- 1. Wat is epigenetica?
- 2. Betekent epigenetica dat je niet bent overgeleverd aan je genen?
- 3. Wat leren eeneiige tweelingen ons over epigenetica?
- 4. Kan leefstijl epigenetische veranderingen veroorzaken?
- 5. Hebben gedachten en gevoelens invloed op je genen?
- 6. Wat heeft betekenis geven hiermee te maken?
- 7. Kunnen epigenetische veranderingen worden doorgegeven?
- 8. Wat betekent epigenetica voor persoonlijke groei?
- 9. Kan droomkracht je epigenetica veranderen?
- 10. Wat is de spirituele betekenis van epigenetica?
- 11. Tenslotte
Epigenetica
Epigenetica laat zien dat onze genen niet functioneren als een onveranderlijk draaiboek waarin vanaf onze geboorte precies staat vastgelegd hoe ons lichaam en leven zich zullen ontwikkelen.
Onze DNA-code is relatief stabiel, maar de activiteit van genen kan veranderen.
Sommige genen zijn in bepaalde cellen actief, andere nauwelijks of helemaal niet. Bovendien kan de mate waarin genen worden afgelezen veranderen onder invloed van ontwikkeling, leeftijd, gezondheid en allerlei omstandigheden waarin het lichaam zich bevindt.
Daarmee voegt epigenetica een belangrijke laag toe aan onze kennis over DNA:
je genen zijn belangrijk, maar genen functioneren altijd binnen een omgeving.
1. Wat is epigenetica?
Het woord epigenetica wordt vaak vrij vertaald als boven de genetica.
Het vakgebied onderzoekt biologische processen die invloed hebben op de activiteit van genen zonder dat daarvoor noodzakelijk de onderliggende DNA-code verandert.
Een belangrijk voorbeeld is DNA-methylering. Daarbij worden kleine chemische groepen aan bepaalde plaatsen op het DNA gekoppeld. Ook veranderingen aan de eiwitten waaromheen DNA is verpakt — histonen — spelen een rol.
Deze processen kunnen mede bepalen hoe toegankelijk bepaalde delen van het DNA zijn en daarmee invloed hebben op genexpressie.
Een dimmer in plaats van alleen een schakelaar
Genen worden populair vaak beschreven alsof ze simpelweg aan of uit staan.
De werkelijkheid is ingewikkelder.
Je kunt het beter vergelijken met een enorme verzameling dimmers.
Van sommige genen wordt veel informatie afgelezen, van andere weinig. Dat verschilt bovendien tussen verschillende soorten cellen.
Een huidcel en een zenuwcel bevatten in principe hetzelfde DNA, maar gebruiken verschillende delen van die genetische informatie.
Dat is een van de redenen waarom cellen met hetzelfde DNA totaal verschillende functies kunnen krijgen.
2. Betekent epigenetica dat je niet bent overgeleverd aan je genen?
Dat is een van de aantrekkelijkste ideeën rondom epigenetica, maar het vraagt nuance.
Sommige genetische kenmerken worden sterk door DNA bepaald. Andere eigenschappen en gezondheidsrisico's ontstaan uit een ingewikkeld samenspel van:
- genetische aanleg;
- ontwikkeling;
- voeding;
- beweging;
- slaap;
- leeftijd;
- hormonen;
- ziekte;
- schadelijke stoffen;
- stress en andere omgevingsinvloeden.
Epigenetica vormt een deel van dat samenspel.
Daarom klopt het niet om te zeggen:
Mijn genen bepalen mijn volledige toekomst.
Maar het tegenovergestelde klopt evenmin:
Ik kan zelf bepalen welke genen ik aan- en uitzet.
Epigenetica laat vooral zien dat biologie dynamischer is dan genetische lotsbestemming.
3. Wat leren eeneiige tweelingen ons over epigenetica?
Eeneiige tweelingen vormen een interessant voorbeeld omdat ze uit dezelfde bevruchte eicel ontstaan en daardoor vrijwel hetzelfde DNA hebben.
