- 1. Wat is locus of control?
- 2. Wie ontwikkelde het begrip locus of control?
- 3. Wat is een interne locus of control?
- 4. Wat is een externe locus of control?
- 5. Is een interne locus of control altijd beter?
- 6. Hoe ontstaat een locus of control?
- 7. Wat heeft locus of control met het wereldmodel te maken?
- 8. Wat is het verschil tussen locus of control en zelfvertrouwen?
- 9. Wat is het verschil tussen locus of control en zelfeffectiviteit?
- 10. Welke invloed heeft locus of control op coping?
- 11. Hoe ziet locus of control er in de praktijk uit?
- 12. Kan locus of control veranderen?
- 13. Wat is health locus of control?
- 14. Wat kan iemand praktisch met locus of control?
- 15. Wat zegt onderzoek over locus of control?
- 16. Wat heeft locus of control met persoonlijke groei te maken?
- 17. Tenslotte
Locus of control
Locus of control is een psychologisch begrip dat beschrijft in welke mate iemand verwacht dat belangrijke gebeurtenissen en resultaten samenhangen met het eigen handelen, of juist worden bepaald door factoren buiten de eigen invloed.
Bij een overwegend interne locus of control verwacht iemand relatief vaak dat eigen keuzes, inspanning en gedrag verschil kunnen maken. Bij een meer externe locus of control worden resultaten sterker toegeschreven aan bijvoorbeeld toeval, geluk, omstandigheden, andere mensen of machtige instanties.
Het begrip werd ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Julian Rotter vanuit zijn sociale leertheorie. Daarbij gaat locus of control niet simpelweg over hoeveel controle iemand werkelijk heeft. Het gaat vooral om de verwachting waar de controle ligt.
Dat onderscheid is belangrijk. Soms kunnen mensen daadwerkelijk veel veranderen door zelf te handelen. In andere situaties hebben zij nauwelijks invloed. Psychologisch functioneren vraagt daarom niet om zoveel mogelijk interne controle, maar om een zo realistisch mogelijke inschatting van wat wel en niet beïnvloedbaar is.
1. Wat is locus of control?
Stel dat twee mensen niet worden aangenomen na een sollicitatie.
De eerste denkt:
Mijn voorbereiding was onvoldoende. Bij mijn volgende sollicitatie ga ik mijn aanpak veranderen.
De tweede denkt:
Ze hadden waarschijnlijk allang iemand anders op het oog. Wat ik doe maakt toch nauwelijks verschil.
De eerste verklaring ligt meer aan de interne kant van locus of control; de tweede meer aan de externe kant.
Maar daarmee weten we nog niet wie gelijk heeft.
Misschien was de eerste kandidaat inderdaad onvoldoende voorbereid. Misschien stond bij de tweede vacature de voorkeurskandidaat werkelijk al vast.
Locus of control gaat daarom niet primair over schuld of verantwoordelijkheid, maar over de vraag:
Waardoor verwacht iemand dat uitkomsten worden bepaald?
2. Wie ontwikkelde het begrip locus of control?
Het begrip wordt vooral verbonden met psycholoog Julian B. Rotter.
Rotter ontwikkelde een sociale leertheorie waarin gedrag niet uitsluitend wordt verklaard vanuit externe beloning of straf. Ook de verwachtingen die iemand heeft over de gevolgen van gedrag zijn belangrijk.
Wanneer iemand herhaaldelijk ervaart:
Als ik moeite doe, heeft dat effect,
kan een andere verwachting ontstaan dan wanneer iemand herhaaldelijk ervaart:
Wat ik ook doe, de uitkomst wordt toch door anderen bepaald.
In 1966 publiceerde Rotter zijn bekende Internal-External Locus of Control Scale.
Daarmee werd locus of control een belangrijk begrip binnen onderzoek naar persoonlijkheid, motivatie, gezondheid, onderwijs en werk.
3. Wat is een interne locus of control?
Bij een relatief sterke interne locus of control verwacht iemand dat eigen gedrag, keuzes, inspanning en vaardigheden invloed hebben op wat er gebeurt.
Bij een tegenvaller kan iemand bijvoorbeeld denken:
Wat kan ik zelf anders doen?
