- 1. Wat is de Threat Simulation Theory?
- 2. Waarom zouden onze voorouders gevaar hebben geoefend in dromen?
- 3. Waarom komen bedreigingen zo vaak in dromen voor?
- 4. Wat hebben trauma en stress met dreigingssimulatie te maken?
- 5. Kunnen nachtmerries een extreme vorm van dreigingssimulatie zijn?
- 6. Wat vertellen terugkerende nachtmerries over de theorie?
- 7. Welke kritiek bestaat er op de Threat Simulation Theory?
- 8. Geeft de theorie betekenis aan een persoonlijke nachtmerrie?
- 9. Tenslotte
Threat Simulation Theory
Waarom dromen mensen zo vaak over gevaar? Achtervolgd worden, aangevallen worden, vallen, vluchten, je verstoppen of iemand verliezen behoren tot de bedreigende ervaringen die regelmatig in dromen en nachtmerries voorkomen. De Threat Simulation Theory probeert dit opvallende verschijnsel vanuit de evolutie van de mens te verklaren.
Volgens deze theorie zijn bedreigende dromen niet alleen een onaangenaam bijproduct van de slapende hersenen. Ze zouden oorspronkelijk een biologische functie kunnen hebben gehad: het simuleren van gevaar zodat onze voorouders tijdens hun slaap konden oefenen met het herkennen en ontwijken van bedreigingen.
Dat is een fascinerende mogelijkheid, zeker wanneer we naar nachtmerries kijken. Maar de Threat Simulation Theory is een wetenschappelijke theorie, geen bewezen verklaring voor de functie van alle dromen of nachtmerries. Onderzoek heeft zowel ondersteunende als tegenstrijdige resultaten opgeleverd. (PubMed)
1. Wat is de Threat Simulation Theory?
De Threat Simulation Theory, vaak afgekort tot TST en in het Nederlands dreigingssimulatietheorie genoemd, werd rond 2000 uitgewerkt door de Finse cognitief neurowetenschapper Antti Revonsuo.
De theorie vertrekt vanuit een evolutionaire vraag: als dromen geen functie hebben, waarom produceert het menselijke brein dan steeds opnieuw zulke uitgebreide virtuele ervaringen?
Revonsuo stelde voor dat dromen gedeeltelijk kunnen worden begrepen als simulaties van de werkelijkheid. Tijdens een droom bevindt de dromer zich immers in een wereld die op dat moment echt kan aanvoelen. Je ziet een omgeving, ontmoet mensen, ervaart emoties en reageert op gebeurtenissen terwijl de fysieke omgeving waarin je slaapt grotendeels buiten beeld blijft.
Binnen de Threat Simulation Theory krijgt vooral één categorie simulaties bijzondere betekenis: bedreigingen.
Het droomsysteem zou gedurende de menselijke evolutie mede geselecteerd kunnen zijn omdat het gevaarlijke gebeurtenissen kon nabootsen. Daardoor konden mechanismen voor het waarnemen en vermijden van gevaar steeds opnieuw worden geactiveerd zonder dat de dromer daadwerkelijk in gevaar verkeerde.
De droom wordt vanuit deze theorie dus een soort virtuele oefenruimte.
2. Waarom zouden onze voorouders gevaar hebben geoefend in dromen?
Voor onze verre voorouders vormde fysiek gevaar een veel directer onderdeel van het bestaan. Roofdieren, vijandige groepen, verwondingen en andere bedreigingen konden grote gevolgen hebben voor overleving.
Het snel herkennen van gevaar was daarom belangrijk.
Volgens de Threat Simulation Theory zou een individu voordeel kunnen hebben gehad wanneer het brein ook buiten een werkelijk gevaarlijke situatie systemen voor dreigingsherkenning en vermijding kon activeren.
In een droom kan iemand bijvoorbeeld:
- vluchten voor een aanvaller;
- zich verstoppen;
- een bedreiging proberen te ontwijken;
- anderen waarschuwen;
- zichzelf verdedigen.
