Dysfore dromen

Een droom hoeft niet angstaanjagend te zijn om diep onaangenaam te voelen. Verdriet, schaamte, boosheid, schuldgevoel, afkeer, frustratie of machteloosheid kunnen een droom eveneens een sterke negatieve lading geven. Zulke dromen kunnen worden omschreven als dysfore dromen.

Het woord dysfoor betekent in deze context dat de droom gepaard gaat met onaangename of negatieve emoties. De term komt ook voor in wetenschappelijke beschrijvingen van nachtmerries. Zo worden nachtmerries in diagnostische classificaties beschreven als zeer dysfore, levendig herinnerde dromen.

Toch worden dysfore of nare dromen in droomonderzoek soms juist onderscheiden van nachtmerries. Het belangrijkste praktische verschil is dan of de negatieve droom de slaper wakker maakt. De begrippen overlappen daardoor gedeeltelijk en worden niet in iedere wetenschappelijke publicatie precies hetzelfde gebruikt.

1. Wat zijn dysfore dromen?

Een dysfore droom is in brede zin een droom waarin onaangename emoties sterk aanwezig zijn.

Dat kan angst zijn, maar hoeft niet. Iemand kan bijvoorbeeld dromen over een mislukking en vooral schaamte ervaren. Een droom over het verlies van een geliefde kan intens verdriet oproepen, terwijl een conflict in een droom vooral boosheid of frustratie veroorzaakt.

In onderzoek wordt regelmatig de Engelse term bad dreams gebruikt voor sterk onaangename dromen die de dromer niet wakker maken.

Dat onderscheid is praktisch, maar niet absoluut. Het begrip dysfore droom wordt namelijk ook breder gebruikt. Bovendien worden nachtmerries zelf in diagnostische criteria als extreem dysfore dromen omschreven.

Dysfoor beschrijft dus vooral de emotionele kwaliteit van een droom en is niet automatisch een afzonderlijke slaapstoornis.

2. Welke emoties komen in dysfore dromen voor?

Angst is een belangrijke emotie in nare dromen en nachtmerries, maar zeker niet de enige.

Onderzoek naar de inhoud van nare dromen en nachtmerries vindt onder andere:

  • angst en bezorgdheid;
  • verdriet;
  • boosheid;
  • frustratie;
  • afkeer;
  • schaamte;
  • machteloosheid.

Ook de droomscenario's lopen uiteen. Conflicten, agressie, achtervolging, mislukking, ongelukken, verlies en lichamelijke bedreiging komen voor.

Een onderzoek waarin bijna 10.000 droomverslagen werden verzameld, liet bovendien zien dat nachtmerries emotioneel gevarieerder zijn dan de klassieke voorstelling van een droom die uitsluitend door angst wordt bepaald. Bij nare dromen zonder ontwaken kwamen relatief vaak andere emoties dan angst voor.

3. Wat is het verschil tussen een dysfore droom en een nachtmerrie?

Hier ontstaat een terminologisch probleem.

Volgens de diagnostische criteria voor een nachtmerriestoornis bestaan nachtmerries uit uitgebreide, zeer dysfore en goed herinnerde dromen, meestal met een bedreiging van veiligheid, overleving of lichamelijke integriteit. Wanneer iemand eruit ontwaakt, is die persoon doorgaans snel helder en georiënteerd.

Een nachtmerrie is daarmee zelf een sterk dysfore droom.

In een deel van het droomonderzoek wordt echter onderscheid gemaakt tussen bad dreams en nightmares. Een bad dream is daar een zeer onaangename droom die niet tot ontwaken leidt; bij een nachtmerrie maakt de negatieve droom de slaper wel wakker.

Daarom kunnen we beter niet stellen:

dysfore droom = geen nachtmerrie.

Nauwkeuriger is:

dysforie beschrijft de negatieve emotionele inhoud, terwijl termen als nare droom en nachtmerrie worden gebruikt om verschillende vormen en intensiteiten van verstoord dromen te onderscheiden.

4. Wat is het verschil tussen een nare droom en een nachtmerrie?

In wetenschappelijk droomonderzoek wordt dit onderscheid vaak gemaakt op basis van ontwaken.