Dat kan praktisch gunstig zijn wanneer de situatie daadwerkelijk beïnvloedbaar is.
Iemand die een onvoldoende haalt kan bijvoorbeeld meer studeren, hulp vragen of zijn manier van leren veranderen.
Een werknemer die ontevreden is kan een gesprek aangaan, andere werkzaamheden zoeken of solliciteren.
De verwachting dat handelen verschil kan maken vergroot de kans dat iemand daadwerkelijk in actie komt.
Intern betekent niet: alles is je eigen schuld
Hier ontstaat gemakkelijk een misverstand.
Een interne locus of control betekent niet dat iemand verantwoordelijk is voor alles wat hem of haar overkomt.
Mensen hebben geen controle over bijvoorbeeld:
- het gedrag van andere mensen;
- economische omstandigheden;
- ziekte of erfelijke aanleg;
- discriminatie;
- ongelukken;
- verlies;
- natuurverschijnselen;
- beslissingen van organisaties of overheden.
Een extreme overtuiging dat alles door eigen handelen wordt veroorzaakt is daarom niet realistischer omdat zij intern gericht is.
Persoonlijke verantwoordelijkheid heeft grenzen.
4. Wat is een externe locus of control?
Bij een meer externe locus of control verwacht iemand dat resultaten sterker worden bepaald door factoren buiten de eigen invloed.
Daarbij kan gedacht worden aan:
- geluk of pech;
- toeval;
- omstandigheden;
- andere mensen;
- organisaties;
- maatschappelijke structuren;
- machtige personen of instanties.
Ook dat hoeft niet irrationeel te zijn.
Wanneer een bedrijf failliet gaat kan een werknemer zijn baan verliezen zonder dat zijn persoonlijke functioneren daarvan de oorzaak is.
Wanneer iemand dan denkt:
Deze situatie heb ik niet veroorzaakt,
is dat een externe verklaring die heel realistisch kan zijn.
Het probleem ontstaat vooral wanneer de verwachting “ik heb toch geen invloed” ook wordt toegepast op situaties waarin handelen wél verschil kan maken.
5. Is een interne locus of control altijd beter?
Nee.
Dat is een belangrijke correctie op de eenvoudige voorstelling waarin intern goed en extern slecht zou zijn.
Een interne locus of control kan behulpzaam zijn wanneer een situatie beïnvloedbaar is. Ze kan initiatief, verantwoordelijkheid en probleemoplossend gedrag ondersteunen.
Maar wanneer iets werkelijk niet controleerbaar is, kan voortdurend zoeken naar persoonlijke controle juist belastend worden.
Iemand kan zichzelf bijvoorbeeld verantwoordelijk gaan houden voor:
- het gedrag van een partner;
- het ontstaan van ziekte;
- een ontslagronde;
- een ongeval;
- het overlijden van iemand;
- gebeurtenissen die grotendeels door toeval worden bepaald.
Dan kan interne attributie omslaan in onrealistische zelfverwijten.
Andersom kan een externe verklaring soms juist gezond zijn:
Dit lag buiten mijn controle.
De belangrijkste psychologische vaardigheid is daarom niet maximaal intern denken.
Het is onderscheid kunnen maken tussen:
Wat kan ik beïnvloeden en wat niet?
6. Hoe ontstaat een locus of control?
Locus of control ontwikkelt zich niet in een vacuüm.
Ervaringen spelen een belangrijke rol.
Wanneer gedrag regelmatig voorspelbare gevolgen heeft, kan iemand leren dat eigen handelen verschil maakt.
Bijvoorbeeld:
Ik oefen → mijn vaardigheid verbetert.
Ik spreek iemand aan → er verandert iets.
Ik bereid me beter voor → mijn resultaat wordt beter.
Maar mensen kunnen ook situaties meemaken waarin inspanning nauwelijks invloed heeft.
Leren uit ervaringen
Hier bestaat een verbinding met conditionering en andere vormen van leren.
Mensen leren voortdurend welke acties bepaalde gevolgen hebben.
Wanneer iemand ondanks herhaalde pogingen nauwelijks invloed ervaart, kan de verwachting ontstaan dat handelen weinig zin heeft.
