- 1. Wat is parasomnia?
- 2. Welke soorten parasomnie bestaan er?
- 3. Wat zijn NREM-parasomnieën?
- 4. Wat is het verschil tussen nachtangst en een nachtmerrie?
- 5. Wat is REM-slaapgedragsstoornis?
- 6. Waarom ontstaan parasomnieën?
- 7. Waarom komen sommige parasomnieën vaker bij kinderen voor?
- 8. Hebben parasomnieën met dromen te maken?
- 9. Zijn slaapverlamming en slaapgerelateerde hallucinaties ook parasomnieën?
- 10. Zijn tandenknarsen en ritmische bewegingen parasomnieën?
- 11. Wanneer kan een parasomnie problematisch worden?
- 12. Wat vertellen parasomnieën over slaap en bewustzijn?
- 13. Tenslotte
Parasomnia
Praten tijdens de slaap, plotseling angstig overeind komen, door het huis lopen zonder volledig wakker te zijn of bewegingen maken die samen lijken te hangen met een droom: tijdens slaap kunnen opvallende gedragingen en ervaringen voorkomen.
Dergelijke verschijnselen kunnen behoren tot de parasomnieën.
Parasomnie is een verzamelnaam voor ongewenste of bijzondere gebeurtenissen, ervaringen en gedragingen die optreden tijdens slaap, bij het inslapen of tijdens het ontwaken. Sommige komen vooral voor vanuit diepe NREM-slaap, andere juist tijdens REM-slaap of rond de overgang tussen slapen en wakker zijn.
Parasomnie is daarmee geen afzonderlijke slaapstoornis, maar een brede categorie met verschillende verschijnselen en onderliggende slaapmechanismen.
1. Wat is parasomnia?
De Nederlandse term is parasomnie; parasomnia is de internationale benaming.
Bij parasomnie kunnen tijdens of rond de slaap bijvoorbeeld voorkomen:
- bewegingen;
- praten of roepen;
- lopen;
- eten;
- angstreacties;
- droomgerelateerd gedrag;
- bijzondere zintuiglijke ervaringen;
- verwardheid tijdens het ontwaken.
Een belangrijk misverstand is dat iemand tijdens een parasomnie simpelweg 'slaapt terwijl hij wakker gedrag vertoont'.
Vooral bij bepaalde NREM-parasomnieën is sprake van een onvolledige ontwaking. Verschillende onderdelen van slaap en wakker functioneren kunnen dan tijdelijk naast elkaar bestaan.
Dat maakt parasomnie ook interessant binnen onderzoek naar slaap en bewustzijn.
2. Welke soorten parasomnie bestaan er?
Een belangrijke indeling kijkt naar de slaaptoestand waaruit het verschijnsel ontstaat.
NREM-parasomnieën
Deze ontstaan vanuit non-REMslaap, vaak tijdens een gedeeltelijke ontwaking uit diepe N3-slaap.
Belangrijke voorbeelden zijn:
- verward ontwaken;
- slaapwandelen;
- nachtangst;
- slaapgerelateerd eten;
- slaapgerelateerd seksueel gedrag, ook wel sexsomnia genoemd.
Slaapwandelen, nachtangst en verward ontwaken worden samen ook wel disorders of arousal genoemd: stoornissen van het ontwaken.
REM-parasomnieën
Andere parasomnieën zijn juist verbonden met REM-slaap.
Daaronder vallen bijvoorbeeld:
- REM-slaapgedragsstoornis;
- nachtmerriestoornis.
Daarnaast bestaan slaapgerelateerde verschijnselen die rond meerdere slaapstadia of slaap-waakovergangen kunnen optreden.
De term parasomnie omvat dus verschillende verschijnselen die niet allemaal hetzelfde mechanisme hebben.
3. Wat zijn NREM-parasomnieën?
De bekendste NREM-parasomnieën ontstaan tijdens een onvolledige ontwaking uit NREM-slaap.
Daarbij kan iemand kenmerken van wakker gedrag vertonen terwijl bewustzijn, waarneming en geheugen nog gedeeltelijk kenmerken van slaap vertonen.
