Pesten

Pesten is gedrag waarbij iemand herhaaldelijk wordt gekwetst, vernederd, buitengesloten, bedreigd of op een andere manier benadeeld. Kenmerkend is meestal dat er een machtsverschil bestaat waardoor degene die wordt gepest moeite heeft om het gedrag zelfstandig te stoppen.

Pesten kan plaatsvinden op school, op het werk, binnen verenigingen, in andere sociale groepen en online. Het kan zichtbaar zijn, bijvoorbeeld door schelden of fysiek geweld, maar ook subtiel gebeuren door buitensluiting, roddelen of het bewust beschadigen van iemands sociale positie.

De gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. Pesten hangt onder andere samen met angst, eenzaamheid, depressieve klachten, stress en slaapproblemen. Ook nachtmerries komen vaker voor bij kinderen en jongeren die worden gepest. Dat betekent echter niet dat uit een nachtmerrie kan worden afgeleid dat iemand slachtoffer is van pesten.

1. Wat is pesten?

Een vervelende opmerking, ruzie of conflict is niet automatisch pesten.

Bij pesten gaat het doorgaans om gedrag dat zich herhaalt of onderdeel is van een terugkerend patroon en waarbij sprake is van een ongelijke machtsverhouding. Die macht hoeft niet lichamelijk te zijn. Sociale status, populariteit, groepsgrootte, hiërarchie, kennis of toegang tot sociale media kunnen eveneens macht geven.

Pesten kan geleidelijk ontstaan. Een opmerking of grap die aanvankelijk onschuldig lijkt, kan zich ontwikkelen tot een patroon van vernedering of uitsluiting. Maar pesten hoeft niet met een grap te beginnen. Het kan ook direct de vorm aannemen van intimidatie, bedreiging of doelgerichte uitsluiting.

Hoe degene die het gedrag ondergaat het ervaart, is belangrijk. Toch wordt pesten niet uitsluitend bepaald door de subjectieve beleving. Ook het gedrag zelf, het patroon, de context en de machtsverhouding zijn van belang.

2. Wat is het verschil tussen plagen en pesten?

Plagen en pesten kunnen oppervlakkig op elkaar lijken. In beide situaties kunnen grappen, opmerkingen of provocaties voorkomen.

Bij plagen is de verhouding meestal gelijkwaardiger. Mensen kunnen over en weer reageren en het gedrag is doorgaans tijdelijk. Wanneer iemand aangeeft iets niet prettig te vinden, kan het gedrag stoppen.

Bij pesten ontbreekt die gelijkwaardigheid vaker. Dezelfde persoon wordt bijvoorbeeld steeds opnieuw het doelwit en kan zich moeilijk verdedigen of aan de situatie onttrekken.

De grens is in de praktijk niet altijd scherp. Een grap kan voor degene die hem maakt onschuldig lijken terwijl dezelfde opmerkingen voor de ontvanger onderdeel zijn geworden van een langdurig patroon.

Daarom is niet alleen de bedoeling van degene die iets zegt of doet belangrijk, maar ook wat er daadwerkelijk binnen de sociale relatie gebeurt.

3. Waarom ontstaat pesten vaak binnen een groepsproces?

Vooral bij kinderen en jongeren is pesten vaak meer dan een conflict tussen twee personen.

Binnen een groep kunnen verschillende rollen ontstaan. Naast degene die pest en degene die wordt gepest kunnen er bijvoorbeeld mensen zijn die actief meehelpen, anderen die lachen of het gedrag op een andere manier bekrachtigen, buitenstaanders die niets doen en verdedigers die juist proberen steun te bieden.

Daardoor kunnen groepsnormen belangrijk worden.

Wanneer vernedering status oplevert of door anderen wordt beloond met aandacht en lachen, kan pestgedrag worden versterkt. Wanneer de groep duidelijk maakt dat het gedrag niet wordt geaccepteerd en verdedigers steun krijgen, verandert die sociale dynamiek.

Pesten kan echter ook tussen twee personen plaatsvinden. De uitspraak dat zonder een groep geen pesten mogelijk is, is daarom te absoluut.

Ook op het werk kan bijvoorbeeld een ongelijke machtspositie ontstaan tussen collega's of tussen een leidinggevende en medewerker.

4. Welke vormen van pesten bestaan er?

Pesten kan verschillende vormen aannemen en meerdere vormen kunnen tegelijkertijd voorkomen.

