- 1. Wat is REM-rebound?
- 2. Waarom ontstaat een REM-rebound?
- 3. Is REM-rebound hetzelfde als herstel na slaaptekort?
- 4. Welke rol speelt slaapdruk bij REM-rebound?
- 5. Welke invloed kunnen medicijnen hebben op REM-rebound?
- 6. Betekent REM-rebound dat je meer of levendiger droomt?
- 7. Kan REM-rebound nachtmerries veroorzaken?
- 8. Waarom is REM-rebound interessant voor slaaponderzoek?
- 9. Wat vertelt REM-rebound over dromen?
- 10. Hoe past REM-rebound binnen de slaaparchitectuur?
- 11. Tenslotte
REM-rebound
Slaap is geen statisch proces. Wanneer bepaalde onderdelen van de slaap tijdelijk worden verminderd of onderdrukt, kan de slaap daarna anders worden georganiseerd. Een bekend voorbeeld daarvan is REM-rebound: een tijdelijke toename of versterkte aanwezigheid van REM-slaap nadat REM-slaap eerder is verminderd.
Het verschijnsel wordt vaak gekoppeld aan slaaptekort, medicatie en intensere dromen. Die verbanden bestaan, maar vragen om nuance. Niet iedere korte nacht veroorzaakt automatisch een REM-rebound en meer REM-slaap betekent niet noodzakelijk dat iemand meer dromen zal herinneren.
REM-rebound laat vooral zien dat slaap gereguleerd wordt en dat de slaaparchitectuur kan reageren op wat tijdens eerdere slaapperioden is gebeurd.
1. Wat is REM-rebound?
REM staat voor rapid eye movement. Tijdens REM-slaap vertonen de hersenen een karakteristiek activiteitspatroon, komen snelle oogbewegingen regelmatig voor en zijn veel skeletspieren sterk geremd door REM-atonie.
Bij een REM-rebound neemt REM-slaap tijdelijk toe nadat deze eerder is beperkt of onderdrukt.
Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in:
- meer totale REM-slaap;
- een groter aandeel REM binnen de slaap;
- langere REM-perioden;
- eerder optreden van REM-slaap;
- veranderingen in kenmerken zoals REM-dichtheid.
Welke veranderingen optreden hangt af van de omstandigheden.
REM-rebound moet daarom niet worden gezien als één vast patroon dat bij iedereen hetzelfde verloopt.
2. Waarom ontstaat een REM-rebound?
Slaap wordt gereguleerd door verschillende homeostatische en circadiaanse processen. Daarbij lijkt ook REM-slaap een vorm van regulatie te vertonen.
Een van de duidelijkste aanwijzingen daarvoor komt uit onderzoek waarbij REM-slaap selectief wordt onderbroken.
Wanneer proefpersonen tijdens REM-slaap herhaaldelijk worden gewekt, probeert het brein tijdens de daaropvolgende slaapperioden opnieuw REM-slaap te bereiken. Na zo'n periode van REM-deprivatie kan vervolgens relatief veel REM-slaap optreden.
Dit wordt geïnterpreteerd als aanwijzing dat de regulatie van REM-slaap mede afhankelijk is van eerdere REM-slaap.
Het precieze biologische mechanisme achter REM-homeostase is echter complex. Verschillende hersengebieden en neurotransmittersystemen zijn betrokken bij het ontstaan en beëindigen van REM-slaap.
Daarom is de uitspraak het brein moet gemiste REM terughalen bruikbaar als eenvoudige metafoor, maar biologisch te letterlijk.
3. Is REM-rebound hetzelfde als herstel na slaaptekort?
Nee.
Dit onderscheid is belangrijk.
Na algemeen slaaptekort kan de daaropvolgende slaap veranderen. De slaapduur kan toenemen en ook de hoeveelheid of intensiteit van diepe NREM-slaap kan veranderen.
Dat noemen we breder herstelslaap of slaaprebound.
REM-rebound verwijst specifieker naar veranderingen waarbij REM-slaap relatief sterker terugkomt nadat REM-slaap eerder verminderd of onderdrukt is geweest.
Twee verschillende situaties
Algemeen slaaptekort
→ verschillende onderdelen van de slaap zijn verminderd
→ verhoogde slaapdruk
→ daaropvolgende slaap kan in duur, diepte en structuur veranderen.
REM-deprivatie
→ specifiek REM-slaap is verminderd of onderbroken
→ daaropvolgende slaap kan relatief meer REM-slaap bevatten.
In de praktijk kunnen beide processen natuurlijk tegelijkertijd optreden.
Een korte nacht kan bijvoorbeeld zowel de totale slaapduur als bepaalde late REM-perioden beperken. Maar daaruit volgt niet dat iedere korte nacht automatisch een duidelijke REM-rebound veroorzaakt.