Deze episodes komen vaak eerder in de nacht voor. Dat hangt samen met de slaaparchitectuur: diepe N3-slaap is gemiddeld sterker vertegenwoordigd tijdens het eerste deel van de nacht.
Verward ontwaken
Bij een verward ontwaken — internationaal confusional arousal — wordt iemand gedeeltelijk wakker maar is tijdelijk gedesoriënteerd.
Iemand kan bijvoorbeeld:
- langzaam of vreemd reageren;
- verward praten;
- niet goed begrijpen wat er gebeurt;
- moeilijk volledig wakker worden.
Achteraf bestaat soms weinig herinnering aan de gebeurtenis.
Dit moet worden onderscheiden van gewone slaapinertie, waarbij iemand na het wakker worden tijdelijk suf en cognitief minder alert is.
Slaapwandelen
Bij slaapwandelen ontstaan tijdens een gedeeltelijke ontwaking bewegingen en soms complexe handelingen.
Iemand kan rechtop in bed gaan zitten, rondlopen of handelingen uitvoeren zonder het normale volledig wakkere bewustzijn.
Slaapwandelen ontstaat vooral vanuit diepe NREM-slaap en komt relatief veel voor bij kinderen.
Nachtangst
Bij nachtangst kan iemand plotseling schreeuwen, overeind komen en sterke lichamelijke tekenen van angst vertonen, zoals een snelle hartslag, versnelde ademhaling en zweten.
Toch hoeft de persoon niet volledig wakker te zijn.
Nachtangst is daarom iets anders dan een nachtmerrie.
4. Wat is het verschil tussen nachtangst en een nachtmerrie?
Het onderscheid tussen deze twee verschijnselen is belangrijk.
Nachtangst
- ontstaat meestal vanuit NREM-slaap;
- komt relatief vaak eerder in de nacht voor;
- gaat gepaard met een gedeeltelijke ontwaking;
- kan hevige lichamelijke angstreacties veroorzaken;
- wordt achteraf vaak niet of slechts beperkt herinnerd.
Nachtmerrie
- is een negatieve of angstaanjagende droom;
- wordt sterk geassocieerd met REM-slaap;
- leidt vaak tot duidelijk ontwaken;
- kan meestal beter worden herinnerd.
Iemand met nachtangst kan er voor een ander extreem angstig uitzien terwijl zelf achteraf nauwelijks een herinnering bestaat.
Bij een nachtmerrie staat juist de bewuste negatieve droomervaring centraal.
5. Wat is REM-slaapgedragsstoornis?
Tijdens normale REM-slaap zijn veel skeletspieren sterk geremd. Dit noemen we REM-atonie.
Daardoor worden de meeste grote lichaamsbewegingen tijdens REM-slaap onderdrukt.
Bij REM-slaapgedragsstoornis, internationaal REM sleep behavior disorder of RBD, ontbreekt deze normale spierremming gedeeltelijk.
Daardoor kunnen bewegingen ontstaan die samenhangen met de droomervaring.
Iemand kan bijvoorbeeld:
- praten of schreeuwen;
- slaan;
- schoppen;
- plotseling bewegen.
Dat kan soms leiden tot verwondingen bij de slaper of bedpartner.
RBD moet niet simpelweg worden omschreven als 'je droom uitvoeren'. Het is een specifieke slaapstoornis waarbij de normale REM-atonie verstoord is.
Dit verschilt fundamenteel van slaapwandelen, dat voornamelijk vanuit NREM-slaap ontstaat.
6. Waarom ontstaan parasomnieën?
Er bestaat geen enkele oorzaak voor alle parasomnieën.
NREM- en REM-parasomnieën hebben verschillende mechanismen. Zelfs binnen één categorie kunnen meerdere factoren een rol spelen.
Bij NREM-parasomnieën wordt onder andere gekeken naar omstandigheden die diepe slaap, slaapdruk of het aantal gedeeltelijke ontwakingen beïnvloeden.
Mogelijke beïnvloedende factoren zijn bijvoorbeeld:
- slaaptekort;
- onregelmatige slaap;
- verstoring of fragmentatie van slaap;
- stress;
- bepaalde medicijnen;
- andere slaapstoornissen;
- individuele en mogelijk erfelijke gevoeligheid.
