- 1. Wat is het doel van therapie?
- 2. Welke soorten psychologische therapie bestaan er?
- 3. Wat gebeurt er tijdens therapie?
- 4. Waarom is vertrouwen in de therapeut belangrijk?
- 5. Hoe kan therapie psychologische patronen veranderen?
- 6. Welke rol speelt de cliënt zelf?
- 7. Zijn alle therapieën wetenschappelijk onderbouwd?
- 8. Hoe kies je een passende therapie?
- 9. Tenslotte
Therapie
Therapie betekent in brede zin behandeling. Een therapie is bedoeld om lichamelijke of psychische klachten te verminderen, functioneren te verbeteren, herstel te ondersteunen of mensen te helpen beter met bepaalde problemen om te gaan.
Binnen de psychologie wordt met therapie meestal psychologische behandeling of psychotherapie bedoeld. Daarbij werken cliënt en therapeut samen aan klachten, gedrag, emoties, gedachten, relaties of terugkerende patronen.
Er bestaan veel therapeutische stromingen. Ze verschillen in hun ideeën over het ontstaan van problemen en over wat nodig is om verandering mogelijk te maken. Toch hebben verschillende therapieën ook belangrijke elementen met elkaar gemeen.
1. Wat is het doel van therapie?
Niet iedere therapie heeft hetzelfde doel.
Iemand met een specifieke angst kan vooral willen leren omgaan met situaties die hij vermijdt. Iemand met langdurige stress kan onderzoeken welke omstandigheden en patronen de spanning in stand houden. Een ander zoekt hulp vanwege relatieproblemen, rouw, een laag zelfbeeld of problemen met het reguleren van emoties.
Therapie kan daardoor gericht zijn op:
- verminderen van klachten;
- anders leren omgaan met gedachten en emoties;
- veranderen van gedrag of terugkerende patronen;
- verwerken van ingrijpende ervaringen;
- verbeteren van relaties en dagelijks functioneren;
- vergroten van zelfkennis en psychologische flexibiliteit.
Soms ontstaat daaruit ook persoonlijke groei, maar dat hoeft niet het primaire doel van therapie te zijn.
2. Welke soorten psychologische therapie bestaan er?
Binnen de psychologie bestaan verschillende therapeutische stromingen.
- Cognitieve gedragstherapie richt zich onder andere op de wisselwerking tussen gedachten, gevoelens en gedrag. Daarbij kunnen bijvoorbeeld aangeleerde patronen, vermijding en beperkende overtuigingen worden onderzocht.
- Psychodynamische therapieën besteden meer aandacht aan innerlijke conflicten, eerdere ervaringen, relaties en processen die niet volledig bewust zijn. De historische wortels liggen onder andere bij Freud.
- Humanistische en cliëntgerichte therapieën leggen nadruk op de persoonlijke ervaring, authenticiteit, acceptatie en de therapeutische relatie.
Daarnaast bestaan onder meer Gestalttherapie, systemische therapie en verschillende integratieve behandelvormen.
Een therapievorm is dus geen andere naam voor therapie zelf. Het is een bepaalde manier om therapeutische verandering te begrijpen en te begeleiden.
3. Wat gebeurt er tijdens therapie?
Therapie begint meestal met het onderzoeken van de hulpvraag.
Wat speelt er? Wanneer ontstaan de problemen? Hoe lang bestaan ze? Welke invloed hebben ze op het dagelijks leven? Wat heeft iemand zelf al geprobeerd en wat zou hij of zij willen veranderen?
Cliënt en therapeut kunnen vervolgens doelen formuleren en bepalen welke aanpak daarbij past.
Een sessie kan bijvoorbeeld bestaan uit gesprekken, het onderzoeken van gedachten en gevoelens, gedragsoefeningen, aandacht voor lichamelijke reacties of het bespreken van concrete situaties.
Bij sommige behandelingen wordt ook buiten de sessies geoefend.
Iemand die situaties vermijdt vanwege angst kan bijvoorbeeld stapsgewijs oefenen met die situaties. Bij problemen met coping kan worden onderzocht welke manieren van omgaan met spanning helpen en welke het probleem juist in stand houden.
Therapie is daarmee meestal geen proces waarin de therapeut simpelweg vertelt wat iemand moet doen. Cliënt en therapeut werken samen.
4. Waarom is vertrouwen in de therapeut belangrijk?
De relatie tussen cliënt en therapeut wordt vaak de therapeutische alliantie genoemd.
Daarbij gaat het niet alleen om iemand aardig vinden. Een goede therapeutische samenwerking bestaat onder andere uit voldoende vertrouwen, overeenstemming over de doelen en duidelijkheid over wat cliënt en therapeut samen gaan doen.
Dat is belangrijk omdat therapie soms onderwerpen raakt waarover iemand zich onzeker, beschaamd, verdrietig of kwetsbaar voelt.
Een cliënt moet bovendien kunnen aangeven:
Dit helpt mij niet.
Ik begrijp niet waarom we dit doen.
Ik voel me hierbij niet prettig.
Onderzoek laat zien dat de kwaliteit van de therapeutische relatie samenhangt met behandeluitkomsten. Een goede relatie vervangt een passende behandelmethode niet, maar vormt wel een belangrijk onderdeel van effectieve therapie.
