- 1. Tijdens welke slaapfasen dromen we?
- 2. Hoe verschillen dromen tijdens REM- en NREM-slaap?
- 3. Hoe veranderen dromen gedurende de nacht?
- 4. Wat gebeurt er in de hersenen tijdens dromen?
- 5. Waarom herinneren we sommige dromen wel en andere niet?
- 6. Wat hebben nachtmerries en lucide dromen met slaapfasen te maken?
- 7. Wat gebeurt er op de grens tussen wakker zijn en dromen?
- 8. Hebben dromen tijdens verschillende slaapfasen een functie?
- 9. Tenslotte
Dromen en slaapfasen
Dromen worden vaak direct verbonden met de REM-slaap. Dat is begrijpelijk: wanneer mensen tijdens deze slaapfase worden gewekt, rapporteren zij relatief vaak levendige, uitgebreide en emotionele droomervaringen. Toch is het idee dat we uitsluitend tijdens REM-slaap dromen te eenvoudig. Ook tijdens verschillende stadia van de NREM-slaap kunnen dromen en droomachtige ervaringen voorkomen.
De relatie tussen dromen en slaapfasen is daardoor complexer. Niet alleen de slaapfase speelt een rol, maar ook het moment in de nacht, hersenactiviteit, recente ervaringen en het moment waarop iemand ontwaakt. Bovendien is er een belangrijk verschil tussen dromen en een droom later kunnen herinneren.
1. Tijdens welke slaapfasen dromen we?
Droomervaringen kunnen tijdens zowel REM-slaap als NREM-slaap voorkomen. REM staat voor Rapid Eye Movement, genoemd naar de snelle oogbewegingen die kenmerkend zijn voor deze slaapfase.
NREM-slaap bestaat uit drie stadia:
- N1: de overgang van wakker zijn naar slapen;
- N2: een stabielere vorm van lichte slaap;
- N3: de diepe slaap.
Samen met REM-slaap vormen deze stadia de slaaparchitectuur van een normale nacht. Ze keren terug binnen verschillende slaapcycli.
Dromen is dus niet hetzelfde als REM-slaap
REM-slaap en dromen worden soms bijna als synoniemen gebruikt, maar dat klopt niet.
REM-slaap is een fysiologisch meetbare toestand van het slapende lichaam en brein.
Dromen zijn subjectieve ervaringen die tijdens de slaap kunnen bestaan uit bijvoorbeeld beelden, gedachten, emoties, geluiden, personen, plaatsen en lichamelijke gewaarwordingen.
REM-slaap kan dus optreden zonder dat iemand achteraf een droom rapporteert, terwijl na NREM-slaap wel degelijk droomervaringen kunnen worden herinnerd.
2. Hoe verschillen dromen tijdens REM- en NREM-slaap?
Onderzoek naar dromen laat gemiddelde verschillen zien tussen droomverslagen uit REM- en NREM-slaap. Die verschillen zijn echter niet absoluut.
Dromen tijdens REM-slaap
Na ontwaken uit REM-slaap worden relatief vaak dromen gerapporteerd die:
- levendig en beeldend zijn;
- een uitgebreidere verhaallijn hebben;
- sterke emoties bevatten;
- vreemde of onverwachte gebeurtenissen bevatten;
- verschillende herinneringen en associaties combineren.
Dromen tijdens NREM-slaap
Droomverslagen uit NREM-slaap zijn gemiddeld vaker:
- korter;
- fragmentarischer;
- meer gedachteachtig;
- minder intens beeldend;
- dichter verbonden met gewone gedachten of recente ervaringen.
Maar deze tegenstelling heeft duidelijke grenzen. Ook tijdens NREM-slaap kunnen complexe, emotionele en levendige dromen voorkomen.
Het is daarom beter om over gemiddelde verschillen in droomkarakter te spreken dan over twee volledig verschillende soorten dromen.
3. Hoe veranderen dromen gedurende de nacht?
Omdat de slaaparchitectuur gedurende de nacht verandert, verandert ook de fysiologische omgeving waarin dromen ontstaan.