Omgekeerd kunnen succesvolle ervaringen het gevoel versterken dat eigen handelen effect heeft.
Locus of control is daarmee niet uitsluitend een abstracte persoonlijkheidseigenschap. Het wordt mede gevormd door wat iemand gedurende zijn leven heeft geleerd over de relatie tussen gedrag en gevolg.
7. Wat heeft locus of control met het wereldmodel te maken?
Locus of control vormt een belangrijk onderdeel van het wereldmodel waarmee iemand gebeurtenissen interpreteert.
Een wereldmodel bevat verwachtingen en overtuigingen over jezelf, andere mensen en de wereld.
Daarbinnen kunnen bijvoorbeeld overtuigingen bestaan als:
Als ik hard werk, bereik ik meestal iets.
Andere mensen bepalen uiteindelijk wat er met mij gebeurt.
Je moet geluk hebben in het leven.
Als iets misgaat, heb ik waarschijnlijk zelf gefaald.
Zulke overtuigingen beïnvloeden niet alleen hoe iemand achteraf een gebeurtenis verklaart. Ze kunnen ook vooraf bepalen welk gedrag waarschijnlijk wordt.
Verwachting beïnvloedt gedrag
Stel dat iemand verwacht:
Mijn mening maakt hier toch niets uit.
Dan is de kans kleiner dat hij zijn mening uitspreekt.
Daardoor krijgt de omgeving ook minder gelegenheid erop te reageren.
Achteraf kan de persoon constateren:
Zie je wel, mijn mening doet er niet toe.
Zo kunnen verwachtingen, perceptie, gedrag en ervaring elkaar versterken.
Het wereldmodel wordt daarmee niet alleen gevormd door ervaringen; het beïnvloedt ook welke nieuwe ervaringen iemand opdoet.
8. Wat is het verschil tussen locus of control en zelfvertrouwen?
De begrippen liggen dicht bij elkaar, maar betekenen iets anders.
Zelfvertrouwen heeft betrekking op het vertrouwen dat iemand in zichzelf of zijn mogelijkheden ervaart.
Locus of control gaat over de verwachte bron van invloed op uitkomsten.
Iemand kan bijvoorbeeld denken:
Ik ben hier heel goed in, maar de jury bepaalt uiteindelijk wie wint.
Dat combineert veel zelfvertrouwen met erkenning van externe controle.
Andersom kan iemand denken:
Mijn resultaat hangt vooral af van mijn eigen voorbereiding, maar ik twijfel of ik het kan.
Dan bestaat een interne locus of control naast weinig zelfvertrouwen.
Ook zelfbeeld, eigenwaarde en zelfeffectiviteit zijn verwante maar verschillende psychologische begrippen.
9. Wat is het verschil tussen locus of control en zelfeffectiviteit?
Zelfeffectiviteit (self-efficacy) gaat over de verwachting dat je in staat bent bepaald gedrag succesvol uit te voeren.
De vraag is:
Kan ik dit?
Locus of control stelt een andere vraag:
Heeft wat ik doe invloed op de uitkomst?
Iemand kan dus geloven dat zijn gedrag belangrijk is, maar tegelijkertijd weinig vertrouwen hebben dat hij het benodigde gedrag goed kan uitvoeren.
Bijvoorbeeld:
Als ik regelmatig train, kan mijn conditie verbeteren — maar ik weet niet of ik het volhoud.
De eerste helft wijst op ervaren interne controle. De tweede raakt aan zelfeffectiviteit.
Het onderscheid is praktisch belangrijk omdat verschillende overtuigingen ook om verschillende veranderingen kunnen vragen.
10. Welke invloed heeft locus of control op coping?
Er bestaat een duidelijke verbinding met coping: de manieren waarop mensen omgaan met problemen, spanning en tegenslag.
Wanneer iemand denkt invloed te kunnen uitoefenen, ligt probleemgerichte coping vaak meer voor de hand.
De persoon kan informatie verzamelen, een plan maken of daadwerkelijk iets veranderen.
Wanneer iemand weinig invloed ervaart, kunnen andere strategieën logischer worden.
Maar opnieuw geldt: extern is niet automatisch slecht.
