Hyperventilatie

Hyperventilatie betekent dat iemand meer ademt dan het lichaam op dat moment nodig heeft. Dat kan gebeuren doordat de ademhaling te snel, te diep of beide wordt. Hierdoor wordt relatief veel koolstofdioxide (CO₂) uitgeademd en kan het CO₂-gehalte in het bloed dalen.

Dat kan lichamelijke verschijnselen veroorzaken zoals duizeligheid, tintelingen, benauwdheid, hartkloppingen en een licht gevoel in het hoofd. Juist omdat deze sensaties beangstigend kunnen zijn, kunnen ademhaling en angst elkaar versterken.

Hyperventilatie kan samenhangen met angst, paniek en stress, maar een versnelde ademhaling heeft ook mogelijke lichamelijke oorzaken. Vooral wanneer klachten nieuw, ernstig of onverklaard zijn, is het daarom belangrijk niet automatisch aan stress of hyperventilatie te denken.

1. Wat is hyperventilatie?

De ademhaling past zich voortdurend aan de behoeften van het lichaam aan. Tijdens lichamelijke inspanning hebben spieren bijvoorbeeld meer zuurstof nodig en wordt meer koolstofdioxide geproduceerd. De ademhaling neemt daardoor toe.

Bij hyperventilatie is de ventilatie groter dan voor de stofwisseling noodzakelijk is. Hierdoor kan te veel CO₂ worden uitgeademd. Dit wordt hypocapnie genoemd.

Een daling van CO₂ beïnvloedt onder andere de zuurgraad van het bloed. Deze fysiologische veranderingen kunnen een deel van de karakteristieke klachten bij hyperventilatie verklaren.

Hyperventilatie hoeft daarbij niet altijd zichtbaar te bestaan uit extreem snel hijgen. Ook een relatief diepe ademhaling kan bijdragen aan overmatige ventilatie.

2. Welke klachten kunnen bij hyperventilatie voorkomen?

Hyperventilatie kan verschillende lichamelijke en psychologische verschijnselen veroorzaken.

Mogelijke klachten zijn:

  • benauwdheid of het gevoel niet voldoende lucht te krijgen;
  • duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd;
  • tintelingen rond de mond, handen of voeten;
  • hartkloppingen;
  • druk of pijn op de borst;
  • trillen en zweten;
  • droge mond;
  • misselijkheid;
  • spierspanning of krampen;
  • gevoelens van angst, paniek of controleverlies.

Een belangrijk probleem is dat veel van deze verschijnselen ook bij andere lichamelijke of psychische aandoeningen voorkomen.

Daarom kan niet uitsluitend aan de hand van deze symptomen worden vastgesteld dat iemand hyperventileert.

3. Waardoor kan hyperventilatie ontstaan?

Angst, paniek en emotionele spanning kunnen de ademhaling veranderen. Ook stress kan bijdragen aan verhoogde lichamelijke arousal en veranderingen in het ademhalingspatroon.

Dat betekent echter niet dat hyperventilatie vrijwel altijd door stress wordt veroorzaakt.

Versnelde of verdiepte ademhaling kan eveneens voorkomen bij lichamelijke inspanning en verschillende medische omstandigheden. De oorzaak moet daarom in de juiste context worden beoordeeld.

Ook het begrip hyperventilatiesyndroom vraagt enige voorzichtigheid. Het wordt gebruikt voor terugkerende klachten die met ontregeling van de ademhaling in verband worden gebracht, maar over de precieze definitie, diagnostiek en onderliggende mechanismen bestaat wetenschappelijke discussie.

Het is daarom beter hyperventilatie niet als één ziekte met één oorzaak te beschouwen.

4. Hoe kunnen angst en hyperventilatie elkaar versterken?

Hyperventilatie en angst kunnen een wisselwerking vormen.

Stel dat iemand plotseling duizelig wordt en hartkloppingen krijgt. Wanneer deze sensaties worden geïnterpreteerd als er gaat iets ernstig mis met mijn lichaam, kan de angst toenemen.

