- 1. Wat is PTSS?
- 2. Na welke gebeurtenissen kan PTSS ontstaan?
- 3. Welke symptomen horen bij PTSS?
- 4. Waarom ontwikkelt niet iedereen na trauma PTSS?
- 5. Welke rol spelen vermijding, verhoogde waakzaamheid en dissociatie?
- 6. Wat is het verschil tussen PTSS en complexe PTSS?
- 7. Hoe wordt PTSS behandeld?
- 8. Welke relatie bestaat er tussen PTSS en nachtmerries?
- 9. Tenslotte
Posttraumatische stressstoornis - PTSS
Een posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een psychische stoornis die kan ontstaan na blootstelling aan een traumatische gebeurtenis. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om ernstig geweld, seksueel geweld, een zwaar ongeval, oorlog of een andere situatie waarin sprake was van feitelijke of dreigende dood of ernstig letsel.
Veel mensen ervaren na een schokkende gebeurtenis tijdelijk angst, spanning, slaapproblemen of indringende herinneringen. Dat betekent niet automatisch dat iemand PTSS heeft. Van PTSS wordt gesproken wanneer een kenmerkend patroon van klachten blijft bestaan, veel lijdensdruk veroorzaakt en het dagelijks functioneren belemmert.
PTSS is geen psychische wond die per definitie niet meer kan genezen. Het beloop verschilt van persoon tot persoon en er bestaan effectieve behandelingen.
1. Wat is PTSS?
Bij PTSS blijft het gevoel van dreiging als het ware aanwezig terwijl de traumatische gebeurtenis zelf voorbij is.
Herinneringen, geluiden, geuren, plaatsen of andere prikkels kunnen sterke lichamelijke en emotionele reacties oproepen. Tegelijkertijd kan iemand situaties en gedachten die aan de gebeurtenis herinneren juist proberen te vermijden.
Kenmerkend is een combinatie van herbeleving, vermijding en veranderingen in emoties, gedachten en waakzaamheid.
Trauma en PTSS zijn daarom niet hetzelfde. Iemand kan een traumatische gebeurtenis meemaken zonder PTSS te ontwikkelen. Andersom kan PTSS alleen worden begrepen in relatie tot blootstelling aan een traumatische gebeurtenis.
2. Na welke gebeurtenissen kan PTSS ontstaan?
PTSS kan ontstaan na verschillende vormen van traumatische blootstelling, bijvoorbeeld:
- seksueel geweld;
- lichamelijk geweld of ernstige bedreiging;
- oorlog en gewapend conflict;
- ernstige ongevallen;
- rampen;
- andere gebeurtenissen waarbij iemand werd geconfronteerd met dood of ernstig letsel.
Niet alleen de gebeurtenis zelf is van belang. Ook de aard, duur en herhaling van de blootstelling, eerdere ervaringen, de omstandigheden waarin iemand zich bevindt en wat er daarna gebeurt kunnen invloed hebben.
Gevoelens van machteloosheid, hulpeloosheid en verlies van veiligheid kunnen bij traumatische ervaringen sterk aanwezig zijn, maar zijn op zichzelf geen bewijs dat iemand PTSS heeft.
Klachten beginnen vaak kort na het trauma. Bij sommige mensen ontstaat het volledige klachtenbeeld pas later. Dat betekent niet noodzakelijk dat er jarenlang helemaal geen klachten aanwezig waren; symptomen kunnen eerder gedeeltelijk aanwezig zijn en pas later voldoende ernstig of uitgebreid worden om aan de criteria voor PTSS te voldoen.
3. Welke symptomen horen bij PTSS?
PTSS kan zich op verschillende manieren uiten. De symptomen kunnen worden gegroepeerd rond enkele belangrijke gebieden.
Herbeleving
De traumatische gebeurtenis kan zich ongewild opnieuw opdringen in de vorm van indringende herinneringen, flashbacks of traumagerelateerde nachtmerries.