Een vereenvoudigde nacht ziet er als volgt uit:
- Tijdens het inslapen kunnen korte beelden, gedachten en andere hypnagoge ervaringen ontstaan.
- Tijdens lichte NREM-slaap kunnen droomachtige gedachten en uitgebreidere ervaringen voorkomen.
- Tijdens diepe NREM-slaap blijft droomervaring mogelijk, hoewel gerapporteerde ervaringen gemiddeld kunnen verschillen van typische REM-dromen.
- Tijdens REM-slaap worden relatief vaak levendige en uitgebreide dromen gerapporteerd.
- Later in de nacht worden REM-perioden doorgaans langer, terwijl diepe N3-slaap minder voorkomt.
- Bij het ontwaken bepaalt mede wat in het geheugen beschikbaar blijft welke droom iemand zich uiteindelijk herinnert.
De droomwereld van een volledige nacht hoeft daardoor niet één doorlopend verhaal te zijn. Verschillende droomervaringen kunnen tijdens verschillende slaapcycli ontstaan.
4. Wat gebeurt er in de hersenen tijdens dromen?
Tijdens slaap veranderen patronen van hersenactiviteit voortdurend. Die veranderingen zijn zichtbaar in onder andere hersengolven, maar ook in de activiteit en samenwerking van verschillende hersengebieden en hersennetwerken.
Tijdens REM-slaap zijn delen van de hersenen relatief actief, terwijl de verwerking van informatie uit de buitenwereld anders verloopt dan tijdens wakker zijn. Tegelijkertijd is de spierspanning sterk verminderd door REM-atonie.
Dromen kunnen echter niet simpelweg worden toegewezen aan één hersengebied of één soort hersenactiviteit.
Herinneringen, emoties en associaties
Droominhoud kan elementen bevatten uit:
- recente gebeurtenissen;
- oudere herinneringen;
- emoties;
- bekende personen en plaatsen;
- zorgen of verwachtingen;
- onverwachte combinaties van bestaande informatie.
Dat sluit aan bij onderzoek naar geheugen en slaap en emoties en slaap. Tijdens de slaap vinden processen plaats die samenhangen met geheugenconsolidatie en emotioneel functioneren.
Daarbij is een belangrijk wetenschappelijk onderscheid nodig:
Dat herinneringen en emoties in dromen voorkomen, bewijst niet dat de bewuste droomervaring zelf noodzakelijk is voor geheugenconsolidatie of emotionele verwerking.
Wat slaapprocessen doen en welke functie dromen zelf eventueel hebben, zijn twee verschillende onderzoeksvragen.
5. Waarom herinneren we sommige dromen wel en andere niet?
Niet herinneren dat je hebt gedroomd betekent niet automatisch dat er geen droomervaring is geweest.
Droomonderzoek kent daardoor een bijzonder probleem: onderzoekers kunnen de inhoud van een droom meestal niet rechtstreeks waarnemen. Ze zijn grotendeels afhankelijk van wat iemand na het ontwaken over de ervaring kan vertellen.
Verschillende factoren kunnen invloed hebben op droomherinnering, waaronder:
- het slaapstadium waaruit iemand ontwaakt;
- het moment van ontwaken;
- hoeveel tijd tussen de droom en het herinneren zit;
- aandacht voor dromen;
- individuele verschillen;
- hoe opvallend of emotioneel de droom was.
Een droom die kort voor het ontwaken plaatsvindt, kan daardoor gemakkelijker toegankelijk blijven dan een ervaring die eerder in de nacht ontstond.
Waarom lijken ochtenddromen vaak zo uitgebreid?
Tegen de ochtend komt relatief veel REM-slaap voor en zijn REM-perioden doorgaans langer. Daardoor kan iemand vlak voor het wakker worden een uitgebreide droomervaring hebben.
Dat kan bijdragen aan de indruk dat we vooral vlak voor het ontwaken dromen.
Maar opnieuw geldt:
wat we ons 's morgens herinneren, is niet noodzakelijk een volledig verslag van alles wat we gedurende de nacht hebben gedroomd.
6. Wat hebben nachtmerries en lucide dromen met slaapfasen te maken?
Ook bijzondere droomervaringen kunnen worden onderzocht vanuit de slaapfase waarin ze voorkomen.
