Pathè

Pathè (πάθη) is een Oudgrieks begrip dat 'hartstochten' of 'emotionele aandoeningen' betekent. Binnen het stoïcisme verwijst het naar ontregelende emoties die voortkomen uit verkeerde waardeoordelen en buitensporige impulsen. De stoïcijnen beschouwden deze hartstochten als belemmeringen voor verstandig handelen en een deugdzaam leven.

Binnen StoicMind vormt Pathè een belangrijk onderdeel van de stoïcijnse psychologie. Het begrip verklaart waarom de klassieke stoïcijnen emoties nauw verbonden met ons denken en hoe zij het ontstaan van angst, verdriet, begeerte en buitensporige vreugde probeerden te begrijpen.

1. Wat betekent Pathè binnen het stoïcisme?

Pathè is het meervoud van Pathos, dat onder andere 'ondergaan', 'aandoening' of 'hartstocht' betekent.

Binnen de klassieke Stoa verwijst het specifiek naar emotionele toestanden die ontstaan wanneer iemand een onjuist oordeel vormt over wat werkelijk goed of slecht is.

De stoïcijnen beschouwden gezondheid, bezit en maatschappelijke erkenning niet als onvoorwaardelijke vereisten. Wie zulke zaken toch als noodzakelijk voor geluk beoordeelt, kan daardoor ontregelende verlangens of angsten ontwikkelen.

Pathè zijn volgens de klassieke leer dan ook meer dan sterke gevoelens. Het zijn buitensporige bewegingen van de ziel die niet overeenstemmen met de rede.

2. Welke vier fundamentele hartstochten onderscheiden de stoïcijnen?

De klassieke stoïcijnen verdeelden Pathè in vier hoofdcategorieën. Deze indeling berust op twee onderscheidingen: goed tegenover kwaad en het heden tegenover de toekomst.

A. Epithymia: begeerte

Begeerte ontstaat wanneer iemand iets toekomstigs nastreeft alsof het werkelijk noodzakelijk goed is.

Denk aan een overheersend verlangen naar rijkdom, macht of erkenning.

B. Phobos: angst

Volgens de stoïcijnen ontstaat angst wanneer iemand verwacht dat er iets ergs zal gebeuren en die mogelijke gebeurtenis als een werkelijk kwaad beoordeelt.

Angst is daarmee meer dan een plotselinge schrikreactie. Het is een emotie die wordt versterkt door de betekenis die iemand aan een gevreesde gebeurtenis geeft.

C. Hèdonè: buitensporige vreugde

Deze hartstocht ontstaat wanneer iemand overdreven opgetogen raakt over iets wat hij ten onrechte als werkelijk goed beoordeelt. De stoïcijnen bedoelden hiermee niet dat ieder plezier verkeerd is.

D. Lypè: verdriet of geestelijke pijn

Lypè verwijst naar ontregeling door het oordeel dat een werkelijk kwaad aanwezig is.

Binnen de strenge stoïcijnse leer ontstaat deze hartstocht wanneer iemand een uiterlijk verlies als aantasting van het hoogste goed beschouwt.

Deze vier categorieën vormen de grondslag van de klassieke stoïcijnse emotieleer.

3. Hoe ontstaan Pathè volgens de stoïcijnse filosofie?

De stoïcijnen beschouwden hartstochten als nauw verbonden met het menselijke oordeelsvermogen.

Vooral Chrysippus werkte een verklaring uit waarin indrukken, instemming en handelingsimpulsen samenkomen.

A. Een indruk ontstaat

Een gebeurtenis roept een Phantasia op: een indruk of voorstelling van wat er gebeurt.

B. Het oordeel geeft betekenis

Door Synkatathesis, de instemming met een indruk, aanvaardt iemand een bepaalde interpretatie als juist.

Een belediging kan bijvoorbeeld worden beoordeeld als een ondraaglijke aantasting van de eigenwaarde.

