Verbeeldingskracht: Hoe haal jij het beste in jezelf naar boven?
Een kind kan van een kartonnen doos een ruimteschip maken. Een schrijver kan een wereld bevolken die nergens op aarde bestaat. Een wetenschapper kan in gedachten een experiment uitvoeren dat technisch onmogelijk is. Een filmmaker kan een planeet bedenken waarvoor de technologie om haar overtuigend te verbeelden nog moet worden uitgevonden.
Dat vermogen lijkt zo vanzelfsprekend dat we gemakkelijk vergeten hoe bijzonder het is. Verbeeldingskracht stelt ons in staat om innerlijk voorbij te gaan aan wat er op dit moment daadwerkelijk voor onze ogen staat. We kunnen combineren, veranderen, vooruitlopen, terugkeren en mogelijkheden onderzoeken die nog geen werkelijkheid zijn.
Creativiteit is daarbij haar natuurlijke metgezel. Waar verbeeldingskracht ruimte maakt voor iets nieuws, helpt creativiteit om daarmee te spelen, verbindingen te leggen en er uiteindelijk vorm aan te geven.
Maar waar komt die verbeeldingskracht eigenlijk vandaan? En wat gebeurt er wanneer we haar werkelijk ruimte geven?
1. Wat is verbeeldingskracht eigenlijk?
Verbeeldingskracht is het vermogen om innerlijk iets te vormen dat op dat moment niet rechtstreeks door je zintuigen wordt waargenomen. Dat kunnen beelden zijn, maar ook geluiden, gevoelens, bewegingen, situaties, verhalen en complete mogelijke werelden.
We gebruiken verbeeldingskracht bijvoorbeeld wanneer we:
- een toekomstige situatie voor ons zien;
- tijdens het lezen van een boek een personage of omgeving in gedachten vormen;
- dagdromen over iets wat nog niet bestaat;
- verschillende ideeën met elkaar combineren;
- een probleem vanuit een nieuwe invalshoek bekijken;
- ons voorstellen hoe iemand anders iets zou ervaren;
- tijdens dromen complete innerlijke werelden beleven.
Verbeeldingskracht is daarmee veel groter dan fantasie in de alledaagse betekenis van het woord. Ze speelt een rol in creativiteit, wetenschap, kunst, probleemoplossing, persoonlijke groei en vrijwel iedere situatie waarin we verder moeten denken dan wat onmiddellijk zichtbaar is.
Het is een innerlijke speeltuin
Onze verbeelding is bovendien niet gebonden aan de regels van de buitenwereld. In gedachten kun je twintig jaar vooruitgaan, door de ruimte reizen, een gesprek voeren dat nooit heeft plaatsgevonden of een stad onder water bouwen en vervolgens onderzoeken hoe mensen daar zouden leven.
Dat betekent niet dat zo'n voorstelling werkelijkheid is. Het bijzondere is juist dat we het verschil meestal kennen en desondanks iets kunnen ervaren wat niet aanwezig is.
Deze innerlijke speelruimte geeft ons een aantal bijzondere mogelijkheden:
◆ we kunnen iets onderzoeken voordat we het uitvoeren;
◆ we kunnen verschillende uitkomsten naast elkaar zetten;
◆ we kunnen het bestaande veranderen zonder echte gevolgen;
◆ we kunnen onmogelijkheden gebruiken om nieuwe mogelijkheden te ontdekken.
Daarmee wordt verbeeldingskracht veel meer dan een ontsnapping uit de werkelijkheid. Ze kan juist een manier zijn om die werkelijkheid vanuit een ander perspectief te bekijken.
En zodra een mogelijkheid interessant genoeg wordt om verder te onderzoeken, verschijnt haar vaste buddy: creativiteit.
2. Waarom zijn verbeeldingskracht en creativiteit onlosmakelijk met elkaar verbonden?
Creativiteit begint niet pas wanneer een schilder zijn kwast op het doek zet of een schrijver zijn eerste zin opschrijft. Het creatieve proces is dan vaak al lang bezig.
Je hebt bepaalde ideeën maar vraagt je af wat er gebeurt wanneer je het anders gebruikt. Je hoort twee muziekstijlen en vermoedt dat ze samen iets nieuws kunnen opleveren. Je ziet hoe de natuur een probleem oplost en vraagt je af of hetzelfde principe bruikbaar is in techniek.
De verbeelding vraagt:
→ Wat als het anders kan?
→ Wat gebeurt er wanneer ik deze twee dingen combineer?
