Neuroplasticiteit

Ons brein is geen onveranderlijk orgaan dat na de jeugd definitief is gevormd. Ervaringen, leren, oefening, gedrag en omstandigheden kunnen invloed hebben op de manier waarop hersennetwerken functioneren en georganiseerd zijn.

Dat vermogen noemen we neuroplasticiteit.

Neurogenese betekent iets anders: het ontstaan van nieuwe neuronen. Vooral over neurogenese in het volwassen menselijke brein bestaat nog wetenschappelijke discussie.

Voor persoonlijke ontwikkeling is daarom vooral neuroplasticiteit interessant. Het laat zien dat bestaande patronen in het brein niet noodzakelijk volledig vastliggen.

Wat vaak wordt herhaald, kan sterker worden. Maar nieuwe ervaringen kunnen het brein ook nieuwe patronen laten ontwikkelen.

1. Wat zijn neuronen?

Neuronen zijn gespecialiseerde zenuwcellen die informatie ontvangen, verwerken en doorgeven.

Het bekende getal van ongeveer 86 miljard neuronen in het menselijke brein is een bruikbare schatting, maar geen exact vastgesteld aantal. Nieuwere analyses benadrukken dat zulke aantallen altijd schattingen blijven en tussen onderzoeken verschillen.

Een afzonderlijk neuron werkt daarbij niet geïsoleerd.

Neuronen vormen enorme netwerken waarin voortdurend informatie wordt uitgewisseld.

Verbinding maakt het verschil

Via vertakkingen ontvangen neuronen signalen van andere cellen. Via hun axonen kunnen ze signalen verder doorgeven.

De contactplaatsen tussen neuronen noemen we synapsen.

Juist veranderingen in zulke verbindingen zijn belangrijk voor leren en neuroplasticiteit.

Een nieuwe ervaring creëert dus niet simpelweg “een nieuw neuron voor die ervaring”. Verandering kan onder andere plaatsvinden doordat bestaande verbindingen sterker of zwakker worden en doordat de organisatie en activiteit van netwerken veranderen.

2. Hoe communiceren neuronen met elkaar?

Binnen een neuron wordt informatie onder andere via elektrische signalen doorgegeven. Bij veel synapsen wordt die elektrische activiteit vervolgens omgezet in chemische communicatie.

Daar komen neurotransmitters in beeld.

Voorbeelden zijn:

  • dopamine;
  • serotonine;
  • glutamaat;
  • GABA;
  • acetylcholine;
  • noradrenaline.

Deze stoffen worden bij synapsen vrijgegeven en kunnen zich binden aan receptoren van andere cellen.

Het effect is veel ingewikkelder dan alleen een eenvoudige aan-uitknop. Afhankelijk van neurotransmitter, receptor, hersengebied en situatie kunnen verschillende processen worden beïnvloed.

En de gliacellen?

Naast neuronen bevat het brein verschillende soorten gliacellen, waaronder astrocyten, oligodendrocyten en microglia.

Ze vervullen belangrijke functies bij onder andere ondersteuning van neuronen, isolatie van zenuwuitlopers, afweer en het reguleren van de omgeving waarin neuronen functioneren.

De oude bewering dat het menselijke brein tien, twintig of zelfs vijftig keer zoveel gliacellen als neuronen bevat, klopt niet. Voor het hele brein liggen de aantallen veel dichter bij elkaar, al verschilt de verhouding sterk per hersengebied.

3. Wat is neuroplasticiteit?

Neuroplasticiteit is het vermogen van het zenuwstelsel om zich functioneel en structureel aan te passen.

Dat gebeurt bijvoorbeeld door:

  • leren;
  • oefenen;
  • nieuwe ervaringen;
  • veranderingen in de omgeving;
  • herstel na beschadiging;
  • langdurig gebruik of juist niet gebruiken van bepaalde functies.

Het volwassen brein is dus veranderlijker dan vroeger werd aangenomen. Onderzoek laat zien dat leren en veranderende ervaringsvereisten samen kunnen gaan met meetbare veranderingen in het volwassen brein.

Plasticiteit betekent niet onbeperkte veranderbaarheid

Dat onderscheid is belangrijk.

Neuroplasticiteit betekent niet dat je je brein naar believen kunt herprogrammeren.

Leeftijd, genetische aanleg, gezondheid, eerdere ontwikkeling, omgeving en het soort vaardigheid spelen allemaal een rol.