Deze factoren zijn niet automatisch oorzaken.
Iemand kan bijvoorbeeld stress ervaren zonder ooit te slaapwandelen. Andersom kan slaapwandelen optreden zonder dat stress de belangrijkste verklaring is.
Wanneer slapen en wakker zijn elkaar overlappen
Vooral NREM-parasomnieën laten zien dat de overgang van slapen naar wakker zijn niet altijd volledig verloopt.
Onderzoek naar deze verschijnselen wijst erop dat verschillende hersengebieden tijdens een episode kenmerken van slaap en wakker zijn tegelijkertijd kunnen vertonen.
Parasomnie past daarmee binnen een breder inzicht: slaap en wakker zijn functioneren neurologisch niet altijd als één eenvoudige aan-uitknop.
7. Waarom komen sommige parasomnieën vaker bij kinderen voor?
Verschillende NREM-parasomnieën komen relatief vaak voor tijdens de kindertijd.
Dat geldt bijvoorbeeld voor:
- slaapwandelen;
- nachtangst;
- verward ontwaken.
De organisatie van slaap verandert tijdens de ontwikkeling. Kinderen hebben onder andere relatief veel diepe slaap, waaruit verschillende NREM-parasomnieën kunnen ontstaan.
Veel van deze verschijnselen verminderen of verdwijnen naarmate een kind ouder wordt.
Dat betekent niet dat parasomnie uitsluitend een kinderlijk verschijnsel is.
Ook volwassenen kunnen slaapwandelen, nachtangst en andere parasomnieën ervaren. Sommige parasomnieën ontstaan juist vaker of krijgen een andere betekenis op volwassen leeftijd.
Leeftijd is daarom een beïnvloedende factor, geen harde grens.
8. Hebben parasomnieën met dromen te maken?
Sommige wel, andere veel minder direct.
Bij REM-slaapgedragsstoornis kunnen bewegingen bijvoorbeeld samenhangen met de inhoud van een droom. Bij nachtmerries staat de bewuste droomervaring centraal.
Bij klassieke NREM-parasomnieën zoals slaapwandelen en nachtangst ligt dat anders.
Deze ontstaan vooral vanuit gedeeltelijke ontwakingen uit diepe NREM-slaap. Achteraf bestaat vaak weinig of geen herinnering aan een droom.
Maar daaruit mag niet worden geconcludeerd dat tijdens NREM-slaap niet wordt gedroomd.
Ook tijdens non-REMslaap kunnen droomervaringen voorkomen.
De relatie tussen dromen en slaapfasen is daarom complexer dan:
REM = dromen
NREM = gedrag zonder dromen.
Slaapfase, droomervaring, gedrag en latere herinnering zijn verschillende verschijnselen die elkaar kunnen beïnvloeden.
9. Zijn slaapverlamming en slaapgerelateerde hallucinaties ook parasomnieën?
Bijzondere verschijnselen kunnen ook voorkomen op de grens tussen slaap en wakker zijn.
Bij slaapverlamming keert het bewuste ervaren van de omgeving terug terwijl de spierremming die bij REM-slaap hoort nog kort aanwezig kan zijn.
Daarbij kunnen hypnopompe beelden of andere slaapgerelateerde hallucinaties optreden, zoals het zien van een figuur, horen van een stem of voelen van een aanwezigheid.
Tijdens het inslapen kunnen vergelijkbare hypnagoge beelden ontstaan.
Deze ervaringen laten opnieuw zien dat waarneming, beweging, bewustzijn en slaap niet altijd op exact hetzelfde moment van toestand veranderen.
Daarom worden slaapgerelateerde hallucinaties binnen slaapclassificaties ook in de bredere omgeving van parasomnieën geplaatst.
10. Zijn tandenknarsen en ritmische bewegingen parasomnieën?
Niet ieder opvallend gedrag tijdens de slaap wordt tegenwoordig als parasomnie geclassificeerd.
Dat onderscheid is belangrijk.
Tandenknarsen, oftewel slaapbruxisme, wordt doorgaans bij slaapgerelateerde bewegingsverschijnselen of bewegingsstoornissen behandeld en niet als klassieke parasomnie.