→ Hoe zou dit eruitzien als bestaande regels even niet gelden?
→ Wat bestaat nog niet, maar zou misschien wel kunnen bestaan?
Creativiteit is vervolgens de secondant die met die mogelijkheden aan het werk gaat. Zij selecteert, probeert, verandert, combineert en geeft vorm.
Je zou de beweging eenvoudig kunnen samenvatten:
verbeeldingskracht → mogelijkheid → creativiteit → vorm
Niet iedere mogelijkheid hoeft uiteindelijk iets te worden. Je kunt jarenlang fantaseren over een verhaal zonder het ooit te schrijven. Je kunt een uitvinding bedenken die technisch onmogelijk blijkt. En sommige ideeën zijn vooral interessant omdat ze je manier van kijken veranderen.
Toch moet je je eerst iets voorstellen voordat je ermee kunt experimenteren. Dat maakt verbeeldingskracht zo fundamenteel voor creativiteit.
Een van de mooiste voorbeelden daarvan vinden we niet in een atelier of muziekstudio, maar in de wetenschap. Albert Einstein gebruikte zijn verbeeldingskracht als een laboratorium waarin hij experimenten kon uitvoeren die in de werkelijke wereld onmogelijk waren.
3. Hoe gebruikte Albert Einstein zijn verbeeldingskracht als laboratorium?
Einstein was nog jong toen hij zichzelf een merkwaardige vraag stelde: wat zou er gebeuren als je naast een lichtstraal zou kunnen reizen?
Je kunt zo'n experiment niet werkelijk uitvoeren. Niemand kan naast een lichtstraal gaan vliegen om te kijken wat er gebeurt. Maar in de verbeelding kan het wel.
Dit soort gedachte-experimenten werd een belangrijk onderdeel van Einsteins manier van denken. Bij de ontwikkeling van zijn ideeën over zwaartekracht stelde hij zich later bijvoorbeeld een persoon in een lift voor. Wat zou iemand ervaren wanneer die lift vrij naar beneden viel?
En zou iemand in een afgesloten ruimte eigenlijk het verschil kunnen waarnemen tussen zwaartekracht en een ruimte die versnelt?
Einstein kon zo'n lift in gedachten laten vallen, er een waarnemer in plaatsen en vervolgens onderzoeken wat er met voorwerpen en zelfs met licht zou gebeuren. Dergelijke gedachte-experimenten speelden een belangrijke rol in het denken dat uiteindelijk uitmondde in zijn algemene relativiteitstheorie.
Zijn werkwijze laat iets belangrijks zien:
- Hij kende het onderwerp diepgaand. Zijn verbeelding werkte niet in een vacuüm.
- Hij stelde een ongewone vraag. Hij accepteerde de bestaande situatie niet automatisch als grens.
- Hij maakte de vraag innerlijk voorstelbaar. Abstracte natuurkunde werd een trein, lichtstraal of lift.
- Hij onderzocht vervolgens kritisch wat daaruit volgde. Verbeelding verving het rationeel denken niet, maar werkte ermee samen.
Dat laatste is essentieel. Einstein bewees zijn ideeën niet doordat hij ze levendig voor zich kon zien. Zijn verbeeldingskracht hielp hem mogelijkheden en problemen zichtbaar te maken die daarna met wiskunde, logica en waarnemingen moesten worden onderzocht.
Creativiteit was hier dus werkelijk de secondant. De verbeeldingskracht opende een deur die de bestaande werkelijkheid niet gemakkelijk kon openen.
Maar Einstein kon alleen zulke rijke gedachte-experimenten uitvoeren omdat hij iets had om mee te werken. Verbeeldingskracht mag vrij zijn, maar ze bouwt zelden uit het niets.
4. Waar haalt onze verbeelding haar materiaal vandaan?
Probeer je eens een kleur voor te stellen die werkelijk niets gemeen heeft met alle kleuren die je ooit hebt gezien. Dat is verrassend moeilijk.
Onze verbeelding lijkt eindeloos, maar bouwt voor een groot deel met materiaal dat al ergens aanwezig is:
◆ waarnemingen en ervaringen;
◆ emoties;
◆ geheugen;
◆ kennis;
◆ verhalen en cultuur;
◆ lichamelijke ervaringen;
◆ associaties;
◆ elementen uit ons wereldmodel.
Een draak kan volledig verzonnen zijn, maar bevat eigenschappen die we kennen: reptielenhuid, vleugels, klauwen, vuur, tanden en beweging. Het bijzondere zit niet noodzakelijk in de afzonderlijke onderdelen. Het zit in de combinatie.
