Flow

Flow is een toestand waarin iemand zo sterk opgaat in een activiteit dat aandacht en handelen bijna volledig samenvallen. Afleiding verdwijnt naar de achtergrond, het besef van tijd kan veranderen en de activiteit voelt alsof zij als vanzelf voortgaat.

Dat kan gebeuren tijdens sport, schrijven, muziek maken of programmeren, maar ook tijdens koken, tuinieren, een gesprek of het oplossen van een ingewikkeld probleem.

De psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi maakte het begrip flow internationaal bekend. Hij onderzocht waarom mensen sommige activiteiten als bijzonder bevredigend ervaren, zelfs wanneer die activiteiten inspanning vragen.

Dat levert meteen een belangrijke nuance op: flow betekent niet dat iets gemakkelijk is. Juist een passende uitdaging kan een belangrijke voorwaarde zijn.

1. Wat is flow?

Flow is een toestand van sterke betrokkenheid bij een activiteit. De aandacht is grotendeels gericht op wat iemand op dat moment doet.

Kenmerkend is dat het onderscheid tussen denken en doen tijdelijk kleiner lijkt te worden.

Een pianist denkt tijdens het spelen niet bewust na over iedere vingerbeweging. Een voetballer berekent niet stap voor stap hoe hij de bal moet aannemen. Een schrijver kan zo in een tekst verdwijnen dat zinnen bijna vanzelf lijken te ontstaan.

Dat betekent niet dat er werkelijk geen denkprocessen plaatsvinden.

Vaardigheden en ervaring maken het mogelijk dat veel handelingen relatief automatisch verlopen.

Een eenvoudige voorstelling is:

aandacht + vaardigheid + passende uitdaging → sterke betrokkenheid

Wanneer die betrokkenheid diep genoeg wordt, kan flow ontstaan.

2. Welke kenmerken heeft flow?

Niet iedere prettige of geconcentreerde activiteit is automatisch flow. Bij flow komen meestal verschillende kenmerken samen.

Veelgenoemde kenmerken zijn:

  • sterke concentratie;
  • volledig opgaan in de activiteit;
  • duidelijke doelen of richting;
  • directe feedback vanuit de activiteit;
  • een passende verhouding tussen uitdaging en vaardigheid;
  • minder zelfbewust nadenken over het eigen handelen;
  • een veranderd tijdsbesef;
  • een gevoel van invloed of beheersing;
  • voldoening in de activiteit zelf.

Vooral dat laatste is interessant.

Een activiteit hoeft niet uitsluitend waardevol te zijn vanwege het eindresultaat. Het doen zelf kan bevredigend worden.

Daarom kan iemand uren schilderen zonder ooit iets te verkopen, schaken zonder kampioen te willen worden of muziek maken zonder publiek.

3. Waarom zijn uitdaging en vaardigheid belangrijk?

Een van de bekendste ideeën uit de flowtheorie is de verhouding tussen uitdaging en vaardigheid.

Wanneer een taak veel te gemakkelijk is, kan verveling ontstaan.

Wanneer de uitdaging veel groter is dan iemands vaardigheden, kunnen spanning en frustratie toenemen.

Daartussen bevindt zich een gebied waarin iemand voldoende wordt uitgedaagd om de volledige aandacht nodig te hebben, maar tegelijkertijd voldoende vaardigheden heeft om de situatie hanteerbaar te houden.

Schematisch:

te weinig uitdaging → verveling

passende uitdaging ↔ passende vaardigheid → kans op flow

te veel uitdaging → spanning of frustratie

Dat evenwicht is niet statisch.

Wanneer vaardigheden groeien, kan een activiteit die vroeger uitdagend was steeds gemakkelijker worden. Er is dan mogelijk een nieuwe uitdaging nodig om dezelfde intensiteit van betrokkenheid te ervaren.

4. Welke rol speelt focus bij flow?

Flow vraagt aandacht.

Wanneer iemand iedere paar minuten wordt onderbroken door meldingen, gesprekken of andere taken, wordt het moeilijker om volledig in één activiteit op te gaan.

