- 1. Wat betekent Need for Cognition?
- 2. Wat is een hoge Need for Cognition?
- 3. Wat is een lage Need for Cognition?
- 4. Is Need for Cognition een vaste eigenschap?
- 5. Hoe wordt Need for Cognition gemeten?
- 6. Welke invloed heeft Need for Cognition op beslissingen?
- 7. Wat heeft Need for Cognition met het wereldmodel te maken?
- 8. Is een hoge Need for Cognition beter?
- 9. Tenslotte
Need For Cognition
Need for Cognition is een psychologisch begrip voor de mate waarin iemand geneigd is om actief en diepgaand na te denken én daar plezier aan beleeft. Mensen met een hoge Need for Cognition vinden het bijvoorbeeld vaker interessant om complexe problemen uit te pluizen, argumenten te vergelijken en te begrijpen waarom iets werkt.
Het begrip werd vooral bekend door de psychologen John Cacioppo en Richard Petty. Zij beschreven Need for Cognition als een relatief stabiel individueel verschil in de motivatie om cognitieve inspanning te leveren.
Het gaat daarbij niet om intelligentie. Iemand kan heel intelligent zijn zonder graag langdurig over complexe vraagstukken na te denken. Need for Cognition gaat vooral over de motivatie en voorkeur om te denken.
1. Wat betekent Need for Cognition?
Letterlijk betekent Need for Cognition zoiets als ‘behoefte aan cognitie’. Een natuurlijkere Nederlandse omschrijving is behoefte aan nadenken.
Mensen verschillen in hoeveel plezier zij beleven aan mentale inspanning.
De één vindt het interessant om verschillende bronnen te lezen voordat een mening wordt gevormd. Een ander wil vooral snel weten wat praktisch relevant is.
Need for Cognition wordt daarbij meestal gezien als een continuüm. Er bestaan dus niet simpelweg twee soorten mensen.
Iemand kan relatief hoog, laag of ergens daartussen scoren.
2. Wat is een hoge Need for Cognition?
Mensen met een relatief hoge Need for Cognition zoeken vaker situaties op waarin ze moeten nadenken.
Ze kunnen plezier beleven aan:
- complexe vraagstukken;
- informatie vergelijken;
- argumenten analyseren;
- verbanden ontdekken;
- problemen oplossen;
- ideeën kritisch onderzoeken.
Dat betekent niet dat iemand met een hoge Need for Cognition altijd rationele of juiste beslissingen neemt.
Veel nadenken beschermt bijvoorbeeld niet automatisch tegen verkeerde informatie, persoonlijke overtuigingen of denkfouten.
Het betekent vooral dat iemand gemotiveerd is om cognitieve inspanning te leveren.
3. Wat is een lage Need for Cognition?
Bij een lagere Need for Cognition bestaat minder intrinsieke behoefte om uitgebreid over informatie na te denken.
Dat betekent niet dat iemand minder intelligent is of niet goed kan nadenken.
De motivatie verschilt.
Wanneer uitgebreid analyseren niet noodzakelijk lijkt, zal iemand met een lagere Need for Cognition eerder gebruikmaken van eenvoudige beslisregels, eerdere ervaringen, intuïtie of aanwijzingen uit de omgeving.
Bij de keuze tussen twee vergelijkbare producten kan bijvoorbeeld vooral worden gekeken naar prijs, bekendheid van het merk of een aanbeveling van iemand die wordt vertrouwd.
Dat kan bijzonder efficiënt zijn.
Niet iedere beslissing verdient immers een uur onderzoek.
4. Is Need for Cognition een vaste eigenschap?
Need for Cognition wordt in psychologisch onderzoek beschouwd als een relatief stabiel individueel verschil.
Dat betekent niet dat iemand onder alle omstandigheden even uitgebreid nadenkt.
Situatie, motivatie, beschikbare tijd, kennis, vermoeidheid en het belang van een beslissing kunnen allemaal invloed hebben.
Iemand met een hoge Need for Cognition gaat waarschijnlijk niet uitgebreid onderzoeken welk pak melk hij moet kopen.
Andersom kan iemand met een relatief lage Need for Cognition zich grondig verdiepen in een medische behandeling wanneer die beslissing persoonlijk zeer belangrijk is.