Hetzelfde gebeurt buiten fantasieverhalen. Een architect combineert vormen uit natuur, techniek en bouwkunde. Een ondernemer verbindt een bestaand probleem met een oplossing uit een andere sector. Een muzikant hoort invloeden uit verschillende genres en laat daar iets eigens uit ontstaan.
Het bekende anders combineren
Een belangrijk deel van verbeeldingskracht bestaat daardoor uit het losmaken van bestaande verbindingen en het maken van nieuwe.
Dat kan klein beginnen:
→ een bekende vorm krijgt een andere functie;
→ een oud idee wordt in een nieuwe omgeving geplaatst;
→ twee vakgebieden worden met elkaar verbonden;
→ een probleem wordt bekeken vanuit het perspectief van iemand anders;
→ een bestaande regel wordt tijdelijk omgedraaid.
Nieuwe kennis en ervaringen geven de geest daarom meer materiaal waarmee hij verbindingen kan leggen. Verbeeldingskracht ontstaat niet alleen door naar binnen te kijken; ze wordt ook gevoed door nieuwsgierig naar buiten te kijken.
Tegelijkertijd kan ons wereldmodel mogelijkheden beperken. Wanneer ieder vreemd idee onmiddellijk wordt beoordeeld als onrealistisch, onmogelijk, gek of dat hoort niet bij elkaar, sterft een mogelijke verbinding soms voordat we weten waar die naartoe had kunnen leiden.
Verbeeldingskracht heeft daarom twee dingen nodig: voeding én vrijheid. Juist in de ruimte tussen het bekende en het nog onbekende kunnen aangrenzende mogelijkheden zichtbaar worden.
J.K. Rowling ervoer zo'n onverwachte opening op een vertraagde trein tussen Manchester en Londen.
5. Hoe kon J.K. Rowling een wereld zien die nog nergens bestond?
In 1990 zat J.K. Rowling in een trein van Manchester naar Londen toen het oorspronkelijke idee voor Harry Potter bij haar opkwam: een jongen die niet weet dat hij een tovenaar is en naar een school voor tovenaars gaat.
Ze had die dag geen werkende pen bij zich. Achteraf beschreef Rowling dat juist als mogelijk geluk bij een ongeluk. In plaats van onmiddellijk alles vast te leggen, zat ze urenlang met het idee in haar hoofd. Details begonnen op te borrelen en Harry werd voor haar steeds werkelijker.
Ze begon diezelfde avond te schrijven. Vervolgens gebeurde er iets wat misschien nog interessanter is dan die eerste vonk: ze bleef jarenlang met die wereld leven.
Rowling werkte ongeveer vijf jaar aan het uitzetten van de serie en het schrijven van het eerste boek. Tegen het einde daarvan wist ze al hoe het laatste deel ongeveer zou eindigen en had ze veel details van haar wereld uitgewerkt, terwijl ze tegelijkertijd ruimte hield om tijdens het schrijven nieuwe dingen te ontdekken.
Wat begon met één gedachte, breidde zich uit:
- een jongen die ontdekt dat hij een tovenaar is;
- een school waar magie wordt onderwezen;
- leraren, leerlingen en families;
- een geschiedenis en eigen regels;
- plaatsen, voorwerpen en gebruiken;
- uiteindelijk een complete wereld die intern voldoende samenhang kreeg om geloofwaardig te voelen.
Daarin zie je twee krachten samenwerken. Aan de ene kant structuur: personages, geschiedenis, plaatsen, regels en verhaallijnen moeten uiteindelijk met elkaar kloppen. Aan de andere kant vrijheid: nieuwe ideeën moeten kunnen ontstaan.
Verbeeldingskracht is dus niet hetzelfde als willekeurig fantaseren. Een rijke innerlijke wereld kan ontstaan doordat de geest associaties blijft vormen, terwijl creativiteit helpt om uit al die mogelijkheden iets samenhangends te maken.
Sommige ideeën verschijnen in één plotseling moment. Hun werkelijke rijkdom ontstaat echter pas doordat ze daarna mogen groeien. En juist dat groeien gebeurt lang niet altijd wanneer we bewust hard proberen na te denken.
6. Waarom ontstaan goede ideeën vaak wanneer je even niets doet?
Je kent het misschien: je probeert een naam te herinneren en hoe harder je zoekt, hoe verder hij lijkt te verdwijnen. Een uur later, terwijl je met iets totaal anders bezig bent, is hij er ineens.