Stel dat je droomt dat je ontslagen wordt. Je ervaart intense schaamte en wanhoop, maar slaapt daarna door en herinnert de droom pas 's ochtends. In onderzoek kan zo'n ervaring als een bad dream of nare droom worden geclassificeerd.

Wanneer dezelfde droom zo intens wordt dat je er tijdens de nacht uit ontwaakt, kan hij als nachtmerrie worden geclassificeerd.

Nachtmerries zijn gemiddeld ook emotioneel intenser dan nare dromen. Toch is de grens niet perfect. Sommige zeer intense nare dromen veroorzaken geen ontwaken en er bestaat wetenschappelijke discussie over de vraag hoeveel gewicht het ontwaken moet krijgen bij het definiëren van een nachtmerrie.

Het verschil is daarom minder zwart-wit dan het op het eerste gezicht lijkt.

5. Waardoor kunnen dysfore dromen ontstaan?

Er bestaat niet één oorzaak van dysfore dromen.

Droominhoud kan samenhangen met ervaringen, herinneringen, emoties en zorgen uit het dagelijks leven. Daardoor kunnen perioden met veel stress of emotionele belasting samengaan met meer onaangename dromen.

Bij nachtmerries kennen we daarnaast verschillende mogelijke risico- en beïnvloedingsfactoren, waaronder angst, trauma, PTSS, depressieve klachten, slaapverstoring en bepaalde medicijnen.

Dat betekent niet dat iedere negatieve droom rechtstreeks door een van deze factoren wordt veroorzaakt.

Ook mensen zonder psychische aandoening hebben nare dromen en incidentele nachtmerries.

Een verband met negatieve droominhoud is bovendien niet automatisch een verklaring voor de betekenis van een specifieke droom.

6. Welke rol spelen stress, angst en emoties?

Dromen staan niet volledig los van het emotionele leven overdag.

Stressvolle gebeurtenissen en persoonlijke zorgen kunnen in gewijzigde vorm in dromen verschijnen. Ook angst en andere negatieve emoties hangen samen met verstoord dromen.

Onderzoekers hebben daarom verschillende modellen ontwikkeld waarin onder andere emotionele regulatie, angstleren, geheugenprocessen en verhoogde arousal een rol spelen bij het ontstaan en voortbestaan van nachtmerries.

Daaruit volgt echter niet dat een dysfore droom een verborgen boodschap bevat die rechtstreeks vertelt wat psychologisch verkeerd gaat.

Een droom over falen bewijst bijvoorbeeld geen faalangst. Een droom over verlies stelt geen depressie vast en een gewelddadige droom bewijst geen trauma.

De droom kan voor de dromer persoonlijk betekenisvol zijn, maar de inhoud vormt geen diagnose.

7. Wanneer worden dysfore dromen een probleem?

Een incidentele nare droom is op zichzelf geen slaapstoornis.

Belangrijker zijn de frequentie, intensiteit en gevolgen. Wanneer negatieve dromen regelmatig terugkeren, kan iemand bijvoorbeeld onrustiger gaan slapen of overdag blijven nadenken over wat er 's nachts gebeurde.

Bij terugkerende nachtmerries kunnen de gevolgen verder gaan. Angst voor slapen, vermoeidheid, concentratieproblemen en verstoring van het dagelijks functioneren kunnen ontstaan.

Wanneer herhaalde, zeer dysfore en goed herinnerde dromen duidelijke lijdensdruk of beperkingen veroorzaken, kan een nachtmerriestoornis relevant worden. Daarbij wordt niet alleen naar de droom zelf gekeken, maar ook naar de gevolgen voor slaap en functioneren.

Ook andere slaapverschijnselen moeten soms worden onderscheiden. Nachtangst, slaapverlamming en REM-slaapgedragsstoornis zijn bijvoorbeeld geen andere namen voor dysfore dromen of nachtmerries.

8. Welke relatie bestaat er tussen dysfore dromen en nachtmerries?

Dysfore dromen en nachtmerries bevinden zich niet in twee volledig gescheiden werelden.