De lichamelijke stressreactie wordt vervolgens sterker en ook de ademhaling kan veranderen. Daardoor kunnen nieuwe lichamelijke sensaties ontstaan, die opnieuw als gevaarlijk worden geïnterpreteerd.

Er kan dan een patroon ontstaan:

lichamelijke sensatie → angstige interpretatie → meer angst en arousal → veranderde ademhaling → sterkere lichamelijke sensaties.

Vooral bij paniekklachten kan de angst voor lichamelijke sensaties een belangrijke rol spelen.

Dat verklaart ook waarom alleen tegen iemand zeggen dat hij "rustiger moet ademen" niet altijd voldoende is. Niet alleen het ademhalingspatroon, maar ook de angst voor wat er in het lichaam gebeurt kan aandacht nodig hebben.

5. Kan hyperventilatie tijdens de slaap optreden?

Ademhaling verandert tijdens de slaap. Onder andere slaapfase, lichaamshouding en verschillende fysiologische processen hebben invloed op het ademhalingspatroon.

Iemand kan ook 's nachts wakker worden met een snelle ademhaling, hartkloppingen, zweten, angst of benauwdheid.

Daarmee staat echter nog niet vast dat sprake was van hyperventilatie.

Een nachtelijke paniekaanval kan bijvoorbeeld vanuit de slaap ontstaan en gepaard gaan met intense angst en sterke lichamelijke verschijnselen. Nachtelijke paniekaanvallen zijn bovendien niet hetzelfde als nachtmerries.

Ook andere slaap- of lichamelijke problemen kunnen ervoor zorgen dat iemand wakker wordt met ademhalingsklachten.

Niet iedere nachtelijke ademnood is hyperventilatie

Wakker schrikken met het gevoel te stikken of naar lucht te moeten happen verdient extra aandacht.

Dergelijke klachten kunnen verschillende oorzaken hebben. Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen zoals slaapapneu kunnen bijvoorbeeld eveneens nachtelijke ademnood en plotseling ontwaken veroorzaken.

Daarnaast moeten verschijnselen zoals nachtangst, nachtmerries, nachtelijke paniekaanvallen en andere parasomnieën van elkaar worden onderscheiden.

Het is daarom niet verstandig om terugkerende nachtelijke ademnood zelf automatisch als hyperventilatie door stress te verklaren.

6. Hoe wordt hyperventilatie behandeld?

Welke aanpak passend is, hangt af van de oorzaak en omstandigheden.

Wanneer terugkerende klachten samenhangen met ontregeling van de ademhaling, kunnen uitleg over de klachten en gerichte ademhalingsbegeleiding of respiratoire fysiotherapie worden toegepast.

De wetenschappelijke onderbouwing van specifieke ademhalingstechnieken bij het hyperventilatiesyndroom is echter minder sterk dan soms wordt gesuggereerd. Er bestaat geen universele ademhalingsoefening die voor iedere vorm van hyperventilatie de aangewezen behandeling is.

Wanneer vooral angst of paniek de klachten beïnvloedt, kan behandeling zich daarnaast richten op de psychologische processen die de klachten in stand houden.

Cognitieve gedragstherapie kan bijvoorbeeld aandacht besteden aan angstige interpretaties van lichamelijke sensaties.

Welke rol heeft exposuretherapie?

Bij paniekklachten kan interoceptieve exposure worden gebruikt.

Daarbij worden gevreesde lichamelijke sensaties gecontroleerd opgewekt. Het doel is niet iemand zoveel mogelijk ongemak te bezorgen, maar nieuwe ervaringen op te doen met sensaties die eerder onmiddellijk als gevaarlijk werden geïnterpreteerd.

Dit is een specifieke toepassing van Exposuretherapie.

Behandeling van paniekklachten is iets anders dan het behandelen van hyperventilatie door een lichamelijke aandoening. Daarom is het belangrijk eerst voldoende duidelijkheid te hebben over de aard van de klachten.

7. Wanneer is medische beoordeling belangrijk?

Omdat benauwdheid, pijn of druk op de borst, hartkloppingen en ademnood veel verschillende oorzaken kunnen hebben, mogen dergelijke klachten niet automatisch aan hyperventilatie worden toegeschreven.