5. Hoe kan therapie psychologische patronen veranderen?
Veel problemen worden beïnvloed door patronen die in de loop van het leven zijn ontstaan.
Iemand kan bijvoorbeeld door eerdere ervaringen verwachten:
Als ik een fout maak, zullen anderen mij afwijzen.
Zo'n verwachting kan onderdeel worden van het wereldmodel waarmee nieuwe situaties worden geïnterpreteerd.
Een kritische blik van een collega krijgt dan misschien onmiddellijk de betekenis:
Zie je wel, ik doe het niet goed.
Dat kan spanning oproepen, het zelfbeeld beïnvloeden en leiden tot vermijding of perfectionistisch gedrag.
Therapie kan helpen zulke samenhangen zichtbaar te maken.
Verschillende therapievormen doen dat op verschillende manieren. De ene therapeut onderzoekt gedachten en gedrag, een andere eerdere relaties en emoties, terwijl bijvoorbeeld systemisch werk meer aandacht geeft aan relationele patronen.
Verandering kan vervolgens ontstaan door inzicht, nieuwe ervaringen, oefenen, emotionele verwerking of een combinatie daarvan.
6. Welke rol speelt de cliënt zelf?
Therapie vraagt meestal actieve betrokkenheid van de cliënt, maar dat betekent niet dat iemand volledig verantwoordelijk is voor het slagen of mislukken ervan.
Psychische problemen ontstaan immers niet uitsluitend door persoonlijke keuzes. Biologische kwetsbaarheid, ingrijpende ervaringen, relaties, maatschappelijke omstandigheden, langdurige stress en andere factoren kunnen allemaal een rol spelen.
Wel kan actieve deelname belangrijk zijn.
Dat kan betekenen dat iemand eerlijk vertelt wat er speelt, oefeningen probeert, moeilijke onderwerpen bespreekt, feedback geeft of tussen sessies ander gedrag uitprobeert.
Therapeutische verandering is daarmee een samenwerking waarin zowel de deskundigheid van de therapeut als de ervaringen, mogelijkheden, voorkeuren en omstandigheden van de cliënt belangrijk zijn.
7. Zijn alle therapieën wetenschappelijk onderbouwd?
Nee.
Er bestaan therapieën waarvoor uitgebreid wetenschappelijk onderzoek beschikbaar is, behandelingen waarvoor het bewijs nog beperkt is en alternatieve of complementaire methoden waarvan specifieke verklaringen of effecten onvoldoende zijn aangetoond.
Ook binnen één therapievorm kan het bewijs verschillen per probleem.
Daarom is de vraag “Werkt deze therapie?” vaak te algemeen. Een betere vraag is:
Voor welk probleem, bij welke mensen, onder welke omstandigheden en met welk doel is deze behandeling onderzocht?
Tegelijkertijd bestaat therapie niet uitsluitend uit een techniek.
Onderzoek naar psychotherapie laat zien dat ook gemeenschappelijke factoren belangrijk zijn, zoals de therapeutische relatie, samenwerking, overeenstemming over doelen en empathie.
Dat betekent niet dat de gekozen methode onbelangrijk is. Een passende methode en een goede therapeutische samenwerking kunnen juist naast elkaar nodig zijn.
8. Hoe kies je een passende therapie?
Een therapie die voor de ene persoon geschikt is, hoeft niet automatisch de beste keuze voor iemand anders te zijn.
Relevant zijn bijvoorbeeld:
- de aard en ernst van het probleem;
- wetenschappelijke onderbouwing voor die hulpvraag;
- ervaring en opleiding van de behandelaar;
- persoonlijke voorkeuren en eerdere ervaringen;
- de kwaliteit van het contact;
- praktische omstandigheden.
Ook transparantie is belangrijk. Een behandelaar moet duidelijk kunnen maken vanuit welke methode wordt gewerkt, wat daarvan verwacht kan worden en waar de grenzen liggen.
Dat geldt eveneens voor benaderingen als hypnose of andere therapeutische methoden buiten de meest gangbare behandelvormen. Een betekenisvolle persoonlijke ervaring en wetenschappelijk bewijs zijn niet hetzelfde, maar hoeven ook niet tegenover elkaar te worden gezet.
Bij ernstige, langdurige of sterk beperkende psychische klachten is professionele beoordeling belangrijk, zodat passende zorg niet onnodig wordt uitgesteld.
9. Tenslotte
Therapie is een breed begrip voor behandeling. Binnen de psychologie draait therapie om professionele begeleiding bij psychische klachten, gedrag, emoties, relaties en andere problemen die het dagelijks functioneren of welzijn beïnvloeden.
Therapeutische stromingen verschillen sterk. Sommige leggen de nadruk op gedachten en gedrag, andere op emoties, relaties, het verleden, het persoonlijk onbewuste of bredere systemen waarin iemand leeft.
Toch delen veel therapieën een belangrijke basis: er ontstaat een samenwerking waarin een probleem wordt onderzocht en mogelijkheden voor verandering worden ontwikkeld.
Daarbij spelen niet alleen technieken een rol. Ook vertrouwen, empathie, verwachtingen, motivatie, de deskundigheid van de therapeut en de omstandigheden van de cliënt kunnen invloed hebben.
Goede therapie is daarom niet simpelweg een methode die op iemand wordt toegepast. Het is een proces waarin methode, therapeut en cliënt samenkomen rond een concrete hulpvraag.