Toch worden ze gedurende hun leven niet exact dezelfde mensen.
Ze kunnen verschillen in uiterlijk, gedrag, gezondheid en vatbaarheid voor bepaalde aandoeningen.
Hun leven verloopt immers ook niet volledig hetzelfde.
Dezelfde basis, verschillende ontwikkeling
Je kunt DNA enigszins vergelijken met twee computers die met vrijwel dezelfde basisconfiguratie beginnen.
Daarna worden ze jarenlang anders gebruikt.
Ze krijgen andere ervaringen, omstandigheden, voedingspatronen, ziekten, gewoonten en blootstellingen.
De vergelijking is niet perfect — mensen zijn uiteraard geen computers — maar ze maakt één principe duidelijk:
hetzelfde DNA betekent niet automatisch dezelfde biologische uitkomst.
Epigenetische verschillen kunnen één van de factoren zijn die daaraan bijdragen.
Dat maakt de oude tegenstelling tussen nature en nurture eigenlijk te eenvoudig.
Onze biologische aanleg en onze omgeving beïnvloeden elkaar voortdurend.
4. Kan leefstijl epigenetische veranderingen veroorzaken?
Ja. Dit is een van de interessante gebieden binnen het epigenetisch onderzoek.
Beweging is daarvan een mooi voorbeeld.
In een bekend Zweeds onderzoek werden 23 mannen onderzocht die aanvankelijk weinig bewogen. Na zes maanden beweging vonden onderzoekers veranderingen in DNA-methylering op 17.975 onderzochte plaatsen, verspreid over 7.663 genen in vetweefsel. Bij een deel van deze gebieden veranderde ook de genexpressie.
Dat is indrukwekkend, maar de juiste interpretatie is belangrijk.
Het onderzoek toonde niet aan dat 7.000 genen volledig werden veranderd.
De DNA-code werd ook niet herschreven.
De onderzoekers vonden veranderingen in een epigenetisch mechanisme — DNA-methylering — dat betrokken kan zijn bij de regulatie van genactiviteit.
Je lichaam reageert op wat je doet
Dat bredere principe is belangrijk.
Een lichaam staat niet stil.
Wanneer je gaat bewegen, anders eet, ouder wordt, ziek wordt of langdurig aan bepaalde omstandigheden wordt blootgesteld, reageert het lichaam daarop.
Sommige van die reacties kunnen ook op epigenetisch niveau zichtbaar worden.
Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat lichamelijke activiteit samen kan gaan met veranderingen in DNA-methylering en andere processen die betrokken zijn bij genregulatie.
5. Hebben gedachten en gevoelens invloed op je genen?
Hier wordt epigenetica binnen persoonlijke ontwikkeling regelmatig te eenvoudig uitgelegd.
Een gedachte is niet rechtstreeks een knop waarmee je een gekozen gen kunt inschakelen.
Je kunt dus niet denken:
Ik wil dit gen aan en dat gen uit.
en verwachten dat het lichaam die opdracht uitvoert.
Maar daarmee is de relatie tussen psychologische ervaring en biologie niet verdwenen.
Gedachten bestaan niet los van het lichaam
Angst, veiligheid, stress, plezier, sociale verbondenheid en andere ervaringen gaan samen met processen in hersenen en lichaam.
Denk aan veranderingen in:
- het autonome zenuwstelsel;
- hormonen;
- aandacht en hersenactiviteit;
- immuunprocessen;
- slaap;
- gedrag.
Langs zulke routes kunnen ervaringen uiteindelijk ook samenhangen met veranderingen in biologische processen, waaronder genexpressie.
De keten is alleen veel ingewikkelder dan:
gedachte → gen aan.
Daarom is het beter om te zeggen dat psychologische en sociale ervaringen onderdeel kunnen zijn van de omgeving waarin het lichaam functioneert.
6. Wat heeft betekenis geven hiermee te maken?
Hier wordt epigenetica interessant voor Helder Dromen.