4. Welke rol speelt slaapdruk bij REM-rebound?
Slaapdruk neemt doorgaans toe tijdens wakker zijn en neemt tijdens slaap weer af. Dit homeostatische proces is vooral sterk onderzocht in relatie tot NREM-slaap en langzame hersenactiviteit.
REM-regulatie heeft daarnaast eigen kenmerken.
Dat betekent dat we niet eenvoudig kunnen zeggen:
meer slaapdruk = meer REM-slaap.
Na langdurig wakker blijven kan juist diepe NREM-slaap sterk naar voren komen tijdens het eerste deel van de herstelslaap.
De verdeling van REM- en NREM-slaap wordt bovendien beïnvloed door de slaaparchitectuur en het circadiaans ritme.
REM-rebound is daarom niet simpelweg de REM-versie van algemene slaapdruk. Het gaat om een specifieke verandering binnen een groter systeem van slaapregulatie.
5. Welke invloed kunnen medicijnen hebben op REM-rebound?
Verschillende medicijnen kunnen de slaaparchitectuur beïnvloeden.
Dat geldt onder andere voor bepaalde antidepressiva. Veel, maar niet alle antidepressiva verminderen tijdens gebruik bepaalde kenmerken van REM-slaap. Ze kunnen bijvoorbeeld de tijd tot de eerste REM-periode verlengen of de totale hoeveelheid REM-slaap verminderen.
Na het stoppen met een REM-onderdrukkend middel kan vervolgens een tijdelijke toename van REM-slaap optreden.
Dat is een vorm van REM-rebound.
Maar ook hier geldt:
- niet ieder antidepressivum onderdrukt REM-slaap even sterk;
- verschillende medicijnen beïnvloeden de slaap op verschillende manieren;
- niet iedereen vertoont na stoppen hetzelfde slaappatroon;
- veranderingen in dromen zijn niet uitsluitend door REM-slaap te verklaren.
Medicatie en veranderingen daarin hebben bovendien bredere medische betekenis. REM-rebound is slechts één mogelijk onderdeel van veranderingen in de slaaparchitectuur.
6. Betekent REM-rebound dat je meer of levendiger droomt?
REM-slaap heeft een sterke relatie met dromen. Wanneer mensen uit REM-slaap worden gewekt, rapporteren zij relatief vaak levendige, beeldrijke en emotionele dromen.
Daaruit ontstaat gemakkelijk de conclusie:
meer REM = meer dromen.
Zo eenvoudig is het niet.
Dromen komen ook tijdens NREM-slaap voor. Daarnaast is er een verschil tussen een droom ervaren en een droom later herinneren.
Droomherinnering maakt het ingewikkelder
Of een droom wordt herinnerd hangt onder andere samen met het moment van ontwaken.
Wanneer iemand tijdens of kort na een levendige droom wakker wordt, is de kans groter dat er een herinnering aan de droom beschikbaar blijft.
Bij veranderingen in de slaaparchitectuur kunnen daardoor ook veranderingen in droomherinnering optreden.
Sommige mensen ervaren na perioden van REM-onderdrukking of veranderingen in medicatie opvallend levendige dromen. Dat kan samengaan met veranderingen in REM-slaap, maar een levendige droom vormt op zichzelf geen bewijs dat er fysiologisch een REM-rebound heeft plaatsgevonden.
REM-rebound is een slaapfysiologisch verschijnsel, geen beschrijving van droomintensiteit.
7. Kan REM-rebound nachtmerries veroorzaken?
Een vergelijkbare voorzichtigheid is nodig bij nachtmerries.
Nachtmerries komen sterk voor in samenhang met REM-slaap, hoewel onaangename droomervaringen niet uitsluitend tot REM beperkt zijn.
Wanneer de slaaparchitectuur verandert en dromen levendiger worden ervaren of vaker worden herinnerd, kunnen ook negatieve dromen opvallender worden.
Na het stoppen met bepaalde REM-onderdrukkende middelen worden bijvoorbeeld veranderingen in dromen en soms intensere of onaangename dromen beschreven.
Maar:
REM-rebound = niet automatisch nachtmerries.
Nachtmerries hangen samen met veel meer factoren, waaronder emoties, stress, ervaringen, mentale gezondheid en individuele gevoeligheid.
REM-rebound kan binnen sommige omstandigheden onderdeel zijn van het slaappatroon waarin veranderde droomervaringen optreden, maar vormt geen algemene verklaring voor nachtmerries.
8. Waarom is REM-rebound interessant voor slaaponderzoek?
REM-rebound is wetenschappelijk interessant omdat het iets laat zien over de regulatie van slaap.
Als REM-slaap zonder betekenis eenvoudig kon worden overgeslagen, zou na REM-deprivatie niet noodzakelijk een verandering in de daaropvolgende slaap verwacht worden.
Dat REM-slaap na experimentele beperking kan terugveren, ondersteunt het idee dat REM-slaap gereguleerd wordt. Experimenteel onderzoek heeft bijvoorbeeld laten zien dat na selectieve REM-deprivatie langere REM-perioden kunnen optreden.