Bovendien is plasticiteit op zichzelf niet positief of negatief.

Ook ongewenste patronen kunnen worden aangeleerd en versterkt.

Het brein past zich aan aan wat het regelmatig moet doen.

4. Welke rol spelen ervaringen en herhaling?

Wanneer je iets nieuws leert, moet het brein informatie verwerken die nog niet volledig binnen bestaande patronen past.

Door oefening kunnen bepaalde neurale verbindingen en netwerken efficiënter worden.

Dat verklaart waarom iets wat aanvankelijk veel bewuste aandacht vraagt later gemakkelijker of automatischer kan verlopen.

Denk aan:

autorijden;

een muziekinstrument bespelen;

een nieuwe taal gebruiken;

presenteren;

of een nieuwe beweging leren.

Wat je vaak doet, wordt vertrouwd

Daar ontstaat een interessante verbinding met het wereldmodel.

Wanneer iemand jarenlang op een bepaalde manier denkt en reageert, kunnen psychologische én neurale patronen vertrouwd raken.

Een beperkende overtuiging als:

Ik kan niet voor een groep spreken

is echter geen afzonderlijk draadje in het brein dat simpelweg verwijderd hoeft te worden.

Het is onderdeel van een veel complexer geheel van herinneringen, verwachtingen, emoties en gedrag.

Nieuwe ervaringen kunnen daar nieuwe informatie aan toevoegen.

Neuroplasticiteit maakt begrijpelijk hoe ervaring het brein kan veranderen, maar vertelt niet automatisch welke overtuiging iemand moet veranderen.

5. Wat hebben genen met neuroplasticiteit te maken?

Ook de oude tegenstelling tussen genen óf omgeving is te eenvoudig.

Genen bevatten biologische informatie, terwijl de activiteit van genen mede afhankelijk kan zijn van processen in cellen en omstandigheden in en rond het organisme.

Ervaringen kunnen via allerlei biologische routes samenhangen met veranderingen in genexpressie.

Dat betekent echter niet dat we met onze gedachten bewust specifieke genen kunnen aan- of uitzetten.

Biologie is geen vaststaand script

Genetische aanleg heeft invloed op de ontwikkeling en werking van het brein.

Maar genen functioneren niet los van:

  • ontwikkeling;
  • lichamelijke processen;
  • omgeving;
  • leren;
  • gedrag;
  • ervaringen.

Daar ligt ook een verbinding met epigenetica.

Het menselijke brein ontstaat uit een voortdurende wisselwerking tussen biologische aanleg en ontwikkeling binnen een omgeving.

Dat maakt ons niet grenzeloos veranderbaar.

Maar ook niet volledig vooraf bepaald.

6. Wat is neurogenese?

Neurogenese betekent letterlijk het ontstaan van nieuwe neuronen.

Tijdens de ontwikkeling van het brein speelt dit vanzelfsprekend een enorme rol.

Lange tijd werd gedacht dat na de vroege ontwikkeling vrijwel geen nieuwe neuronen meer ontstonden.

Later onderzoek veranderde dat beeld, vooral door bewijs voor volwassen neurogenese bij verschillende diersoorten.

En bij volwassen mensen?

Daar wordt het verhaal ingewikkelder.

Over het bestaan, de hoeveelheid en de functionele betekenis van neurogenese in de volwassen menselijke hippocampus bestaat nog wetenschappelijke discussie.

Dat maakt het onverstandig om persoonlijke ontwikkeling rechtstreeks te verklaren vanuit:

nieuwe ervaring → nieuwe neuronen → persoonlijke groei.

Voor de veranderbaarheid van het volwassen menselijke brein hebben we die redenering ook helemaal niet nodig.

Neuroplasticiteit is veel breder dan neurogenese.

Bestaande neuronen en netwerken kunnen zich aanpassen zonder dat daarvoor noodzakelijk grote aantallen nieuwe neuronen hoeven te ontstaan.

7. Wat betekent neuroplasticiteit voor persoonlijke groei?

Hier wordt neuroplasticiteit voor Persoonlijk Meesterschap interessant.

Niet omdat neurowetenschap bewijst dat je ieder gewenst leven kunt creëren.

Wel omdat het oude beeld van een volledig vaststaand volwassen brein niet klopt.

Nieuwe ervaringen kunnen ertoe doen.

Stel dat iemand jarenlang denkt:

Ik ben sociaal onhandig.