Bij creativiteit kan iets vergelijkbaars gebeuren. Je verdiept je in een probleem, verzamelt informatie en denkt erover na. Vervolgens laat je het tijdelijk los.
Onderzoekers naar creativiteit spreken daarbij onder andere over incubatie of rijping. Je bewuste aandacht is ergens anders, maar eerder geactiveerde informatie en associaties verdwijnen niet onmiddellijk. Daardoor kunnen verbindingen zichtbaar worden die tijdens geconcentreerd zoeken niet naar voren kwamen.
Dat creatieve proces gaat ongeveer zo:
- Doel — er ontstaat een vraag, verlangen, probleem of richting.
- Kennis — je verzamelt informatie, ervaringen en andere bouwstenen.
- Rijping — je laat het materiaal tijdelijk los en geeft associaties ruimte.
- Creatie — een mogelijkheid krijgt een eerste concrete vorm.
Dat betekent niet dat nietsdoen automatisch tot briljante ingevingen leidt. Zonder materiaal valt er weinig te laten rijpen. De kracht zit juist in de afwisseling tussen gerichte aandacht en ruimte.
A - Waarom loslaten soms productief is
Een periode van rijping kan allerlei vormen aannemen:
● wandelen zonder voortdurend naar je telefoon te kijken;
● sporten of lichamelijk bezig zijn;
● douchen of koken;
● muziek luisteren;
● slapen;
● dagdromen;
● tijdelijk aan een totaal ander probleem werken.
Dat vraagt soms vertrouwen. Zeker wanneer we gewend zijn ieder probleem onmiddellijk met focus en analytisch denken te willen oplossen, kan loslaten voelen alsof we tijd verspillen.
Maar creativiteit heeft niet alleen concentratie nodig. Soms moet de aandacht juist ruimer worden, zodat de verbeelding materiaal anders kan ordenen.
Sommige kunstenaars maken van dat verbinden van verschillende werelden bijna een levenshouding. Bij Björk is moeilijk aan te wijzen waar muziek ophoudt en technologie, natuur, beeld of wetenschap begint.
7. Hoe verbindt Björk natuur, technologie, muziek en verbeelding?
Wie het werk van Björk probeert onder te brengen in één categorie, merkt al snel dat de grenzen beginnen te schuiven.
Ze is muzikant, maar haar projecten bewegen ook door beeldende kunst, technologie, mode, wetenschap en natuur. Voor Björk zijn natuur en technologie bovendien geen vanzelfsprekende tegenpolen. In haar werk worden ze juist regelmatig met elkaar verbonden.
Dat idee kreeg een bijzondere vorm in Biophilia. Het project was niet simpelweg een muziekalbum. Muziek werd verbonden met interactieve apps, animatie, grafisch ontwerp, wetenschap en nieuwe manieren om muzikale structuren te ontdekken. De Biophilia-app werd later zelfs opgenomen in de collectie van het Museum of Modern Art in New York.
Interessant is vooral de manier van denken die daaronder zichtbaar wordt. In plaats van voortdurend te vragen binnen welke bestaande categorie een idee thuishoort, kun je ook vragen welke vorm dat idee nodig heeft.
Dat opent andere mogelijkheden:
✦ muziek kan ook een interactieve ervaring worden;
✦ technologie kan een artistiek instrument zijn;
✦ natuur kan inspiratie geven voor muzikale structuren;
✦ beeld kan onderdeel worden van hoe muziek wordt ervaren;
✦ wetenschap en kunst hoeven niet automatisch tegenover elkaar te staan.
Bestaande categorieën helpen ons om de wereld te ordenen, maar ze kunnen ongemerkt ook grenzen worden. Muziek hoort hier, technologie daar, natuur ergens anders en wetenschap weer in een ander vakje.
Verbeeldingskracht kan die scheidingen tijdelijk loslaten. Creativiteit zoekt vervolgens uit welke onverwachte verbindingen werkelijk interessant zijn.
Soms zoeken we zulke verbindingen bewust. Op andere momenten verschijnt iets zonder dat we precies weten waarom. Daar komen we op het terrein van imaginatie.
8. Wat gebeurt er wanneer je je verbeelding niet volledig probeert te sturen?
Bij visualiseren kies je meestal bewust een richting. Je wilt bijvoorbeeld een gesprek, prestatie of mogelijke toekomst innerlijk ervaren.
