REM slaap

27 december 2021

REM-slaap is een van de opvallendste onderdelen van onze nachtrust. De hersenactiviteit vertoont tijdens deze slaapfase een relatief actief patroon, de ogen maken perioden met snelle bewegingen door en de meeste skeletspieren zijn sterk geremd. Tegelijkertijd worden vanuit REM-slaap relatief vaak levendige, beeldrijke en emotionele dromen gerapporteerd.

REM staat voor rapid eye movement: snelle oogbeweging. Toch is REM-slaap veel meer dan een periode waarin de ogen bewegen of waarin we dromen.

Het is een afzonderlijke fysiologische slaaptoestand met karakteristieke veranderingen in hersenactiviteit, spierspanning, autonome functies en informatieverwerking. Samen met non-REMslaap vormt REM-slaap de terugkerende slaaparchitectuur van een nacht.

1. Wat is REM-slaap?

REM-slaap is een slaapstadium dat wordt onderscheiden van de drie NREM-stadia N1, N2 en N3.

De naam verwijst naar de snelle oogbewegingen die tijdens bepaalde perioden van deze slaap optreden.

Kenmerkend voor REM-slaap zijn onder andere:

  • relatief snelle en gemengde hersenactiviteit;
  • perioden met snelle oogbewegingen;
  • sterk verminderde spierspanning;
  • veranderingen in ademhaling en hartslag;
  • een hoge kans op levendige droomverslagen na ontwaken.

Omdat de hersenactiviteit op sommige punten meer op wakker zijn lijkt dan op diepe NREM-slaap, wordt REM-slaap historisch ook paradoxale slaap genoemd.

Dat betekent niet dat de hersenen tijdens REM simpelweg even actief of bewust zijn als tijdens wakker zijn. De organisatie van hersenactiviteit verschilt duidelijk van de wakkere toestand.

2. Wanneer komt REM-slaap gedurende de nacht voor?

REM-slaap verschijnt meerdere keren gedurende een normale nacht.

De slaap verloopt daarbij niet volgens de oude indeling van vijf vaste slaapfasen. Tegenwoordig onderscheiden we:

  1. N1;
  2. N2;
  3. N3;
  4. REM-slaap.

Deze stadia worden gedurende verschillende slaapcycli opnieuw doorlopen, maar niet iedere cyclus verloopt exact hetzelfde.

REM-slaap verandert gedurende de nacht

Vroeg in de nacht is relatief veel diepe slaap aanwezig. De eerste REM-periode is doorgaans vrij kort.

Later in de nacht neemt diepe N3-slaap gemiddeld af en worden REM-perioden langer.

Vereenvoudigd:

begin van de nacht
→ relatief veel diepe NREM-slaap

richting de ochtend
→ relatief langere REM-perioden

Hierdoor bestaat tijdens de laatste uren van een normale nacht relatief veel gelegenheid voor REM-slaap.

Dit helpt ook verklaren waarom dromen vlak voor het wakker worden vaak goed worden herinnerd: langere REM-perioden én het daaropvolgende ontwaken vergroten de mogelijkheid dat een recente droom als herinnering beschikbaar blijft.

3. Wat gebeurt er in de hersenen tijdens REM-slaap?

REM-slaap ontstaat door samenwerking tussen verschillende hersengebieden en neurotransmittersystemen.

De hersenstam speelt een belangrijke rol bij het organiseren van REM-slaap, maar REM wordt niet door één hersengebied geproduceerd.

Tijdens REM verandert de samenwerking tussen onder andere:

  • hersenstam;
  • thalamus;
  • visuele hersengebieden;
  • hippocampus;
  • amygdala;
  • verschillende delen van de prefrontale cortex.

Gebieden die betrokken zijn bij emoties, geheugen en interne beeldvorming kunnen relatief actief zijn. Tegelijkertijd functioneren sommige gebieden die belangrijk zijn voor doelgerichte cognitieve controle anders dan tijdens wakker zijn.

Dat kan mede helpen verklaren waarom gewone dromen tegelijkertijd zeer overtuigend én merkwaardig kunnen zijn.

Is de prefrontale cortex uitgeschakeld?

Nee.

De uitspraak dat de prefrontale cortex tijdens REM-slaap volledig wordt uitgeschakeld is te eenvoudig.