Ook kunnen sterke emotionele of lichamelijke reacties ontstaan wanneer iets aan het trauma herinnert.
Een herbeleving is meer dan gewoon terugdenken aan een vervelende gebeurtenis. Het kan tijdelijk voelen alsof het gevaar opnieuw aanwezig is.
Vermijding
Mensen kunnen proberen gedachten, gevoelens en herinneringen aan het trauma te vermijden.
Ook plaatsen, gesprekken, activiteiten of personen die aan de gebeurtenis herinneren kunnen worden ontweken.
Vermijding kan op korte termijn verlichting geven, maar kan op langere termijn het dagelijks leven steeds verder beperken.
Veranderingen in gedachten en stemming
Na een trauma kunnen negatieve overtuigingen over jezelf, anderen of de wereld ontstaan.
Schaamte, schuldgevoel, angst, somberheid en emotionele afstand tot andere mensen kunnen voorkomen. Sommige mensen verliezen belangstelling voor activiteiten die voorheen belangrijk waren of hebben moeite om positieve emoties te ervaren.
Verhoogde waakzaamheid
Bij PTSS kan het lichaam sterk gericht blijven op mogelijke dreiging. Dit wordt ook wel hyperarousal of verhoogde waakzaamheid genoemd.
Iemand kan sneller schrikken, voortdurend de omgeving controleren, prikkelbaar zijn of moeite hebben zich te concentreren.
Ook Slapeloosheid en andere slaapklachten komen veel voor.
Niet iedereen heeft dezelfde combinatie of ernst van symptomen. Een diagnose wordt daarom niet gesteld op basis van één klacht, zoals nachtmerries of schrikachtigheid.
4. Waarom ontwikkelt niet iedereen na trauma PTSS?
Twee mensen kunnen een vergelijkbare traumatische gebeurtenis meemaken en daarna heel verschillend reageren.
Dat betekent niet dat degene die PTSS ontwikkelt psychologisch zwakker is.
Het risico hangt samen met een complex samenspel van factoren. De ernst en aard van de gebeurtenis kunnen een rol spelen, evenals herhaalde traumatische ervaringen, eerdere psychische klachten, bijkomende stress en omstandigheden na de gebeurtenis.
Ook sociale steun kan belangrijk zijn. Een veilige omgeving waarin iemand serieus wordt genomen en steun ontvangt kan het herstel beïnvloeden.
Bij sommige mensen nemen stressreacties na verloop van tijd vanzelf af. Bij anderen blijven ze bestaan of worden ze ernstiger.
PTSS kan bovendien samengaan met andere psychische problemen, waaronder Angst, Depressie en problemen met alcohol of andere middelen.
5. Welke rol spelen vermijding, verhoogde waakzaamheid en dissociatie?
Vermijding is begrijpelijk. Wie merkt dat een bepaalde plaats, herinnering of situatie hevige angst oproept, zal die prikkel waarschijnlijk liever uit de weg gaan.
Op korte termijn kan dat helpen.
Wanneer steeds meer veilige situaties worden vermeden, kan de wereld echter kleiner worden. Bovendien krijgt iemand minder gelegenheid om nieuwe ervaringen op te doen waarin blijkt dat een herinnering kan worden verdragen zonder dat het oorspronkelijke gevaar opnieuw plaatsvindt.
Dit is een van de principes die belangrijk zijn binnen traumagerichte Exposuretherapie.
Wat is dissociatie?
Dissociatieve verschijnselen kunnen eveneens voorkomen na trauma.
Iemand kan bijvoorbeeld het gevoel hebben los te staan van zichzelf of dat de omgeving onwerkelijk aanvoelt. Ook kunnen er problemen bestaan met bepaalde herinneringen.
Dissociatie is echter niet hetzelfde als vermijding en niet iedereen met PTSS heeft dissociatieve klachten.