Daarmee bestaat een directe verbinding met focus.

Maar focus betekent niet simpelweg:

"Ik moet harder mijn best doen om mij te concentreren."

Ook omstandigheden spelen mee.

Denk aan:

  • hoeveelheid afleiding;
  • duidelijkheid van de taak;
  • interesse;
  • vermoeidheid;
  • moeilijkheidsgraad;
  • vaardigheden;
  • beschikbare tijd.

Iemand die denkt "ik kan me nooit concentreren" kan daardoor zijn wereldmodel verrijken met andere verklaringen.

Misschien ligt het niet uitsluitend aan een persoonlijk gebrek aan discipline.

Misschien past de omgeving niet bij geconcentreerd werken.

Dat opent onmiddellijk andere mogelijkheden.

5. Is flow hetzelfde als moeiteloosheid?

Flow kan moeiteloos voelen, maar dat betekent niet dat de activiteit weinig inspanning vraagt.

Een bergbeklimmer, chirurg, danser of topsporter kan tijdens een veeleisende activiteit flow ervaren terwijl lichamelijk en mentaal enorme inspanning wordt geleverd.

De schijnbare moeiteloosheid zit vooral in de beleving:

het handelen stroomt.

Dat onderscheid is belangrijk.

Flow is niet:

geen inspanning

maar eerder:

veel betrokkenheid zonder voortdurend bewust bezig te zijn met die inspanning.

Daarom kan iemand na een periode van flow vermoeid zijn en tegelijkertijd grote voldoening ervaren.

6. Wat hebben creativiteit en flow met elkaar te maken?

Creatieve activiteiten kunnen omstandigheden bieden waarin flow ontstaat.

Een schrijver raakt volledig opgenomen in een verhaal. Een muzikant improviseert zonder iedere volgende noot bewust te plannen. Een ontwerper probeert verschillende mogelijkheden uit en vergeet de tijd.

Maar creativiteit en flow zijn niet hetzelfde.

Creativiteit draait om het ontstaan van nieuwe of betekenisvolle ideeën, verbindingen en oplossingen.

Flow beschrijft vooral de toestand waarin iemand tijdens een activiteit kan verkeren.

Ze kunnen elkaar wel versterken.

Bij creatief werk kan een interessante beweging ontstaan:

verkennen → proberen → reageren op wat ontstaat → nieuwe mogelijkheid → verder creëren

Tijdens flow kan dat proces zeer natuurlijk aanvoelen.

Het bestaande wereldmodel staat dan niet noodzakelijk centraal. De aandacht ligt sterker op wat tijdens het handelen ontstaat.

7. Kun je flow bewust creëren?

Flow kan niet simpelweg op commando worden aangezet.

Wel kunnen omstandigheden worden gecreëerd waarin flow waarschijnlijker wordt.

Belangrijk kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • een activiteit die voldoende interesse oproept;
  • een duidelijke richting of doel;
  • directe feedback;
  • voldoende vaardigheid;
  • een passende uitdaging;
  • langere ononderbroken aandacht;
  • zo weinig mogelijk onnodige afleiding.

Ook ervaring speelt een rol.

Een beginnende pianist moet nog bewust nadenken over noten, ritme en vingerzetting. Een ervaren pianist heeft veel van die vaardigheden geautomatiseerd.

Daardoor ontstaat meer mentale ruimte om volledig in de muziek op te gaan.

Controle versus voorwaarden scheppen

Dat levert een interessante paradox op:

hoe harder iemand probeert in flow te komen, hoe sterker hij zichzelf mogelijk blijft observeren.

"Ben ik er al?"

Juist die zelfobservatie kan het volledig opgaan in de activiteit verstoren.

Flow laat zich daarom eerder uitnodigen dan afdwingen.

8. Wat gebeurt er met het zelfbewustzijn tijdens flow?

Tijdens flow kan het voortdurende nadenken over jezelf tijdelijk naar de achtergrond verdwijnen.

