Stephen Laberge

Stephen LaBerge is een van de belangrijkste pioniers van het moderne wetenschappelijke onderzoek naar lucide dromen. Zijn grote bijdrage was niet dat hij het verschijnsel ontdekte. Mensen beschreven bewuste dromen al veel eerder en Frederik van Eeden introduceerde in 1913 de term lucid dream. LaBerge hielp echter iets te veranderen wat lange tijd veel moeilijker leek: lucide dromen tijdens de slaap objectief onderzoeken.

Daarvoor gebruikte hij een verrassend eenvoudige methode. Een lucide dromer wist tijdens de droom dat hij droomde en maakte vervolgens vooraf afgesproken oogbewegingen. Die bewegingen konden vanuit het slaaplaboratorium worden geregistreerd.

Iemand bevond zich dus aantoonbaar in de slaap en kon vanuit zijn droom een boodschap naar de wakende wereld sturen.

Dat opende een compleet nieuwe deur voor droomonderzoek.

1. Wie is Stephen LaBerge?

Stephen LaBerge is een Amerikaanse psychofysioloog die aan Stanford University onderzoek deed naar lucide dromen. Hij promoveerde in 1980 en groeide uit tot een van de bekendste onderzoekers en auteurs op dit gebied.

Zijn belangstelling was niet uitsluitend theoretisch. LaBerge was zelf een ervaren lucide dromer en gebruikte zijn eigen ervaringen om onderzoeksvragen te ontwikkelen.

Hij hield zijn dromen bij in een droomdagboek, experimenteerde met technieken om bewust lucide te worden en ontwikkelde later onder andere MILD.

Van lucide dromer naar onderzoeker

Bij MILD gebruik je intentie en prospectief geheugen om je tijdens een toekomstige droom iets te herinneren:

De volgende keer dat ik droom, wil ik beseffen dat ik droom.

Maar LaBerges belangrijkste wetenschappelijke vraag ging nog verder:

Hoe kun je bewijzen dat iemand tijdens een droom zelf weet dat hij droomt?

Dat werd het probleem waaraan zijn belangrijkste onderzoek zijn betekenis ontleende.

2. Waarom waren lucide dromen wetenschappelijk zo moeilijk te onderzoeken?

Het probleem was eigenlijk eenvoudig.

Een dromer kan na het ontwaken zeggen:

Ik wist tijdens mijn droom dat ik droomde.

Maar de onderzoeker hoort dat pas achteraf.

  • Hoe weet je dan precies wanneer de dromer lucide werd? 
  • En hoe kun je vaststellen in welke slaapfase dat gebeurde?

Een gewone lichamelijke beweging gebruiken als signaal is lastig, omdat tijdens de REM-slaap de activiteit van veel skeletspieren sterk wordt onderdrukt.

De ogen vormen echter een belangrijke uitzondering.

Tijdens REM-slaap kunnen verschillende lichamelijke processen worden gemeten:

  • hersenactiviteit met een EEG;
  • oogbewegingen met een EOG;
  • spierspanning met een EMG.

En precies daar ontstond het idee dat het onderzoek naar lucide dromen zou veranderen.

Wat als de dromer zelf een signaal geeft?

Voor het slapen kon met de dromer een patroon worden afgesproken.

Bijvoorbeeld:

links → rechts → links → rechts

Zodra de dromer tijdens zijn droom besefte:

ik droom,

moest hij dat patroon met zijn ogen uitvoeren.

De droom werd daarmee niet alleen achteraf beschreven.

Er ontstond een mogelijkheid om vanuit de droom zelf een herkenbaar signaal te geven.

3. Hoe kon LaBerge vanuit een lucide droom communiceren?

Het bijzondere is dat bewuste bewegingen van de droomogen gepaard kunnen gaan met overeenkomstige bewegingen van de fysieke ogen.

Daardoor kon het afgesproken patroon verschijnen op de registratieapparatuur in het slaaplaboratorium.

Een boodschap vanuit de droom

Stel je voor wat dit betekende.

  • De onderzoeker ziet aan de apparatuur dat iemand slaapt.
  • De metingen wijzen op REM-slaap.
  • De proefpersoon ligt met gesloten ogen in bed.

En dan verschijnt:

links → rechts → links → rechts

De dromer zegt daarmee als het ware:

Ik ben hier. Ik droom. En ik weet dat ik droom.

Dat eenvoudige principe werd een van de fundamenten van het moderne onderzoek naar lucide dromen.

4. We:as LaBerge de eerste die lucide dromen met oogsignalen aantoonde?

Hier verdient de bekende geschiedenis enige nuance.