Dat geldt zeker wanneer klachten voor het eerst optreden, duidelijk veranderen, ernstig zijn of niet passen bij eerder vastgestelde hyperventilatie- of paniekklachten.

Ook herhaaldelijk wakker worden met ernstige ademnood of een verstikkingsgevoel verdient medische beoordeling.

Een arts kan beoordelen of verder onderzoek naar bijvoorbeeld hart, longen, slaapgerelateerde ademhalingsproblemen of andere mogelijke oorzaken noodzakelijk is.

Dat onderscheid is belangrijk omdat het bestrijden van stress of oefenen met de ademhaling geen vervanging is voor onderzoek naar een mogelijke lichamelijke oorzaak.

8. Welke relatie bestaat er tussen hyperventilatie en nachtmerries?

Nachtmerries kunnen gepaard gaan met duidelijke lichamelijke activatie.

Onderzoek waarbij tijdens de slaap onder andere hartslag, ademhaling en andere fysiologische signalen werden gemeten, laat zien dat nachtmerries gepaard kunnen gaan met verhoogde activiteit van het autonome zenuwstelsel.

Iemand kan daardoor uit een nachtmerrie ontwaken met een bonzend hart, zweten, angst en een veranderde ademhaling.

Dat betekent niet automatisch dat tijdens de nachtmerrie sprake was van hyperventilatie.

Het onderscheid is belangrijk:

nachtmerrie → lichamelijke activatie en snelle ademhaling

is niet automatisch:

nachtmerrie → hyperventilatie.

Ook de omgekeerde redenering is niet vanzelfsprekend. Wie 's nachts met ademnood wakker wordt, heeft niet noodzakelijk een nachtmerrie gehad.

Kunnen angst en stress beide verschijnselen beïnvloeden?

Dat is wel mogelijk.

Angst, paniek, stress en verhoogde arousal kunnen zowel met slaapverstoring als met ademhalingsklachten samenhangen. Bij iemand met terugkerende nachtmerries kunnen daardoor verschillende processen naast elkaar bestaan.

Het is echter niet wetenschappelijk verantwoord om daaruit te concluderen dat langdurige stress zich opstapelt, 's nachts niet door de hersenen kan worden verwerkt en vervolgens hyperventilatie veroorzaakt.

Bij frequente nachtmerries moet bovendien worden gekeken naar mogelijke andere factoren, zoals trauma, PTSS, angstklachten, medicatie, slaapverstoring of een nachtmerriestoornis.

Wanneer vooral de nachtmerries zelf het probleem vormen, bestaan daarvoor specifieke behandelmethoden, waaronder Imagery Rehearsal Therapy (IRT). Dat is een andere behandeling dan ademhalingsbegeleiding of behandeling van paniekgerelateerde hyperventilatie.

9. Tenslotte

Hyperventilatie ontstaat wanneer iemand meer ademt dan het lichaam op dat moment nodig heeft. Daardoor kan het CO₂-gehalte in het bloed dalen en kunnen lichamelijke verschijnselen ontstaan zoals duizeligheid, tintelingen, hartkloppingen en benauwdheid.

Angst en paniek kunnen daarbij een zichzelf versterkend proces veroorzaken: lichamelijke sensaties roepen angst op, die vervolgens de lichamelijke arousal en ademhaling verder kan beïnvloeden.

Toch mag hyperventilatie niet automatisch worden toegeschreven aan stress, overspannenheid, burn-out of angst. Ademhalingsklachten kunnen ook andere oorzaken hebben.

Dat is vooral 's nachts belangrijk. Wakker worden met hartkloppingen, paniek of ademnood kan samenhangen met een nachtmerrie, maar ook met nachtelijke paniek, een slaapgerelateerde ademhalingsstoornis of een ander lichamelijk probleem.

Nachtmerries kunnen gepaard gaan met sterke lichamelijke activatie, maar daarmee is nog niet aangetoond dat een nachtmerrie hyperventilatie veroorzaakt. Door die verschijnselen van elkaar te onderscheiden, ontstaat een nauwkeuriger beeld van wat er tijdens de nacht kan gebeuren.