Mensen reageren namelijk niet alleen op gebeurtenissen.
We reageren ook op wat die gebeurtenissen voor ons betekenen.
Twee mensen kunnen dezelfde situatie heel verschillend interpreteren.
Een verandering op het werk kan voor de één betekenen:
Dit wordt een ramp.
Voor een ander:
Dit is spannend, maar misschien ontstaat hierdoor iets nieuws.
Die betekenis veroorzaakt niet rechtstreeks een specifieke epigenetische verandering.
Maar de interpretatie kan wel invloed hebben op emoties, stressreacties, gedrag en keuzes.
Wereldmodel en biologische werkelijkheid
Ons wereldmodel speelt daarin een belangrijke rol.
Een beperkende overtuiging zoals:
“Ik heb toch nergens invloed op,”
kan bijvoorbeeld invloed hebben op gedrag.
Iemand probeert minder, beweegt misschien minder, vermijdt nieuwe situaties of blijft langer in omstandigheden die niet goed voelen.
Wanneer een beperkende overtuiging verandert, kan ook gedrag veranderen.
En gedrag beïnvloedt de omstandigheden waarin het lichaam leeft.
Zo ontstaat een veel geloofwaardiger verbinding tussen betekenisgeving en biologie:
niet omdat gedachten magische opdrachten aan genen geven, maar omdat lichaam, gedrag, omgeving en ervaring voortdurend met elkaar verbonden zijn.
7. Kunnen epigenetische veranderingen worden doorgegeven?
Sommige epigenetische veranderingen kunnen tijdens celdeling worden doorgegeven aan nieuwe cellen.
De vraag of ervaringen van mensen via epigenetische mechanismen ook meerdere generaties kunnen worden doorgegeven, is veel ingewikkelder.
Daarover verschijnen soms spectaculaire verhalen:
Het trauma van je grootouders zit in je genen.
Dat is te stellig.
Er bestaan interessante aanwijzingen uit dieronderzoek en bepaalde menselijke studies, maar bij mensen is het moeilijk om genetische, epigenetische, sociale, culturele en omgevingsinvloeden van elkaar te scheiden.
Bovendien wordt een groot deel van de epigenetische markeringen tijdens de vorming van geslachtscellen en vroege ontwikkeling opnieuw ingesteld.
Transgenerationele epigenetische overerving is daarom een serieus onderzoeksgebied, maar geen simpele verklaring waarmee eigenschappen of ervaringen van vorige generaties rechtstreeks kunnen worden afgelezen.
8. Wat betekent epigenetica voor persoonlijke groei?
Epigenetica geeft geen wetenschappelijk bewijs dat je met positief denken je genetische bestemming kunt herschrijven.
Maar het ondersteunt wel een veel interessanter uitgangspunt:
de mens is biologisch geen volledig statisch systeem.
Ons lichaam blijft reageren op omstandigheden, gedrag en ervaringen.
Dat past bij een belangrijk principe van persoonlijke groei.
Je kunt niet bepalen welke genen je bij je geboorte meekrijgt.
Je kunt evenmin alle omstandigheden bepalen waarin je terechtkomt.
Maar binnen die grenzen bestaat vaak wel speelruimte.
De aangrenzende mogelijkheid
Daar raakt epigenetica aan een aangrenzende mogelijkheid.
Stel dat je wereldmodel zegt:
“Ik ben nu eenmaal zo, dus veranderen heeft geen zin.”
Biologisch gezien is dat te absoluut.
Onze hersenen beschikken over neuroplasticiteit. Ons lichaam past zich aan training en omgeving aan. Genexpressie is dynamisch en ook epigenetische processen kunnen veranderen.
Dat betekent niet dat alles veranderbaar is.
Het betekent:
wat vandaag biologisch aanwezig is, hoeft niet automatisch de volledige grens te vormen van wat morgen mogelijk is.
Nieuwe ervaringen kunnen ander gedrag oproepen. Ander gedrag kan nieuwe omstandigheden creëren. Het lichaam kan daarop reageren.