LaBerge wordt vaak genoemd als degene die als eerste lucide dromen wetenschappelijk bewees. Rond dezelfde periode deed de Britse onderzoeker Keith Hearne echter onafhankelijk onderzoek met lucide dromer Alan Worsley.

Ook zij gebruikten doelbewuste oogbewegingen om vanuit een lucide droom een herkenbaar signaal te geven.

Het werk van Hearne en Worsley ging zelfs vooraf aan de bekende publicatie van LaBerge en zijn collega's.

Waarom werd LaBerge dan zo belangrijk?

LaBerge ontwikkelde het onderzoek aan Stanford systematisch verder en gebruikte de methode als basis voor een breder onderzoeksprogramma.

Zijn betekenis zit daarom in een combinatie van verschillende bijdragen:

  • experimenteel onderzoek naar lucide dromen;
  • het gebruik van bewuste oogsignalen;
  • fysiologische metingen tijdens lucide REM-slaap;
  • ontwikkeling en onderzoek van lucide droomtechnieken;
  • het toegankelijk maken van lucide dromen voor een breder publiek.

Het is daarom nauwkeuriger om LaBerge een van de belangrijkste pioniers van het experimentele onderzoek naar lucide dromen te noemen dan de enige ontdekker ervan.

5. Wat liet het beroemde onderzoek van LaBerge zien?

In het bekende onderzoek van LaBerge en zijn collega's werden vijf geselecteerde lucide dromers onderzocht.

Zij brachten samen 34 nachten in het slaaplaboratorium door. Tijdens het slapen werden onder andere hersenactiviteit, oogbewegingen en spierspanning geregistreerd.

Wanneer zij tijdens een droom lucide werden, moesten ze vooraf afgesproken signalen geven.

Van droomverslag naar meetbaar moment

In totaal werden 35 lucide dromen gerapporteerd. Bij 30 daarvan meldden de deelnemers dat zij tijdens de droom een signaal hadden uitgevoerd.

Een onafhankelijke beoordelaar kon in 24 gevallen op basis van de registraties het bijbehorende signaal herkennen.

Cruciaal was dat de signalen tijdens duidelijk vastgestelde REM-slaap voorkwamen.

Daarmee ontstond een veel sterkere situatie dan alleen:

Deze mensen zeggen achteraf dat ze lucide hebben gedroomd.

De onderzoekers konden het moment waarop de dromer bewust aangaf lucide te zijn koppelen aan fysiologische metingen tijdens de slaap.

6. Waarom waren die oogsignalen zo belangrijk?

Het experiment veranderde niet alleen de discussie over het bestaan van lucide dromen.

Het leverde ook een nieuw onderzoeksinstrument op.

Zodra een lucide dromer vanuit een droom een tijdstip kan markeren, kun je namelijk vooraf een experiment afspreken:

  1. Word lucide.
  2. Geef het afgesproken oogsignaal.
  3. Voer in de droom een bepaalde handeling uit.
  4. Geef opnieuw een oogsignaal.

Daarmee konden onderzoekers het begin en einde van een gebeurtenis in de droom ongeveer markeren.

De droom wordt een laboratorium

Dat maakte vragen mogelijk die vroeger nauwelijks experimenteel te onderzoeken waren.

Wat gebeurt er fysiologisch wanneer iemand tijdens een lucide droom:

  • telt;
  • zingt;
  • een beweging uitvoert;
  • bewust naar iets kijkt;
  • de ademhaling verandert;
  • een bepaalde ervaring oproept?

De lucide dromer krijgt daarmee een uitzonderlijke positie binnen droomonderzoek.

Hij is niet alleen proefpersoon.

Hij kan tijdens het experiment ook een bewuste deelnemer zijn.

7. Wat ontdekte LaBerge over droomogen en echte ogen?

LaBerge onderzocht ook de relatie tussen wat iemand met zijn ogen in een droom doet en wat de fysieke ogen tijdens de slaap doen.

Wanneer lucide dromers in hun droom bewust naar een bewegend doel keken, konden overeenkomstige patronen in hun fysieke oogbewegingen worden geregistreerd.

Dat ondersteunt een fascinerend principe:

wat iemand bewust in de droom doet, kan meetbare fysiologische samenhangen hebben in het slapende lichaam.

Droomlichaam en fysiek lichaam

Dat betekent niet dat iedere beweging uit de droom door het fysieke lichaam wordt uitgevoerd.

Wanneer je droomt dat je:

  • vliegt;
  • rent;
  • door een muur loopt;
  • een berg beklimt;

doet je fysieke lichaam die bewegingen uiteraard niet letterlijk na.

Toch kunnen bepaalde processen uit de droom samengaan met meetbare veranderingen in het slapende lichaam.

De droomwereld en het slapende lichaam zijn dus niet volledig van elkaar losgekoppeld.