Verschillende prefrontale gebieden kunnen tijdens REM een ander activatiepatroon vertonen dan tijdens wakker zijn. Vooral bepaalde gebieden die samenhangen met cognitieve controle en kritisch beoordelen kunnen minder actief zijn.

Maar het brein werkt als een netwerk. Het is daarom nauwkeuriger te spreken over veranderde activiteit en samenwerking tussen hersengebieden dan over één gebied dat wordt uitgezet.

4. Waarom bewegen onze ogen tijdens REM-slaap?

De snelle oogbewegingen zijn zo kenmerkend dat de slaapfase ernaar is genoemd.

Toch is nog niet ieder aspect van hun functie volledig opgehelderd.

De oude voorstelling dat onze ogen simpelweg de beelden in onze droom volgen is te eenvoudig. Er bestaan wel aanwijzingen dat oogbewegingen in sommige omstandigheden samenhangen met visuele veranderingen of kijkrichtingen binnen droomervaringen, maar de relatie is niet één-op-één.

Bovendien bestaat REM-slaap uit verschillende momenten.

A - Fasische REM-slaap

Tijdens fasische REM komen korte perioden met relatief veel snelle oogbewegingen en andere tijdelijke veranderingen voor.

Ook ademhaling en autonome activiteit kunnen tijdens zulke perioden sterker variëren.

B - Tonische REM-slaap

Tijdens tonische REM zijn er perioden met weinig of geen snelle oogbewegingen, terwijl de persoon fysiologisch nog steeds in REM-slaap verkeert.

REM-slaap betekent dus niet dat de ogen onafgebroken heen en weer bewegen.

Ook verschillen fasische en tonische REM op meerdere fysiologische kenmerken. Het is echter te stellig om daaruit rechtstreeks af te leiden dat de ene vorm altijd intense dromen bevat en de andere vorm rustige dromen.

5. Waarom bewegen we tijdens REM-slaap zo weinig?

Een tweede belangrijk kenmerk van REM-slaap is de sterke vermindering van spierspanning.

Dit noemen we REM-atonie.

Hersencircuits in onder andere de hersenstam zorgen ervoor dat de activiteit van veel spieren tijdens REM sterk wordt geremd.

Dit betreft vooral de skeletspieren. Niet iedere spier in het lichaam wordt letterlijk volledig verlamd. De ademhaling blijft bijvoorbeeld functioneren en ook oogspieren blijven actief.

REM-atonie wordt vaak uitgelegd als een systeem dat voorkomt dat we onze dromen uitvoeren. Dat is een aantrekkelijke verklaring, maar het is voorzichtiger om te zeggen dat spieratonie een karakteristiek fysiologisch onderdeel van REM-slaap is dat grote bewegingen sterk beperkt.

REM-atonie is geen slaapverlamming

Deze begrippen moeten worden onderscheiden.

REM-atonie
→ normale spierremming tijdens REM-slaap.

Slaapverlamming
→ de spierremming van REM blijft tijdelijk aanwezig terwijl het bewuste ervaren van jezelf of de omgeving al terugkeert.

Slaapverlamming is dus een overgangsverschijnsel rond slapen of ontwaken, niet de normale naam voor wat iedere slaper tijdens REM ervaart.

6. Hoe wordt REM-slaap gemeten?

REM-slaap wordt tijdens professioneel slaaponderzoek vastgesteld met een combinatie van fysiologische metingen.

Dit gebeurt meestal binnen polysomnografie.

Drie belangrijke signalen zijn:

  • EEG – meet elektrische hersenactiviteit;
  • EOG – registreert oogbewegingen;
  • EMG – meet spierspanning.

Onderzoekers beoordelen dus niet alleen of de ogen bewegen.

Het karakteristieke EEG-patroon, de oogbewegingen en lage spierspanning worden samen gebruikt om REM-slaap van NREM-slaap te onderscheiden.

Ook andere signalen, zoals ademhaling en hartactiviteit, kunnen tijdens uitgebreid slaaponderzoek worden geregistreerd.

Consumentenapparaten zoals smartwatches kunnen REM-slaap proberen te schatten op basis van onder andere beweging en hartslag. Dat is niet hetzelfde als een directe slaapclassificatie met EEG, EOG en EMG.

