Kinderdromen

16 december 2020

Kinderdromen zijn dromen die tijdens de kindertijd worden ervaren en die zich, net als andere cognitieve vermogens, gedurende de ontwikkeling lijken te veranderen. Jonge kinderen rapporteren gemiddeld kortere en eenvoudigere dromen dan oudere kinderen en volwassenen. Naarmate geheugen, verbeelding, taal, zelfbesef en andere cognitieve vaardigheden zich ontwikkelen, worden ook droomverslagen doorgaans uitgebreider en complexer.

Over dromen van baby's weten we veel minder dan vaak wordt gedacht. Baby's brengen relatief veel tijd door in een slaaptoestand die overeenkomsten heeft met REM-slaap, maar REM-slaap is niet hetzelfde als dromen. Omdat baby's niet kunnen vertellen wat zij ervaren, weten we niet wanneer de eerste bewuste droomervaring ontstaat of hoe deze eruitziet.

1. Dromen baby's al?

Of baby's dromen, is wetenschappelijk nog niet vastgesteld. Het is verleidelijk om hun grote hoeveelheid actieve of REM-achtige slaap als bewijs te zien, maar daaruit kan niet rechtstreeks worden afgeleid dat zij dezelfde droomervaringen hebben als oudere kinderen of volwassenen.

Dit onderscheid is belangrijk:

  1. veel REM-slaap bij baby's is aantoonbaar;
  2. een bewuste droomervaring is niet aantoonbaar;
  3. de inhoud van eventuele babydromen kennen we niet.

Uitspraken over baby's die zouden dromen over stemmen, gezichten, aanrakingen of ervaringen in de baarmoeder zijn daarom vooral hypothesen.

Wanneer kunnen kinderen over dromen vertellen?

Onderzoek naar kinderdromen begint noodgedwongen op het moment dat kinderen hun ervaringen kunnen rapporteren. Ook dan blijft droomonderzoek lastig. Een jong kind moet niet alleen dromen, maar de droom na het ontwaken herinneren en vervolgens voldoende taal hebben om de ervaring te beschrijven.

Daarom blijft de vraag wanneer dromen werkelijk beginnen voorlopig open.

2. Hoe ontwikkelen dromen zich tijdens de kindertijd?

Onderzoek naar kinderdromen suggereert dat dromen van jonge kinderen gemiddeld eenvoudiger zijn dan die van volwassenen.

Bij jonge kinderen worden relatief korte droomverslagen gevonden, vaak met eenvoudige situaties, dieren of weinig interactie.

Tussen ongeveer vijf en zeven jaar worden gerapporteerde dromen geleidelijk uitgebreider. Personen gaan meer met elkaar interageren en er komt meer beweging in voor.

Vanaf ongeveer zeven jaar wordt het kind zelf vaker een actieve deelnemer in de droom. Ook gedachten, gevoelens, autobiografische elementen en meer verhalende structuren worden vaker gerapporteerd.

Leeftijdsgrenzen zijn niet absoluut

Niet ieder kind ontwikkelt zijn droomwereld volgens hetzelfde schema. Bovendien leveren onderzoeken waarbij kinderen thuis over hun dromen vertellen soms rijkere droominhoud op dan onderzoeken in een slaaplaboratorium.

Taalontwikkeling, geheugen, omgeving en de manier waarop naar een droom wordt gevraagd kunnen allemaal invloed hebben op wat een kind uiteindelijk vertelt.

3. Waarover dromen kinderen?

Kinderdromen kunnen worden opgebouwd uit dezelfde brede bronnen die ook bij volwassenen belangrijk zijn: dagelijkse ervaringen, personen, plaatsen, emoties, herinneringen en verbeelding.

Een gebeurtenis hoeft daarbij niet letterlijk in de droom terug te komen.

Een ruzie op school kan bijvoorbeeld worden gevolgd door een droom waarin een onbekende groep kinderen het kind niet laat meespelen. Dat maakt een verband mogelijk, maar bewijst niet dat beide gebeurtenissen dezelfde betekenis hebben.

