in bed liggen maar toch slecht herstellen wanneer het vaak wakker wordt.

B- Piekeren kan de avond steeds groter maken

Bij oudere kinderen kan Piekeren en slaap een herkenbare combinatie worden.

  • “Straks droom ik weer eng.”
  • “Wat als ik morgen moe ben?”
  • “Straks kan ik niet slapen.”

Hoe meer slapen iets wordt dat móét lukken, hoe meer spanning er soms rondom bedtijd ontstaat.

Rustige coping is dan belangrijker dan nog harder proberen te slapen.

C- Let op uitdijende veiligheidsrituelen

Een nachtlampje kan prima zijn.

Maar wanneer iedere avond vijf controles nodig zijn en een ouder alleen nog weg mag nadat alles precies in dezelfde volgorde is gebeurd, kan angst steeds meer het ritueel gaan bepalen.

Probeer geruststelling daarom warm maar eenvoudig te houden.

Wanneer slaapangst toch blijft groeien, of nachtmerries steeds opnieuw terugkomen, wordt het tijd om naar het patroon over meerdere nachten te kijken.

9- Wat kun je doen bij terugkerende nachtmerries?

Bij Terugkerende nachtmerries hoeft niet iedere keer precies hetzelfde droomverhaal terug te komen.

Soms herhaalt vooral het gevoel zich.

De ene nacht zit er een inbreker in huis. De volgende nacht wordt het kind achtervolgd. Later kan het nergens een veilige deur vinden.

De verhalen verschillen, maar het droomthema kan steeds zijn:

ik ben niet veilig.

Of:

niemand kan mij helpen.

A- Houd tijdelijk een eenvoudig overzicht bij

Je hoeft daarvoor geen wetenschappelijk slaaponderzoek te doen.

Een paar weken kort noteren kan voldoende zijn:

➤ wanneer de nachtmerrie plaatsvond;
➤ hoe laat het kind ging slapen;
➤ of het erg moe was;
➤ wat het nog van de droom wist;
➤ welke emotie het sterkst was;
➤ of die dag iets bijzonders gebeurde;
➤ hoe het kind de volgende dag functioneerde.

Het doel is niet om ieder droombeeld te verklaren.

Je kijkt naar samenhang.

Misschien zie je dat nachtmerries vaker komen na zeer drukke dagen, spanningen op school of slaaptekort.

Misschien ontstaat er helemaal geen duidelijk patroon.

Ook dat is waardevolle informatie.

B- Kijk ook naar het leven overdag

Terugkerende nachtmerries staan soms niet los van Slaap en mentale gezondheid.

Dat betekent niet dat ieder kind met nachtmerries psychische problemen heeft. Het betekent wel dat ouders bij aanhoudende klachten ook kunnen kijken naar stemming, stress, relaties, school en emotieregulatie.

Een nachtmerrie is een nachtelijke ervaring, maar het kind leeft natuurlijk vierentwintig uur per dag.

Er bestaat bovendien een praktische methode waarbij ouders en kinderen niet alleen observeren wat terugkomt, maar het droomverhaal zelf veranderen.

10- Kun je samen met je kind een nachtmerrie veranderen?

Ja.

Een van de interessantste behandelprincipes bij terugkerende nachtmerries is Imagery Rehearsal Therapy, meestal afgekort als IRT.

Bij volwassenen en kinderen bestaan verschillende varianten, maar de eenvoudige kern is:

de droom overdag veranderen en de nieuwe versie vervolgens oefenen.

Bij kinderen kan dat speels.

A- Laat je kind de baas zijn over de nieuwe droom

Vraag bijvoorbeeld:

✦ Wat zou jij willen dat er daarna gebeurde?
✦ Wie zou jou kunnen helpen?
✦ Wat zou het monster kunnen veranderen?
✦ Waar zou ineens een deur kunnen verschijnen?
✦ Welke superkracht zou je willen hebben?
✦ Hoe zou een grappig einde eruitzien?

