- 1. Wie is Ken Paller?
- 2. Wat heeft slaap met geheugen te maken?
- 3. Kan informatie uit de buitenwereld een droom binnendringen?
- 4. Kun je communiceren met iemand die droomt?
- 5. Wat ontdekten Paller en zijn collega's?
- 6. Moet je lucide dromen om tijdens een droom te communiceren?
- 7. Kunnen externe signalen ook helpen om lucide te worden?
- 8. Kunnen herinneringen de inhoud van dromen beïnvloeden?
- 9. Waarom is dit onderzoek belangrijk voor de droomwetenschap?
- 10. Kan er ooit een echt gesprek met een dromer ontstaan?
- 11. Tenslotte
Ken Paller
Ken Paller is een Amerikaanse cognitief neurowetenschapper die onderzoek doet naar slaap, geheugen, dromen en bewustzijn. Binnen het moderne onderzoek naar lucide dromen is hij vooral bekend door experimenten waarin onderzoekers probeerden te communiceren met mensen terwijl zij nog aan het dromen waren.
Zijn werk raakt daarmee aan een van de vreemdste vragen uit de droomwetenschap. Is een dromer volledig afgesloten van de buitenwereld? Of kan iemand tijdens een droom informatie horen, begrijpen en er zelfs bewust op antwoorden? Samen met onder anderen Karen Konkoly liet Paller zien dat die grens minder gesloten is dan lange tijd werd gedacht.
1. Wie is Ken Paller?
Ken A. Paller is hoogleraar psychologie en neurowetenschappen aan Northwestern University in de Verenigde Staten. Een belangrijk deel van zijn wetenschappelijke werk gaat over geheugen en slaap.
Dat is een interessante combinatie.
Wanneer je slaapt, lijkt het alsof je weinig met de buitenwereld doet. Ondertussen blijven de hersenen actief bezig met informatie die eerder is opgedaan.
Paller onderzoekt onder andere hoe herinneringen tijdens de slaap opnieuw geactiveerd kunnen worden en welke invloed slaap heeft op geheugenprocessen.
Vanuit dat onderzoek ontstond uiteindelijk ook belangstelling voor dromen.
Wat gebeurt er met de buitenwereld wanneer je droomt?
Tijdens een levendige droom kan de droomomgeving volledig werkelijk lijken.
Je loopt door een bos.
Hoort vogels.
Praat met iemand.
Ondertussen lig je gewoon in bed.
Toch betekent dit niet dat de werkelijke omgeving volledig uit de hersenen verdwenen is. Geluiden en andere prikkels kunnen soms nog worden verwerkt en zelfs in een droom terechtkomen.
Voor Paller en zijn collega's leidde dat tot een nieuwe vraag:
Kunnen we die verbinding bewust gebruiken?
2. Wat heeft slaap met geheugen te maken?
Slaap is belangrijk voor verschillende geheugenprocessen. Ervaringen die overdag zijn opgedaan kunnen tijdens de slaap opnieuw worden verwerkt en geconsolideerd.
Onderzoekers proberen al langere tijd te begrijpen hoe dit gebeurt.
Een van de methoden waarmee Paller bekend werd, is Targeted Memory Reactivation, vaak afgekort tot TMR.
Het basisprincipe is verrassend eenvoudig.
Tijdens het leren wordt informatie gekoppeld aan een geluid. Wanneer datzelfde geluid later tijdens de slaap zacht wordt aangeboden, kan de bijbehorende herinnering opnieuw worden geactiveerd.
Dat betekent niet dat een slapend brein als een computer opnieuw geprogrammeerd kan worden.
Wel blijkt slaap veel ontvankelijker voor bepaalde vormen van informatieverwerking dan vroeger werd aangenomen.
3. Kan informatie uit de buitenwereld een droom binnendringen?
Ja. Dat verschijnsel kennen veel mensen waarschijnlijk uit eigen ervaring.
- Een geluid uit de slaapkamer kan onderdeel worden van het droomverhaal.
- Een wekker wordt een alarm in een droomgebouw.
- Muziek verandert in een optreden.
- Iemand die je naam roept, verschijnt als een droomfiguur die tegen je praat.
- De hersenen hoeven een prikkel van buitenaf dus niet altijd te gebruiken om je onmiddellijk wakker te maken.
Soms wordt hij onderdeel van de droom.
Twee werkelijkheden komen bij elkaar
Stel dat je droomt dat je in een restaurant zit.
De ober loopt naar je toe en vraagt:
Wat is vier plus twee?
