Lichte slaap

16 december 2020

Een groot deel van onze nachtrust bestaat niet uit diepe slaap of REM-slaap, maar uit lichte slaap. De naam kan de indruk wekken dat deze slaap minder belangrijk is. Dat klopt niet. Tijdens lichte slaap verandert de hersenactiviteit duidelijk, neemt de reactie op de buitenwereld af en ontstaan processen die onder andere samenhangen met geheugen, leren en het stabiel houden van de slaap.

Lichte slaap behoort tot de NREM-slaap en bestaat bij volwassenen uit de slaapstadia N1 en N2. N1 vormt vooral de overgang tussen wakker zijn en slapen. N2 is een stabielere slaapfase en neemt bij volwassenen gemiddeld een aanzienlijk deel van de totale slaaptijd in beslag.

1. Wat is lichte slaap?

Lichte slaap is de verzamelnaam die meestal wordt gebruikt voor de eerste twee stadia van NREM-slaap: N1 en N2.

Deze stadia verschillen van elkaar.

  1. N1
    → overgang tussen wakker zijn en slapen.
  2. N2
    → duidelijker en stabieler slaapstadium.

Tijdens een normale nacht keren beide stadia verschillende keren terug. Lichte slaap is dus niet alleen het voorportaal van diepe slaap. Vooral N2 vormt een belangrijk en omvangrijk onderdeel van de slaaparchitectuur.

Dat is meteen een reden waarom de term lichte slaap enigszins misleidend kan zijn. Licht verwijst naar de slaapdiepte en de mogelijkheid om relatief gemakkelijk te ontwaken, niet naar het belang van de slaapfase.

2. Wat gebeurt er tijdens N1-slaap?

N1 is meestal het eerste slaapstadium wanneer iemand vanuit wakker zijn in slaap valt.

Tijdens deze overgang neemt de aandacht voor de buitenwereld geleidelijk af. De hersenactiviteit verandert en spieren ontspannen verder. Tegelijkertijd kan iemand nog gedeeltelijk het gevoel hebben wakker te zijn.

Daardoor is het soms moeilijk om precies te bepalen wanneer wakker zijn eindigt en slaap begint.

Een bijzonder overgangsgebied

Tijdens deze fase kunnen hypnagoge beelden voorkomen. Iemand ziet bijvoorbeeld kleuren, gezichten of korte scènes, hoort een geluid of ervaart het gevoel te vallen of bewegen.

Ook gedachten kunnen minder logisch en doelgericht worden. Herinneringen, beelden en associaties lopen gemakkelijker in elkaar over.

N1 vormt daardoor een interessant grensgebied binnen slaap en bewustzijn.

De fase duurt doorgaans relatief kort. Naarmate de slaap verder ontwikkelt, volgt meestal N2.

3. Wat gebeurt er tijdens N2-slaap?

Tijdens N2 is iemand duidelijker in slaap.

De reactie op prikkels uit de omgeving neemt verder af en in het EEG verschijnen karakteristieke patronen waarmee onderzoekers N2 kunnen herkennen.

Twee daarvan zijn bijzonder belangrijk:

  • slaapspoeltjes;
  • K-complexen.

Slaapspoeltjes zijn korte uitbarstingen van ritmische hersenactiviteit. Ze worden onder andere onderzocht in relatie tot geheugen, leren en het beschermen van de slaap tegen verstoring.

K-complexen zijn grote karakteristieke golfvormen die spontaan kunnen ontstaan of na een externe prikkel kunnen optreden.

Deze verschijnselen laten zien dat lichte slaap neurologisch bepaald niet betekent dat er weinig gebeurt.

4. Welke hersengolven horen bij lichte slaap?

Met een EEG kunnen veranderingen in elektrische hersenactiviteit tijdens het inslapen worden gevolgd.

Bij ontspannen wakker zijn met gesloten ogen is vaak duidelijke alpha-activiteit aanwezig. Tijdens de overgang naar N1 neemt deze af en wordt relatief langzamere, gemengde activiteit zichtbaar, waaronder activiteit in het thetafrequentiegebied.

In N2 verschijnen vervolgens de karakteristieke slaapspoeltjes en K-complexen.

Het is daarbij te eenvoudig om één soort hersengolven gelijk te stellen aan één bewustzijnstoestand. Het brein vertoont verschillende ritmes en patronen die afhankelijk zijn van slaapfase, hersengebied en omstandigheden.

Slaapstadia worden daarom bepaald aan de hand van een combinatie van fysiologische kenmerken.

5. Waarom is lichte slaap belangrijk?

Lichte slaap wordt soms behandeld alsof het slechts een noodzakelijke tussenfase op weg naar de 'echte' slaap.

Dat beeld klopt niet.

Vooral N2 neemt een aanzienlijk gedeelte van een normale nacht in beslag en wordt onderzocht in relatie tot verschillende processen.

Geheugen en leren

Slaapspoeltjes tijdens N2 worden in verband gebracht met geheugen en slaap en slaap en leren.

Tijdens slaap kan informatie die eerder is opgenomen opnieuw worden geactiveerd, gestabiliseerd en geïntegreerd in bestaande geheugennetwerken.

Dat betekent niet dat N2 één exclusieve functie heeft. Geheugenprocessen zijn verdeeld over verschillende slaapstadia en hersensystemen.