Het verhaal hoeft niet realistisch te zijn.

Dat is juist het mooie van verbeeldingskracht.

Het monster mag krimpen.

Een wolf kan leren praten.

Het kind mag wegvliegen.

Een donkere kamer kan veranderen in een strand.

Het belangrijkste is dat de nieuwe versie van het kind komt.

B- Wat gebeurde er in echte behandelonderzoeken?

In een kleine studie deden twintig kinderen van negen tot elf jaar mee die al minstens zes maanden regelmatig nachtmerries hadden.

Kinderen die IRT kregen, rapporteerden daarna minder nachtmerries dan kinderen op een wachtlijst. Het verschil bleef ook bij een latere meting zichtbaar.

In een ander onderzoek werkten tien kinderen van zes tot elf jaar samen met hun moeders. Zij kregen uitleg over nachtmerries, registreerden dromen en maakten tekeningen van aangepaste droomversies. Daarna namen de belasting en angst af.

Dit zijn kleine onderzoeken. Ze bewijzen niet dat dezelfde aanpak bij ieder kind werkt.

Ze laten wel iets interessants zien: de verbeelding die een nachtmerrie zo overtuigend kan maken, kan ook worden gebruikt om een ander verhaal te oefenen.

C- De Dream Changer

Een andere echte studie gebruikte een heel eenvoudig idee.

Aan het onderzoek deden 56 kinderen van drie tot tien jaar en hun ouders mee. Zij gebruikten een zogenoemde Dream Changer: een klein lichtgevend apparaatje dat eruitzag als een afstandsbediening.

Het kind kon zich voorstellen dat het na een nare droom naar een ander droomkanaal schakelde.

Na de interventie rapporteerden ouders minder nachtmerries en minder angst rond slapen dan ouders in de wachtlijstgroep.

Ook dit onderzoek is geen definitief bewijs. Maar het principe is voor ouders interessant: je kunt een kind helpen ervaren dat een droom geen vaststaand verhaal hoeft te zijn.

Dat geldt vooral bij gewone terugkerende nachtmerries. Wanneer een droom samenhangt met trauma of iets ernstigs dat een kind heeft meegemaakt, is meer voorzichtigheid nodig.

11- Wat als de nachtmerries begonnen na iets ingrijpends?

Een ongeluk, ziekenhuisopname, overlijden, geweld, pesten, een scheiding of een andere ingrijpende ervaring kan veel invloed hebben op een kind.

Sommige kinderen krijgen daarna meer nachtmerries.

Andere kinderen reageren heel anders.

Trauma kan dus een rol spelen, maar iedere nachtmerrie na een moeilijke periode betekent niet automatisch PTSS.

A- De droom kan direct of indirect aansluiten

Een kind dat een ongeluk heeft meegemaakt kan letterlijk over dat ongeluk dromen.

Maar de droom kan ook veranderen. In plaats van een auto verschijnt bijvoorbeeld een instortend gebouw, terwijl dezelfde machteloosheid centraal staat.

Dat maakt een belangrijk onderscheid noodzakelijk:

◆ een nachtmerrie kan passen bij trauma;
◆ een nachtmerrie bewijst geen trauma;
◆ een symbolische droom bewijst geen verborgen herinnering;
◆ ouders moeten geen gebeurtenis uit een droom reconstrueren.

B- Ga niet zoeken naar iets wat het kind niet heeft verteld

Vraag niet op basis van een droom:

“Heeft iemand dat in het echt bij jou gedaan?”

Sturende vragen kunnen een kind beïnvloeden.

Wanneer een kind uit zichzelf iets concreets vertelt over geweld, misbruik of een andere ernstige gebeurtenis, is dat natuurlijk een andere situatie. Luister dan rustig en neem wat het kind vertelt serieus.

C- Kijk naar het hele kind

Bij mogelijke traumagerelateerde klachten is droominterpretatie niet het belangrijkste.

Kijk ook naar:

■ angst overdag;
■ vermijding;
■ slaapproblemen;
■ stemming;
■ gedrag;
■ school;
■ relaties;
■ herbelevingen.