Persoonlijke groei vindt plaats binnen die wisselwerking.
9. Kan droomkracht je epigenetica veranderen?
Hier is opnieuw een belangrijk onderscheid nodig.
Droomkracht kan je helpen je een andere mogelijkheid voor te stellen, beperkende overtuigingen te onderzoeken en nieuw gedrag voorstelbaar te maken.
Maar er is geen wetenschappelijke basis voor de uitspraak dat je met visualisatie of imaginatie bewust bepaalde genen kunt aanzetten of uitschakelen.
Droomkracht werkt langs een andere route.
Wanneer je je een aangrenzende mogelijkheid kunt voorstellen, kan dat bijvoorbeeld invloed hebben op:
- motivatie;
- aandacht;
- verwachtingen;
- keuzes;
- gedrag;
- gewoonten.
Daardoor kunnen uiteindelijk ook omstandigheden veranderen waaraan je lichaam wordt blootgesteld.
Dat is iets heel anders dan rechtstreeks je DNA programmeren.
Droomkracht verandert niet op commando je genen; het kan wel bijdragen aan veranderingen in hoe je leeft.
En hoe je leeft doet er biologisch toe.
10. Wat is de spirituele betekenis van epigenetica?
Epigenetica spreekt tot de verbeelding omdat zij een oud idee ter discussie stelt: dat onze biologische bestemming volledig vastligt.
Binnen spiritualiteit en persoonlijk meesterschap kan dat symbool staan voor een groter principe:
aanleg is niet hetzelfde als lotsbestemming.
We ontvangen allemaal een uitgangspositie.
Een lichaam.
Een familiegeschiedenis.
Een omgeving.
Ervaringen.
Talenten en kwetsbaarheden.
Maar daarbinnen ontstaat een voortdurende wisselwerking tussen wat gegeven is en wat zich ontwikkelt.
Vanuit een spirituele visie kan epigenetica daarom worden gezien als een mooie metafoor voor potentieel: niet alles wat mogelijk is, hoeft op dit moment al tot uitdrukking te komen.
Dat is een spirituele duiding, geen conclusie van de epigenetica zelf.
Wetenschappelijk onderzoekt epigenetica biologische regulatie.
Spiritueel kan dezelfde kennis aanleiding geven tot een andere vraag:
Welke mogelijkheden in mij hebben tot nu toe nog onvoldoende ruimte gekregen?
11. Tenslotte
Epigenetica heeft onze kijk op genen belangrijk verrijkt.
DNA is geen boek waarvan iedere bladzijde vanaf de geboorte in een vaste volgorde wordt voorgelezen.
Genen functioneren binnen een dynamisch biologisch systeem waarin ontwikkeling, cellulaire processen en omgeving voortdurend een rol spelen.
Dat geeft ruimte, maar geen onbeperkte controle.
We kunnen niet bewust een willekeurig gen aanzetten omdat we dat graag willen. We kunnen genetische aandoeningen niet wegdenken. En positieve gedachten herschrijven onze DNA-code niet.
Maar we zijn ook niet simpelweg gevangenen van een onveranderlijke genetische lotsbestemming.
Ons lichaam reageert.
Op beweging.
Op voeding.
Op omstandigheden.
Op ontwikkeling en leeftijd.
Op gedrag en ervaringen.
En sommige van die invloeden zijn terug te zien in genexpressie en epigenetische processen.
Daarom blijft iets van de oorspronkelijke gedachte achter epigenetica overeind, maar in een andere vorm:
genen geven mogelijkheden en grenzen, maar hoe een mens zich binnen die biologische werkelijkheid ontwikkelt, ontstaat uit een veel rijkere wisselwerking tussen aanleg, omgeving, ervaring en gedrag.
Voor persoonlijk meesterschap is dat misschien wel het interessantste inzicht.
Niet: ik kan mijn genen programmeren.
Maar:
mijn huidige biologische werkelijkheid vertelt niet altijd het volledige verhaal over wat er nog mogelijk is.
