Lijdensdruk

Lijdensdruk beschrijft hoeveel last iemand zelf ervaart van psychische klachten, emoties, gedachten, gedrag of omstandigheden. Twee mensen kunnen vergelijkbare klachten hebben en daar toch heel verschillend onder lijden. Daarom zegt de aanwezigheid of ernst van een klacht niet automatisch hoeveel lijdensdruk iemand ervaart.

Lijdensdruk speelt een belangrijke rol binnen de psychologie en geestelijke gezondheidszorg. Niet alleen wordt gekeken naar wat iemand ervaart, maar ook hoeveel invloed dit heeft op het welzijn en hoe de ervaring samenhangt met relaties, werk, slaap en het dagelijks functioneren.

1. Wat is lijdensdruk?

Lijdensdruk is de subjectief ervaren mate van psychisch lijden of belasting die samenhangt met een probleem, klacht of situatie.

In internationale onderzoeksliteratuur wordt onder meer gesproken over psychological distress. Dat begrip overlapt sterk met wat in het Nederlands onder psychische lijdensdruk wordt verstaan, maar beide termen worden niet in iedere context volledig hetzelfde gebruikt.

Lijdensdruk kan bijvoorbeeld samengaan met:

  1. angst of voortdurende spanning;
  2. verdriet en somberheid;
  3. piekeren;
  4. schaamte of schuldgevoelens;
  5. machteloosheid;
  6. slaapproblemen;
  7. moeite met concentreren;
  8. het gevoel de controle kwijt te raken.

Het begrip zegt op zichzelf niet waardoor deze gevoelens ontstaan en vormt evenmin een diagnose.

2. Waarom is lijdensdruk subjectief?

Wat voor de ene persoon nauwelijks belastend is, kan voor iemand anders zeer ingrijpend zijn. Symptoomernst en ervaren lijdensdruk zijn daarom niet precies hetzelfde.

Iemand kan bijvoorbeeld regelmatig een ongebruikelijke ervaring hebben zonder daar bang voor te zijn of er hinder van te ondervinden. Een ander kan een ogenschijnlijk minder ernstige klacht hebben die voortdurend aandacht vraagt en grote invloed heeft op het dagelijks leven.

Wat bepaalt hoeveel last iemand ervaart?

Lijdensdruk kan onder meer worden beïnvloed door:

  • de betekenis die iemand aan een ervaring geeft;
  • eerdere ervaringen;
  • verwachtingen en overtuigingen;
  • beschikbare steun;
  • mogelijkheden om met de situatie om te gaan;
  • andere problemen die tegelijkertijd spelen.

Ook het persoonlijke wereldmodel kan daarbij een rol spelen. Onze overtuigingen en verwachtingen beïnvloeden mede hoe we gebeurtenissen interpreteren. Een ervaring die als gevaarlijk, onbeheersbaar of beschamend wordt gezien, kan daardoor anders worden beleefd dan een vergelijkbare ervaring waaraan iemand een andere betekenis geeft.

Dat betekent niet dat lijdensdruk slechts een kwestie van interpretatie is. Ook de aard en ernst van omstandigheden en klachten kunnen vanzelfsprekend zwaar wegen.

3. Is lijdensdruk hetzelfde als een psychische stoornis?

Nee. Lijdensdruk is geen psychische stoornis en ook geen diagnose.

Iemand kan aanzienlijke psychische belasting ervaren zonder dat er sprake is van een specifieke psychische stoornis. Rouw, een relatiebreuk, financiële problemen, een conflict of langdurige stress kunnen bijvoorbeeld veel lijdensdruk veroorzaken.

Omgekeerd kunnen mensen met dezelfde diagnose sterk verschillen in hoeveel last zij van bepaalde symptomen ervaren.

Binnen diagnostiek wordt daarom niet uitsluitend gekeken naar de aanwezigheid van symptomen. Bij veel stoornissen spelen ook klinisch significante lijdensdruk en/of beperkingen in belangrijke levensgebieden een rol.

Tegelijkertijd verschilt dit per diagnose. Het zou daarom te eenvoudig zijn om lijdensdruk als algemene voorwaarde voor iedere psychische stoornis te beschouwen.