Imaginatie kan opener zijn. Je begint misschien met een beeld, vraag of gevoel, maar bepaalt niet vooraf precies wat er moet verschijnen. Daardoor kunnen associaties ontstaan die je rationele denken niet had gepland.
Stel dat je nadenkt over ander werk. Bewust denk je misschien aan salaris, reistijd en zekerheid. Maar wanneer je je verbeelding vrijer laat bewegen, zie je jezelf steeds in een kleine werkplaats waar je iets met je handen maakt.
Dat beeld is geen opdracht die je blind moet volgen. Het kan wel iets zichtbaar maken. Misschien verlang je naar tastbaarder werk. Misschien mis je autonomie. Misschien is het alleen een toevallige associatie.
In plaats van onmiddellijk een betekenis vast te leggen, kun je vragen:
■ Wat valt mij precies aan dit beeld op?
■ Welke emotie roept het bij mij op?
■ Welke associatie ontstaat als eerste?
■ Past dit bij iets wat momenteel in mijn leven speelt?
■ Welke mogelijkheid zie ik hierdoor die ik eerder niet zag?
Juist oprechte nieuwsgierigheid is hier belangrijk. Je probeert het beeld niet zo snel mogelijk in een verklaring te persen, maar onderzoekt wat het in beweging brengt.
Vrije imaginatie kan daardoor bijdragen aan zelfkennis. Associaties, emoties en elementen uit het persoonlijk onbewuste kunnen soms naar voren komen voordat ons rationeel denken ze heeft geordend.
Dat betekent niet dat ieder spontaan beeld uit een verborgen wijsheid afkomstig is. De waarde kan veel eenvoudiger zijn: een onverwacht beeld laat je vanuit een ander perspectief kijken.
En nergens wordt duidelijker hoe gemakkelijk de geest spontaan beelden, personen, plaatsen en gebeurtenissen kan produceren dan tijdens onze dromen.
9. Waarom laten dromen zien hoe krachtig onze verbeelding werkelijk is?
Tijdens een droom kan een complete wereld ontstaan. Er zijn gebouwen die je nooit hebt bezocht, mensen die tegelijkertijd bekend en onbekend lijken, gesprekken die nooit hebben plaatsgevonden en gebeurtenissen die de wetten van de werkelijkheid moeiteloos overtreden.
En toch kan het tijdens de droom volkomen werkelijk voelen.
Je hoeft tijdens een gewone droom niet bewust te besluiten dat er een straat moet verschijnen. Je hoeft geen dialoog te schrijven voor de mensen die je ontmoet. De droomomgeving ontstaat grotendeels spontaan uit geheugen, emoties, associaties en andere processen die tijdens de slaap actief zijn.
Dromen laten daarmee onder andere zien dat onze geest:
● complete omgevingen kan vormen;
● bekende elementen op nieuwe manieren kan combineren;
● mensen en gebeurtenissen kan simuleren;
● emoties kan verbinden met beelden en verhalen;
● tijd, plaats en logica veel vrijer kan behandelen dan overdag.
Iemand die overdag zegt ‘ik heb helemaal geen fantasie’ kan 's nachts dus een complete werkelijkheid ervaren die nergens fysiek bestaat.
Dat betekent niet dat iedere droom een creatieve boodschap uit een verborgen bron bevat. Droomonderzoek geeft daar geen eenvoudige wetenschappelijke basis voor. Dromen kunnen wel materiaal leveren voor inspiratie, verhalen, kunst, zelfreflectie en creativiteit.
Een vreemd droombeeld hoeft niet letterlijk waar te zijn om overdag een gedachte op gang te brengen die daarvoor niet bestond.
Een droombeeld kan worden onderzocht vanuit persoonlijke associaties, emoties, levensdoel en wereldmodel zonder vooraf vast te leggen wat het moet betekenen. In lucide dromen ontstaat bovendien een bijzondere variant, omdat je kunt beseffen dat je droomt terwijl de droomomgeving doorgaat.
Dromen tonen hoe productief onze innerlijke wereld kan zijn. Maar verbeeldingskracht krijgt een totaal andere dimensie wanneer iemand besluit dat zo'n innerlijke wereld uiteindelijk ook buiten hemzelf moet kunnen bestaan.
Dat gebeurde bij Walt Disney.
10. Hoe maakte Walt Disney van verbeelding een fysieke werkelijkheid?
Walt Disney bezocht als vader amusementsparken met zijn kinderen en zag een probleem: zijn kinderen vermaakten zich, terwijl hijzelf zich verveelde.
