- 1. Wat is prospectief geheugen?
- 2. Prospectief en retrospectief geheugen
- 3. Drie vormen van prospectief geheugen
- 4. Hoe werkt prospectief geheugen?
- 5. Moet je voortdurend blijven opletten?
- 6. Waarom vergeten we onze voornemens?
- 7. De rol van aandacht en metacognitie
- 8. Prospectief geheugen en ouder worden
- 9. Prospectief geheugen en lucide dromen
- 10. Prospectief geheugen als brug tussen nu en straks
- 11. Tenslotte
Prospectief geheugen
Je loopt naar boven om iets te pakken en eenmaal boven weet je niet meer wat. Je ziet een collega en herinnert je plotseling dat je hem nog iets wilde vertellen. Of je zit midden in je werk en denkt ineens: ik moest om drie uur die afspraak maken.
In al deze situaties speelt prospectief geheugen een rol: het vermogen om een eerder gevormde intentie op het juiste moment in de toekomst weer te herinneren en uit te voeren.
Het is een bijzondere vorm van geheugen, omdat je niet alleen iets moet onthouden. Je moet er ook op het juiste toekomstige moment zelf weer aan denken. Daarmee vormt prospectief geheugen een verbinding tussen herinneren, aandacht, plannen en handelen.
1. Wat is prospectief geheugen?
Prospectief geheugen is het vermogen om te onthouden dat je in de toekomst een bepaalde handeling wilt uitvoeren.
Voorbeelden zijn:
- vanavond iemand bellen;
- bij de supermarkt tandpasta kopen;
- om 14.00 uur medicijnen innemen;
- een collega iets vertellen zodra je hem ziet;
- na het koken een e-mail versturen;
- volgende week een afspraak maken.
De intentie ontstaat eerst: ik moet straks iets doen. Daarna verschuift je aandacht meestal naar andere bezigheden. Op een later moment moet die oorspronkelijke intentie opnieuw beschikbaar komen, zodat je daadwerkelijk handelt.
Daarom wordt prospectief geheugen ook wel omschreven als remembering to remember: onthouden dat je iets moet onthouden.
2. Prospectief en retrospectief geheugen
Prospectief geheugen wordt vaak tegenover retrospectief geheugen geplaatst.
Bij retrospectief geheugen probeer je informatie uit het verleden terug te halen:
- Waar heb ik mijn sleutel neergelegd?
- Hoe heette die persoon ook alweer?
- Wat gebeurde er gisteren?
- Wat had ik gelezen?
Bij prospectief geheugen gaat het juist om een voorgenomen handeling:
- Ik moet straks mijn sleutel meenemen.
- Ik wil die persoon vanmiddag bellen.
- Ik moet morgen dat formulier opsturen.
Toch zijn beide vormen niet volledig van elkaar gescheiden.
Om een toekomstige intentie uit te voeren, moet je namelijk óók retrospectieve informatie kunnen ophalen. Wanneer je om drie uur beseft dat je iets moest doen, moet je nog weten wat je ook alweer van plan was.
Prospectief geheugen heeft dus een toekomstgerichte én een herinneringscomponent.
3. Drie vormen van prospectief geheugen
Binnen onderzoek worden verschillende vormen onderscheiden. Vooral het verschil tussen gebeurtenisgebonden en tijdgebonden prospectief geheugen is belangrijk. Daarnaast wordt regelmatig een derde vorm onderscheiden: activiteitsgebonden prospectief geheugen.
Gebeurtenisgebonden prospectief geheugen
Bij event-based prospective memory vormt een gebeurtenis in de omgeving het signaal om iets te doen.
Bijvoorbeeld:
- zodra je de supermarkt ziet, herinner je je dat je melk moet kopen;
- wanneer je collega binnenkomt, weet je weer dat je hem iets wilde vragen;
- bij het zien van de brievenbus herinner je je de brief in je tas.
De omgeving levert hier dus een cue: een prikkel die de oorspronkelijke intentie opnieuw kan activeren.
Tijdgebonden prospectief geheugen
Bij time-based prospective memory moet de handeling op een bepaald tijdstip of na een bepaalde tijd worden uitgevoerd.
Bijvoorbeeld:
- om 16.00 uur iemand bellen;
- over twintig minuten de oven uitzetten;
- iedere avond om 22.00 uur medicijnen innemen.