Gedachten als:

"Doe ik dit wel goed?"
"Wat zullen anderen hiervan vinden?"
"Ben ik hier eigenlijk goed genoeg voor?"

kunnen minder aanwezig zijn.

Dat betekent niet dat het bewustzijn verdwijnt. De aandacht wordt vooral sterk door de activiteit in beslag genomen.

Dat kan interessant zijn bij een beperkende overtuiging.

Iemand kan bijvoorbeeld jarenlang denken:

"Ik ben helemaal niet creatief."

Maar tijdens het bouwen, koken, schrijven of ontwerpen volledig opgaan in een creatief proces.

Die ervaring levert nieuwe informatie:

"Blijkbaar kan ik mij wél creatief gedragen."

De oude overtuiging hoeft daardoor niet onmiddellijk te verdwijnen.

Maar het wereldmodel heeft er een aangrenzende mogelijkheid bij gekregen.

9. Wat heeft flow met persoonlijke groei te maken?

Flow kan mensen in contact brengen met activiteiten waarin vaardigheden, interesse en uitdaging samenkomen.

Daardoor kan het informatie geven over:

  • waar iemand sterk bij betrokken raakt;
  • welke uitdagingen energie geven;
  • welke vaardigheden zich ontwikkelen;
  • waar nieuwsgierigheid ontstaat;
  • welke activiteiten intrinsieke voldoening geven.

Dat kan bijdragen aan zelfkennis.

Maar flow vertelt niet automatisch wat iemand met zijn leven moet doen.

Iemand kan flow ervaren tijdens schaken zonder professioneel schaker te willen worden. Een ander kan volledig opgaan in koken zonder daar zijn beroep van te willen maken.

Persoonlijke waarden en levensmissie beantwoorden andere vragen.

Flow vertelt vooral:

"Hier kan mijn aandacht volledig in verdwijnen."

Dat is waardevolle informatie, maar niet noodzakelijk een levensopdracht.

10. Waarom hoeft een leven niet voortdurend in flow te zijn?

Flow wordt gemakkelijk geïdealiseerd.

Maar niet iedere waardevolle activiteit levert flow op.

Zorgen voor iemand, administratie doen, een moeilijk gesprek voeren, herstellen van ziekte of een vervelende taak afmaken kan belangrijk zijn zonder ooit als een heerlijke stroom te voelen.

Ook verveling, rust en onderbreking horen bij het leven.

Daarmee ontstaat een belangrijk contrast:

flow is een mogelijke menselijke ervaring, geen maatstaf voor een geslaagd leven.

Sterker nog, voortdurend op zoek zijn naar optimale ervaringen kan zelf weer een vorm van druk worden.

Zelfacceptatie en mentale flexibiliteit bieden hier een aangrenzend perspectief.

Niet ieder moment hoeft optimaal te zijn om waarde te hebben.

11. Tenslotte

Flow is een bijzondere toestand waarin aandacht, handelen, vaardigheid en uitdaging sterk op elkaar afgestemd raken. Iemand gaat zo op in een activiteit dat afleiding naar de achtergrond verdwijnt en tijd anders kan worden ervaren.

Die toestand kan diepe voldoening geven en samengaan met leren, creativiteit en ontwikkeling.

Maar flow is geen bovennatuurlijke prestatiestand en evenmin een knop die bewust kan worden aangezet.

Er kan wel een omgeving worden gecreëerd waarin flow meer kans krijgt:

duidelijke richting → passende uitdaging → voldoende vaardigheid → focus → directe betrokkenheid

Daarbij laat flow iets interessants zien over persoonlijke groei.

Niet alles hoeft voortdurend bewust gecontroleerd te worden.

Zelfdiscipline kan helpen om ergens aan te beginnen. Zelfregulatie helpt om bij te sturen. Focus brengt de aandacht naar wat belangrijk is. Vaardigheden groeien door ervaring.

En soms ontstaat daarna een toestand waarin al die bewuste sturing tijdelijk minder nodig lijkt.

Dan verdwijnt de vraag:

"Hoe doe ik dit?"

even naar de achtergrond.

En blijft vooral het doen zelf over.

Reactie plaatsen