Daaruit groeide een eenvoudig maar destijds afwijkend idee: waarom geen plek creëren waar kinderen én ouders samen plezier konden hebben?
In de vroege jaren vijftig begon dat idee veel groter te worden. Disney wilde geen traditioneel pretpark bouwen. Hij stelde zich een verzorgde, verhalende omgeving voor waarin bezoekers daadwerkelijk een andere wereld konden binnengaan.
Veel mensen geloofden er niet in.
Disney investeerde eigen geld en richtte een aparte organisatie op die uiteindelijk zou uitgroeien tot Walt Disney Imagineering. In 1953 liet hij kunstenaar Herb Ryman gedurende een intensief weekend een grote tekening van Disneyland maken, terwijl Disney hem in detail vertelde wat hij voor zich zag. Die afbeelding hielp vervolgens om anderen voor het plan te winnen.
De ontwikkeling laat bijna letterlijk zien hoe een innerlijk beeld werkelijkheid kan naderen:
- Verbeelding — Disney ziet een ander soort park voor zich.
- Verwoording — hij vertelt anderen wat hij innerlijk ziet.
- Verbeelding op papier — Ryman maakt het idee zichtbaar in een grote tekening.
- Gedeelde visie — andere mensen kunnen zich nu eveneens voorstellen wat Disney bedoelt.
- Creativiteit en techniek — ontwerpers en bouwers zoeken oplossingen.
- Werkelijkheid — in 1955 opent Disneyland en kunnen bezoekers door de ooit bedachte omgeving lopen.
Verbeeldingskracht alleen bouwt geen pretpark. Er zijn technische kennis, geld, samenwerking, planning en eindeloos veel praktische oplossingen nodig.
Maar zonder de oorspronkelijke voorstelling was er niets geweest om te bouwen.
Daarin schuilt een van de opmerkelijkste eigenschappen van verbeeldingskracht: zij kan een mogelijkheid zichtbaar maken voordat er bewijs bestaat dat die mogelijkheid werkelijk uitvoerbaar is.
Diezelfde kracht heeft echter ook een schaduwkant. Want onze geest kan niet alleen prachtige mogelijke werkelijkheden produceren.
11. Kan verbeeldingskracht je ook gevangen houden?
Stel dat iemand morgen een moeilijk gesprek met zijn werkgever heeft. Die avond begint zijn verbeelding te werken.
Hij ziet hoe zijn leidinggevende boos wordt. Hij hoort zichzelf verkeerde dingen zeggen. Hij stelt zich voor dat collega's over hem praten. Vervolgens denkt hij aan ontslag, geldproblemen en alles wat daarna mis zou kunnen gaan.
Geen van die gebeurtenissen heeft plaatsgevonden. Toch kunnen de emoties werkelijk zijn.
Verbeeldingskracht kan verschillende kanten op bewegen:
▲ een mogelijk probleem onderzoeken;
▲ je voorbereiden op een moeilijke situatie;
▲ alternatieven ontdekken;
▲ eindeloos piekeren over wat mis kan gaan;
▲ een angst steeds verder uitvergroten;
▲ een beperkende overtuiging telkens opnieuw bevestigen.
Dat maakt verbeeldingskracht niet gevaarlijk. Het laat juist zien hoe krachtig het vermogen is.
Wanneer iemand diep gelooft ik kan dat niet, kan het moeilijker worden om innerlijk mogelijkheden te creëren waarin het wél lukt. Het wereldmodel begint dan als filter te functioneren: sommige mogelijkheden krijgen nauwelijks toegang tot onze aandacht.
Daarom vraagt verbeelding ook om zelfreflectie. Niet ieder beeld dat in ons opkomt is waar, verstandig of voorspellend. We kunnen iets levendig voor ons zien en er volledig naast zitten.
Een paar eenvoudige vragen kunnen onderscheid helpen maken:
- Stel ik me een mogelijkheid voor of behandel ik haar al alsof ze zeker gaat gebeuren?
- Ontdek ik nieuwe opties of herhaal ik steeds hetzelfde angstscenario?
- Verruimt dit beeld mijn blik of maakt het mijn wereld juist kleiner?
- Welke overtuiging ligt onder wat ik me voorstel?
Juist doordat verbeeldingskracht verder kan gaan dan de huidige werkelijkheid, ontstaat er soms een fascinerende spanning: wat als het idee wél waardevol is, maar de wereld nog niet beschikt over de middelen om het uit te voeren?
James Cameron liep precies tegen dat probleem aan.