4. Lijdensdruk, symptoomernst en functioneren

Drie begrippen kunnen gemakkelijk door elkaar gaan lopen, terwijl ze iets anders beschrijven.

A - Lijdensdruk

Hoe belastend ervaart iemand de situatie of klacht zelf?

B - Symptoomernst

Hoe sterk, frequent of uitgebreid zijn bepaalde symptomen aanwezig?

C - Functioneren

Welke invloed hebben de problemen op bijvoorbeeld werk, studie, relaties, zelfzorg of andere dagelijkse activiteiten?

Deze drie kunnen met elkaar samenhangen, maar hoeven niet gelijk op te lopen.

Iemand kan op het werk goed blijven functioneren terwijl angst of verdriet vanbinnen veel lijdensdruk veroorzaakt. Andersom kunnen bepaalde problemen het functioneren duidelijk bemoeilijken terwijl iemand daar zelf relatief weinig psychisch onder lijdt.

Het totaalbeeld is belangrijker

Een completer beeld ontstaat daarom door verschillende aspecten naast elkaar te bekijken:

  • welke klachten of ervaringen aanwezig zijn;
  • hoeveel belasting iemand daarvan ervaart;
  • hoe vaak en hoe intens de klachten optreden;
  • welke invloed ze hebben op het dagelijks functioneren;
  • hoe lang de situatie al bestaat;
  • of de belasting toe- of afneemt.

Lijdensdruk is dus één belangrijk onderdeel van het totaalbeeld, maar niet het enige.

5. Wanneer wordt lijdensdruk belangrijk?

Vrijwel iedereen ervaart perioden van verdriet, angst, onzekerheid, boosheid of stress. Onaangename emoties behoren tot het menselijk leven en wijzen niet automatisch op een psychisch probleem.

Lijdensdruk wordt klinisch vooral relevant wanneer de belasting groot wordt, langdurig aanhoudt of samengaat met duidelijke beperkingen.

Dat kan bijvoorbeeld zichtbaar worden wanneer iemand door klachten:

  • langdurig slecht slaapt;
  • situaties steeds meer vermijdt;
  • moeite krijgt met werken of studeren;
  • zich terugtrekt uit sociale relaties;
  • dagelijkse activiteiten niet meer goed uitvoert;
  • nauwelijks nog mentale ruimte voor andere dingen ervaart.

De combinatie van duur, intensiteit, lijdensdruk en beperkingen in functioneren geeft daarom vaak meer informatie dan één afzonderlijk symptoom.

6. Hoe wordt lijdensdruk gemeten?

Omdat lijdensdruk sterk verbonden is met de persoonlijke ervaring, speelt zelfrapportage een belangrijke rol.

Daarvoor bestaan verschillende vragenlijsten en beoordelingsschalen. Een bekende internationale maat voor bredere psychische belasting is bijvoorbeeld de Kessler Psychological Distress Scale, waarvan varianten zoals de K10 en K6 worden gebruikt.

Wat kan zo'n meting vertellen?

Een vragenlijst of beoordelingsschaal kan helpen om:

  1. ervaringen bespreekbaar te maken;
  2. de ervaren belasting in kaart te brengen;
  3. veranderingen over een bepaalde periode te volgen;
  4. aanvullende vragen of onderzoek richting te geven.

Een score is echter geen objectieve meter die exact vaststelt hoeveel iemand 'werkelijk' lijdt.

Mensen kunnen schalen verschillend interpreteren en een cijfer kan nooit de volledige persoonlijke context van psychisch lijden weergeven. Een meetinstrument is daarom een hulpmiddel binnen een bredere beoordeling.

7. Lijdensdruk, coping en verandering

Hoe iemand met een moeilijke situatie omgaat, kan invloed hebben op de ervaren belasting. Binnen de psychologie wordt hiervoor onder andere het begrip coping gebruikt.

Sommige manieren van omgaan met problemen kunnen op korte termijn verlichting bieden, maar op langere termijn juist nieuwe problemen veroorzaken.

Voortdurende vermijding kan bijvoorbeeld tijdelijk angst verminderen. Wanneer iemand daardoor steeds meer situaties uit de weg gaat, kan de bewegingsvrijheid uiteindelijk juist kleiner worden.