7. Is REM-slaap de fase waarin we dromen?

REM-slaap heeft een bijzonder sterke relatie met dromen.

Wanneer mensen tijdens REM-slaap worden gewekt, rapporteren zij relatief vaak een droom. REM-dromen zijn gemiddeld bovendien vaker:

  • levendig;
  • beeldrijk;
  • emotioneel;
  • complex;
  • verhalend;
  • associatief.

Toch is de uitspraak REM-slaap is de droomslaap te absoluut.

Dromen komen ook tijdens non-REMslaap voor, zelfs vanuit diepe slaap. Sommige NREM-dromen kunnen eveneens levendig en complex zijn.

Het verschil is daarom gradueel en probabilistisch.

REM-slaap vergroot de kans op bepaalde soorten droomverslagen, maar is niet noodzakelijk voor iedere droomervaring.

Dit onderscheid is belangrijk binnen dromen en slaapfasen.

8. Waarom zijn REM-dromen vaak zo bijzonder?

Tijdens REM-slaap ontvangt het brein weinig informatie uit de buitenwereld terwijl intern gegenereerde activiteit doorgaat.

Herinneringen, emoties, personen, plaatsen en andere elementen uit eerdere ervaringen kunnen daardoor in nieuwe combinaties voorkomen.

Een persoon uit je jeugd kan bijvoorbeeld verschijnen in je huidige woning, terwijl je tegelijkertijd denkt op vakantie te zijn.

Binnen de droom kan zo'n onmogelijke combinatie volkomen vanzelfsprekend voelen.

De hersenen reproduceren daarbij niet simpelweg opgeslagen herinneringen als een film. Elementen uit verschillende ervaringen kunnen worden geselecteerd, gecombineerd en veranderd.

Dat sluit aan bij bredere processen rond geheugen en slaap en bij de manier waarop we, zoals beschreven in Als we dromen, uit bestaande herinneringen en associaties nieuwe interne werelden kunnen vormen.

Het blijft daarbij belangrijk om droomervaring en onderliggende slaapprocessen uit elkaar te houden.

Dat herinneringen in dromen verschijnen bewijst niet dat de bewuste droom zelf noodzakelijk is voor geheugenverwerking.

9. Welke rol speelt REM-slaap bij geheugen en emoties?

REM-slaap wordt intensief onderzocht in relatie tot geheugen, leren en emotionele processen.

Onderzoek suggereert onder andere verbanden met:

  • emotionele herinneringen;
  • bepaalde vormen van leren;
  • integratie en reorganisatie van informatie;
  • emotionele reactiviteit;
  • neuroplasticiteit.

Tijdens REM zijn hersengebieden die betrokken zijn bij emoties en geheugen actief in een bijzondere neurochemische omgeving. Dat maakt REM interessant voor onderzoek naar emoties en slaap.

Maar eenvoudige uitspraken zoals:

REM verwerkt onze emoties

of:

tijdens REM worden alle ervaringen van de dag opgeslagen

gaan te ver.

Ook NREM-slaap speelt een belangrijke rol bij geheugen en emotioneel functioneren. De precieze taakverdeling tussen slaapstadia is onderwerp van voortdurend onderzoek.

Slaap lijkt daarbij eerder uit samenwerkende processen te bestaan dan uit afzonderlijke fasen met ieder één exclusieve functie.

10. Wat gebeurt er wanneer REM-slaap wordt verminderd?

Wanneer REM-slaap tijdelijk wordt onderdrukt of selectief wordt verminderd, kan tijdens latere slaap een REM-rebound optreden.

Daarbij kan REM-slaap bijvoorbeeld:

  • eerder beginnen;
  • langer duren;
  • een groter aandeel van de slaap innemen.

REM-rebound laat zien dat REM-slaap gereguleerd wordt.

Het verschijnsel kan onder andere optreden na experimentele REM-deprivatie en onder bepaalde omstandigheden na veranderingen in medicijnen die REM-slaap beïnvloeden.

REM-rebound betekent echter niet automatisch dat iemand extreem levendig gaat dromen.

Veranderingen in REM-slaap kunnen samengaan met veranderingen in droomervaring en droomherinnering, maar beide zijn niet hetzelfde verschijnsel.

11. Wat gebeurt er wanneer REM-atonie verstoord raakt?

Bij de meeste mensen beperkt REM-atonie grote bewegingen tijdens REM-slaap.