  • Verbaal pesten bestaat bijvoorbeeld uit schelden, beledigen, uitlachen, bedreigen of herhaaldelijk kwetsende opmerkingen maken.
  • Fysiek pesten kan bestaan uit slaan, schoppen, duwen, spullen afpakken of beschadigen en andere lichamelijke intimidatie.
  • Sociaal of relationeel pesten is vaak minder zichtbaar. Voorbeelden zijn iemand bewust buitensluiten, negeren, roddels verspreiden, anderen tegen iemand opzetten of proberen diens sociale reputatie te beschadigen.

Wat maakt cyberpesten anders?

Bij cyberpesten worden digitale middelen gebruikt om iemand lastig te vallen, te vernederen, uit te sluiten of te bedreigen.

Online pesten heeft enkele bijzondere eigenschappen. Berichten, foto's en video's kunnen snel worden verspreid en door een groot publiek worden gezien. Materiaal kan bovendien langdurig online blijven bestaan en pestgedrag kan buiten school- of werktijden doorgaan.

Daardoor kan een plek die normaal bescherming biedt tegen een moeilijke sociale omgeving, zoals thuis, minder vanzelfsprekend als veilige omgeving worden ervaren.

Online en offline pesten staan bovendien niet altijd los van elkaar. Conflicten en groepsprocessen kunnen zich tussen beide omgevingen verplaatsen.

5. Welke gevolgen kan pesten hebben?

Pesten kan gevolgen hebben voor psychisch welzijn, sociale relaties, school of werk en lichamelijke gezondheid.

Onderzoek brengt slachtofferschap onder andere in verband met Angst, Depressie, Eenzaamheid en verminderd psychisch welzijn. Ook onzekerheid, schaamte, machteloosheid en aantasting van eigenwaarde en zelfvertrouwen kunnen voorkomen.

Dat is een belangrijk onderscheid met het idee dat mensen worden gepest omdat zij onvoldoende zelfvertrouwen hebben.

Bepaalde persoonlijke of sociale kenmerken kunnen samenhangen met een grotere kwetsbaarheid binnen specifieke situaties, maar langdurig pesten kan zelf juist bijdragen aan onzekerheid en een negatiever zelfbeeld. De verantwoordelijkheid voor het pestgedrag ligt niet bij degene die wordt gepest.

Bij langdurig of ernstig pesten kunnen ook traumagerelateerde klachten voorkomen. Niet iedere pestervaring is daarmee automatisch een Trauma en niet iedereen die langdurig wordt gepest ontwikkelt PTSS.

Pestervaringen zijn daarnaast in onderzoek geassocieerd met suïcidale gedachten en gedrag. Bij dergelijke ernstige gevolgen spelen doorgaans meerdere psychologische, sociale en persoonlijke factoren een rol.

6. Hoe kan pesten worden voorkomen en gestopt?

Pesten is moeilijk op te lossen wanneer de verantwoordelijkheid uitsluitend bij degene die wordt gepest wordt gelegd.

Adviezen als "je moet gewoon van je afbijten" of "laat zien dat je geen gemakkelijk slachtoffer bent" doen onvoldoende recht aan de machtsdynamiek die juist kenmerkend kan zijn voor pesten.

Onderzoek naar antipestprogramma's op scholen laat zien dat interventies pestgedrag en slachtofferschap kunnen verminderen, al zijn de effecten gemiddeld niet groot en verschillen programma's in werkzaamheid.

Een bredere aanpak kan zich richten op het gedrag van degene die pest, groepsnormen, de rol van omstanders en verdedigers, toezicht en de sociale veiligheid binnen de omgeving.

Wanneer iemand wordt gepest, is het belangrijk dat het gedrag niet verborgen hoeft te blijven. Afhankelijk van leeftijd en situatie kunnen bijvoorbeeld ouders, school, vertrouwenspersoon, werkgever of leidinggevende betrokken worden.

Bij ernstige psychische gevolgen kan professionele ondersteuning nodig zijn.

7. Welke relatie bestaat er tussen pesten en slaap?

Pesten stopt psychologisch niet noodzakelijk zodra iemand thuiskomt.

Angst voor wat de volgende dag gaat gebeuren, piekeren over gebeurtenissen, schaamte, boosheid of een voortdurend gevoel van sociale onveiligheid kunnen de avond en nacht beïnvloeden.

Onderzoek ondersteunt een relatie tussen pestervaringen en slaapproblemen. Een recente systematische review en meta-analyse van 52 studies bij kinderen en adolescenten vond verbanden in beide richtingen tussen pesten/slachtofferschap en slaapproblemen. De onderzoekers benadrukken daarmee dat de relatie waarschijnlijk complexer is dan een eenvoudige keten waarin pesten altijd eerst komt en slecht slapen daarna.