Ook is het te eenvoudig om dissociatie uitsluitend te beschrijven als een afweermechanisme waarmee het lichaam angst probeert te vermijden. De relatie tussen trauma, geheugen, aandacht en dissociatie is complexer.
6. Wat is het verschil tussen PTSS en complexe PTSS?
Naast PTSS onderscheidt de internationale ICD-11-classificatie ook complexe PTSS.
Bij complexe PTSS zijn de kernsymptomen van PTSS aanwezig, maar daarnaast bestaan aanhoudende problemen op andere gebieden.
Het kan bijvoorbeeld gaan om moeite met het reguleren van emoties, een hardnekkig negatief zelfbeeld en problemen met het aangaan of onderhouden van relaties.
Complexe PTSS wordt vaak in verband gebracht met langdurige of herhaalde traumatische ervaringen, vooral wanneer ontsnappen aan de situatie moeilijk was.
PTSS en complexe PTSS zijn verwante maar verschillende diagnostische begrippen. Het soort trauma alleen bepaalt niet welke diagnose van toepassing is.
7. Hoe wordt PTSS behandeld?
PTSS is behandelbaar.
Traumagerichte psychotherapie heeft een belangrijke plaats in de behandeling. Verschillende behandelvormen zijn wetenschappelijk onderzocht.
Bij Exposuretherapie wordt iemand onder professionele begeleiding geconfronteerd met traumatische herinneringen en/of veilige situaties die door angst worden vermeden. Het doel is niet iemand opnieuw te traumatiseren, maar nieuw leren mogelijk te maken waardoor herinneringen en prikkels minder overheersend kunnen worden.
Ook EMDR wordt veel gebruikt bij PTSS. Tijdens EMDR wordt een traumatische herinnering geactiveerd terwijl tegelijkertijd een aanvullende taak wordt uitgevoerd, vaak in de vorm van oogbewegingen. De precieze werkingsmechanismen worden nog onderzocht, maar de effectiviteit van EMDR bij PTSS is goed onderbouwd.
Andere traumagerichte cognitieve behandelvormen kunnen eveneens worden toegepast.
Welke behandeling passend is, hangt onder andere af van de klachten, persoonlijke situatie, eventuele andere aandoeningen en voorkeuren van de persoon.
Zelfstandig intensief traumatische herinneringen oproepen als vorm van exposure is niet hetzelfde als professionele traumabehandeling.
8. Welke relatie bestaat er tussen PTSS en nachtmerries?
Nachtmerries behoren tot de bekendste slaapklachten bij PTSS.
Daarnaast komt Slapeloosheid veel voor. Iemand kan moeite hebben met inslapen, regelmatig wakker worden of bang worden om te gaan slapen vanwege terugkerende nachtmerries.
Slaap is daardoor meer dan een bijkomstigheid bij PTSS.
Verhoogde waakzaamheid kan het moeilijker maken om tot rust te komen. Nachtmerries kunnen vervolgens de slaap onderbreken en angst voor slapen veroorzaken. Minder en gefragmenteerde slaap kan overdag samengaan met meer vermoeidheid, prikkelbaarheid en problemen met emotieregulatie.
Zo kan een wederzijdse relatie ontstaan tussen traumagerelateerde klachten en verstoorde slaap.
A - Zijn traumatische nachtmerries altijd een herhaling van het trauma?
Nee.
Sommige traumagerelateerde nachtmerries bevatten duidelijke of vrijwel letterlijke elementen van een traumatische gebeurtenis. Iemand kan bijvoorbeeld opnieuw een bepaalde situatie, plaats of dreiging beleven.
Andere nachtmerries lijken veel minder rechtstreeks op wat werkelijk is gebeurd.
Elementen kunnen veranderen of worden gecombineerd met andere herinneringen en fictieve situaties. Soms staat vooral een vergelijkbaar gevoel van dreiging, machteloosheid of angst centraal.