C. De impuls wordt buitensporig

Uit dat oordeel kan een sterke Hormè, een handelingsimpuls, ontstaan die buiten de grenzen van het redelijke raakt.

Volgens Chrysippus lijken hartstochten op een hardloper die zoveel vaart heeft gekregen dat hij niet onmiddellijk kan stoppen.

De emotionele ontregeling hangt daardoor niet alleen samen met de gebeurtenis, maar ook met het oordeel en de impuls die erop volgen.

4. Waarom wilden de stoïcijnen zich van Pathè bevrijden?

Volgens de klassieke Stoa kunnen emoties ons gedrag beïnvloeden wanneer ze voortkomen uit verkeerde waardeoordelen. Iemand die bijvoorbeeld voortdurend bang is om zijn baan te verliezen, kan uit angst beslissingen nemen die tegen zijn eigen overtuigingen ingaan.

Geen emotionele gevoelloosheid

Apatheia betekent niet dat iemand geen gevoelens meer heeft. De stoïcijnen maakten onderscheid tussen drie soorten emotionele reacties:

✦ Spontane reacties: schrikken van onverwacht gevaar of lichamelijke spanning ervaren in een moeilijke situatie. Zulke reacties ontstaan automatisch, voordat we bewust een oordeel vormen.

✦ Ontregelende emoties: angst, woede of buitensporig verlangen die voortkomen uit verkeerde waardeoordelen. Deze emoties kunnen ons beoordelingsvermogen verstoren en ervoor zorgen dat we onverstandig handelen.

✦ Verstandige gevoelens (Eupatheiai): gevoelens die samengaan met wijsheid en deugd, zoals vreugde over wat werkelijk goed is, welwillendheid tegenover anderen en het verlangen om juist te handelen.

Het doel van Apatheia is dus niet om gevoelens uit te schakelen, maar om vrij te worden van emoties die voortkomen uit verkeerde waardeoordelen. Zo ontstaat ruimte voor een gevoelsleven waarin verstand, wijsheid en deugd richting geven aan ons handelen.

5. Waren alle stoïcijnen het eens over de aard van emoties?

De stoïcijnse emotieleer kende ook binnen de eigen traditie belangrijke discussies.

A. Chrysippus en het primaat van het oordeel

Chrysippus verdedigde dat hartstochten voortkomen uit verkeerde oordelen en buitensporige impulsen van het redelijke zielsvermogen.

Daarmee maakte hij emoties tot een centraal onderwerp van filosofische oordeelsvorming.

B. Posidonius en de grenzen van de rede

De latere stoïcijn Posidonius bekritiseerde onderdelen van deze verklaring.

Volgens overgeleverde beschrijvingen besteedde hij meer aandacht aan emotionele krachten die niet eenvoudig tot verkeerde oordelen kunnen worden herleid. Hoe sterk hij daarmee van Chrysippus afweek, blijft onderwerp van discussie.

C. De betekenis van deze discussie

De tegenstelling laat zien dat de stoïcijnse psychologie geen volledig onbetwiste leer was.

Ook moderne psychologie beschouwt emoties niet uitsluitend als bewuste waardeoordelen. Lichamelijke, automatische en onbewuste processen spelen eveneens een rol.

De blijvende filosofische betekenis van Pathè ligt vooral in het inzicht dat onze overtuigingen en waarderingen diep verweven zijn met ons gevoelsleven.

6. Tenslotte

Pathè beschrijft binnen het stoïcisme de ontregelende hartstochten die voortkomen uit verkeerde waardeoordelen en buitensporige impulsen. Het begrip vormt een belangrijk onderdeel van de klassieke verklaring van menselijke emoties.

Voor de stoïcijnen lag de weg naar innerlijke vrijheid niet in het ontkennen van gevoelens, maar in het ontwikkelen van een oordeel dat minder wordt beheerst door angst, begeerte en verkeerde verwachtingen.

Reactie plaatsen