Martin Dresler

Martin Dresler is een neurowetenschapper die belangrijk onderzoek heeft gedaan naar wat er in de hersenen gebeurt tijdens lucide dromen. Waar pioniers als Stephen LaBerge lieten zien dat een lucide dromer tijdens REM-slaap bewust kan aangeven dat hij droomt, ging Dresler met moderne hersenscantechnieken een stap verder: kun je ook meten wat iemand binnen die droom bewust doet?

Dat leverde een fascinerend kijkje op in de relatie tussen droomwereld en brein. Wanneer een lucide dromer in zijn droom bewust een hand beweegt, blijkt dat niet alleen een innerlijke voorstelling te zijn. Hersengebieden die betrokken zijn bij beweging kunnen daadwerkelijk actiever worden. Later onderzocht Dresler ook welke hersengebieden samenhangen met het moment waarop een gewone droom lucide wordt.

1. Wie is Martin Dresler?

Martin Dresler is een Duitse neurowetenschapper die onderzoek doet naar slaap, dromen, geheugen en bewustzijn. Binnen het onderzoek naar lucide dromen is hij vooral bekend geworden door studies waarin lucide dromers werden onderzocht met technieken zoals EEG, fMRI en nabij-infraroodspectroscopie.

Zijn onderzoek past binnen een belangrijke ontwikkeling in de wetenschap van lucide dromen.

De eerste grote vraag was:

Bestaan lucide dromen werkelijk tijdens de slaap?

Onderzoekers als Stephen LaBerge hielpen die vraag experimenteel beantwoorden.

Daarna ontstond een nieuwe vraag:

Als iemand tijdens een lucide droom bewust iets doet, kunnen we dat dan terugzien in het brein?

Precies daar werd het onderzoek van Dresler bijzonder interessant.

2. Hoe kun je onderzoeken wat iemand tijdens een droom doet?

Een normaal droomverslag heeft een groot nadeel voor onderzoekers: het wordt pas na het ontwaken verteld.

Iemand kan zeggen:

Ik droomde dat ik mijn rechterhand bewoog.

Maar wanneer gebeurde dat precies?

Bij lucide dromen ontstaat een unieke mogelijkheid. Omdat de dromer weet dat hij droomt, kan vooraf een opdracht worden afgesproken.

Een experiment kan bijvoorbeeld zo verlopen:

  1. Word lucide.
  2. Geef met je ogen een afgesproken signaal.
  3. Beweeg bewust je linker- of rechterhand in de droom.
  4. Geef opnieuw een oogsignaal.

De oogsignalen vormen herkenbare markeringen in de slaapregistratie.

Van droomervaring naar hersenscan

Hierdoor weet de onderzoeker ongeveer wanneer een bepaalde droomhandeling plaatsvindt.

Tegelijkertijd kan met hersenonderzoek worden gekeken:

wat gebeurt er op dat moment in het brein?

De lucide dromer verandert daarmee van iemand die achteraf over zijn droom vertelt in iemand die tijdens de droom bewust aan een experiment kan deelnemen.

3. Wat ontdekte Dresler over bewegingen in lucide dromen?

In 2011 publiceerden Dresler en zijn collega's een opvallend experiment naar bewust uitgevoerde bewegingen tijdens lucide dromen.

De deelnemers kregen de opdracht tijdens een lucide droom herhaaldelijk hun linker- of rechterhand tot een vuist te ballen.

Niet met hun fysieke hand.

Met hun droomhand.

Met behulp van fMRI werd ondertussen gekeken welke delen van de hersenen actief waren.

Een droomhand die zichtbaar wordt in het brein

Wanneer de proefpersoon tijdens de lucide droom de droomhand bewoog, nam de activiteit toe in delen van de sensorimotorische hersenschors die betrokken zijn bij beweging.

Dat was opmerkelijk.

De fysieke hand lag grotendeels stil.

In de droom bewoog hij.

En in het brein was activiteit zichtbaar die samenhing met die gedroomde beweging.

Aanvullende metingen met nabij-infraroodspectroscopie wezen eveneens op verhoogde activiteit in hersengebieden die betrokken zijn bij het voorbereiden en uitvoeren van bewegingen.

Het experiment was klein en moet daarom niet groter worden gemaakt dan het was. Maar het leverde een belangrijk principe op:

inhoud uit een lucide droom kan samenhangen met meetbare, specifieke hersenactiviteit.

4. Betekent dit dat je lichaam werkelijk beweegt wanneer je droomt?

Nee.