Bij REM-slaapgedragsstoornis, internationaal REM sleep behavior disorder of RBD, is deze normale spierremming gedeeltelijk verstoord.

Daardoor kunnen tijdens REM bewegingen ontstaan die samenhangen met een droom.

Iemand kan bijvoorbeeld:

  • praten of roepen;
  • slaan;
  • schoppen;
  • plotseling overeind komen.

Dit verschilt fundamenteel van slaapwandelen, dat meestal vanuit diepe NREM-slaap ontstaat.

RBD is een specifieke slaapstoornis en niet simpelweg een extreme vorm van levendig dromen. Het onderwerp valt binnen de bredere groep parasomnieën.

12. Welke relatie heeft REM-slaap met lucide dromen?

Een lucide droom is een droom waarin de dromer beseft dat hij droomt terwijl de droom nog doorgaat.

Lucide dromen worden vooral onderzocht tijdens REM-slaap.

Bij succesvolle laboratoriumexperimenten kunnen lucide dromers vooraf afgesproken oogbewegingen maken. Omdat de oogspieren tijdens REM actief blijven, kunnen onderzoekers deze signalen via het EOG registreren.

Zo kan een dromer vanuit de droom als het ware aangeven:

ik weet nu dat ik droom.

Dat heeft lucide dromen bijzonder interessant gemaakt voor wetenschappelijk onderzoek naar dromen en slaap en bewustzijn.

Toch betekent REM-slaap niet automatisch lucide dromen. De meeste REM-dromen zijn niet lucide.

Bij gewone dromen accepteren we vreemde gebeurtenissen vaak zonder te beseffen dat we dromen. Bij een lucide droom keert juist een vorm van zelfreflectie of metacognitief bewustzijn terug.

13. Is REM-slaap belangrijker dan andere slaapfasen?

Nee.

De bijzondere relatie met levendige dromen heeft REM-slaap veel aandacht gegeven. Daardoor kan de indruk ontstaan dat REM de belangrijkste of meest mysterieuze slaapfase is.

Biologisch bestaat goede slaap echter uit samenwerking tussen verschillende slaapstadia.

Lichte slaap, diepe slaap en REM-slaap hebben ieder karakteristieke fysiologische eigenschappen en veranderen in verhouding gedurende de nacht.

Ook processen rond:

  • geheugen;
  • leren;
  • emoties;
  • neuroplasticiteit;
  • lichamelijke regulatie

kunnen niet netjes aan één slaapstadium worden toegewezen.

Daarom is niet zoveel mogelijk REM-slaap het doel.

Een normale slaaparchitectuur bestaat juist uit een dynamische afwisseling van NREM- en REM-slaap.

14. Tenslotte

REM-slaap is een karakteristiek slaapstadium waarin relatief actieve en gemengde hersenactiviteit samengaat met snelle oogbewegingen en sterke vermindering van de spierspanning.

REM-perioden keren verschillende keren gedurende de nacht terug en worden gemiddeld langer richting de ochtend.

De sterke relatie met levendige dromen maakt REM-slaap bijzonder interessant voor Helder Dromen. Toch is REM niet simpelweg de fase waarin dromen plaatsvinden. Ook tijdens NREM-slaap kunnen bewuste droomervaringen ontstaan.

Hetzelfde geldt voor de functies van REM. Onderzoek verbindt deze slaapfase met geheugen, emoties, leren en neuroplasticiteit, maar dat betekent niet dat REM één afzonderlijke functie heeft of dat de bewuste droomervaring zelf verantwoordelijk is voor deze processen.

REM-slaap moet daarom altijd worden bekeken als onderdeel van het grotere geheel.

NREM- en REM-slaap wisselen elkaar gedurende de nacht af en vormen samen een dynamische slaaparchitectuur waarin hersenactiviteit, lichaam, geheugen, emoties en bewustzijn voortdurend van toestand veranderen.

Juist binnen die dynamiek ontstaat een van de fascinerendste eigenschappen van REM-slaap: terwijl de buitenwereld grotendeels naar de achtergrond verdwijnt, kunnen de hersenen een overtuigende interne wereld creëren waarin we zien, voelen, handelen en beleven alsof we wakker zijn.

Reactie plaatsen