Daarom kan uit de precieze droominhoud niet betrouwbaar worden vastgesteld wat iemand heeft meegemaakt of welke psychologische processen aanwezig zijn.
Een nachtmerrie is geen reconstructie waarop een diagnose van trauma of PTSS kan worden gebaseerd.
B - Is PTSS hetzelfde als een nachtmerriestoornis?
Nee.
Niet iedereen met PTSS heeft nachtmerries en niet iedereen met Terugkerende nachtmerries heeft PTSS.
Een Nachtmerriestoornis kan ook zonder trauma of PTSS voorkomen. Daarbij vormen de terugkerende nachtmerries en de gevolgen voor slaap en dagelijks functioneren zelf het centrale probleem.
Dat onderscheid is belangrijk voor de behandeling.
Een succesvolle behandeling van PTSS kan ook slaap en nachtmerries verbeteren. Toch kunnen slaapklachten bij sommige mensen blijven bestaan nadat andere PTSS-klachten zijn afgenomen.
Nachtmerries kunnen dan afzonderlijke aandacht verdienen.
C - Hoe worden PTSS-gerelateerde nachtmerries behandeld?
Bij PTSS staat behandeling van de totale stoornis centraal, maar terugkerende nachtmerries kunnen daarnaast specifiek worden behandeld.
Een van de psychologische methoden die daarvoor wordt gebruikt is Imagery Rehearsal Therapy (IRT). Daarbij wordt een terugkerende nachtmerrie in wakende toestand veranderd en wordt de nieuwe versie vervolgens mentaal geoefend.
Ook andere vormen van rescripting en psychologische behandeling van nachtmerries worden onderzocht en toegepast.
Bij sommige mensen met PTSS-gerelateerde nachtmerries kan daarnaast Prazosine worden overwogen. Onderzoeksresultaten zijn niet volledig uniform en het middel is niet voor iedereen geschikt. Gebruik ervan hoort daarom bij medische beoordeling en begeleiding.
Het behandelen van nachtmerries is niet hetzelfde als het behandelen van alle symptomen van PTSS. Wanneer beide aanwezig zijn, kan aandacht voor zowel trauma als slaap nodig zijn.
9. Tenslotte
PTSS kan ontstaan na blootstelling aan een traumatische gebeurtenis, maar niet iedereen die een trauma meemaakt ontwikkelt de stoornis. Het ontstaan en voortbestaan van klachten wordt beïnvloed door een samenspel van de gebeurtenis zelf, individuele kwetsbaarheid, eerdere ervaringen, sociale omstandigheden en factoren die herstel kunnen ondersteunen of bemoeilijken.
Herbeleving, vermijding en verhoogde waakzaamheid behoren tot de belangrijkste kenmerken. Daarnaast kunnen veranderingen optreden in gedachten, stemming, relaties en het gevoel van veiligheid.
Slaap neemt binnen PTSS een bijzondere plaats in. Slapeloosheid en traumagerelateerde nachtmerries komen veel voor en kunnen soms blijven bestaan wanneer andere klachten verbeteren.
Een nachtmerrie bewijst echter niet dat iemand PTSS heeft. Ook hoeft een traumagerelateerde nachtmerrie geen letterlijke herhaling van het trauma te zijn.
PTSS is bovendien geen psychische verwonding die per definitie niet kan genezen. Er bestaan effectieve traumagerichte behandelingen, waaronder exposurebehandeling, cognitieve therapieën en EMDR. Wanneer nachtmerries een belangrijk zelfstandig probleem vormen, kunnen daarnaast gerichte behandelingen zoals IRT en in sommige situaties medicamenteuze behandeling worden overwogen.
Bij aanhoudende klachten na een traumatische gebeurtenis, ernstige slaapproblemen, terugkerende traumatische nachtmerries of duidelijke beperkingen in het dagelijks functioneren is professionele beoordeling door bijvoorbeeld huisarts, psycholoog of psychiater belangrijk.