Wanneer een probleem werkelijk niet opgelost kan worden, kan voortdurend probleemgericht handelen zinloos zijn. Dan kunnen acceptatie, emotionele verwerking of sociale steun veel passender zijn.
Effectieve coping vraagt daarom om een goede afstemming tussen:
- de situatie;
- de werkelijke beïnvloedbaarheid;
- de ervaren controle;
- de gekozen copingstrategie.
11. Hoe ziet locus of control er in de praktijk uit?
Neem twee werknemers die dezelfde reorganisatie meemaken.
Nadia hoort dat haar afdeling mogelijk verdwijnt. Ze denkt:
Ik heb geen controle over de reorganisatie, maar ik kan wel bepalen hoe ik erop reageer.
Ze praat met haar leidinggevende, actualiseert haar cv en onderzoekt andere mogelijkheden.
Haar denken bevat zowel externe als interne controle.
De reorganisatie zelf ligt grotendeels buiten haar invloed.
Haar reactie erop niet volledig.
Mark denkt:
Als ik maar hard genoeg werk, kan ik voorkomen dat mijn functie verdwijnt.
Hij gaat steeds langer doorwerken en neemt extra taken op zich.
Wanneer zijn afdeling uiteindelijk toch wordt opgeheven, concludeert hij:
Dan heb ik blijkbaar niet genoeg gedaan.
Mark lijkt op het eerste gezicht sterker intern gericht. Maar zijn inschatting van zijn werkelijke invloed was minder realistisch.
Het voorbeeld laat zien waarom meer interne controle niet automatisch psychologisch beter is.
12. Kan locus of control veranderen?
Locus of control wordt vaak als relatief algemene verwachting of persoonlijkheidskenmerk onderzocht, maar dat betekent niet dat iemand levenslang exact dezelfde overtuigingen houdt.
Ervaringen kunnen verwachtingen veranderen.
Wanneer iemand ontdekt dat bepaald gedrag wél verschil maakt, kan het ervaren gevoel van invloed toenemen.
Omgekeerd kunnen langdurige situaties waarin iemand weinig controle heeft bestaande verwachtingen veranderen.
Bovendien kan locus of control per levensgebied verschillen.
Iemand kan bijvoorbeeld veel persoonlijke invloed ervaren op:
- werk;
- studie;
- sport;
- maar veel minder op:
- gezondheid;
- relaties;
- financiële omstandigheden.
Daarom bestaan naast algemene locus-of-controlmetingen ook domeinspecifieke vormen, zoals health locus of control en work locus of control.
13. Wat is health locus of control?
Binnen de gezondheidspsychologie wordt onderzocht hoe mensen denken over de oorzaken en beïnvloedbaarheid van hun gezondheid.
Daarbij wordt vaak onderscheid gemaakt tussen:
- interne controle – mijn eigen gedrag heeft invloed;
- powerful others – bijvoorbeeld artsen of andere deskundigen hebben invloed;
- chance – gezondheid wordt sterk door toeval of geluk bepaald.
Dat is interessanter dan simpelweg intern tegenover extern.
Iemand kan bijvoorbeeld geloven:
Mijn leefstijl doet ertoe én goede medische behandeling is belangrijk.
Dat zijn geen tegenstrijdige overtuigingen.
Onderzoek naar health locus of control laat bovendien zien dat relaties met gezondheidsgedrag bestaan, maar vaak afhankelijk zijn van het specifieke gedrag en de context.
14. Wat kan iemand praktisch met locus of control?
Het begrip wordt bruikbaar wanneer het niet wordt gebruikt om iemand een etiket te geven, maar om een situatie te onderzoeken.
Bij een probleem kunnen bijvoorbeeld drie vragen worden onderscheiden:
A - Wat kan ik rechtstreeks beïnvloeden?
Bijvoorbeeld mijn voorbereiding, gedrag, communicatie of keuzes.
B - Wat kan ik indirect beïnvloeden?
Bijvoorbeeld iemand overtuigen, hulp vragen, onderhandelen of omstandigheden proberen te veranderen.
C - Wat ligt buiten mijn controle?
Bijvoorbeeld beslissingen van anderen, het verleden, toeval of bepaalde omstandigheden.