12. Wat doe je wanneer je verbeeldingskracht verder gaat dan de beschikbare technologie?
James Cameron schreef al in 1995 een vroege versie van Avatar. Het probleem was niet dat hij niet wist wat hij wilde maken. Het probleem was dat de technologie nog niet kon maken wat hij voor zich zag.
Cameron wilde digitale personages creëren die niet alleen indrukwekkend bewogen, maar ook overtuigende gezichten, ogen, spieren en emoties konden laten zien. De beschikbare technieken waren daarvoor in de jaren negentig nog niet goed genoeg.
Dus wachtte hij.
Jaren later zag Cameron hoe sterk digitaal gecreëerde personages inmiddels konden worden, onder andere door Gollum in The Lord of the Rings: The Two Towers. Voor hem was dat een belangrijk signaal dat de technologie dichter bij zijn oorspronkelijke voorstelling was gekomen.
Zelfs toen waren de problemen nog niet opgelost. Voor Avatar moesten nieuwe technieken en werkwijzen worden ontwikkeld om acteurs, beweging, gezichtsuitdrukkingen en de digitale wereld van Pandora overtuigend samen te brengen.
Je kunt het verschil tussen twee manieren van denken bijna naast elkaar zetten:
De bestaande werkelijkheid als uitgangspunt
→ Welke middelen hebben we?
→ Wat kunnen we daarmee maken?
De verbeelding als uitgangspunt
→ Wat willen we maken?
→ Welke middelen zouden daarvoor nodig zijn?
Die tweede beweging garandeert natuurlijk geen succes. Sommige ideeën blijken fysiek onmogelijk, onbetaalbaar of uiteindelijk simpelweg niet goed genoeg.
Maar de vraag verandert wel. De bestaande werkelijkheid wordt niet automatisch de grens van de creativiteit. Zij wordt iets wat onderzocht, veranderd of misschien zelfs technisch ingehaald kan worden.
Je hoeft daarvoor geen film van honderden miljoenen te maken. Hetzelfde principe kunnen we op veel kleinere schaal gebruiken wanneer we onze eigen verbeeldingskracht meer ruimte willen geven.
13. Hoe geef je je verbeeldingskracht meer ruimte?
Verbeeldingskracht laat zich niet volledig afdwingen. Je kunt wel omstandigheden creëren waarin ze meer materiaal en bewegingsruimte krijgt.:
A - Voeden
Alles wat je ervaart kan materiaal worden voor je verbeelding. Nieuwe kennis is daarom niet de vijand van fantasie, maar vaak juist haar brandstof.
Je kunt je verbeeldingskracht voeden door bijvoorbeeld:
✓ buiten je eigen vakgebied en literatuur te lezen;
✓ met mensen te praten die anders naar de wereld kijken;
✓ kunst, muziek en verhalen te omarmen;
✓ nieuwe plaatsen en omgevingen op te zoeken;
✓ aandacht te hebben voor natuur, techniek en het dagelijks leven;
✓ vragen te stellen waarop je het antwoord nog niet kent.
Het doel is niet om voortdurend informatie te verzamelen. Het gaat om rijker materiaal waarmee je innerlijke wereld nieuwe verbindingen kan maken.
B - Laten rijpen
Daarna komt bijna de tegenovergestelde beweging: stoppen met toevoegen.
Geef een vraag tijd. Ga wandelen. Doe iets anders. Dagdroom. Slaap er een nacht over. Laat het probleem even bestaan zonder onmiddellijk een oplossing af te dwingen.
Het proces kan dan bijvoorbeeld zo verlopen:
- je richt je aandacht op een vraag;
- je verzamelt relevante kennis en ervaringen;
- je laat het onderwerp tijdelijk los;
- onverwachte associaties krijgen meer ruimte;
- een nieuwe mogelijkheid verschijnt;
- je keert terug en onderzoekt of het idee werkelijk bruikbaar is.
Rijping is dus geen magisch proces waarbij je simpelweg hoeft te wachten tot inspiratie uit de lucht valt. Het is een wisselwerking tussen aandacht en loslaten.
C - Vormgeven
Uiteindelijk komt creativiteit als secondant opnieuw naast de verbeeldingskracht staan.
Een innerlijke mogelijkheid kan dan:
◆ een zin worden;
◆ een schets worden;
◆ een gesprek worden;
◆ een melodie worden;
◆ een experiment worden;
◆ een prototype worden;
◆ een beslissing worden.
Juist deze stap voorkomt dat verbeeldingskracht uitsluitend een innerlijk avontuur blijft.