Bij duidelijke of ernstige veranderingen is professionele begeleiding verstandiger dan zelf intensief droomwerk te doen.

Er bestaat dus een grens tussen een nachtmerrie die thuis gerustgesteld kan worden en een patroon dat meer ondersteuning verdient. Voor ouders is die grens belangrijker dan de precieze betekenis van een droom.


12- Wanneer is professionele hulp verstandig?

Af en toe een nachtmerrie is bij kinderen meestal geen reden om hulp te zoeken.

Maar het wordt anders wanneer het probleem regelmatig terugkomt en invloed krijgt op het dagelijks leven.

Neem bijvoorbeeld contact op met huisarts, jeugdarts of een andere passende zorgprofessional wanneer:

⚑ nachtmerries zeer vaak voorkomen;
⚑ ze gedurende langere tijd blijven terugkomen;
⚑ je kind bang wordt om te slapen;
⚑ de slaapkwaliteit duidelijk afneemt;
⚑ slaaptekort overdag zichtbaar wordt;
⚑ je kind erg prikkelbaar, angstig of somber wordt;
⚑ concentratie of schoolprestaties veranderen;
⚑ de klachten begonnen na een ernstige gebeurtenis;
⚑ je kind ook overdag herbelevingen of sterke vermijding heeft;
⚑ je twijfelt tussen nachtmerries, nachtangst, slaapwandelen of een ander slaapverschijnsel.

Sommige kinderen kunnen een nachtmerriestoornis ontwikkelen. Daarbij zijn de nachtmerries zo belastend of frequent dat slaap en functioneren merkbaar worden beïnvloed.

Behandeling van nachtmerries is mogelijk. IRT is daar één voorbeeld van. Welke aanpak geschikt is, hangt af van leeftijd, ernst, voorgeschiedenis en eventuele andere klachten.

Ook Medicijnen en nachtmerries kunnen soms relevant zijn. Wanneer nachtmerries duidelijk begonnen na het starten, stoppen of veranderen van medicatie, bespreek dat dan met de behandelend arts en verander medicatie niet zelfstandig.

Voor de meeste ouders zal professionele behandeling gelukkig niet nodig zijn. Een beetje achtergrondkennis over wat onderzoek specifiek bij kinderen laat zien kan wel helpen om de situatie in perspectief te plaatsen.

13- Wat weten we uit onderzoek naar kinderen en nachtmerries?

Wetenschappelijk Droomonderzoek naar kinderen is kleiner dan het totale onderzoeksveld rond dromen en slaap, maar er is inmiddels behoorlijk wat bekend.

Een systematisch overzicht uit 2023 bracht 69 onderzoeken uit 23 landen samen. De gevonden percentages verschilden sterk door leeftijd, definitie en meetmethode. In algemene groepen kinderen rapporteerde ongeveer 25 tot 35 procent minstens één nachtmerrie in de voorafgaande maand. Een nachtmerriestoornis kwam duidelijk minder vaak voor.

Onderzoek laat ook zien dat ouders en kinderen niet altijd hetzelfde rapporteren. Een kind kan dromen of nare ervaringen in de nacht hebben waarvan ouders niets weten. Dat is niet vreemd: uiteindelijk blijft de droom een persoonlijke ervaring.

Verder weten we dat slaap en dromen met verschillende processen samenhangen. REM-slaap speelt een belangrijke rol bij levendige dromen, maar dromen komen niet uitsluitend tijdens REM voor. Ook Emoties en slaap, Geheugen en slaap en Stress en slaap zijn gebieden waarin steeds meer onderzoek wordt gedaan.

Wie daar veel dieper in wil duiken kan verder lezen in het masterblog onderzoek naar nachtmerries. Daar bekijken we wereldwijd onderzoek naar onder andere REM-slaap, hersenactiviteit, emoties, trauma, geheugen, theorieën en behandeling.