Beide kunnen sterke negatieve emoties bevatten. Het verschil wordt in onderzoek vaak gezocht in intensiteit en vooral in de vraag of de droom tot ontwaken leidt.

Moet angst altijd centraal staan?

Nee.

Dit is een belangrijk inzicht uit onderzoek naar nachtmerries.

Hoewel angst vaak voorkomt, kunnen ook boosheid, verdriet, schaamte, afkeer en andere onaangename emoties centraal staan. Een droom hoeft daarom geen klassieke angst- of achtervolgingsdroom te zijn om zeer dysfoor of zelfs een nachtmerrie te zijn.

Dat verbreedt ook onze kijk op soorten nachtmerries. Een droom waarin iemand bijvoorbeeld opnieuw een pijnlijke afwijzing beleeft en met intense schaamte wakker wordt, kan net zo ontregelend zijn als een droom over een monster of achtervolger.

Waarom is ontwaken belangrijk bij het onderscheid?

Ontwaken heeft een praktisch voordeel als onderzoekscriterium: het is redelijk duidelijk vast te stellen.

Bovendien kan iemand een droom direct na het ontwaken doorgaans beter herinneren. Daardoor zijn nachtmerries vaak levendiger beschikbaar in het geheugen dan nare dromen die uren eerder plaatsvonden.

Maar ontwaken is geen perfecte maat voor emotionele ernst.

Onderzoek heeft laten zien dat sommige nare dromen zonder ontwaken emotioneel net zo intens kunnen zijn als nachtmerries. Mede daarom bestaat discussie over een al te strikte grens tussen beide ervaringen.

Dysfore dromen en nachtmerries kunnen daarom beter worden gezien als nauw verwante vormen van negatief dromen dan als twee categorieën waartussen altijd een scherpe grens bestaat.

9. Tenslotte

Dysfore dromen zijn dromen die worden gekenmerkt door sterke onaangename emoties. Angst kan daarbij centraal staan, maar verdriet, boosheid, schaamte, afkeer, frustratie en machteloosheid kunnen eveneens een droom bepalen.

Het begrip vraagt wel om enige voorzichtigheid.

In wetenschappelijke en klinische literatuur worden nachtmerries zelf omschreven als zeer dysfore dromen. In onderzoek naar droominhoud wordt daarnaast vaak onderscheid gemaakt tussen nachtmerries die tot ontwaken leiden en nare of dysfore dromen waarbij iemand doorslaapt.

De grens is daardoor niet absoluut.

Belangrijker is dat een nare droom niet automatisch een psychisch probleem aangeeft. Negatieve dromen horen ook bij het normale droomleven.

Wanneer dysfore dromen of terugkerende nachtmerries echter regelmatig optreden, veel lijdensdruk veroorzaken of slaap en dagelijks functioneren verstoren, wordt het klinisch relevanter om te onderzoeken wat er speelt.

Ook dan vertelt de droominhoud niet automatisch wat de oorzaak is. Stress, angst, trauma, PTSS, depressieve klachten, slaapverstoring en andere factoren kunnen allemaal een rol spelen.

Dysfore dromen laten vooral zien hoe breed het emotionele landschap van dromen is. Een nachtmerrie hoeft niet uitsluitend een droom van angst te zijn. Soms zijn verdriet, schaamte, woede of machteloosheid minstens zo bepalend voor wat een droom zo intens en onaangenaam maakt.




Bronnen

  • Robert, G. & Zadra, A. Thematic and Content Analysis of Idiopathic Nightmares and Bad Dreams. Sleep.
  • Gieselmann, A. et al. Aetiology and treatment of nightmare disorder: State of the art and future perspectives. Journal of Sleep Research.
  • Levin, R. & Nielsen, T. Nightmares, Bad Dreams, and Emotion Dysregulation: A Review and New Neurocognitive Model of Dreaming. Current Directions in Psychological Science.
  • American Academy of Sleep Medicine. International Classification of Sleep Disorders.
  • Morgenthaler, T. I. et al. Position Paper for the Treatment of Nightmare Disorder in Adults. Journal of Clinical Sleep Medicine.
Reactie plaatsen