Hier ontbreekt vaak een duidelijke gebeurtenis die je automatisch helpt herinneren. Je moet zelf de tijd in de gaten houden. Daardoor kan deze vorm sterker afhankelijk zijn van zelfgestuurde aandacht en monitoring.
Activiteitsgebonden prospectief geheugen
Bij activity-based prospective memory is de voorgenomen handeling gekoppeld aan het beëindigen of uitvoeren van een andere activiteit.
Bijvoorbeeld:
Na het avondeten moet ik mijn broer bellen.
De ene activiteit vormt dan als het ware de overgang naar de volgende.
4. Hoe werkt prospectief geheugen?
Iets voor later onthouden lijkt eenvoudig, maar cognitief gebeurt er behoorlijk veel.
Een prospectieve herinnering kan grofweg verschillende fasen doorlopen:
→ je vormt een intentie;
→ je onthoudt wat je later wilt doen;
→ je gaat ondertussen verder met andere activiteiten;
→ op het juiste moment wordt de intentie opnieuw geactiveerd;
→ je onderbreekt zo nodig waarmee je bezig bent;
→ je voert de voorgenomen handeling uit.
Onderzoek naar prospectief geheugen kijkt daarom niet alleen naar het geheugen zelf. Ook aandacht, planning, monitoring en andere executieve processen zijn belangrijk.
Dat verklaart waarom je prima kunt weten dat je iemand moest bellen en het tóch vergeet. De informatie was niet noodzakelijk verdwenen. Het probleem kan zijn dat de intentie niet op het juiste moment werd geactiveerd.
5. Moet je voortdurend blijven opletten?
Gelukkig niet.
Wanneer je 's morgens bedenkt dat je na je werk boodschappen wilt halen, loop je normaal gesproken niet acht uur lang rond met de bewuste gedachte:
boodschappen, boodschappen, boodschappen...
De intentie kan tijdelijk naar de achtergrond verdwijnen terwijl je met iets anders bezig bent.
De vraag is vervolgens hoe die intentie op het juiste moment terugkeert.
Volgens invloedrijke modellen van prospectief geheugen kunnen daarbij verschillende processen betrokken zijn. Soms houden mensen bewust hun omgeving of de tijd in de gaten. In andere omstandigheden kan een opvallende en sterk met de intentie verbonden cue de herinnering veel spontaner oproepen. Hoeveel bewuste monitoring nodig is, hangt onder meer af van de taak en van de herkenbaarheid en relevantie van de cue.
Dat verschil herkennen we gemakkelijk uit het dagelijks leven.
Om 15.00 uur moet ik iets doen vraagt meestal meer zelfmonitoring dan:
Als ik Peter zie, moet ik hem dit boek geven.
Peter zelf kan de herinnering activeren.
6. Waarom vergeten we onze voornemens?
Prospectief geheugen moet concurreren met alles wat ondertussen onze aandacht vraagt.
Je kunt volledig opgaan in een gesprek, onder tijdsdruk werken, worden afgeleid door je telefoon of simpelweg met iets heel anders bezig zijn wanneer het juiste moment arriveert.
Een mislukte prospectieve herinnering kan daardoor verschillende oorzaken hebben:
- de oorspronkelijke intentie was onvoldoende duidelijk opgeslagen;
- de relevante cue werd niet opgemerkt;
- je aandacht was sterk door iets anders bezet;
- je controleerde de tijd niet;
- je herinnerde je dát je iets moest doen, maar niet meer wat;
- de intentie kwam wel op, maar werd opnieuw uitgesteld en daarna vergeten.
Dat laatste laat zien dat prospectief geheugen uiteindelijk meer moet opleveren dan een herinnering. De intentie moet worden omgezet in gedrag.
7. De rol van aandacht en metacognitie
Prospectief geheugen hangt samen met verschillende cognitieve functies.
Focus helpt bijvoorbeeld om een intentie goed te vormen en relevante informatie op te merken. Executieve functies spelen een rol bij plannen, monitoren en het onderbreken van een lopende activiteit wanneer een andere handeling moet worden uitgevoerd.
Ook metacognitie is relevant.
We maken namelijk voortdurend inschattingen over ons eigen geheugen:
Dat onthoud ik wel.
Dit moet ik echt opschrijven.
Hier heb ik een herinnering voor nodig.
Die inschattingen zijn niet altijd juist. Juist omdat een intentie op het moment waarop we haar vormen heel duidelijk aanwezig is, kunnen we overschatten hoe gemakkelijk ze uren later vanzelf zal terugkeren.