Tijdens REM-slaap wordt de activiteit van veel skeletspieren sterk onderdrukt. Daardoor voer je de meeste droombewegingen niet letterlijk met je fysieke lichaam uit.

Je kunt in een lucide droom:

  • rennen;
  • zwemmen;
  • dansen;
  • springen;
  • vliegen;
  • met je handen iets vastpakken.

Je fysieke lichaam hoeft die bewegingen niet uit te voeren.

Toch is de droomhandeling voor het brein niet simpelweg ‘niets’.

Je beweegt in een lichaam dat alleen in de droom bestaat

  • Stel dat je lucide wordt.
  • Je kijkt naar je handen.
  • Je balt je rechterhand langzaam tot een vuist.
  • Je opent hem weer.
  • Nog een keer.

In de fysieke wereld ligt je hand vrijwel stil op het matras.

Maar in de droom zie en voel je de beweging.

Het onderzoek van Dresler laat zien waarom het droomlichaam zo interessant is voor neurowetenschappers: een beweging hoeft fysiek niet werkelijk plaats te vinden om toch gekoppeld te zijn aan activiteit in hersensystemen die bij beweging betrokken zijn. (Nature)

5. Lijken gedroomde bewegingen op echte bewegingen?

Tot op zekere hoogte.

Wanneer je wakker je hand beweegt, zijn motorische hersengebieden actief. Ook wanneer je je een beweging levendig voorstelt, kunnen delen van dit netwerk actief worden.

Het onderzoek naar lucide dromen voegt daar een derde toestand aan toe:

de bewust uitgevoerde gedroomde beweging.

Er bestaan belangrijke verschillen tussen werkelijk bewegen, een beweging voorstellen en een beweging dromen. Het onderzoek laat dus niet zien dat het brein deze situaties volledig hetzelfde behandelt.

Maar er bestaat wel overlap.

Dat ondersteunt het idee dat dromen geen passieve film zijn waarnaar het brein alleen maar kijkt.

Je kunt binnen een droom handelen.

6. Onderzocht Dresler ook wat er gebeurt wanneer een droom lucide wordt?

Ja. In vervolgonderzoek werd met een combinatie van EEG en fMRI gekeken naar hersenactiviteit tijdens gewone en lucide REM-slaap.

Dat onderzoek was bijzonder lastig. Een proefpersoon moet namelijk in een hersenscanner slapen, gaan dromen, tijdens de droom lucide worden én vervolgens het afgesproken signaal geven.

Bij een succesvolle meting konden onderzoekers hersenactiviteit tijdens een gewone droom vergelijken met een periode van luciditeit.

Van dromen naar weten dat je droomt

Tijdens de lucide toestand werd verhoogde activiteit waargenomen in verschillende gebieden die worden geassocieerd met hogere cognitieve functies, zelfreflectie en zelfbewustzijn.

Daaronder bevonden zich frontale en pariëtale hersengebieden, waaronder de precuneus.

Dat past bij een van de meest bijzondere kenmerken van een lucide droom.

In een gewone droom kun je een bizarre situatie zonder veel twijfel accepteren.

Een olifant zit achter het stuur van je auto?

Prima.

Je woonkamer bevindt zich plotseling op een tropisch eiland?

Niets aan de hand.

Tijdens een lucide droom verandert er iets:

je denkt na over de toestand waarin je je bevindt.

Wacht eens even.

Dit klopt niet.

Ik droom.

Dreslers onderzoek probeerde juist die overgang naar metabewustzijn zichtbaar te maken in het brein. (Max Planck Instituut voor Psycholinguistiek)

7. Is een lucide droom dan een half-wakkere toestand?

Niet simpelweg.

Het is verleidelijk om te zeggen dat tijdens een lucide droom een deel van de hersenen ‘wakker wordt’. Dat is als eenvoudige beeldspraak begrijpelijk, maar neurowetenschappelijk te grof.

Een lucide droom kan nog steeds plaatsvinden tijdens REM-slaap.

Het bijzondere is dat binnen die slaaptoestand cognitieve vermogens beschikbaar kunnen worden die tijdens gewone dromen vaak veel minder sterk aanwezig zijn.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • beseffen dat je droomt;
  • reflecteren op je eigen toestand;
  • herinneringen uit het wakende leven oproepen;
  • bewust beslissingen nemen;
  • een lucide droomintentie herinneren;
  • doelgericht handelen binnen de droom.

Je wordt dus niet noodzakelijk wakker uit je slaap.

Je bewustzijn binnen de droom verandert.