Een vreemde vraag.
Maar wat je niet weet, is dat er in de slaapkamer helemaal geen ober bestaat.
Een onderzoeker heeft de vraag gesteld.
De droom heeft de stem opgenomen en er een passende situatie omheen gebouwd.
Dat vermogen werd belangrijk voor het onderzoek van Paller en zijn collega's.
4. Kun je communiceren met iemand die droomt?
Samen met onder anderen Karen Konkoly werkte Paller aan onderzoek naar tweerichtingscommunicatie tijdens dromen.
De deelnemers werden tijdens REM-slaap onderzocht. Wanneer iemand lucide werd, kon dit met vooraf afgesproken oogbewegingen worden aangegeven.
Maar de onderzoekers gingen verder dan het klassieke oogsignaal.
Ze stelden vragen aan de slapende dromers.
De deelnemers konden bijvoorbeeld eenvoudige rekensommen krijgen en vervolgens via afgesproken oogbewegingen of bewegingen van gezichtsspieren antwoorden.
Dat vraagt nogal wat van iemand die ligt te slapen.
De dromer moet:
- de externe prikkel waarnemen;
- begrijpen wat er wordt gevraagd;
- tijdens de droom over het antwoord nadenken;
- het juiste antwoord kiezen;
- bewust het afgesproken signaal geven.
En dat alles zonder eerst volledig wakker te worden.
5. Wat ontdekten Paller en zijn collega's?
Het internationale onderzoek liet zien dat tweerichtingscommunicatie tijdens REM-slaap daadwerkelijk mogelijk kan zijn.
Niet bij iedere deelnemer.
Niet bij iedere droom.
En zeker niet bij iedere vraag.
Maar tijdens een aantal geverifieerde REM-dromen konden deelnemers vragen uit de buitenwereld correct beantwoorden.
Praten met iemand die slaapt
Dat veranderde een fundamentele aanname over dromen.
De traditionele voorstelling is ongeveer:
- wakker → contact met buitenwereld
- dromen → afgesloten van buitenwereld
Het onderzoek laat een interessanter beeld zien.
Tijdens bepaalde dromen kan informatie van buitenaf nog worden verwerkt. Een dromer kan die informatie soms begrijpen en er doelgericht op reageren.
De droom is dus niet noodzakelijk een volledig afgesloten wereld.
Er kan onder bijzondere omstandigheden een communicatielijn naar buiten blijven bestaan.
6. Moet je lucide dromen om tijdens een droom te communiceren?
Niet noodzakelijk iedere vorm van informatieverwerking tijdens de slaap vereist een lucide droom. Geluiden kunnen bijvoorbeeld ook gewone dromen beïnvloeden.
Luciditeit maakt doelgerichte communicatie echter bijzonder interessant.
Een lucide dromer kan zich herinneren:
Ik lig in een slaaplaboratorium.
Ik doe mee aan een experiment.
Wanneer ik een vraag hoor, moet ik antwoorden.
Dat vereist metabewustzijn: je bevindt je in de droom, maar weet tegelijkertijd iets over je werkelijke situatie.
De dromer wordt medeonderzoeker
Hierdoor verandert de rol van de proefpersoon.
Normaal vertelt iemand na het ontwaken:
Dit heb ik gedroomd.
Een lucide dromer kan tijdens de droom denken:
Nu moet ik de opdracht uitvoeren.
Dat maakt lucide dromen bijzonder waardevol voor onderzoek naar bewustzijn.
De dromer is niet alleen degene die onderzocht wordt.
Hij kan vanuit de droom actief aan het experiment deelnemen.
7. Kunnen externe signalen ook helpen om lucide te worden?
Dat is een logische volgende stap.
Wanneer een geluid tijdens de slaap in een droom kan doordringen, zou je zo'n geluid misschien kunnen koppelen aan de gedachte:
Ik droom.
Tijdens het wakende leven kan iemand bijvoorbeeld leren een bepaalde prikkel te verbinden met aandacht voor zijn bewustzijnstoestand. Wanneer het signaal later tijdens REM-slaap opnieuw wordt aangeboden, bestaat de mogelijkheid dat het in de droom terechtkomt.
Het signaal kan dan een soort extern opgewekt droomsignaal worden.
Je hoort iets.
Je herkent het.
Waarom hoor ik dat geluid?
Dan herinner je je waarvoor het bedoeld was.
Ben ik aan het dromen?
Wanneer die gedachte op het juiste moment verschijnt, kan een gewone droom veranderen in een lucide droom.