Agenda's, boodschappenlijstjes, alarmen en digitale herinneringen zijn vanuit dit perspectief geen vervanging van geheugen, maar externe hulpmiddelen waarmee we een toekomstige cue creëren.
8. Prospectief geheugen en ouder worden
De relatie tussen leeftijd en prospectief geheugen blijkt complexer dan simpelweg ouder worden betekent slechter onthouden.
In laboratoriumonderzoek presteren jongere volwassenen bij verschillende prospectieve geheugentaken gemiddeld beter dan oudere volwassenen. In alledaagse omstandigheden is echter regelmatig een ander patroon gevonden.
Dit staat bekend als de age-prospective memory paradox.
Een recente meta-analyse van 138 onderzoeken laat zien dat kenmerken van de taak en de omgeving belangrijk zijn. Oudere volwassenen presteerden bijvoorbeeld relatief goed bij bepaalde vertrouwde, realistische thuistaken, terwijl jongere volwassenen sterker konden presteren bij abstractere laboratoriumtaken.
Een mogelijke verklaring is dat mensen in het dagelijks leven strategieën en hulpmiddelen kunnen inzetten die in een laboratoriumtaak ontbreken.
De vraag “hoe goed is iemands prospectief geheugen?” is daarom moeilijk los te zien van de omstandigheden waarin dat geheugen wordt gebruikt.
9. Prospectief geheugen en lucide dromen
Prospectief geheugen krijgt binnen Helder Dromen nog een bijzonder interessante betekenis.
Bij sommige technieken om lucide dromen op te wekken vormt iemand vóór het slapen een intentie voor een toekomstig moment:
De volgende keer dat ik droom, wil ik herkennen dat ik droom.
Dat lijkt sterk op een prospectieve geheugentaak. De intentie wordt in wakende toestand gevormd, maar moet later — tijdens een droom — opnieuw beschikbaar worden.
Bij de bekende MILD-techniek (Mnemonic Induction of Lucid Dreams) speelt zo'n toekomstgerichte intentie een centrale rol.
Daarmee ontstaat een interessant verschil met gewone prospectieve herinneringen. Een agenda, telefoonmelding of collega kan overdag als externe cue functioneren. Tijdens een droom moet de herkenning juist plaatsvinden binnen de veranderlijke droomwereld.
Prospectief geheugen biedt daarmee een psychologisch kader om één onderdeel van bepaalde lucide-droomtechnieken te begrijpen. Het betekent niet dat prospectief geheugen op zichzelf automatisch tot luciditeit leidt: droomherkenning, slaap, training en andere factoren spelen eveneens een rol.
10. Prospectief geheugen als brug tussen nu en straks
Veel vormen van geheugen verbinden het heden met het verleden. Prospectief geheugen doet iets bijzonders: het verbindt het heden met een toekomst die nog moet plaatsvinden.
We vormen nu een intentie voor ons toekomstige zelf.
Daarvoor moet het brein niet alleen informatie bewaren, maar ook als het ware een mogelijkheid openhouden: wanneer tijdstip X, gebeurtenis Y of situatie Z verschijnt, moet ik handelen.
Dat maakt prospectief geheugen ook interessant in relatie tot ons wereldmodel. Mensen reageren niet uitsluitend op wat zich op dit moment voordoet. We anticiperen voortdurend op mogelijke toekomstige situaties, vormen verwachtingen en maken plannen voor gebeurtenissen die nog niet bestaan.
Prospectief geheugen helpt een deel van die toekomstgerichte mentale wereld uiteindelijk om te zetten in werkelijk gedrag.
11. Tenslotte
Prospectief geheugen lijkt in het dagelijks leven misschien vooral het geheugen voor boodschappen, afspraken en telefoontjes. Psychologisch gezien is het veel interessanter. Het laat zien hoe geheugen, aandacht, intentie, planning en handelen met elkaar samenwerken.
Je moet onthouden wat je van plan bent, terwijl je tegelijkertijd vrij genoeg moet zijn om je aandacht op andere dingen te richten. Vervolgens moet precies op het relevante moment een oude intentie weer actueel worden.
Soms gebeurt dat door een klok, soms door een persoon of gebeurtenis en soms bijna spontaan. En heel soms moet die intentie zelfs de overgang van waken naar dromen overleven. Prospectief geheugen is daarmee niet alleen herinneren wat geweest is, maar ook onthouden wat nog moet komen.
