Nachtangst

Nachtangst is een slaapverschijnsel waarbij iemand tijdens de slaap plotseling tekenen van intense angst vertoont. De persoon kan rechtop gaan zitten, schreeuwen, snel ademen, hevig zweten of met een snelle hartslag en paniekerige uitstraling om zich heen kijken. Toch is diegene meestal niet volledig wakker.

Nachtangst wordt ook sleep terror of pavor nocturnus genoemd en behoort tot de NREM-parasomnieën. Samen met onder andere slaapwandelen en verward ontwaken valt nachtangst onder de zogenoemde disorders of arousal: slaapstoornissen waarbij kenmerken van slapen en wakker zijn tijdelijk door elkaar heen lopen.

Hoewel nachtangst op een nachtmerrie kan lijken, zijn het verschillende slaapverschijnselen.

1. Wat is nachtangst?

Bij nachtangst vindt een gedeeltelijk ontwaken plaats vanuit NREM-slaap, meestal vanuit de diepe N3-slaap en soms vanuit N2-slaap.

De hersenen worden daarbij niet overal tegelijkertijd volledig wakker. Onderzoek naar NREM-parasomnieën wijst erop dat verschillende hersengebieden tijdens een episode als het ware in verschillende toestanden kunnen verkeren. Sommige gebieden vertonen meer kenmerken van wakker zijn, terwijl andere kenmerken van slaap behouden.

Dit helpt verklaren waarom iemand tijdens nachtangst zijn ogen kan openen, rechtop kan zitten, bewegen of zelfs uit bed kan komen, terwijl normaal contact moeilijk blijft.

Nachtangst komt relatief vaak voor bij kinderen. Bij veel kinderen verdwijnen de episodes tijdens het ouder worden. Nachtangst kan echter ook bij volwassenen voorkomen.

2. Wat gebeurt er tijdens een aanval van nachtangst?

Een episode begint meestal plotseling.

Iemand kan abrupt rechtop gaan zitten of uit bed komen en een harde kreet of schreeuw geven. Tegelijkertijd kan het autonome zenuwstelsel sterk worden geactiveerd.

Mogelijke kenmerken zijn:

  1. schreeuwen, huilen of andere angstige geluiden;
  2. een snelle hartslag en ademhaling;
  3. hevig zweten;
  4. een angstige of paniekerige gezichtsuitdrukking;
  5. rechtop zitten of uit bed komen;
  6. slaan, schoppen of andere bewegingen;
  7. verwardheid en desoriëntatie;
  8. moeilijk reageren op of herkennen van andere mensen;
  9. moeilijk volledig wakker te krijgen zijn;
  10. weinig of geen herinnering aan de episode achteraf.

Niet iedereen vertoont alle kenmerken.

Nachtangst treedt vaak in het eerste deel van de nacht op, wanneer relatief veel diepe NREM-slaap voorkomt.

3. Wat is het verschil tussen nachtangst en een nachtmerrie?

Het onderscheid tussen een nachtmerrie en nachtangst is belangrijk.

Een nachtmerrie is een levendige, onaangename droom. Na het ontwaken wordt iemand doorgaans snel helder en kan de droom vaak behoorlijk gedetailleerd worden naverteld.

Nachtmerries worden vooral geassocieerd met REM-slaap en komen relatief vaak later in de nacht voor, wanneer de perioden met REM-slaap langer worden.

Bij nachtangst is sprake van een gedeeltelijk ontwaken vanuit NREM-slaap. De persoon kan zeer angstig lijken, maar is niet noodzakelijk volledig wakker en contact maken kan moeilijk zijn.

Ook de herinnering verschilt. Bij nachtangst is achteraf vaak weinig of geen herinnering aanwezig.

Wordt er tijdens nachtangst helemaal niet gedroomd?

Dat werd lange tijd vaak gedacht, maar inmiddels ligt dit genuanceerder.

Onderzoek naar NREM-parasomnieën laat zien dat tijdens dergelijke episodes wel degelijk mentale ervaringen en droomachtige beelden kunnen voorkomen. Vooral volwassenen kunnen achteraf soms fragmenten of zelfs uitgebreidere ervaringen beschrijven.

Nachtangst is daarom niet eenvoudigweg "angst zonder droom".