Het cruciale onderdeel van de theorie is niet alleen dat we over gevaar dromen. Revonsuo stelde een sterkere hypothese voor: het simuleren van bedreigingen zou mechanismen voor dreigingswaarneming en dreigingsvermijding hebben kunnen oefenen.
Als dit in het waakleven daadwerkelijk tot effectiever gedrag leidde, zou zo'n systeem gedurende de evolutie een voordeel kunnen hebben opgeleverd.
Precies die laatste stap is echter moeilijk rechtstreeks te bewijzen. (ScienceDirect)
3. Waarom komen bedreigingen zo vaak in dromen voor?
Een van de voorspellingen van de theorie is dat bedreigingen opvallend aanwezig moeten zijn in dromen.
Onderzoek naar droominhoud laat inderdaad zien dat gevaar regelmatig voorkomt. In onderzoek waarop de theorie mede is gebaseerd werden onder andere agressie, achtervolging, ongelukken, mislukkingen en andere bedreigende gebeurtenissen in dromen gevonden.
Dat sluit aan bij iets wat veel mensen uit hun eigen droomleven herkennen. Een droom waarin alles probleemloos verloopt wordt soms snel vergeten, terwijl een droom waarin je wordt achtervolgd of aangevallen een sterke indruk kan achterlaten.
Maar bedreiging is niet hetzelfde als bewijs
Dat mensen regelmatig over gevaar dromen, bewijst nog niet dat dromen zijn geëvolueerd om gevaar te oefenen.
Er bestaan ook andere verklaringen.
Dromen kunnen bijvoorbeeld samenhangen met emoties, herinneringen, recente ervaringen, persoonlijke zorgen en processen die tijdens de slaap plaatsvinden. Een bedreigende droom kan daardoor meerdere mogelijke verklaringen hebben.
De aanwezigheid van gevaar is dus verenigbaar met de Threat Simulation Theory, maar bewijst de theorie niet.
4. Wat hebben trauma en stress met dreigingssimulatie te maken?
Hier wordt de theorie bijzonder interessant voor het begrijpen van nachtmerries.
Volgens de Threat Simulation Theory zou blootstelling aan werkelijke bedreiging het dreigingssimulatiesysteem sterker moeten activeren. Iemand die in het waakleven ernstig gevaar ervaart, zou daardoor meer bedreigende droominhoud kunnen ontwikkelen.
Een bekend onderzoek onderzocht dromen van getraumatiseerde en minder getraumatiseerde Koerdische kinderen en vergeleek deze onder andere met dromen van Finse kinderen.
De ernstig getraumatiseerde kinderen rapporteerden meer dromen en meer bedreigende droomgebeurtenissen. De bedreigingen in hun dromen waren bovendien ernstiger. Dat resultaat paste bij verschillende voorspellingen van de theorie.
Ook moderner onderzoek heeft verbanden gevonden tussen omstandigheden van dreiging en bedreigende droominhoud. Onderzoek tijdens de coronapandemie leverde bijvoorbeeld resultaten op die volgens de onderzoekers gedeeltelijk pasten bij een dreigingssimulatiefunctie van dromen.
Toch moeten we hier voorzichtig zijn.
Dat trauma, angst en stress samenhangen met bedreigende dromen betekent niet automatisch dat zulke dromen nuttige evolutionaire oefeningen zijn.
Een verband is nog geen bewijs voor een functie.
5. Kunnen nachtmerries een extreme vorm van dreigingssimulatie zijn?
Nachtmerries lijken op het eerste gezicht bijna perfect bij de Threat Simulation Theory te passen.
Veel nachtmerries draaien immers om gevaar. Je wordt achtervolgd maar kunt niet ontsnappen. Je valt. Een monster verschijnt. Iemand bedreigt je. Je raakt een geliefde kwijt. Je zit opgesloten of merkt dat je geen controle meer hebt.
Vanuit de theorie zou je zo'n nachtmerrie kunnen bekijken als een bijzonder krachtige simulatie van dreiging.
Maar hier ontstaat tegelijkertijd een probleem.