Andere vormen van coping kunnen helpen om:

  • emoties te reguleren;
  • steun te zoeken;
  • praktische problemen aan te pakken;
  • grenzen te stellen;
  • een moeilijke werkelijkheid te verdragen of accepteren wanneer deze niet direct veranderd kan worden.

Dat betekent niet dat lijdensdruk eenvoudig verdwijnt wanneer iemand maar 'beter' met een situatie leert omgaan. De omstandigheden zelf kunnen ernstig of langdurig belastend zijn.

Coping is één van de factoren die mede kunnen bepalen hoe psychische belasting zich ontwikkelt.

8. Welke rol speelt lijdensdruk bij therapie?

Het ervaren van psychisch lijden kan een belangrijke reden zijn om hulp te zoeken of iets te willen veranderen.

Maar meer lijdensdruk betekent niet automatisch meer motivatie of meer veranderingsvermogen.

Bij zeer sterke angst, stress of uitputting kan de belasting juist zo groot worden dat nadenken, beslissen en handelen moeilijker worden. Verandering hangt daarom niet alleen samen met hoeveel iemand lijdt, maar bijvoorbeeld ook met veiligheid, steun, vaardigheden, omstandigheden en beschikbare mogelijkheden.

Niet ieder onaangenaam gevoel hoeft te verdwijnen

Het doel van therapie is bovendien niet noodzakelijk om ieder onaangenaam gevoel te verwijderen.

Verdriet na verlies, angst bij gevaar en spanning tijdens moeilijke omstandigheden kunnen begrijpelijke menselijke reacties zijn.

Belangrijker is onder andere:

  • hoe iemand deze ervaringen beleeft;
  • hoe lang ze aanhouden;
  • of iemand erin vastloopt;
  • hoeveel invloed ze op het leven krijgen;
  • of er voldoende mogelijkheden blijven om te functioneren en herstellen.

Psychische gezondheid betekent daarmee niet dat iemand nooit verdriet, angst of spanning ervaart.

9. Lijdensdruk bij slapen en dromen

Lijdensdruk is ook relevant bij slapen en dromen.

Een enkele nare droom hoeft bijvoorbeeld nauwelijks invloed te hebben op iemands welzijn. Terugkerende nachtmerries kunnen daarentegen veel lijdensdruk veroorzaken wanneer iemand bang wordt om te gaan slapen, regelmatig wakker schrikt of overdag last blijft houden van de droomervaring.

Hetzelfde geldt voor andere slaap- en droomverschijnselen.

Wanneer wordt een ervaring een probleem?

Een opvallende droomervaring is niet automatisch problematisch omdat zij ongebruikelijk is. Andersom kan een verschijnsel dat van buitenaf relatief onschuldig lijkt voor de persoon zelf zeer belastend zijn.

Daarom zijn verschillende vragen relevant:

  • Hoe vaak komt de ervaring voor?
  • Hoe intens is de ervaring?
  • Hoeveel last heeft iemand ervan?
  • Ontstaat er angst of vermijding?
  • Wordt de slaap erdoor verstoord?
  • Heeft de ervaring gevolgen tijdens de dag?

Lijdensdruk helpt daarmee onderscheid te maken tussen het aanwezig zijn van een verschijnsel en de vraag of dat verschijnsel voor iemand daadwerkelijk problematisch is.

10. Tenslotte

Lijdensdruk maakt duidelijk waarom psychische ervaringen niet uitsluitend van buitenaf kunnen worden beoordeeld. Een klacht kan op papier relatief beperkt lijken en voor iemand toch een groot deel van het leven beheersen. Een opvallende ervaring kan juist nauwelijks als belastend worden ervaren.

Daarom zijn drie vragen belangrijk:

  • Wat ervaart iemand?
  • Hoeveel last veroorzaakt dat?
  • Welke invloed heeft het op het dagelijks functioneren?

Juist de combinatie van symptomen, persoonlijke ervaring en functioneren geeft een vollediger beeld.

Lijdensdruk herinnert ons daarmee aan iets fundamenteels binnen de psychologie: niet alleen het verschijnsel zelf telt, maar ook hoe het wordt beleefd door de persoon die ermee leeft.

Reactie plaatsen