Het verschil met een nachtmerrie zit vooral in het soort slaapverschijnsel, de mate van ontwaken, het gedrag tijdens de episode en de manier waarop de ervaring achteraf wordt herinnerd.

4. Waardoor kan nachtangst ontstaan?

Er bestaat niet één oorzaak van nachtangst.

Er lijkt sprake te zijn van een combinatie van aanleg en omstandigheden die gedeeltelijke ontwakingen uit NREM-slaap kunnen bevorderen.

NREM-parasomnieën komen vaker binnen bepaalde families voor, wat wijst op een erfelijke component. De precieze genetische mechanismen zijn echter nog niet volledig opgehelderd.

Daarnaast kunnen factoren die diepe slaap bevorderen of slaap juist fragmenteren de kans op een episode bij daarvoor gevoelige mensen vergroten.

Voorbeelden zijn:

  • slaaptekort;
  • een onregelmatig slaapritme;
  • verstoring of fragmentatie van slaap;
  • koorts of ziekte;
  • alcohol;
  • bepaalde medicijnen;
  • andere slaapstoornissen.

Ook stress en psychologische klachten kunnen samenhangen met NREM-parasomnieën. Dat betekent echter niet dat nachtangst simpelweg wordt veroorzaakt door onverwerkte stress, angst of trauma.

Nachtangst is in de eerste plaats een slaapverschijnsel.

5. Waarom komt nachtangst vooral bij kinderen voor?

NREM-parasomnieën komen veel vaker bij kinderen dan bij volwassenen voor.

De slaap van kinderen bevat relatief veel diepe NREM-slaap en hun slaap-waaksysteem is nog in ontwikkeling. Bij daarvoor gevoelige kinderen kan tijdens een overgang vanuit diepe slaap een onvolledig ontwaken optreden.

Voor ouders kan een episode bijzonder verontrustend zijn. Een kind kan schreeuwen, angstig kijken en de ouder nauwelijks herkennen of zelfs wegduwen.

Dat betekent niet noodzakelijk dat het kind bewust dezelfde paniek beleeft die de ouder op dat moment ziet.

Bij de meeste kinderen zijn nachtangsten goedaardig en verdwijnen ze uiteindelijk vanzelf.

Wanneer episodes zeer frequent zijn, letsel veroorzaken, de slaap ernstig verstoren of andere opvallende verschijnselen aanwezig zijn, kan nader onderzoek wel verstandig zijn.

6. Kan nachtangst ook bij volwassenen voorkomen?

Ja.

Nachtangst kan vanuit de kindertijd blijven bestaan, na een periode terugkeren of soms pas op volwassen leeftijd duidelijk worden.

Bij volwassenen verdient terugkerende nachtangst doorgaans meer aandacht, zeker wanneer de episodes nieuw ontstaan, zeer frequent zijn, gepaard gaan met verwondingen of sterk afwijkend gedrag veroorzaken.

Andere verschijnselen kunnen namelijk op een NREM-parasomnie lijken.

Daarbij kan onder andere worden gedacht aan bepaalde epileptische aanvallen, nachtelijke paniekaanvallen en andere parasomnieën. Ook slaapstoornissen die herhaald ontwaken veroorzaken kunnen een rol spelen bij het uitlokken van NREM-parasomnieën.

Een slaaparts kan bij onduidelijke gevallen eventueel slaaponderzoek met video en polysomnografie gebruiken om verschillende mogelijkheden beter van elkaar te onderscheiden.

Is nachtelijke paniek hetzelfde als nachtangst?

Nee.

Bij een nachtelijke paniekaanval wordt iemand doorgaans wakker met intense angst en lichamelijke verschijnselen zoals hartkloppingen, zweten, benauwdheid of hyperventilatie. De persoon wordt daarbij daadwerkelijk bewust wakker en kan de ervaring meestal herinneren.

Bij klassieke nachtangst blijft sprake van een gedeeltelijke ontwaking uit NREM-slaap en is de herinnering vaak beperkt.

7. Wat kun je doen tijdens een aanval van nachtangst?

Tijdens een episode staat veiligheid voorop.