Daaruit volgt echter nog niet dat alle functies van REM-slaap bekend zijn.
REM-slaap wordt onder andere onderzocht in relatie tot:
- geheugen;
- emotionele processen;
- leren;
- hersenontwikkeling;
- neuroplasticiteit.
Voor verschillende mogelijke functies bestaan aanwijzingen, maar de precieze rol van REM-slaap en de betekenis van REM-rebound zijn nog onderwerp van onderzoek.
Rebound bewijst geen specifieke functie
Dit is een belangrijk wetenschappelijk onderscheid.
Dat het lichaam een slaapstadium reguleert betekent niet automatisch dat daarmee bewezen is waarvoor dat slaapstadium nodig is.
REM-rebound ondersteunt het bestaan van REM-regulatie. Het vertelt ons niet zelfstandig of REM-slaap bijvoorbeeld specifiek nodig is voor emotieverwerking, geheugenconsolidatie of dromen.
9. Wat vertelt REM-rebound over dromen?
Voor Helder Dromen is vooral het onderscheid tussen slaapfysiologie en droomervaring belangrijk.
REM-slaap is een fysiologisch gedefinieerde slaaptoestand. Dromen zijn subjectieve bewuste ervaringen die tijdens de slaap kunnen optreden.
De twee zijn sterk met elkaar verbonden, maar niet hetzelfde.
Daarom moeten drie stappen worden onderscheiden:
REM-onderdrukking
↓
verandering van de daaropvolgende REM-slaap
↓
mogelijk veranderde gelegenheid voor bepaalde droomervaringen en droomherinnering
De laatste stap is geen eenvoudige één-op-éénrelatie.
Een persoon kan REM-rebound hebben zonder zich opvallend veel dromen te herinneren. Een ander kan bijzonder levendig dromen zonder dat daarmee een REM-rebound is aangetoond.
Ook kan uit het bestaan van REM-rebound niet worden geconcludeerd dat de bewuste droomervaring zelf verantwoordelijk is voor de processen waarvoor REM-slaap mogelijk belangrijk is.
Dat onderscheid is essentieel bij het interpreteren van onderzoek naar dromen en slaapfasen.
10. Hoe past REM-rebound binnen de slaaparchitectuur?
Tijdens een normale nacht veranderen de verhoudingen tussen slaapfasen.
Vroeg in de nacht komt gemiddeld relatief veel diepe NREM-slaap voor. Later worden REM-perioden doorgaans langer.
REM-rebound vindt plaats binnen deze bestaande slaaparchitectuur.
Daarom wordt de hoeveelheid REM-slaap niet door één factor bepaald. Onder andere relevant zijn:
- eerdere slaap;
- eerdere REM-slaap;
- totale slaapduur;
- circadiaanse timing;
- medicatie en andere stoffen;
- individuele verschillen.
Dat maakt REM-rebound een goed voorbeeld van de flexibiliteit van slaap.
De slaaparchitectuur volgt een herkenbare organisatie, maar is geen star programma dat iedere nacht exact hetzelfde wordt afgespeeld.
11. Tenslotte
REM-rebound is een tijdelijke toename of versterkte aanwezigheid van REM-slaap nadat REM-slaap eerder is verminderd of onderdrukt.
Het verschijnsel is onder andere onderzocht na selectieve REM-deprivatie en kan ook optreden wanneer omstandigheden veranderen die REM-slaap eerder onderdrukten, bijvoorbeeld bij bepaalde medicatie.
REM-rebound moet echter niet worden verward met algemeen herstel na slaaptekort. Na onvoldoende slaap kunnen meerdere onderdelen van de slaap veranderen, waaronder diepe NREM-slaap. Een REM-rebound heeft specifiek betrekking op veranderingen in REM-slaap.
Ook de relatie met dromen vraagt om nuance.
REM-slaap gaat relatief vaak samen met levendige en complexe droomverslagen, maar dromen komen eveneens tijdens NREM-slaap voor. Meer REM-slaap betekent daarom niet automatisch meer dromen, en een periode met levendige dromen bewijst niet dat fysiologisch een REM-rebound heeft plaatsgevonden.
Het verschijnsel laat vooral iets anders zien: slaaparchitectuur is dynamisch.
Wanneer bepaalde slaapstadia worden beperkt, kan de daaropvolgende slaap daarop reageren. REM-rebound vormt daarmee een interessant voorbeeld van de manier waarop eerdere slaap invloed kan hebben op de organisatie van toekomstige slaap.
En juist doordat REM-slaap zo sterk met dromen verbonden is, biedt REM-rebound tegelijkertijd een belangrijk inzicht voor droomonderzoek: veranderingen in een slaapfase en veranderingen in onze bewuste droomervaring zijn met elkaar verbonden, maar mogen niet als hetzelfde verschijnsel worden behandeld.