Lichte slaap maakt daar als volwaardig onderdeel van de slaaparchitectuur deel van uit.

6. Is lichte slaap minder belangrijk dan diepe slaap?

Nee.

De namen lichte en diepe slaap beschrijven verschillende fysiologische slaaptoestanden, geen rangorde van kwaliteit.

Tijdens diepe slaap, oftewel N3, is langzame hersenactiviteit sterk aanwezig en is ontwaken doorgaans moeilijker.

Dat maakt diepe slaap niet automatisch 'betere' slaap.

Een gezonde nacht bestaat uit een georganiseerde afwisseling van:

  1. N1;
  2. N2;
  3. N3;
  4. REM-slaap.

De precieze volgorde en duur variëren gedurende de nacht.

Te veel nadruk op één slaapfase kan daarom een verkeerd beeld geven. Een goede slaapkwaliteit betekent niet simpelweg zoveel mogelijk diepe slaap verzamelen.

Ook lichte slaap is een normaal en noodzakelijk onderdeel van slapen.

7. Kun je tijdens lichte slaap dromen?

Ja.

Dromen zijn niet beperkt tot REM-slaap.

Ook vanuit NREM-slaap worden droomervaringen gerapporteerd. Gemiddeld verschillen zulke ervaringen soms van typische REM-dromen. NREM-dromen kunnen bijvoorbeeld korter, gedachteachtiger of minder beeldrijk zijn, hoewel ook levendige en complexe dromen mogelijk zijn.

Bij N1 is bovendien de grens tussen hypnagoge beelden en een beginnende droom niet altijd scherp.

Dat maakt lichte slaap interessant binnen onderzoek naar dromen en slaapfasen.

Een eenvoudige indeling waarin lichte slaap geen dromen bevat en REM-slaap wel, is daarom niet houdbaar.

8. Hoe verandert lichte slaap gedurende de nacht?

Slaapstadia komen gedurende een normale nacht meerdere keren terug.

Een vereenvoudigde overgang kan bijvoorbeeld zijn:

wakker → N1 → N2 → N3 → lichtere slaap → REM → volgende slaapcyclus

De werkelijkheid is minder strak. Niet iedere cyclus verloopt identiek en de verdeling van slaapstadia verandert naarmate de nacht vordert.

N1 komt vooral duidelijk naar voren bij het inslapen en bij sommige overgangen of korte ontwakingen. N2 keert gedurende de hele nacht veelvuldig terug.

Daarmee vormt lichte slaap een belangrijk verbindend onderdeel van de slaapcyclus.

9. Verandert lichte slaap met de leeftijd?

Ja. De slaaparchitectuur verandert gedurende het leven.

Baby's en jonge kinderen hebben een andere slaapopbouw dan volwassenen. Tijdens de ontwikkeling verandert de verhouding tussen verschillende slaapstadia.

Ook op latere leeftijd kan de slaap veranderen. Diepe NREM-slaap neemt gemiddeld af en slaap kan gemakkelijker worden onderbroken. Daardoor verandert ook de relatieve verdeling van lichtere slaapstadia.

Dat betekent niet dat iedere oudere automatisch slecht slaapt.

Leeftijd beïnvloedt de normale slaaparchitectuur, terwijl daarnaast grote individuele verschillen blijven bestaan.

10. Wat meten slaaptrackers als lichte slaap?

Veel smartwatches en slaaptrackers geven na een nacht percentages voor lichte, diepe en REM-slaap.

Daarbij is voorzichtigheid nodig.

Tijdens professioneel slaaponderzoek worden slaapstadia bepaald met onder andere hersenactiviteit, oogbewegingen en spierspanning. Een consumentenhorloge meet meestal vooral beweging en signalen zoals hartslag en gebruikt algoritmen om daaruit slaapstadia te schatten.

Een melding dat iemand bijvoorbeeld 'te veel lichte slaap' heeft gehad is daarom geen directe EEG-meting van N1 en N2.

Bovendien bestaat er geen ideaal percentage lichte slaap dat iedere persoon iedere nacht moet behalen.

Een slaaptracker kan informatie geven over patronen, maar de weergegeven slaapstadia blijven schattingen.

11. Tenslotte

Lichte slaap bestaat voornamelijk uit de NREM-stadia N1 en N2.

N1 vormt de geleidelijke overgang van wakker zijn naar slapen. Gedachten worden minder doelgericht, de aandacht voor de omgeving vermindert en hypnagoge beelden kunnen ontstaan.

Tijdens N2 wordt de slaap stabieler. Karakteristieke hersenpatronen zoals slaapspoeltjes en K-complexen verschijnen en verschillende processen rond geheugen en leren worden actief onderzocht.

De term lichte slaap mag daarom niet worden gelezen als onbelangrijke slaap.

Lichte slaap vormt een aanzienlijk en functioneel onderdeel van onze nachtrust. Zij verbindt verschillende slaapstadia, keert gedurende de nacht steeds terug en maakt deel uit van de voortdurende veranderingen in hersenactiviteit, geheugen en bewustzijn die tijdens slapen plaatsvinden.

Lichte slaap is niet simpelweg de wachtruimte voor diepe slaap. Het is een volwaardig onderdeel van de architectuur van een slapend brein.