Hier geldt:

droominhoud → mogelijke samenhang → geen automatische verklaring

Een droom over buitensluiting bewijst bijvoorbeeld niet dat een kind wordt gepest of eenzaamheid ervaart. Daarvoor moet ook naar het dagelijkse leven worden gekeken.

4. Waarom komen dieren, monsters en fantasiefiguren voor?

Dieren komen relatief vaak voor in droomverslagen van jonge kinderen. Ook monsters, vreemde wezens en andere fantasiefiguren kunnen onderdeel worden van kinderdromen.

Het is echter te eenvoudig om een wolf, monster of heks automatisch te beschouwen als symbool voor angst, agressie of een strenge ouder.

Dat soort verklaringen komen onder andere voor binnen bepaalde historische droomtheorieën en vormen van droominterpretatie, maar zijn geen algemene wetenschappelijke regel.

Persoonlijke betekenis maakt verschil

Een wolf kan voor het ene kind angstaanjagend zijn, terwijl een ander kind juist dol is op wolven en er boeken over leest.

Kinderen komen bovendien voortdurend in aanraking met verhalen, sprookjes, films, games, speelgoed en fantasiespel. Al deze ervaringen kunnen materiaal leveren voor latere droominhoud.

Een droomsymbool kan daarom niet los worden gezien van het kind dat droomt.

5. Waarom hebben kinderen nachtmerries?

Nachtmerries komen relatief veel voor tijdens de kindertijd. Het zijn angstige dromen waaruit een kind doorgaans volledig wakker wordt en waarvan vaak nog iets kan worden herinnerd.

Stress en angst kunnen met nachtmerries samenhangen. Ook grote veranderingen of belastende gebeurtenissen kunnen invloed hebben. Een afzonderlijke nachtmerrie betekent echter niet automatisch dat er psychologisch iets mis is.

Veelvoorkomende onderwerpen zijn bijvoorbeeld:

  • achtervolgd worden;
  • verdwalen;
  • vallen;
  • het verliezen van iemand;
  • aangevallen worden;
  • bedreigende dieren of fantasiefiguren.

Ook terugkerende dromen kunnen bij kinderen voorkomen.

Nachtmerrie of nachtangst?

Een belangrijk onderscheid bestaat tussen een nachtmerrie en nachtangst.

Bij een nachtmerrie wordt het kind meestal wakker en kan het vaak vertellen wat het heeft gedroomd.

Nachtangst ontstaat meestal vanuit diepe NREM-slaap. Een kind kan plotseling schreeuwen, huilen, rechtop zitten of zeer angstig lijken zonder werkelijk volledig wakker te zijn. Achteraf bestaat vaak weinig of geen herinnering aan wat er gebeurde.

Een heftige gebeurtenis tijdens de nacht is dus niet automatisch een nachtmerrie.

6. Wat vertellen kinderdromen over stress, angst of pesten?

Kinderdromen kunnen aansluiten bij onderwerpen die een kind bezighouden, maar afzonderlijke dromen zijn geen betrouwbare psychologische diagnose.

Stel dat een achtjarig kind regelmatig droomt dat niemand hem laat meespelen.

Dat kan interessant worden wanneer het kind overdag eveneens problemen met vriendschappen ervaart. Uit de droom alleen kan echter niet worden geconcludeerd dat sprake is van pesten, eenzaamheid, laag zelfbeeld of sociale angst.

Hetzelfde geldt voor een kind dat droomt dat een toets volledig mislukt. Zo'n droom bewijst geen faalangst.

Kijk naar samenhang

Wanneer een droom wordt bekeken, is de bredere context daarom belangrijk:

droominhoud + emoties + dagelijkse ervaringen + gedrag + omstandigheden

Hier ontstaat ook een verbinding met DroomDNA. Binnen dit Helder Dromen-model wordt DroomDNA gebruikt als metafoor voor het unieke persoonlijke materiaal waaruit droomwerelden kunnen worden opgebouwd: herinneringen, ervaringen, emoties, verwachtingen, associaties en verbeelding.