Daardoor vermijdt die persoon sociale situaties.

Het wereldmodel krijgt vervolgens nauwelijks nieuwe informatie:

Zie je wel, dit is gewoon wie ik ben.

Maar wanneer iemand tóch nieuwe situaties aangaat, kunnen andere ervaringen ontstaan.

Misschien blijkt een gesprek prettig.

Misschien gaat het ongemakkelijk.

Misschien ontdekt iemand dat sociale vaardigheid gedeeltelijk te oefenen is.

Die ervaringen kunnen het bestaande zelfbeeld geleidelijk veranderen.

Soms klein, soms groot

Dat hoeft niet altijd via piepkleine stappen.

Een aangrenzende mogelijkheid kan helpen: eerst één gesprek voeren in plaats van meteen een volle zaal toespreken.

Maar zoals binnen het kwantummodel geldt, kan iemand soms ook een veel grotere sprong maken.

Een nieuwe ervaring kan dan in korte tijd duidelijk maken:

Wat ik jarenlang over mezelf geloofde, blijkt niet volledig te kloppen.

De psychologische verschuiving kan plotseling zijn.

De onderliggende veranderingen in het brein zijn daarmee niet noodzakelijk eveneens onmiddellijk voltooid. Nieuwe patronen worden vaak door verdere ervaring en herhaling versterkt.

8. Hoe kun je neuroplasticiteit stimuleren?

Het brein verandert voortdurend, maar leren en nieuwe ervaringen zijn belangrijke aanjagers van plasticiteit.

Daarvoor hoef je geen spectaculaire oefeningen te bedenken.

Nieuwe vaardigheden leren, bewegen, oefenen en jezelf blootstellen aan nieuwe ervaringssituaties kunnen allemaal nieuwe eisen stellen aan het brein.

Ook meditatie en mindfulness worden onderzocht in relatie tot hersenfunctie en plasticiteit, al moeten claims dat meditatie het brein op een specifieke gewenste manier “herprogrammeert” voorzichtig worden behandeld.

Buiten het bekende

Voor persoonlijke groei is vooral het principe interessant:

wanneer je uitsluitend blijft doen wat je altijd hebt gedaan, krijgt je brein veel van dezelfde ervaringsinformatie.

Wanneer je iets nieuws probeert, ontstaat nieuwe informatie.

Dat kan een aangrenzende mogelijkheid zijn.

Maar het kan ook een grotere sprong zijn:

een opleiding beginnen;

een reis maken;

een instrument leren;

voor een groep spreken;

een andere creatieve discipline onderzoeken;

of twee totaal verschillende interesses combineren.

Niet omdat weerstand automatisch betekent dat iets goed voor je is.

Maar omdat nieuwe ervaringen het bestaande wereldmodel kunnen uitdagen.

9. Tenslotte

Neuroplasticiteit laat iets belangrijks over het menselijke brein zien:

veranderbaarheid hoort bij onze biologie.

Ons brein wordt gevormd door aanleg en ontwikkeling, maar blijft tegelijkertijd reageren op ervaringen, leren en omstandigheden.

Dat betekent niet dat we ons brein onbeperkt kunnen programmeren.

Het betekent evenmin dat iedere gedachte onmiddellijk een nieuwe neurale verbinding creëert of dat persoonlijke groei afhankelijk is van het ontstaan van nieuwe neuronen.

De werkelijkheid is interessanter.

Wat je leert, oefent, ervaart en herhaalt kan invloed hebben op de netwerken waarmee je waarneemt, denkt en handelt.

Daar ontstaat de verbinding met persoonlijk meesterschap.

Zelfkennis kan zichtbaar maken welke patronen steeds terugkeren.

Droomkracht kan een andere mogelijkheid voorstelbaar maken.

Een aangrenzende mogelijkheid kan een eerste nieuwe ervaring creëren.

En soms kan iemand juist in één keer iets doen wat volledig buiten het bestaande wereldmodel leek te liggen.

De ervaring die daarna ontstaat, levert nieuwe informatie:

Blijkbaar was mijn oude beeld van mezelf niet compleet.

Neuroplasticiteit geeft daarvoor geen spiritueel bewijs en geen garantie op verandering.

Maar zij laat wel iets fundamenteels zien:

het brein waarmee je vandaag naar de wereld kijkt, hoeft niet in ieder opzicht hetzelfde te blijven als het brein waarmee je morgen verdergaat.