Voor dit artikel is vooral één conclusie belangrijk: wetenschap kan ouders achtergrond geven, maar midden in de nacht heeft je kind meestal geen uitleg over slaaparchitectuur nodig. Het heeft een ouder nodig die rustig blijft en weet wat hij of zij kan doen.

14- Wat moet je als ouder vooral onthouden?

Wanneer je alle mogelijke oorzaken, slaapfasen, droomthema’s en behandelingen achter elkaar leest, kan het onderwerp groter gaan voelen dan nodig is.

Voor de meeste nachtmerries kan de basis juist eenvoudig blijven.

Vannacht

✓ ga naar je kind toe;
✓ blijf zelf rustig;
✓ erken dat de droom eng was;
✓ help het beseffen dat het wakker en veilig is;
✓ laat het vertellen als het dat wil;
✓ probeer daarna terug te keren naar slaap.

Morgen

◇ vraag alleen door wanneer je kind daar behoefte aan heeft;
◇ luister meer dan je uitlegt;
◇ leg geen vaste betekenis op;
◇ laat tekenen als dat beter past dan praten;
◇ kijk of er iets in het dagelijks leven meespeelt.

Wanneer het terugkomt

➜ kijk naar slaapgewoonten en slaapduur;
➜ let op stress en emoties;
➜ houd eventueel tijdelijk een eenvoudig droomdagboek bij;
➜ bespreek of het kind de droom anders wil tekenen of laten aflopen;
➜ let op angst voor slapen en toenemende veiligheidsrituelen.

Wanneer je je zorgen maakt

◆ kijk naar het hele functioneren van je kind;
◆ let op veranderingen overdag;
◆ neem trauma of ernstige verhalen serieus;
◆ trek geen conclusies uit droombeelden alleen;
◆ zoek hulp wanneer het patroon zwaar of langdurig wordt.

Dat brengt het hele artikel terug naar waar het mee begon: niet iedere nachtmerrie hoeft opgelost te worden. Maar een ouder kan wel veel verschil maken in de manier waarop een kind ermee leert omgaan.

15- Tenslotte

Wanneer je kind wakker wordt uit een nachtmerrie hoef je geen expert in psychologie, slaap of dromen te zijn. Vaak zijn nabijheid, rust en een eenvoudige boodschap voldoende: je bent wakker, je bent veilig en ik ben hier. De volgende dag kun je luisteren, vragen stellen en — wanneer je kind dat prettig vindt — samen onderzoeken of het droomverhaal anders zou kunnen verlopen.

De meeste nachtmerries verdwijnen weer. Wanneer ze blijven terugkomen, angst voor slapen veroorzaken of onderdeel lijken van een groter probleem, hoef je dat als ouder niet alleen uit te zoeken. Soms heeft een kind vooral geruststelling nodig, soms praktische hulp bij het slapen en soms professionele ondersteuning. Weten welk van die drie op dat moment past, is uiteindelijk belangrijker dan precies weten waarom je kind die ene droom kreeg.




Bronnen

  • El Sabbagh, E. et al. (2023). A systematic review of Nightmare prevalence in children. Sleep Medicine Reviews.
  • Stein, M.T. et al. Recurrent nightmares, aggressive doll play, separation anxiety and witnessing domestic violence in a 9 year old girl. Journal of Developmental & Behavioral Pediatrics.
  • St-Onge, M., Mercier, P. & De Koninck, J. (2009). Imagery rehearsal therapy for frequent nightmares in children. Behavioral Sleep Medicine.
  • Simard, V. & Nielsen, T. (2009). Adaptation of imagery rehearsal therapy for nightmares in children: A brief report. Psychotherapy.
  • The Dream Changer: a randomized controlled trial evaluating the efficacy of a parent-based intervention for childhood nightmares (2022).
  • Leung, A.K.C. et al. (2021). Sleep Terrors: An Updated Review. Current Pediatric Reviews.
  • American Academy of Pediatrics. Nightmares, Night Terrors & Sleepwalking in Children: How Parents Can Help.