Het is meestal niet nodig om iemand geforceerd volledig wakker te maken. Pogingen om iemand vast te pakken of tegen te houden kunnen bij sommige mensen juist verwarring, verzet of onrust versterken.

Belangrijker is voorkomen dat de persoon zichzelf of iemand anders verwondt.

Bij regelmatig voorkomende episodes kan daarom worden gekeken naar de slaapomgeving. Gevaarlijke of scherpe voorwerpen rond het bed kunnen bijvoorbeeld worden verwijderd en bij slaapwandelen kunnen aanvullende veiligheidsmaatregelen nodig zijn.

Bij een kind kunnen ouders in de buurt blijven, rustig reageren en wachten totdat de episode voorbijgaat.

Wanneer nachtangst zeer voorspelbaar steeds rond hetzelfde tijdstip optreedt, worden soms geplande ontwakingen toegepast. Daarbij wordt iemand vóór het gebruikelijke moment van de episode kort gewekt.

Deze methode is onderzocht bij NREM-parasomnieën, maar het beschikbare wetenschappelijke bewijs voor afzonderlijke gedragsbehandelingen is nog beperkt.

8. Hoe wordt nachtangst behandeld en wanneer is onderzoek nodig?

Bij kinderen met incidentele nachtangst is meestal geen specifieke behandeling nodig. Uitleg aan ouders, voldoende slaap, regelmatige slaaptijden en een veilige slaapomgeving vormen vaak de belangrijkste aanpak.

Daarnaast kan worden gekeken naar factoren die episodes mogelijk uitlokken of versterken.

Bij volwassenen of bij ernstige klachten kan onderzoek naar andere slaapstoornissen of medische factoren belangrijk zijn.

Medicatie is geen standaardbehandeling voor gewone nachtangst. Bij uitzonderlijke ernstige en langdurige gevallen worden soms geneesmiddelen gebruikt, maar de wetenschappelijke onderbouwing daarvoor is beperkt en dergelijke behandeling hoort onder medische begeleiding plaats te vinden.

Hetzelfde geldt voor psychologische behandelvormen. Er zijn verschillende interventies onderzocht, waaronder cognitief-gedragsmatige benaderingen, ontspanning, hypnose en geplande ontwakingen, maar het onderzoek naar NREM-parasomnieën bestaat nog voor een groot deel uit kleine studies en casusbeschrijvingen.

Professionele beoordeling is vooral verstandig wanneer episodes:

  • regelmatig tot verwondingen of gevaarlijke situaties leiden;
  • plotseling op volwassen leeftijd beginnen;
  • zeer frequent of ernstig worden;
  • duidelijk invloed hebben op functioneren overdag;
  • sterk afwijken van typische nachtangst;
  • samengaan met mogelijke epileptische verschijnselen of een andere slaapstoornis.

Daarbij kan worden onderzocht of daadwerkelijk sprake is van nachtangst of van een ander nachtelijk verschijnsel.

9. Tenslotte

Nachtangst is geen bijzonder heftige nachtmerrie, maar een NREM-parasomnie waarbij iemand gedeeltelijk ontwaakt uit de slaap. Tijdens zo'n episode kunnen angstig gedrag, schreeuwen, zweten, een snelle hartslag en bewegingen optreden, terwijl de persoon niet volledig bewust wakker is.

Het klassieke onderscheid met nachtmerries blijft belangrijk. Bij een nachtmerrie wordt iemand doorgaans duidelijk wakker en kan de droom vaak worden herinnerd. Bij nachtangst is het ontwaken onvolledig en blijft de herinnering meestal beperkter.

Tegelijkertijd is het oude idee dat tijdens nachtangst helemaal geen droombeelden of mentale ervaringen voorkomen te absoluut. Modern onderzoek naar NREM-parasomnieën laat zien dat slaap en bewustzijn tijdens deze episodes complexer zijn dan vroeger werd aangenomen.

Vooral bij kinderen is nachtangst meestal tijdelijk en onschuldig. Veiligheid, voldoende slaap en een regelmatig slaapritme zijn dan belangrijk. Bij ernstige, gevaarlijke, atypische of nieuw ontstane episodes bij volwassenen kan nader onderzoek helpen om nachtangst te onderscheiden van andere slaapstoornissen en nachtelijke gebeurtenissen.