Een goede oefening zou uiteindelijk tot beter functioneren moeten leiden. Bij een nachtmerriestoornis kunnen dromen juist zo hevig worden dat iemand wakker schrikt, bang wordt om te slapen en overdag last krijgt van vermoeidheid en emotionele belasting.
Bij PTSS kunnen terugkerende traumagerelateerde nachtmerries eveneens ernstig ontregelend zijn.
Als een dreigingssimulatiesysteem oorspronkelijk een adaptieve functie had, betekent dat daarom niet dat iedere moderne nachtmerrie nuttig is.
Een biologisch mechanisme kan in bepaalde omstandigheden ook overactief, ontregelend of niet langer functioneel zijn.
6. Wat vertellen terugkerende nachtmerries over de theorie?
Terugkerende dromen en nachtmerries vormen een interessante test.
Als dromen werkelijk dreiging oefenen, zouden juist terugkerende bedreigende dromen daar duidelijke kenmerken van kunnen laten zien.
Onderzoek van Antonio Zadra, Sophie Desjardins en Éric Marcotte naar 212 terugkerende dromen leverde gemengde resultaten op. Ongeveer twee derde bevatte ten minste één bedreiging. Bedreigingen waren bovendien vaak tegen de dromer gericht en dromers reageerden regelmatig met verdedigend of ontwijkend gedrag.
Dat past bij de theorie.
Maar er ontstond een belangrijk probleem: minder dan 15 procent van de onderzochte terugkerende dromen bevatte volgens de onderzoekers realistische en waarschijnlijke situaties die direct relevant waren voor fysieke overleving of voortplanting.
Bovendien ontsnapte de dromer lang niet altijd succesvol aan het gevaar.
De onderzoekers concludeerden daarom dat hun resultaten gemengde ondersteuning boden voor de Threat Simulation Theory. (ScienceDirect)
Revonsuo en Katja Valli interpreteerden een deel van die resultaten anders. Volgens hen vertoonden veel terugkerende dromen juist belangrijke kenmerken die bij dreigingssimulatie passen, terwijl zij tegelijkertijd erkenden dat een deel van de terugkerende dromen waarschijnlijk een andere oorsprong heeft. (PubMed)
Hier zien we wetenschap zoals die hoort te functioneren: één dataset kan tot discussie leiden over wat precies als ondersteuning of weerlegging van een theorie moet worden beschouwd.
7. Welke kritiek bestaat er op de Threat Simulation Theory?
De grootste vraag is niet:
"dromen mensen over gevaar?"
Dat doen ze duidelijk.
De veel moeilijkere vraag is:
"zijn dromen geëvolueerd om ons beter met gevaar te leren omgaan?"
Daarvoor is aanzienlijk sterker bewijs nodig.
Critici hebben onder andere onderzocht of mensen die in het dagelijks leven aan meer reële bedreiging worden blootgesteld inderdaad meer relevante dreigingssimulaties hebben en of dromers in zulke dromen effectief gedrag oefenen.
Niet ieder onderzoek bevestigt deze voorspellingen.
Een onderzoek waarin groepen met verschillende blootstelling aan gewelddadige dreiging werden vergeleken, vond bijvoorbeeld geen overtuigend bewijs dat grotere blootstelling leidde tot meer realistische dreigingssimulatie of effectievere ontsnappingsreacties. De onderzoekers beschouwden dat als een belangrijk probleem voor de theorie. Revonsuo en Valli betwistten vervolgens onder andere de gebruikte methode en interpretatie. (PubMed)
Er blijven daardoor fundamentele vragen bestaan:
- Waarom bevatten veel dromen helemaal geen duidelijke bedreiging?
- Waarom zijn sommige bedreigingen onrealistisch of onmogelijk?
- Waarom reageert de dromer lang niet altijd effectief?
- Leidt oefenen tijdens dromen werkelijk tot beter gedrag wanneer iemand wakker is?
- Is dreigingssimulatie een biologische functie van dromen, of weerspiegelen bedreigende dromen simpelweg onze angsten, herinneringen en zorgen?