Deze verdeling voorkomt twee uitersten.
Aan de ene kant:
Ik kan toch niets veranderen.
Aan de andere kant:
Als het misgaat, heb ik zelf gefaald.
De praktisch meest bruikbare positie ligt vaak daartussen:
verantwoordelijkheid nemen voor wat beïnvloedbaar is, zonder verantwoordelijkheid op te eisen voor wat dat niet is.
15. Wat zegt onderzoek over locus of control?
Locus of control is sinds Rotter uitgebreid onderzocht binnen onder andere persoonlijkheidspsychologie, onderwijs, gezondheid en arbeidspsychologie.
Een meer interne locus of control wordt in verschillende onderzoeken in verband gebracht met bepaalde gunstige uitkomsten, maar de verbanden zijn niet overal even sterk en verschillen per domein.
Dat is belangrijk.
Een onderzoek naar algemene locus of control zegt bijvoorbeeld niet noodzakelijk hetzelfde over controle op het werk of controle over gezondheid.
Daarnaast hangt gedrag niet alleen van locus of control af. Ook persoonlijkheid, mogelijkheden, sociale omstandigheden, zelfeffectiviteit, motivatie en de werkelijke hoeveelheid controle spelen mee.
Daarom is het te eenvoudig om mensen in twee vaste persoonlijkheidstypen te verdelen.
Intern en extern beschrijven eerder verschillende verwachtingen over controle die in verschillende situaties sterker of zwakker aanwezig kunnen zijn.
16. Wat heeft locus of control met persoonlijke groei te maken?
Voor persoonlijke groei is locus of control vooral interessant omdat het zichtbaar maakt waar iemand invloed verwacht.
Een uitsluitend externe blik kan mogelijkheden onzichtbaar maken:
Zo ben ik nu eenmaal.
Andere mensen bepalen hoe ik mij voel.
Ik heb gewoon pech.
Maar een extreem interne blik kan eveneens beperkend worden:
Als ik alles goed doe, kan niets mij overkomen.
Iedere mislukking is mijn eigen verantwoordelijkheid.
Psychologische ontwikkeling vraagt daarom niet noodzakelijk om een verschuiving van extern naar intern.
Een belangrijkere ontwikkeling kan zijn dat het wereldmodel nauwkeuriger wordt.
Waar heb ik werkelijk invloed?
Waar kan ik leren?
Waar kan ik mijn gedrag veranderen?
Waar heb ik anderen nodig?
En waar moet ik erkennen dat de werkelijkheid zich niet volledig laat beheersen?
Dat onderscheid kan bijdragen aan realistischere verwachtingen, effectievere coping en meer psychologische flexibiliteit.
17. Tenslotte
Locus of control beschrijft de verwachtingen die mensen hebben over de oorzaken en beïnvloedbaarheid van gebeurtenissen in hun leven.
Bij een interne locus of control wordt relatief veel invloed toegeschreven aan eigen gedrag, keuzes en mogelijkheden. Bij een externe locus of control worden uitkomsten sterker verbonden met toeval, omstandigheden en andere mensen of instanties.
Maar intern is niet automatisch goed en extern is niet automatisch slecht.
Wanneer een situatie beïnvloedbaar is, kan ervaren interne controle iemand stimuleren om verantwoordelijkheid te nemen en te handelen. Wanneer iets werkelijk buiten de eigen invloed ligt, kan erkenning daarvan juist beschermen tegen zinloze controlepogingen en zelfverwijt.
Daarom is misschien niet de hoeveelheid ervaren controle het belangrijkste, maar de overeenkomst tussen ervaren en werkelijke controle.
Locus of control raakt daarmee aan verwachtingen, conditionering, perceptie, zelfvertrouwen, coping en het wereldmodel. Ervaringen leren ons voortdurend waar handelen effect heeft en waar niet. Die verwachtingen beïnvloeden vervolgens hoe nieuwe situaties worden geïnterpreteerd en welke mogelijkheden we daarin zien.
Psychologische flexibiliteit betekent dan niet geloven dat je alles kunt beheersen, maar steeds beter leren onderscheiden:
wat ligt buiten mijn invloed — en waar kan mijn handelen werkelijk verschil maken?