Er bestaat dus een verschil tussen iemands algemene voorkeur voor cognitieve inspanning en hoeveel iemand in één concrete situatie nadenkt.
5. Hoe wordt Need for Cognition gemeten?
Cacioppo en Petty ontwikkelden in 1982 de Need for Cognition Scale.
Daarin wordt niet getest hoeveel iemand weet of hoeveel problemen iemand correct kan oplossen. De vragen richten zich vooral op de mate waarin iemand plezier beleeft aan nadenken en cognitief uitdagende activiteiten.
Later verschenen kortere versies van de oorspronkelijke schaal.
Need for Cognition is vervolgens uitgebreid onderzocht binnen onder andere sociale psychologie, onderwijs, communicatie, marketing en besluitvorming.
6. Welke invloed heeft Need for Cognition op beslissingen?
Need for Cognition is vooral interessant omdat het samenhangt met de manier waarop mensen informatie verwerken.
Bij een hoge Need for Cognition wordt vaker uitgebreid naar de inhoud van argumenten gekeken.
Bij een lagere Need for Cognition kunnen eenvoudige signalen relatief belangrijker worden, bijvoorbeeld:
- Wie zegt het?
- Is deze persoon deskundig?
- Is het merk bekend?
- Wat doen andere mensen?
- Voelt de keuze vertrouwd?
Dit betekent niet dat de eerste manier altijd beter is.
Een expert vertrouwen kan bijvoorbeeld verstandiger zijn dan zelf honderden wetenschappelijke onderzoeken proberen te beoordelen.
Het gaat om verschillende manieren waarop mensen tot een oordeel kunnen komen.
7. Wat heeft Need for Cognition met het wereldmodel te maken?
Need for Cognition kan ook invloed hebben op de manier waarop iemand zijn wereldmodel onderzoekt en verder ontwikkelt.
Iedereen heeft overtuigingen en verwachtingen over zichzelf, andere mensen en de wereld. Nieuwe informatie wordt voortdurend met die bestaande kennis vergeleken.
Iemand met een hoge Need for Cognition kan sterker geneigd zijn vragen te stellen als:
Klopt mijn verklaring eigenlijk wel?
Welke andere verklaring is mogelijk?
Wat spreekt mijn overtuiging tegen?
Maar ook veel nadenken garandeert geen objectiviteit. Mensen kunnen bijzonder uitgebreid redeneren om een overtuiging te verdedigen die ze al hadden.
Meer denken is dus niet automatisch beter denken.
Dat onderscheid is belangrijk.
8. Is een hoge Need for Cognition beter?
Nee.
Een hoge Need for Cognition kan voordelen hebben wanneer een probleem ingewikkeld is en zorgvuldige analyse belangrijk is.
Maar uitgebreid nadenken kost ook tijd en mentale energie.
Voor eenvoudige of routinematige beslissingen zijn snelle beslisregels vaak veel efficiënter.
Bovendien is Need for Cognition iets anders dan piekeren. Bij Need for Cognition gaat het om de neiging en vaak het plezier om cognitief actief te zijn. Piekeren bestaat juist uit terugkerende gedachten die moeilijk losgelaten kunnen worden en vaak als belastend worden ervaren.
De praktisch meest bruikbare vraag is daarom niet of iemand zoveel mogelijk moet nadenken, maar wanneer uitgebreid nadenken daadwerkelijk iets toevoegt.
9. Tenslotte
Need for Cognition beschrijft hoeveel iemand geneigd is plezier te beleven aan actief en inspannend nadenken. Mensen met een hoge Need for Cognition zoeken cognitieve uitdaging vaker op, terwijl mensen met een lagere Need for Cognition eerder tevreden kunnen zijn met eenvoudigere manieren om informatie te verwerken.
Het begrip zegt niet rechtstreeks iets over intelligentie. Ook is hoog niet automatisch beter dan laag.
Soms vraagt een beslissing om analyse, vergelijking en kritisch nadenken. In andere situaties zijn ervaring, intuïtie of een eenvoudige beslisregel voldoende.
Need for Cognition laat daarmee vooral zien dat mensen niet alleen verschillen in hoe goed ze kunnen denken, maar ook in hoe graag en hoe vaak ze hun denkvermogen intensief willen gebruiken.