Nachtmerries worden sterk geassocieerd met REM-slaap en kunnen leiden tot ontwaken waarbij de angstige droom vaak nog duidelijk wordt herinnerd. Ze moeten worden onderscheiden van bepaalde andere nachtelijke verschijnselen, zoals nachtangst, die anders samenhangen met de slaaparchitectuur.
Lucide dromen zijn dromen waarin iemand tijdens het dromen beseft dat hij of zij droomt. Ze worden vooral onderzocht in relatie tot REM-slaap.
Dit maakt lucide dromen interessant voor onderzoek naar bewustzijn. Tijdens normale slaap is het contact met de werkelijke omgeving sterk verminderd, terwijl tijdens dromen toch een interne bewuste ervaring kan bestaan. Bij een lucide droom ontstaat daarbinnen bovendien het besef dat de ervaring een droom is.
7. Wat gebeurt er op de grens tussen wakker zijn en dromen?
De overgang tussen wakker zijn en slapen is niet altijd scherp. Juist aan de randen van de slaap kunnen ervaringen ontstaan die eigenschappen van zowel wakker bewustzijn als dromen hebben.
Bij het inslapen kunnen hypnagoge beelden voorkomen. Dit kunnen korte visuele beelden, geluiden, gedachten of lichamelijke gewaarwordingen zijn.
Bij de overgang van slapen naar wakker worden kunnen vergelijkbare hypnopompe beelden optreden.
Deze ervaringen laten zien dat bewustzijn niet simpelweg werkt als een schakelaar met twee standen:
- volledig wakker;
- volledig uitgeschakeld.
Tussen wakker zijn, slapen en dromen bestaan verschillende bewustzijnstoestanden. Ook verschijnselen als slaapverlamming en lucide dromen bevinden zich op interessante raakvlakken tussen slaap, droomervaring en bewustzijn.
8. Hebben dromen tijdens verschillende slaapfasen een functie?
Over de functie van dromen bestaan verschillende wetenschappelijke theorieën, maar er is geen eenvoudige, algemeen bewezen verklaring waarom mensen dromen.
Dromen worden onder meer onderzocht in relatie tot:
- geheugen;
- emoties;
- leren;
- creativiteit;
- associatieve verwerking;
- bedreigingssimulatie;
- voorspelling en verwerking van ervaringen.
Sommige theorieën stellen dat droominhoud samenhangt met bredere hersenprocessen die tijdens slaap plaatsvinden. Andere onderzoekers zijn voorzichtiger met het toekennen van een afzonderlijke functie aan de bewuste droomervaring.
Dat onderscheid is essentieel.
We weten relatief veel over veranderingen in hersenen en lichaam tijdens REM- en NREM-slaap. Veel moeilijker is de vraag waarom die hersenactiviteit gepaard kan gaan met een beleefde droomwereld en of die bewuste ervaring zelf een specifieke functie heeft.
Juist daar ontmoeten slaaponderzoek, droomonderzoek, psychologie en onderzoek naar bewustzijn elkaar.
9. Tenslotte
Dromen behoren niet uitsluitend tot de REM-slaap. Droomervaringen kunnen tijdens verschillende slaapfasen voorkomen, al worden na REM-slaap gemiddeld vaker levendige, emotionele en uitgebreide dromen gerapporteerd.
De verschillen tussen REM- en NREM-dromen zijn bovendien gradueel. De slaapfase beïnvloedt de omstandigheden waarin een droom ontstaat, maar bepaalt niet volledig hoe die droom eruitziet.
Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen dromen, droomherinnering en processen die tijdens slaap in de hersenen plaatsvinden. Dat herinneringen en emoties in dromen terugkeren, betekent bijvoorbeeld nog niet dat dromen zelf noodzakelijk zijn voor geheugen- of emotionele verwerking.
Dromen en slaapfasen vormen daarmee een belangrijk onderzoeksgebied voor het begrijpen van slaap én van bewustzijn: terwijl het contact met de buitenwereld grotendeels naar de achtergrond verdwijnt, kan in de slapende hersenen een complete innerlijke ervaring ontstaan.