Niet ieder idee hoeft overigens uitgevoerd te worden. Ook een mogelijkheid die uiteindelijk wordt verworpen kan waarde hebben. Misschien bracht ze je op een andere gedachte of liet ze zien dat het probleem anders in elkaar zat dan je aanvankelijk dacht.
Verbeeldingskracht opent mogelijkheden. Creativiteit onderzoekt wat ermee kan gebeuren. En wanneer daar ook handelen bij komt, kan iets wat eerst alleen innerlijk bestond daadwerkelijk de werkelijkheid gaan veranderen.
14. Waarom begint verandering vaak met iets wat nog niet bestaat?
Er zit een vreemde paradox in vrijwel iedere verandering: je huidige werkelijkheid bestaat al, de nieuwe nog niet.
Wanneer je ander werk wilt, bestaat die toekomstige werksituatie nog niet. Wanneer je een bedrijf wilt beginnen, bestaat dat bedrijf nog niet. Wanneer je een boek wilt schrijven, bestaan de meeste pagina's nog niet.
Toch moet er ergens een verbinding ontstaan tussen beide werkelijkheden.
Verbeeldingskracht kan die verbinding maken. Niet doordat zij de toekomst voorspelt, maar doordat zij mogelijkheden zichtbaar maakt.
Kijk nog eenmaal naar de vijf mensen uit dit artikel:
✦ Albert Einstein stelde zich natuurkundige situaties voor die hij niet letterlijk kon uitvoeren.
✦ J.K. Rowling zag vanuit één idee geleidelijk een complete fictieve wereld ontstaan.
✦ Björk verbond gebieden die gemakkelijk als afzonderlijke werelden worden gezien.
✦ Walt Disney maakte een innerlijke voorstelling eerst deelbaar en daarna fysiek.
✦ James Cameron hield vast aan een filmwereld waarvoor de techniek aanvankelijk nog tekortschiet.
Geen van hen bereikte iets uitsluitend door het zich voor te stellen. Kennis, vakmanschap, doorzettingsvermogen, samenwerking en handelen waren onmisbaar.
Maar vóór het onderzoeken, schrijven, ontwerpen of bouwen kwam steeds een merkwaardige menselijke mogelijkheid:
iets kunnen zien wat er nog niet is.
Daar ligt ook het verschil met visualiseren. Verbeeldingskracht opent het landschap van mogelijke werkelijkheden. Visualiseren kan vervolgens een manier zijn om één van die mogelijkheden bewust scherper te maken en innerlijk te ervaren.
Verbeelding hoeft daarentegen nog nergens naartoe. Ze mag eerst spelen, combineren, overdrijven, verdwalen en zelfs iets voorstellen wat onmogelijk lijkt.
Creativiteit staat ondertussen naast haar en stelt uiteindelijk de praktische vraag:
Kunnen we hier iets mee?
En precies daar kan een innerlijke mogelijkheid de eerste stap zetten naar iets wat later werkelijk bestaat.
15. Tenslotte
Verbeeldingskracht behoort tot de meest vanzelfsprekende en tegelijkertijd wonderlijke vermogens van de mens. We kunnen in een kamer zitten en tegelijkertijd in gedachten ergens anders zijn. We kunnen gesprekken voeren die nooit hebben plaatsgevonden, mensen creëren die nooit hebben geleefd en oplossingen onderzoeken voor problemen die nog niet bestaan.
Misschien kunnen we haar kracht het eenvoudigst samenvatten in drie bewegingen:
- Verbeeldingskracht ziet wat er nog niet is.
- Creativiteit onderzoekt welke vorm het kan krijgen.
- Doen brengt een deel daarvan naar de werkelijkheid.
Niet iedere gedachte hoeft die hele reis af te leggen. Sommige ideeën verdwijnen weer. Andere leveren alleen een aangename dagdroom op. Weer andere veranderen vooral iets in onszelf.
Maar af en toe gebeurt er iets bijzonders.
Iemand stelt zich een vallende lift voor en kijkt anders naar zwaartekracht. Een vrouw in een vertraagde trein ziet een jongen die nog niet weet dat hij een tovenaar is. Een vader kijkt naar zijn spelende kinderen en ziet een ander soort park. Een filmmaker ziet een wereld waarvoor zijn tijd de techniek nog niet heeft.
Op zo'n moment loopt de verbeelding een stukje voor de werkelijkheid uit.
Creativiteit volgt haar.
En vaak volgt de werkelijkheid uiteindelijk ook.