Andere longitudinale onderzoeken hebben eveneens verbanden gevonden tussen slachtofferschap en latere problemen met slaapkwaliteit en symptomen van Slapeloosheid.

Slaap kan daardoor onderdeel worden van een bredere wisselwerking tussen sociale onveiligheid, Stress, piekeren, emotionele belasting en herstel.

Bij volwassenen kan langdurige sociale belasting op het werk daarnaast samengaan met stress- en uitputtingsklachten, waardoor verbindingen met Overspannenheid en Burn-out relevant kunnen worden.

8. Welke relatie bestaat er tussen pesten en nachtmerries?

Ook voor nachtmerries bestaat een opvallend verband met pesten.

In een grote longitudinale Britse cohortstudie werden kinderen op 8- en 10-jarige leeftijd onderzocht op pestervaringen en enkele jaren later op parasomnieën. Kinderen die waren gepest hadden later een grotere kans op nachtmerries en nachtangst. Het verband was sterker bij kinderen die chronisch slachtoffer waren geweest.

Dat maakt het aannemelijk dat pestervaringen bij sommige kinderen langdurig kunnen samenhangen met wat er tijdens de slaap gebeurt.

Het betekent niet dat iedere nachtmerrie bij een gepest kind rechtstreeks door het pesten wordt veroorzaakt. Nachtmerries kunnen veel verschillende oorzaken en beïnvloedende factoren hebben.

Ook Nachtangst moet worden onderscheiden van een nachtmerrie. Het zijn verschillende slaapverschijnselen, ook al kunnen beide in onderzoek samenhangen met belastende ervaringen.

Kunnen nachtmerries erop wijzen dat iemand wordt gepest?

Een plotselinge verandering in slaap of het ontstaan van Terugkerende nachtmerries kan een reden zijn om aandacht te hebben voor wat er overdag in iemands leven gebeurt.

Maar nachtmerries vormen geen diagnostische test voor pesten.

Een kind dat droomt dat het wordt achtervolgd, buitengesloten of uitgelachen, wordt niet noodzakelijk daadwerkelijk gepest. Andersom kan een kind dat ernstig wordt gepest helemaal geen nachtmerries hebben.

Ook uit de inhoud van een droom kan niet betrouwbaar worden afgeleid wat er op school, online of binnen een andere sociale omgeving gebeurt.

Wanneer nachtmerries samengaan met andere veranderingen — bijvoorbeeld terugtrekgedrag, angst om naar school te gaan, verlies van zelfvertrouwen, lichamelijke klachten, slecht slapen of plotselinge veranderingen in stemming of sociale contacten — kan het wel verstandig zijn om breder te onderzoeken wat er speelt.

De nachtmerrie is dan niet het bewijs, maar één onderdeel van het totale beeld.

Wanneer nachtmerries zeer frequent en langdurig voorkomen en zelf ernstige slaap- of dagelijkse problemen veroorzaken, kan daarnaast sprake zijn van een Nachtmerriestoornis. In dat geval kunnen de nachtmerries ook als zelfstandig slaapprobleem worden beoordeeld en behandeld.

9. Tenslotte

Pesten is meer dan een uit de hand gelopen grap. Het is een sociaal probleem waarbij herhaling, machtsverhoudingen en de omgeving een belangrijke rol kunnen spelen. Pesten kan fysiek, verbaal, relationeel en digitaal plaatsvinden en beperkt zich niet tot kinderen of scholen.

De gevolgen kunnen eveneens verder reiken dan het moment waarop het pestgedrag plaatsvindt. Onderzoek verbindt slachtofferschap met onder andere angst, depressieve klachten en andere psychische problemen. Voor verschillende van deze uitkomsten bestaat inmiddels ook longitudinaal bewijs.

Slaap hoort bij dat bredere beeld. Mensen die worden gepest kunnen meer slaapproblemen ervaren en bij kinderen is ook een longitudinaal verband gevonden met latere nachtmerries.

Dat maakt nachtmerries relevant, maar niet tot een verborgen boodschap waarmee pesten kan worden vastgesteld. Ze kunnen één van verschillende signalen zijn dat iemand slecht slaapt of emotioneel belast is.

Wie pesten wil begrijpen of stoppen, moet daarom niet alleen naar degene kijken die wordt gepest. De sociale omgeving, machtsverhoudingen, degene die pest, omstanders, groepsnormen en de mogelijkheden om veiligheid en ondersteuning te organiseren zijn minstens zo belangrijk.