Het is geen vastgesteld neurologisch mechanisme.

7. Kunnen kinderen lucide dromen?

Ook kinderen kunnen lucide dromen ervaren. Bij een lucide droom beseft iemand tijdens de droom dat hij of zij droomt.

Dat moet worden onderscheiden van levendige dromen. Een zeer realistische, vreemde of fantasierijke droom is niet automatisch lucide.

Bij luciditeit ontstaat specifiek het besef:

"Ik droom op dit moment."

Het vermogen om hierover te rapporteren hangt waarschijnlijk mede samen met cognitieve ontwikkeling en metacognitie: het vermogen om over de eigen gedachten en ervaringen na te denken.

Kinderen verschillen daarin sterk van elkaar.

8. Wat kunnen volwassenen uit kinderdromen afleiden?

Kinderdromen kunnen aanleiding geven tot een gesprek, maar vormen geen rechtstreekse toegang tot de psyche van een kind.

Wanneer een kind vertelt over een enge droom, hoeft daarom niet onmiddellijk naar een verborgen betekenis te worden gezocht.

Een vraag naar wat het kind zelf spannend, verdrietig, vreemd of juist leuk vond aan de droom kan meer informatie geven dan een vaste uitleg van een droomsymbool.

Dromen bewaren

Een droomdagboek kan voor kinderen die belangstelling hebben voor hun dromen een manier zijn om droomherinnering vast te leggen. Wanneer schrijven nog moeilijk is, kan een droom ook worden getekend of verteld.

Zo ontstaat over langere tijd een beeld van terugkerende dromen, personen, plaatsen en emoties.

Dat betekent nog steeds niet dat ieder terugkerend element noodzakelijk een verborgen boodschap bevat.

9. Wat weten we nog niet over kinderdromen?

Ondanks tientallen jaren onderzoek bestaan nog veel open vragen.

We weten bijvoorbeeld niet precies wanneer de eerste bewuste dromen ontstaan. Ook is moeilijk vast te stellen hoeveel verschillen tussen kinderdromen en volwassen dromen werkelijk uit de droomervaring voortkomen en hoeveel uit verschillen in taal, geheugen en het vermogen om een ervaring te beschrijven.

Ook de relatie tussen REM-slaap, NREM-slaap, hersenontwikkeling en de ontwikkeling van dromen is nog niet volledig begrepen.

Kinderdromen zijn daarom interessant voor zowel oneirologie als ontwikkelingspsychologie. Ze kunnen onderzoekers mogelijk meer leren over de ontwikkeling van verbeelding, autobiografisch geheugen, emoties en bewustzijn.

10. Tenslotte

Kinderdromen veranderen mee met de ontwikkeling van het kind. Droomverslagen van jonge kinderen zijn gemiddeld eenvoudiger, terwijl bij oudere kinderen steeds complexere personen, emoties, gebeurtenissen en verhalen verschijnen.

Over dromen van baby's weten we veel minder. Hun grote hoeveelheid REM-achtige slaap bewijst niet dat zij al dromen zoals oudere kinderen en volwassenen.

Kinderdromen kunnen elementen bevatten uit het dagelijks leven en samenhangen met stress, angst, vriendschappen, schoolervaringen, herinneringen en fantasie. Maar een droom over falen bewijst geen faalangst en een nachtmerrie over andere kinderen bewijst geen pesten.

Juist bij kinderen is die voorzichtigheid belangrijk.

Een droom kan onderdeel zijn van wat een kind ervaart, onthoudt, voelt en verbeeldt. Wat die droom betekent, kan echter nooit betrouwbaar worden afgeleid uit één los droombeeld. De ontwikkeling, dagelijkse werkelijkheid en persoonlijke wereld van het kind blijven noodzakelijk om een kinderdroom in context te begrijpen.