Dit soort droominductie is een actief onderzoeksgebied. Het is geen betrouwbare knop waarmee iemand iedere gewenste nacht lucide gemaakt kan worden.
8. Kunnen herinneringen de inhoud van dromen beïnvloeden?
Het geheugenonderzoek van Paller maakt ook een andere vraag interessant:
kun je bepaalde herinneringen tijdens de slaap opnieuw activeren en daardoor beïnvloeden wat iemand droomt?
Onderzoek met TMR laat zien dat eerder gekoppelde informatie tijdens de slaap selectief opnieuw geactiveerd kan worden.
Die benadering wordt inmiddels ook gebruikt om te onderzoeken of bepaalde thema's gemakkelijker in dromen kunnen verschijnen.
Een zaadje planten voor de droom
Het principe lijkt een beetje op een lucide droomintentie, maar komt vanuit het laboratorium.
Voor het slapen wordt een ervaring of opdracht gekoppeld aan een geluid.
Tijdens de slaap klinkt dat geluid opnieuw.
Misschien verschijnt vervolgens iets van die eerdere ervaring in de droom.
Niet noodzakelijk letterlijk.
Een droom kopieert het wakende leven immers niet als een videorecorder.
De herinnering kan veranderen, gecombineerd worden met andere beelden of terechtkomen in een compleet nieuwe droomomgeving.
De onderzoeker kan een zaadje planten.
Wat de droom ermee doet, blijft voor een deel onvoorspelbaar.
9. Waarom is dit onderzoek belangrijk voor de droomwetenschap?
Droomonderzoek heeft een fundamenteel probleem.
De droom is een subjectieve ervaring.
Een onderzoeker kan hersenactiviteit, oogbewegingen, ademhaling en spierspanning meten, maar kan niet simpelweg naast de dromer gaan staan om te kijken wat er gebeurt.
Traditioneel moest men daarom wachten:
droom → ontwaken → droomherinnering → droomverslag
Interactief droomonderzoek verandert dat patroon:
onderzoeker → droom → dromer → antwoord
Daarmee ontstaan nieuwe mogelijkheden om tijdens de droom onderzoek te doen naar:
- waarneming;
- aandacht;
- geheugen;
- taal;
- besluitvorming;
- droominhoud;
- luciditeit;
- bewustzijn.
De droom wordt daarmee steeds minder een zwarte doos die pas na het ontwaken geopend kan worden.
10. Kan er ooit een echt gesprek met een dromer ontstaan?
De huidige experimenten zijn nog ver verwijderd van een gewoon gesprek.
Onderzoekers kunnen niet naast het bed gaan zitten en minutenlang vrij discussiëren met iemand die ondertussen door een droomwereld loopt.
Communicatie is nog beperkt en antwoorden kunnen uitblijven of verkeerd worden begrepen.
Maar het fundamentele principe is veel belangrijker.
Een vraag kan vanuit de wakende wereld de droom bereiken.
De dromer kan de vraag begrijpen.
En soms kan er vanuit de droom een correct antwoord terugkomen.
Dat opent fascinerende mogelijkheden.
Misschien kunnen onderzoekers in de toekomst tijdens een droom vragen:
- Wat zie je nu?
- Wat voel je?
- Hoe lang leek deze handeling te duren?
- Kun je iets veranderen en vertellen wat er gebeurt?
Daarmee hoeft een droom uiteindelijk misschien niet meer uitsluitend achteraf onderzocht te worden.
11. Tenslotte
Ken Paller heeft met zijn onderzoek naar slaap en geheugen bijgedragen aan een nieuwe manier van kijken naar dromen. De slapende geest blijkt niet noodzakelijk volledig afgesloten van zijn omgeving. Informatie kan soms worden verwerkt, herinneringen kunnen tijdens de slaap opnieuw worden geactiveerd en onder bijzondere omstandigheden kan zelfs communicatie met een dromer plaatsvinden.
En dat levert een vreemd beeld op.
Je droomt dat je door een groot museum loopt.
Niemand anders is er.
Dan hoor je achter je een stem:
Wat is vijf min twee?
Je draait je om.
Er staat niemand.
Dan herinner je je iets.
Het laboratorium.
Het experiment.
Je slapende lichaam.
Ik droom.
Drie.
Je beweegt je ogen volgens de afgesproken code.
In jouw wereld loop je nog steeds door het museum.
In de andere wereld zit iemand naar een monitor te kijken.
Het signaal verschijnt.
De droom was niet zo afgesloten als hij leek.