8. Waarom zijn lucide dromers zo interessant voor hersenonderzoek?

Een van de grootste problemen van droomonderzoek is dat onderzoekers normaal gesproken niet precies weten wat iemand op een bepaald moment droomt.

Lucide dromers kunnen helpen dat probleem gedeeltelijk te omzeilen.

Ze kunnen tijdens de droom een opdracht uitvoeren en met afgesproken oogsignalen aangeven wanneer ze beginnen en stoppen.

Daardoor kunnen onderzoekers bijvoorbeeld vragen:

  • Beweeg je droomhand.
  • Tel tien seconden.
  • Kijk bewust naar een voorwerp.
  • Voer een bepaalde handeling uit.

Vervolgens kunnen fysiologische metingen worden vergeleken met wat de dromer bewust deed.

De lucide droom als onderzoekslaboratorium

Daarmee ontstaat iets bijzonders.

Normaal observeert een wetenschapper een slapend brein van buitenaf.

De lucide dromer bevindt zich tegelijkertijd binnen de droomervaring.

Die combinatie maakt onderzoek mogelijk naar vragen over:

  • beweging;
  • waarneming;
  • tijd;
  • geheugen;
  • zelfbewustzijn;
  • besluitvorming;
  • de relatie tussen droominhoud en hersenactiviteit.

De lucide droom wordt daarmee een soort tijdelijk laboratorium voor bewustzijn.

9. Kunnen onderzoekers inmiddels zien wat iemand droomt?

Nog niet zoals in een sciencefictionfilm.

Het onderzoek van Dresler wordt soms spectaculair omschreven alsof wetenschappers dromen rechtstreeks kunnen ‘lezen’. Dat gaat te ver.

Een hersenscan laat geen film zien van wat de dromer ervaart.

Wat onderzoekers wel kunnen doen, is vooraf afgesproken droomhandelingen koppelen aan patronen van hersenactiviteit.

Dat verschil is belangrijk.

Gedroomde beweging meten is nog geen droom bekijken.

Toch is de stap wetenschappelijk fascinerend.

Eerst kon een lucide dromer met oogsignalen vanuit de droom laten weten:

Ik weet dat ik droom.

Met modernere beeldvorming kon vervolgens worden onderzocht:

Wat gebeurt er in het brein wanneer die dromer binnen zijn droom bewust iets doet?

10. Waarom is het onderzoek van Martin Dresler belangrijk?

Dreslers onderzoek bouwt voort op het fundament dat eerdere onderzoekers van lucide dromen hebben gelegd.

Stephen LaBerge hielp aantonen dat een lucide dromer tijdens REM-slaap bewust vanuit een droom kan signaleren.

Dresler en zijn collega's gebruikten die mogelijkheid om dieper te kijken naar de neurowetenschap van de droomervaring zelf.

Zijn werk laat vooral drie interessante dingen zien:

  • bewust uitgevoerde droombewegingen kunnen samengaan met activiteit in relevante motorische hersengebieden;
  • lucide dromen bieden mogelijkheden om specifieke droominhoud aan fysiologische metingen te koppelen;
  • de overgang van gewone naar lucide REM-slaap kan worden gebruikt om het ontstaan van zelfbewustzijn tijdens dromen te onderzoeken.

Daarmee gaat zijn onderzoek uiteindelijk over een veel grotere vraag dan alleen lucide dromen:

wat gebeurt er in het brein wanneer we ons bewust worden van onze eigen ervaring?

11. Tenslotte

Martin Dresler heeft met neurowetenschappelijk onderzoek geholpen om een nieuwe stap te zetten in de wetenschap van lucide dromen. Niet alleen het bestaan van de lucide droom kan worden onderzocht; ook bepaalde handelingen en veranderingen in bewustzijn binnen die droom kunnen aan hersenactiviteit worden gekoppeld.

En juist de bewegingsexperimenten maken dat bijna tastbaar.

Je ligt slapend in een hersenscanner.

Je lichaam beweegt nauwelijks.

Maar voor jou bestaat die scanner even niet.

Je staat ergens anders.

Je kijkt naar je handen.

Je weet dat je droomt.

Zoals afgesproken bal je je rechter droomhand tot een vuist.

Open.

Dicht.

Open.

Dicht.

Voor jou gebeurt het in een wereld die alleen tijdens de droom bestaat.

Buiten die wereld kijkt een onderzoeker naar een hersenscan.

En daar verschijnt iets van die beweging.

De hand bestaat alleen in de droom — maar wat je ermee doet, laat een spoor achter in het brein.

Reactie plaatsen