Vooral het aantonen van een werkelijk voordeel in het waakleven blijft lastig.
8. Geeft de theorie betekenis aan een persoonlijke nachtmerrie?
Hier moeten wetenschap en persoonlijke droomduiding zorgvuldig uit elkaar worden gehouden.
Stel dat je droomt dat je door een onbekende man wordt achtervolgd.
De Threat Simulation Theory kan helpen verklaren waarom het menselijke droomsysteem überhaupt zo gemakkelijk een scenario van achtervolging en ontsnapping produceert.
De theorie vertelt je echter niet waarom jij vannacht juist door deze man werd achtervolgd.
Daarvoor wordt je persoonlijke context belangrijker.
Misschien ervaar je stress. Misschien speelt er angst of onzekerheid. Misschien zag je eerder een bedreigende film. Misschien doet de situatie je denken aan een oude ervaring. Misschien heeft het droombeeld voor jou een heel specifieke symbolische betekenis.
En misschien weet je eenvoudigweg niet waarom je dit droomde.
Daarom moeten we twee niveaus onderscheiden:
→ Threat Simulation Theory probeert een mogelijke algemene functie van bedreigende dromen te verklaren.
→ De persoonlijke betekenis van een nachtmerrie ontstaat uit de unieke ervaringen, emoties, herinneringen, associaties en het wereldmodel van de individuele dromer.
Een universele droomtheorie is dus geen droomwoordenboek.
9. Tenslotte
De Threat Simulation Theory geeft een intrigerend antwoord op een van de oudste vragen over dromen: waarom creëren onze hersenen tijdens de slaap zoveel gevaarlijke werelden?
Volgens Antti Revonsuo en andere onderzoekers achter de theorie kan dromen mede zijn ontstaan als een biologisch simulatiesysteem waarmee onze voorouders bedreigingen konden herkennen en reacties op gevaar konden oefenen.
Daar bestaat interessante ondersteuning voor. Bedreigingen komen veel voor in dromen, werkelijke dreiging en trauma kunnen samenhangen met meer bedreigende droominhoud en in veel bedreigende dromen probeert de dromer daadwerkelijk iets te doen om aan het gevaar te ontsnappen.
Maar daarmee is de theorie niet bewezen.
Andere onderzoeken leveren gemengde of tegenstrijdige resultaten op. Vooral de cruciale stap van bedreigend dromen naar aantoonbaar betere vaardigheden in het waakleven blijft moeilijk vast te stellen.
Voor het begrijpen van nachtmerries is de theorie daarom vooral waardevol als één mogelijke lens.
Ze helpt verklaren waarom angst, achtervolging, aanvallen, ontsnappen en andere vormen van dreiging zo'n prominente plaats in ons droomleven kunnen innemen. Ze vertelt ons niet automatisch wat een individuele nachtmerrie betekent.
Misschien is dat onderscheid juist belangrijk. Dat mensen overal ter wereld over gevaar dromen, kan iets vertellen over de menselijke soort. Waarom jij vannacht juist deze nachtmerrie had, kan alleen worden begrepen door ook naar jouw eigen leven, herinneringen, emoties, associaties en omstandigheden te kijken.
Bronnen
Revonsuo, A. (2000). The reinterpretation of dreams: An evolutionary hypothesis of the function of dreaming. Behavioral and Brain Sciences.
Valli, K., Revonsuo, A., Pälkäs, O., Hassan Ismail, K., Ali, K. J. & Punamäki, R.-L. (2005). The threat simulation theory of the evolutionary function of dreaming: Evidence from dreams of traumatized children. Consciousness and Cognition.
Zadra, A., Desjardins, S. & Marcotte, É. (2006). Evolutionary function of dreams: A test of the threat simulation theory in recurrent dreams. Consciousness and Cognition.
Valli, K. & Revonsuo, A. (2009). The threat simulation theory in light of recent empirical evidence: A review. American Journal of Psychology.
Malcolm-Smith, S., Solms, M., Turnbull, O. & Tredoux, C. (2008). Threat in dreams: An adaptation? Consciousness and Cognition.