8. Bewees LaBerge dat lucide dromen tijdens REM-slaap bestaan?

Het onderzoek van LaBerge en zijn collega's leverde overtuigend bewijs dat lucide dromen tijdens REM-slaap kunnen plaatsvinden.

Dat is iets anders dan zeggen dat lucide dromen uitsluitend tijdens REM-slaap mogelijk zijn.

Het oorspronkelijke onderzoek rapporteerde het overgrote deel van de lucide dromen vanuit REM-slaap, maar ook enkele ervaringen rond andere slaapstadia of overgangen.

Wakker worden zonder wakker te worden

Latere wetenschap heeft het onderzoek naar lucide REM-slaap veel verder ontwikkeld.

Daarbij is ook een simpele voorstelling genuanceerd waarin luciditeit wordt gezien alsof een deel van de hersenen letterlijk wakker wordt terwijl de rest blijft slapen.

Een lucide droom kan nog steeds een echte droom tijdens de slaap zijn.

Het bijzondere is juist:

je wordt niet wakker uit de droom — je wordt je bewust ín de droom.

9. Wat is MILD en welke rol speelde LaBerge daarbij?

Naast zijn laboratoriumonderzoek ontwikkelde LaBerge MILD: Mnemonic Induction of Lucid Dreams.

Bij deze techniek gebruik je geheugen en intentie om tijdens een toekomstige droom te herkennen dat je droomt.

Een eenvoudige vorm verloopt ongeveer zo:

  1. Je herinnert je een recente droom.
  2. Je kiest een opvallend droomteken.
  3. Je stelt je voor dat je opnieuw in die droom bent.
  4. Je ziet het droomteken.
  5. Deze keer denk je: Ik droom.
  6. Je houdt de intentie vast om dat tijdens een volgende droom werkelijk te herinneren.

MILD werd een van de bekendste technieken voor leren lucide dromen.

De methode wordt ook regelmatig gecombineerd met Wake Back to Bed.

LaBerge droeg daarmee niet alleen bij aan het aantonen van lucide dromen, maar ook aan het systematisch onderzoeken van manieren waarop luciditeit kan ontstaan.

10. Waarom is het onderzoek van LaBerge nog steeds belangrijk?

De wetenschap hoeft tegenwoordig niet meer vanaf nul te beginnen met de vraag of lucide dromen überhaupt bestaan.

Onderzoekers kunnen veel verder kijken:

  1. Wat gebeurt er in de hersenen wanneer iemand lucide wordt?
  2. Hoe verschilt een lucide droom van een gewone droom?
  3. Kun je tijdens een droom communiceren met een dromer?
  4. Hoe wordt droomtijd ervaren?
  5. Wat gebeurt er wanneer iemand bewust beweegt in een droom?
  6. Kunnen lucide dromen worden gebruikt bij onderzoek naar bewustzijn, waarneming, geheugen en nachtmerries?

De bewuste oogsignalen uit het vroege onderzoek worden nog steeds gebruikt.

En het principe blijft bijna ongelooflijk eenvoudig.

Twee werelden, één signaal

De dromer slaapt.

De droomwereld bestaat.

Plotseling ontstaat het besef:

dit is een droom.

De dromer kijkt bewust:

links → rechts → links → rechts

Buiten de droom verschijnen de bewegingen op een scherm.

Voor enkele seconden bestaat er iets wat daarvoor vrijwel onmogelijk leek:

een communicatielijn tussen de dromer en het laboratorium.

11. Tenslotte

Stephen LaBerge behoort tot de belangrijkste pioniers van het wetenschappelijke onderzoek naar lucide dromen. Samen met andere vroege onderzoekers hielp hij aantonen dat mensen tijdens de slaap kunnen beseffen dat ze dromen en dat dit bewustzijn vanuit de droom met vooraf afgesproken oogsignalen kan worden gemarkeerd.

Zijn betekenis gaat echter verder dan het leveren van bewijs. Door lucide dromers tijdens hun droom experimenten te laten uitvoeren en daarvan het tijdstip te markeren, hielp LaBerge van de lucide droom een onderzoekbare bewustzijnstoestand te maken.

Iemand ligt slapend in een donkere kamer.

Tegelijkertijd staat die persoon misschien op een strand, vliegt boven een stad of kijkt naar een hemel die alleen in een droom kan bestaan.

Dan gebeurt er iets.

De dromer beseft:

ik lig ergens te slapen.

Hij kijkt naar links.

Naar rechts.

In het laboratorium verschijnt het signaal.

De onderzoeker ziet het.

De dromer heeft vanuit zijn droom laten weten dat hij wakker is geworden — zonder werkelijk wakker te worden.

Reactie plaatsen