Hetzelfde geldt voor verschillende vormen van ritmische beweging tijdens de slaap.
De oude gedachte:
ongebruikelijke beweging tijdens slaap = parasomnie
is dus te breed.
Bij classificatie wordt gekeken naar het soort verschijnsel, het slaapstadium, het moment waarop het optreedt en het vermoedelijke mechanisme.
11. Wanneer kan een parasomnie problematisch worden?
Veel parasomnieën zijn incidenteel en sommige komen vooral tijdens de kindertijd voor zonder ernstige gevolgen.
De betekenis verandert wanneer episodes bijvoorbeeld:
- zeer frequent voorkomen;
- slaap ernstig verstoren;
- verwondingen veroorzaken;
- gevaar voor de slaper of anderen opleveren;
- pas opvallend op volwassen leeftijd ontstaan;
- gepaard gaan met andere neurologische of slaapgerelateerde verschijnselen;
- het dagelijks functioneren duidelijk beïnvloeden.
Vooral bij complexe bewegingen kan veiligheid belangrijk worden.
Bij onderzoek naar terugkerende of opvallende parasomnieën wordt gekeken naar het verhaal van de persoon en eventueel de bedpartner, het slaappatroon, medicijnen, andere slaapstoornissen en de aard en timing van de episodes.
In bepaalde situaties kan polysomnografie, uitgebreid slaaponderzoek waarbij verschillende lichamelijke en neurologische signalen worden geregistreerd, aanvullende informatie geven.
12. Wat vertellen parasomnieën over slaap en bewustzijn?
Parasomnieën zijn niet alleen klinisch interessant. Ze geven ook inzicht in de manier waarop slapen en wakker zijn georganiseerd zijn.
Vooral bij NREM-parasomnieën kan iemand bijvoorbeeld:
- bewegen zonder volledig wakker te zijn;
- spreken zonder later duidelijke herinnering;
- reageren op de omgeving terwijl bewustzijn beperkt is;
- complexe handelingen uitvoeren vanuit een gedeeltelijke ontwaking.
Dat roept interessante vragen op over bewustzijn, geheugen, automatische gedragingen en de grenzen tussen slaap en wakker zijn.
Een vergelijkbaar principe zien we vanuit een andere richting bij slaapverlamming: daar kan bewustzijn van de omgeving juist al teruggekeerd zijn terwijl vrijwillige beweging nog tijdelijk geremd is.
Parasomnieën laten daarmee zien dat 'slapen' en 'wakker zijn' uit verschillende processen bestaan die niet onder alle omstandigheden perfect synchroon verlopen.
13. Tenslotte
Parasomnie is een verzamelnaam voor bijzondere of ongewenste ervaringen en gedragingen die tijdens slaap of rond de overgang tussen slapen en wakker zijn optreden.
Daaronder vallen verschillende verschijnselen met verschillende mechanismen.
NREM-parasomnieën zoals slaapwandelen, nachtangst en verward ontwaken ontstaan vooral tijdens gedeeltelijke ontwakingen uit diepe NREM-slaap. REM-parasomnieën hebben een andere achtergrond; bij REM-slaapgedragsstoornis is bijvoorbeeld de normale spierremming tijdens REM-slaap verstoord.
Niet iedere vreemde beweging tijdens de slaap is daarom automatisch een parasomnie. Tandenknarsen en bepaalde ritmische bewegingen worden tegenwoordig anders geclassificeerd.
Ook hoeven parasomnieën niet altijd op een probleem te wijzen. Sommige verschijnselen komen relatief vaak voor bij kinderen en verdwijnen met het ouder worden. Andere verdienen meer aandacht wanneer zij frequent optreden, slaap verstoren of gevaarlijke situaties veroorzaken.
Voor Helder Dromen zijn parasomnieën daarnaast interessant vanwege wat ze zichtbaar maken over de grens tussen slaap en bewustzijn.
Tijdens een parasomnie kunnen kenmerken van slapen, bewegen, waarnemen en wakker bewustzijn tijdelijk naast elkaar bestaan. Juist daardoor laten parasomnieën zien dat slapen en wakker worden neurologisch veel minder zwart-wit zijn dan ze in het dagelijks leven lijken.
